Limeschrift 19 – Johanna Lime over schrijven

22 oktober 2020

Het negentiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over wereldbouw, wat, waar wanneer, hoe, en de wereld van het boek.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Wereldbouw

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, kom je er niet onderuit om een verbeeldingswereld te bouwen, een goed uitgedachte setting waarin de verhalen zich afspelen. ‘Hé, dat schreef je de vorige keer ook al!’

‘Sorry, ik ben een beetje gefixeerd op wereldbouw. Daar hangt ook wel veel van af, want een lezer zal gedurende het hele verhaal bereid moeten zijn om mee te reizen door jouw verzonnen wereld. Die moet geloofwaardig overkomen.’

Wat, waar, wanneer en hoe (van de wereldbouw).

In Limeschrift 1 schreef ik over de vijf W’s het volgende:

De vijf W’s

Wie, wat, waar, wanneer, waarom. Deze vijf woorden vormen samen de zogenaamde topische vragen. Deze vragen zijn in de Griekse oudheid geformuleerd om inzicht te krijgen in bestaande teksten.

Als schrijver kun je deze vragen heel goed gebruiken voordat je start met schrijven. De antwoorden op deze vragen vormen de pijlers van je verhaal.

Wat, waar, wanneer en hoe zijn bovendien belangrijke vragen om te stellen wanneer je een wereldbouw bedenkt.

Wat gebeurt er precies in je verhaal en wat hebben de personages daarvoor nodig?

Schrijf je over iemand die op een schip over de zee reist? Of over een ruimteschip dat met zijn bemanning door het heelal trekt? Dan heb je heel andere informatie nodig dan wanneer je over een groep reizigers schrijft die door landstreken met bijvoorbeeld dichte bossen trekt.

Is het een fantasyverhaal met magie of schrijf je over robots?

Waar speelt het verhaal zich af?

Dit maakt een groot verschil bij wat er kan gebeuren. Heb je bijvoorbeeld een uitgebreide wereld met verschillende landschappen nodig, omdat er veel gereisd wordt? Dan zul je steden, dorpen, rivieren, bergen, bossen en allerlei andere elementen nodig hebben voor je verhaal. Hoe wordt er gereisd, met welk vervoermiddel? Wat zijn de regels die daarbij gelden? Welke afstand kun je afleggen op een dag? Hoe verloopt de tijd in jouw wereld? Welke regels bestaan er in de landen waar je door komt? Hoe is de bevolking samengesteld? Welke fantasyfiguren gebruik je? Wie hebben de macht in handen en hoe leven degenen die van de machthebbers afhankelijk zijn? Welke conflicten zijn er? Hoe is de positie van de hoofdpersoon daarin? Al dat soort vragen zijn belangrijk voor je verhaal.

Je kunt jouw wereld misschien het beste schetsmatig uittekenen of een kaart maken voor je boek, dan heb je daar steun aan tijdens het schrijven.

Als een verhaal zich voornamelijk afspeelt in een gebouw of in een paar straten van een stad, dan is een kaart misschien niet nodig. Maar maak je gebruik van portalen naar andere werelden, dan wil je misschien weten waar die staan en wat erachter ligt. Het kan ook bij kleine ruimtes handig zijn om schetsen te maken. Dus: Wat gebeurt er precies en waar, en wat heb je daarvoor nodig? Hoe zie je het voor je?

Wanneer speelt het verhaal zich af?

Schrijf je over een historische periode, dan zul je over die bepaalde tijd uit de geschiedenis informatie willen zoeken. Je kunt bijvoorbeeld naar een museum gaan, een boek over de betreffende periode lezen of andere informatiebronnen raadplegen. Je wilt het verhaal geloofwaardig over laten komen. Als het zich op een bestaande plaats afspeelt, kun je het beste ter plekke de omgeving onderzoeken, anders bestaat de kans dat je over iets schrijft dat niet meer klopt. Zelfs bij fantasy moeten de details kloppen, als je iets gebruikt dat uit de echte wereld komt. Je wilt je lezer niet verliezen, omdat hij op die plek bekend is en merkt dat het niet overeen komt met hoe het er werkelijk uitziet (of hoe het er vroeger was).

Als je over de toekomst schrijft, zul je die ook vorm moeten geven. Consequent zijn is belangrijk.

Hoe gebruik je wereldbouw?

De wereldbouw is belangrijk voor de setting van je verhaal. Je kunt het zo uitgebreid maken als je wilt. Er zijn heel uitgebreide vragenlijsten voor. Maar op een gegeven moment is het toch wel handig om te gaan schrijven. Als je alles over je wereld tot in de puntjes uit wil werken, kom je misschien niet meer aan schrijven toe. Dat zou zonde zijn. Bedenk je bij elke scène wie het personage is, wat er gebeurt, waar het precies gebeurt, wanneer iets plaatsvindt en waarom het uitmaakt voor je hoofdpersoon. Dan moet het lukken om een goed verhaal te maken.

De wereld van je boek is belangrijk in het genre fantasy, sciencefiction en horror. Kijk maar naar de voorbeelden die er zijn, zoek verschillende bestaande kaarten op van bijvoorbeeld Lord of the Rings, Narnia, Harry Potter, en dergelijke werelden. Zelfs bij Dune en Star Wars heb je een visuele voorstelling van de wereld, door de verschillende planeten die er zijn. Je kunt daar je inspiratie vandaan halen, net als van kaarten uit boeken die al uitgegeven zijn.

Aan de zijkant van mijn blogpagina heb ik vier kaarten van mijn werelden geplaatst, wil je die groter zien? Kijk danLime hier en klik erop om ze op volledig scherm te zien.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 18 – Johanna Lime over schrijven

15 oktober 2020

Het achttiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over wereldbouw, sfeerbeelden, stemmingen en emoties.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Wereldbouw

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, kom je er niet onderuit om een verbeeldingswereld te bouwen, een goed uitgedachte setting waarin de verhalen zich afspelen. Bij een fantasywereld hoort traditioneel al gauw een middeleeuwse setting. Bij sciencefiction gaat het eerder om technieken van de toekomst.

Ik ben misschien wel een rebel, omdat ik voor mijn verbeeldingswereld van beide gebruik gemaakt heb. Sommige critici hoor ik al ‘foei, foei!’ roepen, maar ik heb het toch gedaan. Ik vond die middeleeuwse settings waarover ik vroeger las namelijk tamelijk deprimerend voor de ontwikkeling van verhalen die de moderne man of vrouw uit onze tijd zou lezen. Tegenwoordig merk ik dat steeds meer schrijvers in staat zijn om er dan toch een hedendaags verhaal van te maken en bijvoorbeeld een vrouw als hoofdpersoon te nemen. In moderne boeken valt het met de ontwikkeling van de personages nog wel mee.

Maar zoals gezegd, ik heb een combinatie gemaakt. Ik zocht een ruimer perspectief. Mede daarom heb ik voor de wereld van Eibor Risoklany twee grote koninkrijken verzonnen die elk bestaan uit vijf planeten. Het ene koninkrijk. Laskoro, is in de Plejaden gelegen, in het sterrenbeeld Taurus. Het andere, Berinyi, zit in de Rosettenevel van Monoceros. Daar kwam natuurlijk ook mijn interesse in sterrenbeelden bij om de hoek kijken. Ik heb ervoor gekozen om fantasy-elementen zoals magie te combineren met technieken van de ruimtevaart. De families die in deze koninkrijken wonen, komen oorspronkelijk van de Aarde. Daarom hebben de goden, de Avatars van de godenplaneet Eibor Risoklany, de draken de opdracht gegeven om werelden te scheppen die nog wel veel op onze Aarde lijken. Mijn boeken komen dus vaak bekend over bij lezers, want het referentiekader hebben ze alvast. Toch zijn er best ook veel verschillen met onze Aarde.

Om de oorspronkelijke aardbewoners, die crashten op Eibor Risoklany, te laten overleven, moesten de goden hen genetisch manipuleren. Dat is een thema wat in mijn boeken nogal eens naar voren komt. Bepaalde HSP families kregen een magie-gen. Er ontstonden zeven magische dynastieën. Alleen hadden de mensen iets negatiefs meegebracht van de Aarde, namelijk hun machtshonger. De godenplaneet werd opgeblazen door magie. Wat er daarna is gebeurd, is te lezen als kortverhaal in het e-book ‘De wording van Chyndyro’.

Daarvandaan is de wereld verder uitgebreid. Door alle machtshonger waaruit oorlogen ontstonden, kwam de vloek. De magie werd lange tijd vergeten, mensen hadden wel iets ander te doen, ze moesten zien te overleven. Er ontstond een disharmonie in de bevolking, de ontwikkelingen verliepen anders dan in een wereld met alleen magie. Technieken werden uitgevonden en zo ontstonden koninkrijken met magie en ruimtevaart. In iedere koninkrijk is er een ander politiek systeem. Het vervoer over de planeten gaat overal net weer wat anders, maar wel met gebruikmaking van de energie uit ritovysche kristallen. Afijn, je kunt het allemaal lezen in mijn boeken.

Als een van de moderatoren van de Facebookgroep ‘Zilverboekenclub’, ben ik degene die achter de vragen over wereldbouw zit die elke maand beantwoord worden door schrijvers van Zilverspoor en Zilverbron. Ik stelde ze de volgende vragen, die uit een uitgebreide vragenlijst over wereldbouw gekomen zijn. Uit deze vragen mochten ze er een paar kiezen om te beantwoorden voor hun boeken:

  1. Bestaat je wereld uit een planetenstelsel, een aantal landen, een bepaald land, een streek, een stad of nog iets anders? Hoe ziet het er daar uit? Kun je iets vertellen over landschappen / gebieden die anders zijn dan bij ons / hoe speciale gebouwen eruit zien?
  2. Als er magie is. Hoe wordt de wereld dan beïnvloed door de aanwezigheid van magie?
  3. Zijn er ook niet-menselijke rassen, verzonnen dieren (draken, eenhoorns) en hoe hebben die de wereld beïnvloed? Zijn er speciale gebieden waar zij voorkomen?
  4. Zijn er speciale planten of kruiden in jouw wereld en hoe heten die? Zijn er speciale voorwerpen? Wat is hun functie in het verhaal? Wat doen ze?
  5. Hoe is het bestuur van de wereld geregeld? Is er een koningshuis, hoe zit de regering in elkaar, wie hebben de macht in handen? Is er een hiërarchie en wie komen er dan slecht vanaf?
  6. In welke tijd leven de wezens in deze wereld ongeveer? Passen ze in een verleden, een heden of een toekomst wanneer je het met onze wereld vergelijkt? Of is er eigenlijk moeilijk een vergelijking te maken?
  7. Wat zijn de snelste manieren om te reizen? Zijn er goede wegen? Wat wordt er gebruikt voor het transport?
  8. Wat wordt er normaal gegeten in jouw wereld? Zijn er ook feestelijke gerechten of speciale lekkernijen? Zijn er gerechten die betoverd kunnen zijn? Heb je misschien een recept voor een gerecht?
  9. Wat is de staat van de verschillende kunstuitingen (dans, muziek, theater, enz.) in deze samenleving? Worden artiesten vereerd of gewantrouwd?
  10. Welke gebeurtenissen gebruiken mensen voor de jaartelling? Hoe weten de mensen hoe laat het is? Zijn er klokken, horloges, zonnewijzers, enz. of moeten de mensen naar de klokken luisteren van het kasteel, de kerk, of kijken ze naar de stand van de zon?
  11. Wat voor kleding dragen de mensen? Hoe duur is kleding? Kunnen de materialen ter plaatse geproduceerd worden of moet alles of een deel ervan geïmporteerd worden? Zijn er beperkende wetten die bepalen wie welke kleding mag dragen? Wat zijn de straffen? Wie bepaalt wanneer het nodig is om de wetten te veranderen? Hoe vaak worden ze aangepast?
  12. Hoe groot is de rol van de verschillende religies en filosofieën in het openbare leven en in het privé leven? Worden filosofen en theologen beschouwd als academici of staan ze te debatteren op de markt zoals bij Socrates? Hoeveel invloed hebben hun theorieën op de manier waarop mensen zich werkelijk gedragen?
  13. Zijn er verschillende talen voor de verschillende rassen (dwergen, elven, enz.) of is de taal meer gebaseerd op geografische invloeden dan op ras of soort? Is ere en special taal die je moet leren om met draken te kunnen praten of met andere magische dieren?
  14. Heb je een kaart van je wereld gemaakt en mogen we die plaatsen?
  15. Bij welk boek of bij welke boeken hoort deze wereld?

In het menu ‘Trilogie De vergeten vloek’ op mijn website  https://boekenvanjohannalime.com staan een paar blogs waar ik zelf op deze vragen inga voor mijn boeken.

Sfeerbeelden

Voor de setting van een verhaal kun je behalve voor een uitgebreide wereldbouw ook gebruik maken van sfeerbeelden. Op Berinyi overheersen de kleuren rood en paars bijvoorbeeld vanwege de rode ster Bara. Op Laskoro is het licht van de ster Atlas juist nogal scherp en wit. De kleuren in de natuur lijken daar meer op die van de Aarde, wanneer de zon fel schijnt.

Op Laskoro komen velden met zonnebloemen voor die ze op Berinyi niet hebben. Er zijn ook sinaasappels, die later van Chyndyro naar Berinyi worden meegenomen. Eerder kenden de Berinezen deze vruchten nog niet. Op Berinyi heb je grote olifanten die de Laskorianen niet kennen.

Op Laskoro zijn er hogesnelheidswegen waar auto’s door de weg voortgetrokken worden. Groepjes auto’s zitten vast met energielinten en gaan zo snel dat ze in een dag de halve planeet over kunnen komen. Op Berinyi heb je een trein die op een monorail over ritovysche energie zweeft en ook heel hoge snelheden maakt. Maar wil je naar de Vuurberg, dan zul je te paard de berg op moeten klimmen.

Op Laskoro heb je enorme bruggen, zoals de Grote Driesprongbrug, terwijl je op Berinyi veerponten hebt die over de zeeën tussen de districten de passagiers overzetten die uit de trein gekomen zijn. Met deze elementen worden de sfeerbeelden van mijn verbeeldingswereld bijvoorbeeld gevormd.

Stemmingen

Bij stemmingen kun je denken aan een griezelige sfeer. Wanneer in mijn boek ‘Schimmenschuw’ de hoofdpersoon Kamilia in een donkere grot zit opgesloten bij de schim van de rode draak die vroeger hele legers met zijn adem heeft verbrand, is dat best een griezelige situatie.

Het wordt juist vrolijk als opa Nikos, de vuurmagiër, een grapje vertelt over een ijsbloem die van een bergrichel wordt gehaald en dan gesmolten is bij terugkomst in het dal.

Spannend is het juist weer als Kamilia, vanwege een tijdslot op de deur van de toren, binnen tien minuten weg moet zijn bij de geest van de blauwe draak. In die tijd moet het haar lukken om een artefact mee te nemen, omdat ze anders niet naar huis kan.

Je kunt dus een grote wereldbouw hebben, maar de details van de wereld en de stemmingen van de personages zijn voor je verhaal net zo belangrijk.

Emoties

Door emoties mee te nemen in je verhalen, maak je het voor de lezer mogelijk om zich in te leven in de personages. Daarom is ‘show don’t tell’ zo belangrijk voor verhalen. Vooral tegenwoordig waar we zoveel films kunnen kijken en alles voor ons zien zoals de regisseur dat heeft gemaakt. Alleen bij boeken maak je er eigen beelden bij, die zijn dus authentieker, eigener dan bij een film en meestal zijn boeken ook veel uitgebreider.

Bij ‘Lord of the rings’ kijk ik liever naar de films. Dat heeft te maken met dat er sinds Tolkien dit schreef best veel veranderd is aan de schrijfstijl van boeken. Ik heb vaak geprobeerd om de ‘Lord of the rings’ boeken te lezen, maar kom er moeilijk doorheen. Dat komt denk ik door het vele ‘tell’ en de bladzijden vol met informatie. Toch las ik als tiener ook wel boeken met veel ‘tell’. Maar nu geef ik toch de voorkeur aan ‘show don’t tell’ en emotionele gebondenheid met personages. Niet dat ik mezelf zo’n ster acht om dit ook even gemakkelijk te kunnen schrijven, want daar moet ik als schrijver nog wel meer in groeien, denk ik zo. Ik val regelmatig weer in de valkuilen die elke schrijver tegenkomt, merkte ik pas nog toen de redactie van mijn nieuwe boek begon. Maar ik doe mijn best om het beter te krijgen.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 16 – Johanna Lime over schrijven

23 september 2020

Het zestiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over het doel, waarom schrijf ik mijn verhaal en voor wie.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Het doel

Wat is het doel van mijn schrijfwerk? Waarom wil ik dit zo graag? Waar ben ik aan begonnen en waarom blijf ik ermee doorgaan? Dat vraag ik mezelf vaak vertwijfeld af, vooral wanneer ik weer eens een negatieve reactie van iemand te verwerken heb gekregen. “Waar haal je de fantasie vandaan?” en “Wat levert het op?” Achter die vragen vermoed ik een waardeoordeel en de overtuiging dat diegene vindt dat ik mijn tijd verpest met zinloze en waardeloze zaken. Het liefst zou die persoon mij weer in het keurslijf stoppen waar ik na veel studie, inzicht en wilskracht eindelijk uitgekropen ben. Jammer, maar na ons besluit om ons geheime leven, bestaande uit onze zelfbedachte verbeeldingswereld en de dagboeken die we stiekem over personages schreven, hebben Dinie en ik besloten om met onze verhalen naar buiten te komen. Ook al omdat degenen in de familie die er wel van zouden hebben genoten ons ontvallen waren en wij al zagen aankomen dat als ons dat overkwam, niemand zich ons herinneren zou. Daarom wilden we onze verhalen in boeken verwerken die echt uitgegeven zouden worden. Voor mensen zoals wij, voor liefhebbers van fantasie, sprookjes, sciencefictionverhalen en andere avonturen. Om iets in de wereld achter te laten waar wij gepassioneerd over waren. Wat ons aan het hart ging.

Mijn doel bij het schrijven is daarom, om me met het soort werk bezig te houden wat ik mij altijd heb gewenst. Van kind af aan wilde ik al kunstenares of schrijfster worden, raakte ik gefascineerd door verbeeldingswerelden, een kuiken in een eendennest dat moet leren zwemmen, een tovenaarsleerling en een draak die met schoensmeer ingesmeerd wordt, de sprookjes die mijn tante op 45 toeren plaatjes voor ons draaide, onze reisjes naar de Efteling met de fakir en de waterlelies, fantastische verhalen, avonturen, romans en sciencefictionboeken uit de bibliotheek. Fantastische films en sciencefictionseries op tv of in de bioscoop, RPG en simulatiespellen op de computer. In die wereld voel ik me thuis en geniet ik van de prikkelende inspiratie die geen andere wereld mij ooit gegeven heeft. Ik voel er een vrijheid en verbondenheid die ik nergens anders vind. Ik kan mijn creativiteit en eigen gedachten erin kwijt. Daarom schrijf ik in het fantasy en sciencefictiongenre. Mijn doel is net als bij andere schrijvers, om lezers met mijn verhalen te raken, zoals ik zelf door dit genre ben geraakt.

Waarom schrijf ik mijn verhaal

Om deze vraag te beantwoorden, gebruik ik een tekst uit een freewriting-schrift van 2016. Daarin staat: ‘Schrijven geeft mij rust in mijn hoofd en is de manier voor mij om dingen aan andere mensen kenbaar te maken. Ik ben namelijk geen gemakkelijke prater. In schrijven of tekenen kan ik mijn creativiteit kwijt. Ik vlucht uit de wereld die de werkelijkheid wordt genoemd, al is die ook maar een illusie. Ik verdwijn in mijn eigen fantasiewereld, een wereld die ik zelf gebouwd heb en waar ik mijn eigen baas kan zijn. Ik word onzichtbaar voor de mensen om me heen en verplaats me in personen die allemaal een deel uitmaken van mijn meest intieme zielenroerselen. De personages uit mijn verhalen komen in mezelf tot leven. Ik kan alles aan. Ik mag mezelf zijn als ik schrijf. Wat zeg ik? Ik mag veel meer zijn dan mezelf. Ik mag boven mezelf uitstijgen. Er kunnen zoveel dingen wel in mijn verbeeldingswereld die in de gewone wereld niet kunnen. Schrijven geeft mij rust, het geeft de ruimte voor het wezen dat ik werkelijk ben.’

‘Ik ben niet een of andere vervelende grote reus omdat ik het langste meisje uit de klas was, ik ben geen alien die uit een andere wereld komt en niets van deze wereld en jullie, andere mensen, begrijpt. Ik hoef niet als eenling aan de kant gezet te worden. Ik ben ook een mens en ik hoor erbij. Ik ben een vrouw. Eng hè? Maar wat veel enger is ben jij, die alles wat vreemd is discrimineert en kleineert en alleen maar accepteert als het dienstbaar, slaafs al jouw bevelen opvolgt, om jouw zelf te verhogen. Maar ik ben niets minder, hoor. Ik mag er net zo goed zijn als jij.

Ik elk geval op een plek waar jij mij nooit te pakken krijgt. Ja, je hebt gelijk, het is een vlucht, een vlucht uit jouw enge werkelijkheid. Want in mijn eigen verbeeldingswereld ben ik vrij.’

Voor wie

Als je dit bovenstaande leest, is het antwoord op de vraag voor wie ik schrijf in eerste instantie: voor mij zelf. Natuurlijk is dat niet de enige waarheid. Iedereen die mijn verhalen lezen wil is meer dan welkom. Mijn uitgegeven werken zijn voor iedereen die ze wil lezen en ik krijg graag feedback. Voor degenen die mij verder willen helpen met raad en positieve, opbouwende kritiek heb ik de grootste waardering. Ik zal hun aanbevelingen koesteren. Samenwerken is namelijk het grootse thema uit mijn verhalen, maar daarover later meer.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Ik ben begonnen met Interplanetair 2

17 augustus 2020

Versie 1 van Interplanetair – 2 – Geestenpoort – begonnen met schrijven.

De pauze

Soms heb je even een week of meer nodig om tot rust te komen en nieuwe ideeën te kans te geven zich te manifesteren. Ik heb dan ook na de beslissing om te stoppen met CampNaNoWriMo een soort vakantie gehouden in eigen huis. Ik kwam niet verder met mijn schrijfwerk en ben gaan bloggen, tekenen en gamen. Intussen werkte mijn onderbewuste op de achtergrond aan het verhaal.

Het plot voor het volgende manuscript

Het heeft even wat hoofdbrekens gekost, maar ik ben er toch weer uitgekomen. Ik heb nu dan toch eindelijk ook een uitgewerkt verhaalschema voor mijn volgende manuscript. Het zevende alweer! Deel 2 van trilogie Interplanetair, dat gepland staat bij Zilverbron voor januari 2022.

Dat ik het plot helemaal in een schema had uitgewerkt en dat de belangrijke keerpunten van het verhaal waren aangetekend, betekende echter nog lang niet dat ik van start kon gaan. Dat gebeurde pas na een paar aanpassingen aan hoofdstuk 1 en 2, waar ik de hoofdpersonages een nieuw doel moest geven.

Dezelfde hoofdpersonen als bij boek 1

Wat heb ik namelijk gedaan? Ik ben van mijn oude plan afgeweken en heb de beoogde hoofdpersonen bijpersonen laten worden. Verder heb dezelfde hoofdpersonen als van deel 1 ook weer voor deel 2 hoofdpersonen laten zijn. Zij moesten echter wel nieuwe angsten, misvattingen en verlangens krijgen, zodat ze zich in dit nieuwe boek verder konden gaan ontwikkelen. En bij dat alles moesten ze de bijpersonen met zich meenemen door het verhaal. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar het begint steeds vastere vormen aan te nemen.

Gelukkig kon ik goede adviezen krijgen door een paar You Tube filmpjes te bekijken van Abbie Emmons. Wat een geweldige serie heeft zij! Onder andere over iets dat in het Engels ‘The hook’ heet. Het is wat lezers in het verhaal trekt, waardoor ze willen verder gaan met lezen. Ik heb er even over gedaan, maar met een beetje nadenkwerk en een paar veranderingen van mijn eerste opzet, is het me gelukt om hoofdstuk 1 en 2 te schrijven. Ruim 7.500 woorden staan er nu. Tussendoor heb ik het begin van dit manuscript al wel een stuk of vier keer geredigeerd. Het begin is altijd lastig en heel belangrijk. Maar nu ben ik tevreden. Bovendien weet ik hoe ik hoofdstuk 3 aan ga pakken. Het hoofdstuk waarin voor het eerst het conflict goed naar voren komt.

En nu doorpakken!

Ik kijk al met plezier vooruit naar wat er komen gaat in dit verhaal. Onder andere een inbreng van onze fan, Rinske, van Schimmenschuw op Keltfest. Een vraag van haar wordt in dit nieuwe deel beantwoord. Vermoedelijk wel met een andere uitkomst dan zij misschien had verwacht.

Vandaag ben ik bijna de hele dag aan het schrijven geweest. Ik moest hoofdstuk 2 af krijgen. Dat was belangrijk, want ik ben nu weer in de routine aanbeland. Elke dag iets schrijven, steeds een half hoofdstuk erbij. Volhouden maar!

Wachten op de redactie van deel 1

In ieder geval probeer ik dit totdat de redactie van Interplanetair – 1 – Ruimtestad begint.

Dat manuscript ligt bij de uitgever en het boek staat in de planning voor 2021. Als de redactie begint, krijgt dat natuurlijk voorrang.

Groeten van Johanna Lime.

Ik stop met CampNaNoWriMo van juli 2020

18 juli 2020

Het laatste nieuws van 18 juli 2020

Versie 4 van Interplanetair – 1 – Ruimtestad –is klaar.

Vorige keer liet ik jullie al weten dat het manuscript voor het eerste deel van trilogie Interplanetair, Ruimtestad, op 11 juli 2020 al helemaal geredigeerd was. Ik had het aantal woorden voor CampNaNoWriMo, het doel van 50.000 woorden per maand, al ver overschreden.

Eerste kortverhaal van Johanna Lime in een tijdschrift (HSF)

In juli 2020 bereikte ik een nieuwe mijlpaal.
Het Nederlands Contactcentrum voor Science Fiction besloot mijn ingestuurde kortverhaal DE HUMAYESSE in hun tijdschrift van HSF Verhalen te plaatsten.
Het staat nu in nummer 270 jaargang 51, 2020/2.
Zij geven vier keer per jaar dit tijdschrift uit, met daarin SFF verhalen.
Ik ben heel blij met de plaatsing van De Humayesse.

Als je een fantasy en science fiction fan bent is het misschien een idee om je aan te sluiten bij de NCSF. Informatie is te vinden op hun website: www.ncsf.nl
In 2021 organiseren ze een HSFCon, dat is leuk om naar uit te kijken.

Besloten om te stoppen met CampNaNoWriMo

Ik was na het redigeren van Ruimtestad zachtjesaan begonnen aan een kortverhaal voor de schrijfwedstrijd van de Harland Awards op Hebban. Ik had 893 woorden geschreven, maar toen begon het schrijven voor CampNaNoWriMo me tegen staan. Niet omdat het verhaalschema dat ik voor dit verhaal verzonnen had niet werkte, gewoon omdat ik er niet zo’n zin in had om nog twee korte verhalen te schrijven in juli. Ik heb eerlijk gezegd niet zulke goede ervaringen met ingestuurde verhalen voor de Harland Awards en dacht: ‘Waar doe ik het voor? Kan ik niet beter doorgaan met mijn volgende boek? De twee verhalen die ik instuurde naar Edge Zero zijn niet eens door ronde 1 gekomen. Daaruit blijkt dat ik niet goed ben in het schrijven van korte verhalen. Ik ben beter met romans. Is dit geen verloren tijd?’

Twijfels die je als schrijver aardig uit het veld kunnen slaan. Er volgden drie dagen van helemaal niets schrijven. En de gedachtespinsels zijn ook niet reëel, dat laat de publicatie van De Humayesse in het tijdschrift HSF wel zien. Over dat verhaal was iedereen het eens dat het geplaatst moest worden.

Ik besloot om met CampNaNoWriMo te stoppen. Daar ging het toch al niet zo goed, omdat ik de score van 10 juli miste in de grafiek. Die was er bij 11 juli bijgeschreven. Blijkbaar heb ik op 10 juli tot na middernacht doorgewerkt en was het al 11 juli toen ik de score plaatste. Dan begint CampNaNoWriMo weer van voren af aan de dagen te tellen, terwijl ik gewoon doorga elke dag. Afijn, ik heb mijn project op CampNaNoWriMo gewijzigd in alleen het herschrijven van versie 4 van Interplanetair deel 1. Daarmee is CampNaNoWriMo van 2020 wel klaar.

Ik voel me eigenlijk toch wel een winnaar, na 5 romans en 28 korte verhalen en nu weer een verhaal in een tijdschrift van HSF.

En ik ga liever doorschrijven aan mijn nieuwe trilogie bij Zilverbron.

Bovendien kan er wat druk van de ketel af als ik stop met het invullen van de dagelijkse score van NaNoWriMo. Ik zie wel hoeveel ik de komende maanden voor elkaar krijg. Als het eens wat minder is, is dat ook niet erg. En wie weet, schrijf ik toch het verhaal waarin ik was begonnen nog wel af voor de Harland Awards. Niets zo veranderlijk als een mens, toch?

Ik kies in elk geval voor plezier houden in mijn schrijfhobby.

Deze heb ik alvast weer te pakken.

Poll op Facebook

Bij dit soort beslissingen mis ik Dinie heel erg. Wat is het vervelend als je de dingen niet meer met iemand kunt bespreken. Maar als ik het aan haar gevraagd had, zou ze vast gezegd hebben dat ik de Harland Awards moest laten schieten. Zij vond dat na een paar jaar meedoen al gauw geen leuke schrijfwedstrijd meer.

Ik denk er tegenwoordig weer iets anders over en zat dus met een dilemma. Dus heb ik hulp gevraagd aan mijn vrienden op Facebook, waar ik hen de keuze in liet vullen.

De poll gaf dit aan:

* 03 stemmen voor het verder schrijven aan twee korte verhalen voor de Hebban Harland Awards wedstrijd van 2020.

* 14 stemmen voor het verder plotten en beginnen met schrijven aan Interplanetair deel 2 – Geestenpoort.

Heel hartelijk bedankt hiervoor. Fijn dat social media bestaat.

Ik begin weer aan een brainstorm voor ideeën en het (verder) uitwerken van het plot van het volgende boek. Daarna ga ik alvast versie 1 van Interplanetair 2 – Geestenpoort schrijven.

Groeten van Johanna Lime.

De eerste elf dagen van CampNaNoWriMo juli 2020

11 juli 2020

Versie 4 van Interplanetair deel 1 – Ruimtestad is geschreven

Het eerste doel voor mijn CampNaNoWriMo project van juli 2020 is bereikt.

Het manuscript voor het eerste deel van trilogie Interplanetair, Ruimtestad, is helemaal geredigeerd. Op 7 juli kwam ik voorbij de 50.000 woorden, het doel dat ik had ingesteld voor deze CampNaNoWriMo. Ik was na zeven dagen al een winnaar. Maar ik ben gewoon doorgegaan, net zolang totdat ik alle vijfentwintig hoofdstukken had geredigeerd. Het verhaal klopt nu helemaal volgens mij, het is geschikt voor de redactie. Ik kreeg het vandaag af, op 11 juli 2020.

In totaal heb ik nu 930.090 woorden geschreven gedurende zes jaren NaNoWriMo en CampNaNoWriMo, sinds oktober 2014. Ik vind het nog steeds een goed idee om mee te doen. Tijdens deze maanden bouw ik mijn routine op om elke dag te schrijven.

Vanaf morgen ga ik werken aan twee nieuwe, korte verhalen. Dat zal niet zo snel gaan als het redigeren van een roman die al geschreven is. Maar dat maakt niet uit. Ik heb nog twintig dagen, dus tien dagen per verhaal. Het moet me dus haast wel gaan lukken om twee verhalen te schrijven voor de Harland Awards van 2020. Ik heb nog steeds geen goed idee, dus dat ga ik eerst verzinnen. Het zal meer experimenteren zijn, maar voor de afwisseling is dat juist wel weer eens leuk.

Ik laat jullie in een volgend bericht weten hoe het gaat en of het is gelukt.

 

Groeten van Johanna Lime.

De eerste vijf dagen van CampNaNoWriMo juli 2020

5 juli 2020

Voortgang – Versie 4 van Interplanetair deel 1 – Ruimtestad

Voor mijn CampNaNoWriMo project van juli 2020 heb ik twee verschillende doelen.

Het eerste doel is het herschrijven, redigeren en controleren van mijn nieuwste manuscript. Dit wordt mijn volgende roman. Het eerste deel van Interplanetair, dat ik de titel Ruimtestad wil geven. Op 19 juni had ik het hele verhaal voor deze Fantasy-Scifi-roman uitgeschreven. Nu moeten alleen de puntjes op de i nog worden gezet.

In de eerste vijf dagen van CampNaNoWriMo heb ik hoofdstuk 1 t/m 10 alweer doorgewerkt. Ik ben bij de 40.719 woorden aangekomen. Het gaat heerlijk vlot. Toch moet er hier en daar nog wel iets worden aangepast. Over het algemeen ben ik best al tevreden met hoe het verhaal er staat. Alleen nog even controleren of ik het echt logisch heb opgeschreven, of de verwachtingen goed worden gewekt en ingelost en of het plot goed uit de verf komt.

Wanneer ik zo verder ga, raak ik in juli de 100.000 woorden misschien wel aan. Dan heb ik dus het dubbele van de 50.000 woorden voor dit zomerkamp.

Ik denk dat ik dan aan het eind van de tweede week of aan het begin van week 3 van juli 2020 mijn eerste doel gehaald kan hebben.

Dan heb ik nog zo’n anderhalve week voor het tweede doel. Dat is het schrijven van twee nieuwe, korte verhalen voor de Harland Awards. Ik vermoed dat het schrijven daarvan heel wat langzamer zal gaan. In ieder geval heb ik er op het moment nog niet de juiste inspiratie voor gevonden. Ik heb alleen een vaag idee over wie het zou moeten gaan.

Gelukkig haal ik CampNaNoWriMo al met gemak met mijn roman en kan ik over het schrijven van de verhalen voor de Harland Awards nog iets langer doen. Zolang ik maar elke dag bezig blijf met schrijven, komt het wel goed.

 

De laatste nieuwtjes van Johanna Lime.

Wist u dat er alweer een aantal mooie nieuwe recensies op mijn boekenwebsite bijgekomen zijn? Kijk even op https://boekenvanjohannalime.com, bij recensies voor Schamel verbond.

Er komen twee korte verhalen van mij in het HSF tijdschrift van de NCSF, één in juli en één in december 2020. Het eerste verhaal komt er al heel snel aan!
Geweldig leuk dat een verhaal van mij ook eens in een tijdschrift verschijnt.

Helaas gaat de HSFCon van 14 en 15 november 2020 in Nunspeet vanwege covid-19 niet door. Er kan niet voldoende afstand van elkaar gehouden worden, er kunnen te weinig mensen komen en de reclamecampagne vooraf is in het water gevallen door de lockdown. Hopelijk kan hij in 2021 wel georganiseerd worden en dan ben ik graag van de partij! Ik had drie lezingen in de planning en die wil ik natuurlijk graag geven, bovendien lijkt het me leuk om veel mensen te ontmoeten die van Science Fiction houden, zoals ik.

De twee verhalen die ik herschreven had en opgestuurd naar Edge Zero zijn niet door ronde 1 gekomen. Helaas, pindakaas. Ik denk dat ik ze dan maar weer als e-book uit zal geven, want verstoffen op de harde schijf van mijn computer is ook zo zielig.

Wisten jullie dat de eerste twee delen van de Randsteden serie (Carrière maken en Onnatuurlijk), het geïllustreerde scheppingsverhaal ‘De wording van Chyndyro’ en het geïllustreerde verhaal ‘Equilibrium op Mundus’ in de maand juli van 2020 gratis te downloaden zijn van mijn Smashwords pagina? En dat sommige andere verhalen met 50% korting te koop zijn? Nu is je kans om goedkoop aan die e-books te komen!

Ik ben schrijver van de maand juli bij Tazzy Jenninga. Er komen vier blogs van mij op haar website te staan. Volg ze daar of hier onder het kopje Berichten.

In 2020 is trilogie De vergeten vloek compleet te koop. Op artbooksshop.com kun je de hele trilogie met korting kopen.

https://www.artbooksshop.com/search/?search=Johanna+Lime

De twaalfde Saturnusmaan is via mij te koop of via de website van uitgeverij aquaZZ.

https://www.aquazz.com/De-twaalfde-Saturnusmaan-%7C-Johanna-Lime

De Zilverbron boeken van Johanna Lime zijn via artbooksshop.com te koop of gesigneerd bij mij. Koop je bij mij dan krijg je er een mooie boekenlegger bij met de kaarten uit de verhalen.

Sinds kort is Schimmenschuw als e-book uitgegeven

Wil je nog een leuk verhaal lezen (vanaf 10 jaar), download dan ‘Hoe een oger uit Geoglurk de aardmannen hielp van Smashwords. Je bepaalt zelf de prijs. Gratis mag ook.

Kijk op 30 juli naar Acties op de boekenwebsite. Daar is een boek te winnen, tot 6 augustus.

Ik hoor heel graag wat je van mijn romans en korte verhalen vond. Wil je dat a.u.b. laten weten als je iets van mij gelezen hebt? Alvast bedankt.

Groeten van Johanna Lime.

Het struikelblok

6 juni 2020

Het struikelblok

Zoals jullie inmiddels waarschijnlijk wel weten, wanneer je mijn blogs volgt, is dat ik mijn romans plot in Excel. Ik ben eerder een planner dat een organische schrijver. Toch betekent dat niet dat ik het verhaal in een keer helemaal goed opschrijf. Het gebeurt telkens weer dat er tijdens het schrijven van alles aan het verhaal verandert. Een schema is nog geen garantie voor een vaste plaats waar scènes precies in zullen vallen. Er schuift van alles heen en weer tijdens het schrijfproces en scènes die begonnen met een vaag idee worden steeds duidelijker en gedetailleerder door de tijd.

Pasgeleden stokte mijn tweede versie van Interplanetair deel 1, het nieuwe verhaal waar ik nu aan bezig ben, in hoofdstuk 17. Ik kwam tot de conclusie dat ik op de verkeerde planeet was geland, bij een volk dat eigenlijk nauwelijks iets met het conflict te maken had. Daarom heb ik dat eruit gehaald en ben ik opnieuw begonnen. Ik heb een versie 3 gemaakt en heb alle hoofdstukken opnieuw doorgenomen vanaf hoofdstuk 1 tot aan hoofdstuk 17. Best handig want het is direct geredigeerd. Pas toen ik dat gedaan had en ik het verhaal zag opknappen, ben ik doorgegaan met de volgende hoofdstukken.

Ik kan het niet, eerst het hele verhaal neerzetten en daarna pas gaan redigeren. Niet als mijn intuïtie of de logica van de gebeurtenissen me vertelt dat ik verkeerd bezig ben. Eerst moeten de ‘fouten’ er uit zijn, voordat ik verder kan komen. Het wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe moet kloppen in het verhaal. Als dat niet goed is, stuit ik tegen een struikelblok aan en kom ik geen steek verder.

Het is nu al voor de tweede keer dat ik dit ervaar. Bij Schamel verbond had ik ook zo’n moment, ongeveer in het midden van het verhaal. Ik zat vast en kon pas weer verder toen ik me realiseerde wat de oplossing van een groot probleem moest zijn. De Avatars! Hoe kon het dat ik die vergeten was? Het hele verhaal draait immers om Hen!

Nu heb ik alweer zo’n struikelblok moeten overwinnen. Nadat hoofdstuk 17 zich op een andere plaats afspeelde, kon ik pas weer verder met de hoofdstukken erna. Vervolgens kwamen er nog twee hoofdstukken die ook weer erg lastig waren. Maar dat kwam doordat het ene hoofdstuk vanuit het eerste personage geschreven was en het volgende vanuit het tweede personage. Die twee hoofdstukken zijn intussen ook wel weer geschreven. Ze zijn echter wel een heel stuk korter geworden dan te doen gebruikelijk. Hoe dat komt? Ik denk doordat het om vechtscènes gaat, met korte zinnen en veel spanning. Ik plaats ze niet in één hoofdstuk, want dat zou verwarrend zijn. Het wie en waar is per hoofdstuk verschillend. Pas nadat ik die twee actievere hoofdstukken ook geschreven had, kwam het oude vertrouwde gevoel weer terug en wist ik hoe ik verder moest. Het ging weer stromen.

Zoals ik in mijn vorige blog schreef, kijk ik tegenwoordig af en toe naar YouTube filmpjes om te zien hoe andere schrijvers het aanpakken. Ik zag en hoorde dat Jerry Jenkins ook vaak tegen een struikelblok aanloopt, ergens midden tussen het begin en het eind van het verhaal. Ik ben dus niet alleen, een schrijver die al meer dan 190 boeken heeft geschreven, kan hier ook nog last mee hebben.

De enige manier om zoiets te overwinnen, is je vasthouden aan de passie voor je project. Bij het struikelblok moet het niet fout gaan, daar mag het schrijfproces niet stoppen. Dit punt moet dramatisch zijn en spannend, de beloftes aan de lezer moeten doorgang vinden en worden ingelost. Nu ik over dit punt heen ben, gaat het schrijven ineens weer een heel stuk gemakkelijker.

Nog vijf hoofdstukken, misschien zes, dan is mijn verhaal geschreven. Ik heb er vertrouwen in dat alles goed komt. Langzaam begint zich alweer een plan te vormen voor deel 2. Ik heb zelfs met Shutterstock afbeeldingen de voorstellen voor de kaften al gemaakt. Een nieuw project voor CampNaNoWriMo van juli 2020 zit in het verschiet.

Een professionele schrijver is een amateur die niet is gestopt.

Nee, er nu mee stoppen? Dat ben ik niet van plan. Ik moet de passie vasthouden en verder gaan met dit verhaal.

Groeten van Johanna Lime

Koude koffie

30 mei 2020

Koffie hoort bij schrijven

Dat schrijvers niet zonder koffie kunnen is, als ik het zo bekijk in berichtjes en afbeeldingen op het internet, een bekend feit. Ik moet toegeven dat koffie mij goed helpt om ’s morgens op te starten en dat het helpt om mij te concentreren en helder te blijven denken.

Of toch niet?

Ik vond onderstaande tekening (of ongeveer zoiets) op Pinterest, waar een uitleg met verzamelingen op te zien is. Schrijven is dus eigenlijk ook een soort van wiskunde, als je het goed beschouwt. Want hieruit blijkt:

  1. Je hebt als schrijver een goed verhaalidee nodig, je moet weten wanneer je het manuscript in moet leveren bij je uitgever én je hebt koffie nodig!
  2. Alleen een verhaalidee en koffie zorgen voor een briljant plot, maar zet je niet aan tot schrijven. Dus dan krijg je nog geen manuscript af om in te leveren.
  3. Alleen een goed verhaalidee en een uiterste inleverdatum voor je manuscript laat je nachtenlang doorzwoegen om op tijd af te krijgen, maar het manuscript blijft vol spelfouten zitten.
  4. Alleen een uiterste datum en koffie laten je weken zoeken naar de namen voor je personages, maar je krijgt nooit een goed verhaalidee. Dus ook geen boek!
  5. Pas als je alle drie hebt (een goed verhaalidee, een uiterste inleverdatum voor je manuscript én koffie), kun je een bestseller schrijven. En wel in zeer korte tijd!

Conclusie: koffie is een essentieel onderdeel van het schrijven.

Schrijfwerk, maar niet zonder koffie.

Het is dus, gezien het bovenstaande logisch. Schrijfwerk moet je doen met koffie erbij.

Toch is de praktijk wel even anders, heb ik gemerkt. Soms zit ik echt lange tijd te zoeken naar mooie namen voor personages, details voor het verhaal, omschrijvingen van hoe alles eruit ziet, bewoordingen voor acties, onderdelen van wapens en ruimteschepen. Ik vergeet soms hoe iets eerder in het verhaal genoemd is en moet het dan weer op gaan zoeken. Gelukkig lukt dat wel in Word, want daar zit een handige zoekfunctie in. Maar dan moet je nog wel weten hoe je iets had verwoord. Was het nou het Geminihotel of Hotel Gemini? Was het nou een roltrap of iets met het woord baan erin? En welke naam heb ik nou ook alweer precies gebruikt voor de planeten en de wezens uit het verhaal? Gelukkig kan ik voor dat laatste een hele uitwerking gebruiken die ik eerder heb gemaakt. Ook voor de personages, want die staan uitgewerkt. Alleen raadpleeg ik die documenten tijdens het schrijven bijna nooit meer. Maar als het nodig is, heb ik ze wel achter de hand. Soms maak ik een schetsje, zoals die voor de juiste route in een mijn. Maar voor de ruimtestad heb ik nog steeds geen plattegrond. Die had ik willen maken en dat moet nog steeds. Misschien moet ik dat toch echt maar eens gaan doen, want nu zoek ik me rot. Ik zat in een hoofdstuk vast, omdat na veel wikken en wegen bleek dat ik de verkeerde slachtoffers had. Er moesten twee anderen dood. Ja, als schrijver speel je wel voor god.

Conclusie: er gaat veel tijd in zoekwerk zitten. Bovendien veranderen verhaalideeën terwijl ik bezig ben. Komt er een beter idee in mijn gedachten, dan moet het eerdere daarvoor wijken. Want het verhaal moet natuurlijk wel zo goed mogelijk worden. Schrijven is al net zo vloeibaar als mijn denkproces vaak is. En net zo vloeibaar als mijn koffie!

Ik heb het plot helemaal uitgewerkt staan in Excel. En toch ging het even heel erg stroef met schrijven. Ik zat in de POV van het eerste personage en moest van hem uit verder. Pas na een paar dagen niet schrijven, is het weer gelukt. Ook als ik niets schrijf blijf ik onbewust toch met mijn verhalen bezig en uiteindelijk dringt de oplossing zich vanzelf wel aan. Ik kwam vandaag in een geweldig sterke stroomversnelling en schreef een heel nieuw hoofdstuk achter elkaar af. Wauw! Wat een geweldig gevoel geeft dat.

Conclusie: Je kunt nog zo’n strak plot hebben, het schrijfproces verrast je telkens weer.

Soms zit ik een paar uur wat te schrijven op een dag en dan schiet het maar niet op. Als ik het dan de volgende dag teruglees, zie ik dat de zinnen beter kunnen. Dan ga ik dat eerst weer redigeren voordat ik verder ga. Er zijn meer schrijvers die het zo doen, zag ik in een paar YouTube filmpjes. Daar kijk ik de laatste tijd weleens naar, want het is handig om te horen hoe een ander het aanpakt. Ik heb de kunst een beetje afgekeken van Jerry Jenkins, Jenna Moreci, Michael La Ronn en Alexa Donne. Hoewel ik merk dat hun situatie als schrijver in de USA wel heel anders is dan die van mij, is het toch fijn om te horen hoe zij het aanpakken. Ze hebben soms goede tips over schrijven en soms zitten er filmpjes bij waar ik me niet zo in kan vinden. Die laat ik dan links liggen, want uiteindelijk bepaal ik zelf wat voor mij werkt en wat niet.

Conclusie: Tussendoor redigeren van wat eerder is geschreven werkt voor mij.

Hoe komt de koffie zo koud?

Regelmatig gebeurt het dat ik koffie ingeschonken heb en dat die helemaal ijskoud wordt. De tijd vliegt dan voorbij. Ik ben die volle mok met koffie helemaal vergeten. Dus de conclusie dat koffie essentieel is bij het schrijven, klopt ergens ook weer niet. Ik kan best schrijven zonder koffie.

Hoe dat komt?

Ik zat in een andere wereld

Ja, echt. Ik zat helemaal in de wereld van mijn verhaal. Nergens heb ik dan nog erg in. Ik ben zo geconcentreerd bezig dat ik de tijd compleet vergeet. Voordat ik het weet staat de klok ’s middags ineens op zes uur, terwijl ik om vijf uur het eten had willen koken. Of als ik er ’s avonds nog even voor ga zitten, is het voor ik er erg in heb al ver na middernacht. Dan had ik allang in bed moeten liggen.

Dit vind ik helemaal niet erg, hoor. Want als ik op die manier bezig ben, heeft het verhaal me vast en dan maak ik echte kilometers. Vandaag kreeg ik hoofdstuk 18 van Interplanetair deel 1 af. Ik zit aan de 76.662 woorden voor het manuscript. Misschien moet ik een paar hoofdstukken die hierna nog komen wel samenvoegen tot een hoofdstuk, want anders wordt dit boek alweer heel dik. En het moet een beetje dunner dan bij de eerste trilogie. Vooralsnog denk ik dat het me prima lukken zal. Morgen verder vanuit de tweede POV, dan gaat het erom spannen. Het wordt een kwestie van erop of eronder. Hopelijk kom ik ook dan weer in een mooie stroomversnelling, dan krijg ik een fijne Pinksterzondag.

En misschien smaakt zelfs de koffie goed.

Groeten van Johanna Lime

Niet perfect is ook goed

30 april 2020

Niet perfect is ook goed

Achteraf gezien heb ik de maand april 2020 goed besteed. Misschien ging het schrijven niet helemaal perfect, maar dat hoefde wat mij betreft ook niet. Het was mijn doel om drie nieuwe, korte verhalen te schrijven voor de themawedstrijd Waterloper 2020. Dat is mij gelukt!

Ik heb werkelijk geen idee wat de jury van deze drie verhalen vinden zal. Natuurlijk niet, dat krijg ik pas te weten tijdens of na de prijsuitreiking. Ik heb voor mezelf besloten dat ik het helemaal goed ga vinden, zelfs wanneer de verhalen onder aan de ranglijst komen te staan. Ik ga me er niet langer om verbijten als ik de tweede ronde niet eens haal. Zelfs niet als mijn verhalen gediskwalificeerd worden. Het is goed. Perfectionisme kan soms ook te ver gaan.

Ik hoop natuurlijk wel op meer, maar weet ook dat ik de dingen vaak anders bekijk dan een jury of een lezer. Ik pas moeilijk in een hokje, daar heb ik mijn hele leven al moeite mee.

Zelf ben in tevreden met wat ik in april geschreven heb. Ik vind de drie verhalen goed geworden. Het was in het begin een beetje zwoegen. Maar het schrijven met een summier verhaalschema lukte wonderbaarlijk goed. Het was een leerzaam proces waar ik plezier in kreeg. Het was leuk om de verhalen dag na dag te zien groeien. Om alinea’s die de ene dag geschreven waren, beter te zien worden omdat ik ze de dag erna eerst weer ging redigeren. Na dat redigeren schreef ik weer verder. Het stuk dat ik die dag nieuw geschreven had, redigeerde ik de volgende dag weer, enzovoorts. De woordkeus werd beter, zinnen liepen anders, fouten werden er al schrijvende uitgehaald. Het verhaal paste bij mijn logica.

In tegenstelling tot mijn boeken, had ik van tevoren geen plot bedacht. Ik schreef deze korte verhalen spontaan, als een pantser. Broek op de stoel en schrijven! Maar al gauw vulde ik toch wel een summiere planning in. Een schema dat tijdens het proces intuïtief weer alle kanten op vloog, omdat er nieuwe inspiratie kwam. Wat een nachtje slapen met je geest doet, is echt te gek voor woorden! Verhalen worden geboren in het onderbewuste van een mens, dat heb ik inmiddels wel geleerd. Daar zit alles opgeslagen wat je ooit zintuiglijk ervaren hebt, wat je ooit bedacht hebt, wat je ooit gelezen of gezien hebt. Daar komen de associaties tot stand die een verhaal doen opwaaien. Daar begint de brainstorm. Zelfs, of misschien juist wel, met idioot lastige thema’s als van een schrijfwedstrijd die Waterloper heet.

Ik ga ze in mei opsturen en dan zie ik wel wat ervan komt. Wat ik nu al weet, is dat deze verhalen het ooit waard worden om gepubliceerd te zijn. (Het liefst na herschrijven aan de hand van een deugdelijk juryrapport, natuurlijk, als de wedstrijd weer voorbij is).

De CampNaNoWriMo van april heb ik gewonnen. Het wordt natuurlijk enorm spannend als mijn verhalen straks zijn opgestuurd en door een jury beoordeeld worden. Maar perfect hoeft niet, ik hoef die wedstrijd niet te winnen. Zo krampachtig als ik er vorige jaren in stond, daar doe ik niet meer aan. Ik heb er meer vertrouwen in. Dat ik een goede schrijver ben, hebben vijf gepubliceerde boeken me nu inmiddels wel geleerd. Dat heeft de redactie van manuscripten die steeds beter waren me intussen wel geleerd. Ik hoef met niet te bewijzen met korte verhalen. Daar ben ik gewoon minder sterk in dan in dikke boeken schrijven. Mijn prijs heb ik al gewonnen. Ik heb genoten van het schrijfproces, dat gaf me plezier. Er staan weer echte gekke dingen in deze drie verhalen, dingen die alleen Johanna Lime bedenken kan. Ik ben er nu al trots op. Kom maar op met die wedstrijd. Ik heb er zin in om mijn collega-schrijvers te ontmoeten. Om te horen hoe het hen vergaan is. Nu nog hopen dat het aan het einde van dit jaar wel weer mogelijk zal zijn.

Onverwachte herschreven inzendingen

Wat ik ook heel fijn vond, was herschrijven voor Edge Zero. Twee verhalen die vorig jaar meegedaan hadden aan Waterloper 2019 onder handen nemen. Sommige adviezen uit de juryrapporten ter harte nemen, omdat ze me mogelijkheden boden om de verhalen te verbeteren. Andere opmerkingen naast me neer leggen omdat ik me niet laat vertellen wat ik schrijven moet. Ook in dat soort beslissingen ben ik sterker geworden. Ik volg mijn eigen inzichten, al neem ik goede raad graag aan. Wat er met de verhalen gaat gebeuren die naar Edge Zero zijn gestuurd weet ik natuurlijk ook nog niet. Maar daarvoor geldt hetzelfde. Het is goed. Ik weet dat ze beter zijn geworden in de herschrijfronde. Ze kunnen de kritiek weerstaan.

Wat ik heel leuk vond is het herschrijven van ‘Hoe een oger uit Geoglurk de aardmannen hielp’. Dat was een verhaal uit 2015, wat in 2019 was herschreven en nu dus weer herschreven is. Het is een verhaal voor tieners, dat erg humoristisch werd gevonden en daarom heb ik het als e-book op Smashwords gepubliceerd. Ook daarbij heb ik elementen uit het juryrapport ter harte genomen, waardoor er iets meer spanning ingekomen is. Ik hoop dat veel lezers vanaf 10 jaar het met plezier zullen lezen. (Kijk in Publicaties NL voor de link).

Op het eind van de CampNaNoWriMo ben ik begonnen aan een sciencefiction verhaal voor HSF. Of dat me gaat lukken? Ik weet het niet. Ik ben bang dat ik me laat intimideren door de eisen. Science fiction (harde waarschijnlijk) in minder dan 3000 woorden. Kan ik dat wel?

Ik twijfel er nog over, hoewel ik inmiddels wel een geniale titel heb bedacht. In mei nog maar eens verder sleutelen aan dit verhaal.

En dan weer gauw verder aan mijn manuscript voor mijn zesde boek, het eerste deel van de Interplanetair trilogie bij Zilverbron.

Groeten van Johanna Lime