Limeschrift 09 – Johanna Lime over schrijven

06 augustus 2020

Het negende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over sorteren, organiseren en op volgorde zetten van ideeën.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Vandaag zat ik een beetje verlegen met mezelf te kijken naar het onderwerp voor dit blog. De kopjes met de thema’s waar de twintig opeenvolgende blogs van ‘Limeschrift’ over zouden moeten gaan, had ik begin juli 2020 al bedacht en in mijn bullet journal opgeschreven. Daarna had ik de plaatjes ervoor gemaakt. Het waren goede ideeën en ik zag het helemaal zitten om de serie te maken. Maar vandaag kwam ik tot de ontdekking dat ik over dit onderwerp weinig voorbeeldmateriaal bezat. Waar slaat dit onderwerp op? En hoe kan ik hierover een hele blog schrijven?

Afijn, laat ik maar dicht bij mezelf blijven en vertellen wat het sorteren van ideeën, het organiseren en het op volgorde zetten voor mij betekent in het schrijfproces waar ik op het moment mee bezig ben. Want ik heb deze fase de afgelopen week juist achter de rug.

Ik wil namelijk al een paar dagen beginnen met het schrijven van het tweede deel van Interplanetair en het is erg vervelend maar ik kan me er nog steeds niet echt toe zetten. Hopelijk begint het te stromen als ik het gewoon ga doen. Of misschien moet ik toch eerst nog wat meer details weten over bepaalde personages voordat ik kan beginnen.

Het is in ieder geval zo, dat ik nog een paar maanden heb omdat de redactie van deel 1 nog even op zich zal laten wachten. Het manuscript is opgestuurd naar de uitgever en de redactie wordt verwacht, maar zal waarschijnlijk pas in november of december starten. Dus ik heb besloten om verder te gaan met het volgende deel van mijn nieuwe trilogie.

Omdat ik al goede ideeën heb over waar het tweede boek over gaan moet, heb ik na een paar keer brainstormen, alle ideeën voor dit verhaal in een grote brainstorm tabel ondergebracht. Dat betekent echter niet dat ik alles wat er in dit verhaal gebeurt tot in de puntjes uitgedacht heb. Tijdens het schrijven zullen er vast weer betere verhaalideeën naar boven komen die het verhaal nog mooier zullen maken. Maar in ieder geval heb ik eerst aantekeningen gemaakt en die zijn intussen verwerkt in een tabel. In die tabel staan alle voorlopige scène-ideeën uitgeschreven in zinnen.

Ze staan door elkaar heen in willekeurige volgorde en zijn nog maar een eerste grote brainstorm van wat er in het verhaal gebeurt.

Dat zijn dus de ideeën, die nadat ik ze bedacht heb en heb uitgeschreven in een zin, klaar staan om in een volgorde in het verhaal te worden verwerkt.

Hoe organiseer je die scènes zo dat ze een verhaal gaan vormen?

Daarvoor maak ik een indeling waarbij ik me afvraag welke scènes er aan het begin, in het midden en aan het einde van het verhaal horen. Ik ga ze zo organiseren dat ik de scènes in drie kolommen komen te staan. De eerste kolom vormt dat het begin, de tweede kolom het midden en de derde kolom het einde van het verhaal.

Van de scènes uit de grote brainstorm bleken er een paar herhalingen te zijn. Maar toch heb ik na het organiseren een grove volgorde voor de voortgang van het verhaal in schema kunnen zetten.

Op volgorde van hoofdstuk zetten

Vervolgens heb ik bedacht welke scène-ideeën het beste gebruikt kunnen worden in de hoofdstukken. Er zijn er steeds vijf of meer bij elkaar gezet en de volgorde van de scènes in de hoofdstukken is nu ook uitgewerkt. Daarbij heb ik natuurlijk rekening gehouden met de structuur van het plot en het zo ingedeeld dat er op bepaalde plaatsen in het verhaal keerpunten verwerkt zijn.

Over mijn plotmethode komt later nog een blog in Limeschrift, dus daar ga ik nu niet op in. Tijdens het schrijven zelf gebeurt er, doordat ik me inleef in de personages en alles vanuit hun perspectief vertel, nog van alles wat ik in een eerste opzet nog niet weet. Dat laat ik gewoon gebeuren. Ik kan en wil niet alles van tevoren helemaal in een schema zetten, dat wordt het veel te statisch. Een verhaal leeft, het moet kunnen groeien terwijl je schrijft. En dat gaat vast ook wel gebeuren. Maar voorlopig ben ik al blij dat ik een ‘kapstok’, een houvast voor mezelf heb gecreëerd waaraan ik het verhaal op kan hangen. Versie 1 van het verhaal kan nu geschreven worden. Ik denk dat ik er maar eens gauw aan ga beginnen.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 08 – Johanna Lime over schrijven

30 juli 2020

Het achtste blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over een schema en een analyse van een stripverhaal.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Als je schrijft is het goed om je aan een verhaalstructuur te houden. Met de verhaalstructuur die ik tijdens de schrijfcursus bij de Online Schrijfschool van Marjon Sarneel https://www.marjonsarneel.nl/ leerde, heb ik het verhaal uit een stripboek over Asterix en Obelix geanalyseerd. De uitwerking daarvan staat hier.

De Odyssee van Asterix – Asterix en Obelix – R. Goscinny en A. Uderzo

1 Stilte, de status quo, rust. (De lezer wordt in de stemming gebracht)

In het Gallische bos loopt een everzwijn zenuwachtig te doen. Zijn hele familie is al aan het spit geregen door Obelix en zij denkt dat zij nu aan de beurt is. Een ander everzwijn weet daar wel raad op. Als Asterix en Obelix komen, rennen de zwijnen naar het Romeinse kamp. Dan gaan Asterix en Obelix zoals gewoonlijk met de Romeinen vechten.

In Rome hoort Caesar dat zijn soldaten nu ook al door everzwijnen worden aangevallen. Hij krijgt het advies om de druïde Nulnulnix naar het Gallische dorp te sturen. Deze spion (een persiflage op James Bond) moet het recept achterhalen van de toverdrank die de Galliërs onoverwinnelijk maakt. Nulnulnix besluit om de alleenheerser van het Romeinse rijk te willen worden zodra hij het recept van de toverdrank bezit.

2 Begin nieuwe situatie (Er verandert iets)

In het Gallische dorpje zitten Asterix en Obelix rustig everzwijn te eten als Panoramix, de druïde, loopt langs. Hij wil niets eten en niets drinken wanneer hem dat aangeboden wordt. De druïde krijgt zelfs een woedeaanval, hij is niet in zijn gewone doen. Asterix moet Panoramix van het stamhoofd in de gaten houden en uitzoeken wat er met hun druïde aan de hand is. Panoramix loopt te ijsberen langs het strand en tuurt over de zee. Als het donker wordt gaat hij naar huis en mompelt: ‘Vreselijk, verschrikkelijk, rampzalig.’ Asterix brengt verslag uit aan het stamhoofd.

3-1 Eerste handeling

De volgende dag roept iemand dat iedereen snel naar het strand moet komen, want de Phoenicische koopman, Epidemaïs, is met zijn schip aangekomen en heeft zijn koopwaar uitgestald. De druïde is ineens heel opgewekt en groet iedereen vriendelijk. Hij deelt complimentjes uit en gaat naar de koopman toe. Maar dan blijkt dat Epidemaïs het door hem bestelde product, aard-olie, vergeten is. De druïde krijgt een zenuwinzinking en wordt naar bed gebracht. Aard-olie uit Mesopotamië wordt gebruikt voor olielampen, het wordt weinig gebruikt want het stinkt, vertelt Epidemaïs. Het stamhoofd maakt zich zorgen, want Panoramix is ziek en zijn toestand verbetert niet. Er is ook geen druppel toverdrank meer om hem aan te laten sterken. Ze hebben een andere druïde nodig om hem te helpen.

4-1 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Asterix en Obelix gaan op zoek naar een andere druïde en toevallig komt Nulnulnix er precies aan, hij zegt dat hij een reizende druïde is. Obelix vraagt of hij een druïde kan helpen die uit zijn doen is door de olie-crisis. Ze gaan in zijn opvouwbare strijdwagen terug naar het dorp maar komen onderweg een Romeinse patrouille tegen. Nulnulnix gebruikt (net als James Bond) allerlei dingen: openklappende messen, een rookgordijn een duik van een klif en dergelijke, om de Romeinen af te schudden. Ze gaan naar Panoramix en Nulnulnix geeft hem drank die van graan wordt gemaakt en uit Caledonia komt (Schotse whisky). Panoramix is direct stomdronken en begint te zingen. Als hij is opgeknapt, vertelt hij dat de aard-olie heel belangrijk is, want zonder dat ingrediënt kan hij geen toverdrank maken. Hij heeft maar één druppel petra-oleum nodig voor zijn toverdrank, maar zonder dat ingrediënt lukt het niet.

5-1 Voorlopige oplossing

Asterix en Obelix gaan mee op het schip van Epidemaïs. Maar die wil wel zijn handelswaren nog verkopen. Asterix belooft hem dat hij de handelswaren onderweg wel zal verkopen. Nulnulnix vraagt Panoramix intussen om het recept van de toverdrank en Panoramix zegt: ‘Als ik de ingrediënten voor de toverdrank niet meer bij elkaar kan krijgen, dan vertel ik het misschien. Maar Asterix en Obelix zullen wel terug komen met de aard-olie.’ Dan gaat Nulnulnix ook mee naar Mesopotamië, om te verhinderen dat Asterix en Obelix aard-olie zullen vinden. Hij stuurt een vlieg weg met de boodschap dat de Romeinen het Phoenicische schip aan moeten vallen. Als Panoramix het laatste flesje toverdrank aan Asterix meegeeft, zegt hij dat ze op moeten passen voor Nulnulnix, want hij vertrouwt die man niet.

6-1 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

Het schip van Epidemaïs gaat op weg maar wordt al snel aangevallen door piraten. Die hebben al vaker met Asterix en Obelix te maken gehad. Het gevecht dat volgt kan de ondergang worden van het piratenschip. De kapitein smeekt om zijn boot te redden, hij moet nog drie termijnen betalen. Asterix gaat akkoord als de piraten alle handelswaar kopen van Epidemaïs. Die moeten ze dan maar zien te verkopen. Als ze net van de piraten hebben gewonnen, komt er een Romeins galeischip aan. Maar dat gaat ten onder doordat Asterix en Obelix de Romeinen verslaan en zo gaat dat steeds als er weer een Romeins schip komt dat hen probeert te enteren. Nulnulnix gelooft zijn ogen niet en wordt bang van de Galliërs.

4-2 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Caesar is woedend en stuurt de hele Romeinse vloot naar Phoenicië. Hij laat alle havens van dat land volledig blokkeren door gevechtsschepen. Nu kan het schip nergens in een haven aanleggen en bovendien is alle proviand aan boord bijna op. Caius Commissarus, de adviseur van Caesar en de opdrachtgever van Nulnulnix, maant Nulnulnix door middel van een boodschap met de vlieg dat hij op moet schieten, anders gooit Caesar hem voor de leeuwen. Nulnulnix stuurt een boodschap terug dat alle olievoorraden in Palestina door de Romeinen vernietigd moeten worden.

5-2 Voorlopige oplossing

De volgende dag worden Asterix en Obelix aan de kust van Judea afgezet met de boot en ze moeten naar Jeruzalem lopen. Ze komen ene Jozef tegen met een ezeltje. Hij brengt hen naar Jeruzalem, maar ze mogen de stad niet in. De Galliërs worden door de Romeinen gezocht. Jozef helpt hen en brengt hen naar een dorpje, Bethlehem, daar slapen ze in een stal.

6-2 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

De volgende morgen gaan ze al heel vroeg naar de muur van Jeruzalem en ze klimmen omhoog met een touw. Nulnulnix moet op de een of andere manier de aandacht van de Romeinse soldaten wekken en laat zich halverwege de klim naar beneden vallen. Hij schreeuwt en doet net of zijn enkel verstuikt is. Obelix, die zich toch al ergert aan de druïde die steeds een vlieg om zijn hoofd heeft, slaat hem neer. Maar de Romeinse soldaten zijn dan al gealarmeerd en komen eraan. Daar weten Obelix en Asterix echter wel raad mee. Ze slaan ze in elkaar. Jozef brengt de twee bij een koopman die vertelt dat er geen druppel olie meer in het land is. De Romeinen hebben alle voorraden verbrand.

4-3 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Asterix en Obelix gaan, in kleding waarin ze niet zo opvallen, met kamelen op reis door de woestijn in de richting van Babylon, waar wel aard-olie moet zijn. Obelix rent de dode zee in, maar kan daar niet zwemmen. Intussen is Nulnulnix bij Poreus Pilarus, maar Asterix en Obelix zijn buiten zijn rechtsgebied en hij kan niets doen. Nulnulnix besluit te wachten totdat de Galliërs weer teruggaan naar hun eigen land. In de woestijn waar Asterix en Obelix doorheen trekken, moeten ze steeds wegduiken voor pijlen van Akkadiërs, Hettieten, Assyriërs die in oorlog zijn met elkaar. Als er ook nog een groep Meden komt die de weg aan hen vraagt, roept Obelix: ‘volg de pijlen maar!’ Dan komen ze tot de ontdekking dat iemand een pijl door hun waterzak heeft geschoten en dat het water op is.

5-3 Voorlopige oplossing

Het hondje Idefix graaft in het zand en vindt een oliebron. Nu hoeven Asterix en Obelix niet meer helemaal naar Babylon. Asterix repareert de waterzak en doet hem vol met aard-olie. Ze gaan zo snel ze kunnen naar de havenplaats Tyr waar Epidemaïs woont.

6-3 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

Nulnulnix is bij Praefectus Classis in Tyr en laat een briefje lezen waarop staat dat het schip van Epidemaïs de grond ingeboord moet worden. Intussen zoeken Asterix en Obelix naar het pakhuis. Ze ondervragen een Romeinse soldaat en vinden Epidemaïs. Die kan hen niet thuis brengen want zijn schip is in rook opgegaan.

7 De hel breekt los (hoogtepunt conflict)

Epidemaïs heeft een ondergrondse opslagplaats om de Romeinse belasting te ontduiken. Daarvandaan komen ze op de kade waar precies het admiraalsschip van de Romeinen ligt. Asterix en Obelix confisqueren het Romeinse schip waar Caius Commisarus en Nulnulnix op zitten te wachten tot zij komen. De twee Romeinen worden in de boeien geslagen, maar de vlieg wordt naar Caesar gestuurd. Caesar laat het dorpje van de Galliërs aanvallen in de veronderstelling dat de Galliërs geen tegenstand meer zullen bieden omdat ze geen toverdrank meer hebben. Onderweg naar huis komen Asterix en Obelix de piraten weer tegen en die worden weer verslagen. Als Nulnulnix aan dek komt, zegt Asterix tegen hem dat ze toch aard-olie meenemen naar huis. Hij laat de zak zien. Nulnulnix wil de aard-olie afpakken maar dan grijpt Obelix in. Ze vallen op de zak en de olie wordt eruit geperst en komt in zee terecht: de eerste olieramp. Nu hebben ze geen aard-olie meer. Asterix en Obelix komen bij hun dorpje aan en ze voelen zich mislukkelingen. Hoe vertellen ze dat ze gefaald hebben?

8 Oplossing conflict (personage moet knieval doen / iets inzien)

Als Asterix en Obelix bij hun dorp aankomen, vechten de Galliërs tegen de Romeinen en winnen als vanouds. Hoe kan dat, zonder toverdrank? Dan blijkt dat Panoramix wat geëxperimenteerd heeft en in plaats van petra-oleum ook wortelsap kan gebruiken als ingrediënt voor de toverdrank. De drank wordt er zelfs nog lekkerder door. Asterix krijgt een zenuwinzinking, maar wordt weer opgepept met toverdrank. Die smaakt echt lekkerder, maar Panoramix belooft hem wel dat hij voortaan eerst zijn ontdekkingen zal doen voordat hij iemand naar het andere eind van de wereld sturen zal. De twee Romeinen: Caius Commisarus en Nulnulnix worden door de Galliërs in een kist gestopt (de opvouwbare strijdwagen van Nulnulnix kan ook een kist worden) en naar Rome vervoeren. Caesar laat hen insmeren met stroop en in de arena komen er hele zwermen vliegen achter hen aan.

9 Rust is terug (cirkel is rond)

In het Gallische dorp is de rust teruggekeerd. Er is zoals in alle stripboeken van Asterix en Obelix een groot feestmaal aan het eind. De bard staat vastgebonden aan een boom zodat hij niet vals kan zingen en de everzwijnen uit het begin kijken van een afstand toe en zeggen: ‘Onze vakantie zit erop.’

4 t/m 6 kan eindeloos herhaald worden bij dit verhaalschema.

Zo zie je dus hoe een verhaal kan worden opgebouwd. Ik heb dit schema al een paar keer gebruikt voor een (kort) verhaal en vind het een fijn schema om te gebruiken.

Aan de stripverhalen van Asterix en Obelix heb ik hele goede herinneringen. Vroeger kwam er meestal net voor de zomervakantie een nieuw stripboek op de markt. Wij kochten dat en gingen met ons gezin naar de camping in Zuid Frankrijk. Op de achterbank van de auto zat ik samen met mijn twee broers. Het stripboek ging van de een naar de ander en steeds zat er wel iemand van ons te gniffelen om de leuke grappen die in de boeken waren verwerkt. Door de leuke kwinkslagen leerde je en passant ook nog iets over bepaalde volkeren en gebeurtenissen uit de geschiedenis. Ik vond het altijd heel knap gedaan door Goscinny en Uderzo. Helaas zijn beide schrijvers inmiddels overleden.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Terug naar wat ik al wist – het is een fase

19 augustus 2019

(Op de foto’s staat het schuilderwerk waaraan ik in 1990 bezig was, na de cursus LO tekenen).

Terug naar wat ik al wist

Het heeft me goed een week gekost, maar eigenlijk wist ik dat het zou gebeuren. Ik keer terug naar wat ik in mijn hart al wist. In mijn vorige blog schreef ik dat het autobiografische verhaal waaraan ik tijdens de cursus Schrijf Je Verhaal bij Marjon Sarneel begonnen was, me na het lezen van de eerste hoofdstukken helemaal niet meer aanstond. En eigenlijk was dat ook zo. Ik werd er nadat het na april 2018 aan de kant gelegen had weer mee geconfronteerd. Het verhaalidee bevat veel autobiografische elementen, uit mijn leven met Dinie samen. Het heeft me overvallen. Na al het redactiewerk en na het schrijven aan het manuscript van Schamel verbond, zag ik dat dit verhaal in de vorm waarin het was geschreven aan kwaliteit miste. Het moest actiever en dramatischer worden zodat de boodschap die ik aan de lezers mee wil geven beter tot zijn recht komt. Maar vorige week had ik nog geen goed idee van hoe ik dat moest aanpakken.

 

Even iets anders doen

Ik ben even iets anders gaan doen en heb me bezig gehouden met lessen van de cursus Fantasy in vogelvlucht: een reis door de genres, van Fantasy Schrijven. Voor de uitwerking van de opdrachten moest ik allerlei onderzoek doen. Intussen heb ik een magische plek gevonden in het donkere woud en een bezwering geschreven waarbij ik de krachten van een demon gekregen heb om daarmee een lich te verslaan. Ik ben naar het hoge Noorden gereisd om bij een echte dwergensmid een magisch zwaard te laten smeden, waarmee ik vervolgens een draak ben gaan bevechten. Mijn vriendin was een dievegge, zij heeft een belangrijk voorwerp uit het hol van een andere draak gestolen en niet eens met gebruikmaking van de Dode Hand. Maar ik ben ook in de huid van de draak gekropen en heb mijn hol tegen indingers beveiligd.

Nu ben ik aan het verzinnen hoe een Harry Potterverhaal in Nederland kan werken en daarna komen er nog veel meer opdrachten waarbij mijn creativiteit flink wordt aangesproken.

Het is leuk om te doen, maar nog niet zoals ik dacht dat ieder hoofdstuk direct een kort verhaal oplevert. Daarvoor heb ik te weinig geduld gehad, want potentieel zit die mogelijkheid er zeker in. Alleen kost dat weer veel meer onderzoekswerk en zijn er uitgebreidere verhaalschema’s voor nodig. Wel handig om achter de hand te houden voor als er weer een wedstrijd komt.

Naast het schrijven ben ik aan de gang gegaan met mijn nieuwste tekenprogramma, Painter 2020. Ik ben weer aan het draken tekenen geslagen. Nu heb ik het plan om allerlei leuke elementen te gaan tekenen die in een omgeving kunnen worden samengebracht om ze dan weer te gebruiken voor kaften voor boeken. Een tijdje geleden is me dat met mijn e-books tenslotte ook gelukt. En tekenen geeft me een net andere vorm van ontspannen bezig zijn dan schrijven.

 

Het is een fase

Vandaag heb ik me er toch weer toe aangezet om Saturnus Maan erbij te nemen, want dit autobiografische verhaal blijft aan mij trekken. Er is gewoon een behoefte om dit verhaal te doen, daar kan ik echt niet onderuit. Hoewel ik het als project voor NaNoWriMo heb gepland, maakt het niet veel uit of ik er nu al aan begin. Tenslotte kan ik in november ook wel een ander project bedenken. Zolang ik me vrij voel om te switchen tussen schrijven, opdrachten voor een cursus uitwerken en tekenen, gaat het prima.

Ik ben er nu achter gekomen hoe ik dit het beste kan bekijken. Het is een fase. Net zoals ik vroeger eerst tekeningen maakte van mijn series schilderijen, die ik dan later met gouache of acrylverf beschilderde, zo is het ook met mijn verhalen. Er is een goede opzet nodig, maar daarna kunnen er verschillende veranderingen aangebracht worden voordat het uiteindelijk die vorm heeft gekregen die echt goed voelt. Ik ben dus begonnen met herschrijven. Het verhaalidee is prima, maar moet nog iets beter worden doordracht en uitgewerkt. Er komen meer persoonlijke details in het verhaal, het wordt wat dramatischer en aangrijpender. Saturnus Maan is de werktitel, voor de echte titel ben ik al hard aan het nadenken.

Zoals ik het nu zie heb ik als schrijver sinds april 2018 weer een stap vooruit gezet. Als ik nu een stukje actie en diepgang mis, komt dat door het redactie- en schrijfwerk van het afgelopen jaar. En daar ben ik blij mee, want daaruit blijkt dat ik me verder aan het ontwikkelen ben.

De beste keuze, blijkt nu weer, is te doen wat je hart je ingeeft. Soms heb je even tijd nodig om dat te begrijpen en schommelt de weegschaal (mijn sterrenbeeld) heen en weer. Gelukkig is hij nu weer in balans.

 

Groetjes van Johanna Lime

(Marjo)

Schrijfmaand oktober 2017

17 oktober 2017

Oktober is alweer over de helft en we hebben het druk met schrijven.

Allereerst omdat op 1 oktober de cursus ‘Schrijf Je verhaal’ is gestart van de Online Schrijfschool Van Marjon Sarneel. Een online methode is een handige manier van leren. Je vindt de schrijfschool hier: Link naar OSMS Schrijfschool

De cursus ‘Schrijf Je Verhaal’ is een nieuwe cursus die Marjo volgt nadat ze daarvoor eerst aan een pilot hiervoor heeft meegedaan, aan ‘Van herinnering naar verhaal.’ Het zijn cursussen waarbij je leert om autobiografische gebeurtenissen te verwerken in fictie.

Bij ‘Schrijf Je Verhaal’ komen bepaalde lessen bekend voor, andere gedeelten zijn nieuw en verrassend. Het is leuk dat de mogelijkheden van internet ingezet kunnen worden, zodat je gewoon vanuit je eigen huis bezig kunt zijn. Nieuw is dat er elke week contact is over de leerstof van de afgelopen week doordat er een Facebook live filmpje kan worden gemaakt, waarop de docente te zien is en de cursisten kunnen reageren door middel van de chat. We zijn dit met de groep aan het uitproberen en het geeft een goede aanvulling op de leerstof die normaal ook al met videolessen en uitgeschreven lesopdrachten gegeven wordt.

De lessen gaan stap voor stap en werken ernaar toe dat we aan het einde van de cursus weten hoe autobiografisch schrijven werkt en er huiswerkopdrachten zijn ingeleverd waarop feedback komt met aanwijzingen van hoe we verder kunnen gaan. Bij autobiografisch schrijven zoek je bijvoorbeeld voorvallen uit je leven en ga je die analyseren met de vijf W s. Wie, Wat, Waar, Wanneer en Waarom.

Het is behalve een duik in je eigen verleden ook een hele zoektocht naar wat er is gebeurd bij bepaalde relaties. Schrijven daarover kan daardoor duidelijkheid brengen voor de schrijver zelf. Voor de lezer wordt het een fictief verhaal en al zijn sommige delen ervan gebaseerd op de werkelijkheid zoals de schrijver die kent, zal het toch niet naar iemand uit het echte leven wijzen. Bovendien maken wij er een science fiction verhaal van en dan wordt het wel erg bizar als iemand zich daarin zou herkennen.

Behalve voor de schrijfcursus van Marjon Sarneel, zijn we wellicht ook bezig voor de Fantastels Verhalenwedstrijd van 2017. Of het fictie is of werkelijkheid, dat wij daarvoor een, twee of misschien zelfs drie verhalen schrijven, mogen wij niet zeggen. Want stel je voor dat de juryleden erachter zouden komen, dan kunnen ze weten of wij meedoen met een, twee of drie verhalen. Dus wij zeggen hierover niets. Anders kunnen we niet winnen.

Hint: Als we niet winnen, hebben we niet meegedaan of werden we gediskwalificeerd omdat we hier iets hebben verteld over Fantastels!

 

Verder moeten we erover na gaan denken of we voor de NaNoWriMo weer een project zullen starten. Wordt dat het science fiction verhaal met aliens of gaan we door met Angst en Venijn? Of laten we de oefeningen uit de cursus meedoen en het verder schrijven aan deel 2 van onze trilogie? Het zou fijn zijn om die 50.000 woorden te halen in november. Een en ander hangt ook af van de privésituatie en of we wel genoeg tijd overhouden om te kunnen schrijven. Afijn, in een later bericht zullen we laten weten hoever we zijn opgeschoten. We hebben volgens de planning van Zilverbron nog wel een paar maanden om het manuscript voor Angst en Venijn af te krijgen. We moeten er maar weer eens aan verder werken.

Lees in de tussentijd Schimmenschuw en Sluimerend vuur (nog) maar eens!

Groeten van Johanna Lime

De Leesuitdaging van Hebban – September 2017

Geplaatst 16 september 2017

Vandaag schrijf ik over boek dertien (een studieboek over schrijven), over boek vijftien (de roman Maidentrip van Marjon Sarneel) en over boek zestien van mijn Hebban Challenge van 2017 (Een science fiction verhaal). Drie zeer diverse boeken dus.

De eerste drie boeken van mijn leesuitdaging stonden in het blog van januari, nummer vier en vijf kwamen in maart aan de beurt, nummer zes en zeven in april, nummer acht en negen, tien en elf stonden in twee aparte blogs van juli, over nummer twaalf en veertien schreef ik in augustus.

13 – Korte verhalen schrijven – Ton Rozeman – Uitgeverij Augustus – Studieboek over schrijven.

15 – Maidentrip – Marjon Sarneel – Autobiografische fictie – Roman.

16 – Arkhaii – Een science fiction verhaal van Hannes Wielant – Uitgeverij Zilverbron.

13 – Korte verhalen schrijven – Ton Rozeman – Uitgeverij Augustus – Studieboek over schrijven.

4 sterren recensie.

In dit boekje over Korte verhalen schrijven vergelijkt Ton Rozeman het schrijven van korte verhalen met het maken van foto’s. Het boekje is in drie gedeelten onderverdeeld.

Het eerste deel gaat in op 15 technieken. Dit deel gaat over de keuzes die je als verhalenschrijver hebt. Je leert er welke schrijftechnieken onder welke omstandigheden tot welke resultaten leiden. Om iets te suggereren met beperkte hulpmiddelen. Hij heeft het bijvoorbeeld over een kader waarin het verhaal zich afspeelt, over scherpte en vaagheid. Je kunt de suggestie van een grotere ruimte voor je korte verhaal geven door scherp te stellen op het onderwerp binnen het kader en iets door te laten schemeren van wat er daarbuiten gebeurt. Zo zijn er meerdere technieken die je in kunt zetten om met de beperkte ruimte van het verhaal om te gaan, waardoor het voor de lezer meer oproept dan wat er in de tekst is aangegeven.

In het tweede deel van het boek worden vijf sjablonen uitgewerkt die je kunt gebruiken voor korte verhalen of voor een verhalenbundel. Voor korte verhalen kun je de voorgeprogrammeerde standen van een camera die gebruikt worden door fotografen vertalen naar sjablonen die je als schrijver kunt gebruiken voor verhalen. Het gaat hier niet om IJzeren Wetten, maar met deze sjablonen verbreed je je horizon als schrijver.

Het derde deel van het boek geeft ten slotte twee korte verhalen te lezen die door Ton Rozeman zelf geschreven zijn. Ze passen heel goed bij de voorbeelden die hij geeft.

Dit boekje heeft voor mij zeker betekenis gekregen en met behulp van de technieken, sjablonen en voorbeeldverhalen, krijg ik zin om met verschillende elementen te gaan experimenten om te kijken wat ze voor mij als korte verhalenschrijfster kunnen opleveren. Ik zal wel goed moeten bedenken wat ik ermee kan wanneer ik fantasyverhalen wil schrijven omdat er voor dit specifieke genre geen voorbeelden gegeven worden. Wel bekend is het sjabloon van het standaardverhaal dat ik vaak heb gebruikt en waar ik ook met fantasyverhalen goed gebruik van kan maken. Maar wellicht moet ik ook eens gaan proberen om met de andere sjablonen te experimenteren en om de technieken uit deel 1 van dit boek nader te onderzoeken.

Dit boekje beantwoordt aan mijn verwachtingen omdat het mij iets nieuws geleerd heeft over korte verhalen schrijven. Ik raad dit boekje aan andere schrijvers zeker aan.

15 – Maidentrip – Marjon Sarneel – Autobiografische fictie – Roman.

5 sterren recensie.

Maidentrip is het verhaal van een jonge vrouw, Heleen, die bij haar moeder in café Havenzate in Terneuzen werkt. Dat valt niet mee, want haar moeder is niet de gemakkelijkste vrouw. Gelukkig voor Heleen is haar oma er ook nog. Op een winterse avond stapt de Griekse zeeman, Dimitris, het café binnen en Heleen is op slag verliefd. Ze moet Dimitris beter leren kennen, maar dat betekent dat ze Fie in de steek moet laten en kan dat dan zomaar? Wanneer ze de kans krijgt om naar Griekenland te reizen, zegt haar oma dat ze moet gaan.

In Athene wordt ze opgehaald door familie van Dimitris en die nemen haar mee naar huis. Ze leert de Griekse familie kennen, wat niet meevalt, want de gewoonten zijn heel anders en Heleen spreekt geen Grieks.

Eindelijk lukt het haar om op de Minoan Spirit te komen, het vrachtschip waar Dimitris eerste stuurman is. Heleen denkt een paar weken vakantie te kunnen houden op het schip, maar alles loopt anders. Daardoor moet ze veel langer meereizen. Door de gebeurtenissen onderweg en in verschillende havenplaatsen leert ze niet alleen Dimitris beter kennen, maar ook zichzelf. Door de briefwisselingen met Buuropa, Fie, haar broer Hugo en haar oma, komt ze erachter wat er nu precies in het verleden is gebeurd. Het blijkt dat de dingen niet zo zijn gegaan zoals haar altijd voorgespiegeld is. Hoe ver gaat loyaliteit? Wat is er nu precies gebeurd waardoor haar vader weggegaan is en waardoor heeft ze nooit eerder contact met hem gehad? Zijn de verhalen van Buuropa en haar oma wel waar? Is er een verklaring voor het gedrag van haar moeder?

Op het laatst komt Heleen erachter dat ze voor zichzelf op moet komen en maar beter op eigen benen kan staan.

Dit is een boek over een familiegeschiedenis die een grote invloed heeft op het leven van Heleen. Bovendien wordt er een verhaal verteld over het leven op een Grieks vrachtschip en over het verschil tussen de Nederlandse en Griekse cultuur. Ook de politieke situatie van die tijd en hoe de Grieken aan boord daarover denken speelt mee. Maar het belangrijkste is het verhaal van een jonge vrouw die met haar eigen identiteit worstelt en moet leren om grenzen te stellen, zodat ze niet meer door anderen geleefd wordt, maar zichzelf mag zijn.

Dit boek heeft in 2009 de PZC publieksprijs gewonnen en dat is welverdiend. Het is een prachtig verhaal dat je van begin tot eind geboeid houdt. Ik raad het van harte aan.

Omdat de uitgeverij tijdens de crisis failliet ging, is het boek momenteel alleen te koop via de schrijfster, Marjon Sarneel. Zij heeft een Online Schrijfschool waarin zij mensen helpt die een verhaal of roman willen schrijven op basis van waargebeurd.

Dit boek heb ik gelezen omdat ik aan de cursus ‘Schrijf je verhaal’ ga beginnen, om daarmee een verhaal te kunnen schrijven waarin gedeeltes zijn opgenomen op basis van waargebeurd. Dit doe ik bij de Online Schrijfschool Marjon Sarneel (OSMS) waar ik eerder ook al cursussen gevolgd heb over schrijven.

16 – Arkhaii – Een science fiction verhaal van Hannes Wielant – Uitgeverij Zilverbron.

4 sterren recensie

Arkhaii is het science fiction debuut van Hannes Wielant. Vladis is een Arkhaii, een van de eerste mensen van zijn soort die nagenoeg onsterfelijk werd en dus zeer lang leeft. Hij reist op de Kolonisator door het universum, waar de mensheid de ene na de andere planeet koloniseert. Vladis verwenst zijn eeuwige leven, hij heeft alles al gezien en meegemaakt. Zijn leven is zinloos, de Oude Aarde is alleen nog een herinnering, zijn gedachten worden gevuld met de vergeefse zoektocht naar een buitenaardse, intelligente soort. Als hij Celestine redt, lijkt zijn leven even een andere richting uit te gaan.

Zijn broer Kaïn die ook Arkhaii is, heeft een heel andere carriére. Hij vecht tegen een zeer gevaarlijke vijand die gebruikt maakt van een technologie waar Kaïn nog niet eerder mee te maken heeft gekregen. Hij besluit zijn broer op te zoeken en vanuit de Kolonisator verder te opereren.

Raken Vladis en Kaïn verstrikt in het eeuwenoude geschil dat tussen hen bestaat, als broers? Wie is die gevaarlijke vijand die de mensheid uit wil roeien? Kunnen ze hier iets tegen beginnen of is dit het einde van hun onsterfelijke leven? Het einde van de mensheid zelfs?

Het verhaal is intrigerend en zit goed in elkaar, hoewel ik de theorie over de zwarte gaten die de vijandige schepen gebruiken om niet gezien te worden en de vijand te vernietigen wel enigszins in twijfel trek als technisch aspect. Maar als fictie is deze theorie een mooi gegeven. In het boek wordt het prachtig beschreven hoe de strijd in de ruimte wordt gevoerd en ga ik er heel ver in mee als lezer. De verschillen tussen mensen, het verschil van meningen, de verschillen tussen Arkhaii, Enkelingen en mensen, maken het verhaal boeiend en spannend.

Ik had al wel een vermoeden over wie uiteindelijk de tegenstander zou kunnen zijn, maar het boek bleef intrigeren en ik wilde graag verder lezen. Een knap verhaal met een belangrijke boodschap aan de mensheid.

Ik raad dit boek van harte aan, aan lezers die van science fiction houden. Ook aan lezers die van verhalen houden die zich in de toekomst in de ruimte afspelen.

 

Wat ik nu aan het lezen ben

Ik ben nu bezig met het bestuderen van Schrijven met het oerverhaal – Eisso Post – uitgeverij Augustus. Ook bestudeer ik De 36 dramatische situaties – Jan Veldman – uitgeverij Augustus en ik ben al een eindje op weg met het lezen van De bergbouwers van Metis Bidenk deel 1 – Oliver Sted – uitgeverij Zilverbron.

Johanna Lime