Bij lange na geen winnaar van NaNoWriMo 2020

28 november 2020

Schrijven ging niet, de redactie wel

Op deze datum had ik voor NaNoWriMo van november 2020 al winnaar kunnen zijn, maar het is me dit jaar niet gelukt. Ik heb slechts 10.682 woorden gehaald en voor de rest van de maand november geef ik er de brui aan. Vanaf 1 december ga ik zelf wel een dagelijkse wordcount proberen te halen, dan maar zonder website waar je alles bij kunt houden. Gewoon, in mijn schrijfroutinetacker in Excel.

Vanwege het overlijden van mijn vader had ik deze maand wel iets anders aan mijn hoofd dan de NaNoWriMo wedstrijd. Na de begrafenis moest ik samen met mijn broer, schoonzus en neef mijn vaders flat leegmaken. Gisteren kon ik de sleutel van de huurwoning overdragen aan de verhuurder en daarmee kwam er definitief een einde aan alle bezoekjes aan de flat waar mijn vader de laatste dertien jaren heeft gewoond. Na alle mantelzorg voor mijn ouders is het toch wel een vreemd idee dat ik daar nu niets meer te zoeken heb. Er is een tijdperk afgesloten. Ik ben helemaal vrij en los van de verplichtingen die ik als dochter had. Alle administratieve zaken moeten nog wel verder worden afgehandeld en dat kan best nog even duren, maar daarna zal ik toch echt moeten gaan bepalen hoe ik verder wil. Het besef dat ik helemaal alleen ben, zonder ouders en zonder Dinie, daalt wat dieper in. Gelukkig is mijn broer weer terug en ik verheug me op nieuwe logeerpartijen.

Redactie van Interplanetair deel 1 Ruimtestad.

Op 13 november schreef ik dat het redactiewerk voor mijn volgende boek wel door is gegaan. En het lijkt er veel op dat mijn redactrice, Natascha van Limpt, in de afgelopen week nog wat sneller doorgewerkt heeft met soms wel meer dan drie hoofdstukken per dag. We zijn nu bezig met de eindredactie, met redactieronde 2. Gisteren was hoofdstuk 20 van de 25 aan de beurt, dus dat is alweer 80%, net als vorige week, maar nu dan wel van de tweede redactieronde.

Ook bij de eindredactie is het soms weer slikken als ik zie wat er allemaal nog beter kan, maar als ik dat dan heb aangepast en het verhaal teruglees, merk ik dat het zoveel spannender geworden is, veel leuker voor de lezer, veel beter voor het boek. Het blijft een heel vreemd fenomeen dat je als schrijver gewoon blind bent voor die zaken die een redactrice eruit kan filteren. Petje af voor Natascha!

Nog een week doorwerken, vermoed ik. Dan kan het verhaal al naar de woordredactie.

Terwijl ik aan de redactie bezig was, realiseerde ik me dat ik nog helemaal niemand heb gevraagd voor een blogtour. Daar mag ik dus weleens over na gaan denken. Dus als je zelf een blogger bent en je hebt er zin in om mijn nieuwste boek straks te recenseren, mag je gerust contact opnemen. (via een chat op mijn Facebookpagina bijvoorbeeld).

Ik bedacht ook dat ik weleens voor een mooie foto op de kaft kon gaan zorgen. Dus ik heb de stoute schoenen aangetrokken en iemand benaderd voor een fotoshoot. Deze keer zal ik er alleen op staan en de selfies die ik heb gemaakt zijn echt niet mooi genoeg.

Wat ik hoop, is dat de uitgeverij mijn voorstel voor de cover volgt, want die stad wordt in het boek beschreven en als ze voor een ander plaatje gaan, past mijn tekst er niet meer bij. Ik maak me daar best zorgen over. Verder heb ik het concept voor de flaptekst al doorgelezen en daar moet ook nog wel wat aan veranderen. Best nog veel te doen dus voordat het boek uit kan komen.

Bovendien vraag ik me af of ik nog een kaart zal tekenen als promotiemateriaal. Wat zal ik weer bestellen aan boekenleggers en dergelijke, als het boek uitkomt? Het gaat toch eigenlijk best snel. Voor mijn gevoel zijn Schamel verbond en De twaalfde Saturnusmaan er nog maar pas. Maar dat komt ook wel door dit vreemde jaar zonder beurzen, vanwege covid-19.

Afijn, ik heb nog even. Wel ben ik van plan om weer een december winactie te gaan doen op mijn boekenwebsite. Ik doe trouwens ook al mee aan de December Feestmaand van de Zilverboekenclub, daar is elke dag van december 2020 een boek van Zilverspoor/Zilverbron te winnen. Dus als je dat nog niet wist, kijk dan eens op die pagina op Facebook.

Terug naar het plotten en dan weer schrijven aan deel 2

Zodra de redactierondes klaar zijn moet ik terug naar de tekentafel. Er zijn wijzigingen in het verhaal waardoor de aansluiting naar boek 2 net wat anders moet. Bovendien kreeg ik vannacht een idee over de Interplanetaire samenwerking die anders gaat verlopen. Daardoor moet ik het plot van deel 2 aan gaan passen. Daarna heb ik dan een ander plan voor deel 3. En zo blijft alles wat er rondom het verhaal gebeurt steeds maar in beweging. De actie van de redactie roept een reactie voor het schrijven in de wereld. Niets staat stil, overal is energie.

Ik heb besloten om dus toch aan een versie 2 te beginnen die weer heel anders uit zal pakken dan versie 1, na wat ik uit de redactierondes heb geleerd. Ik ben van plan om in december 2020 te beginnen met schrijven aan Geestenpoort en kan in 2021 verder werken. Ik wil van deel 2 ook minstens vier versies te schrijven voordat ik het opstuur naar de uitgeverij. Behalve dat ik de nieuwe trilogie af wil krijgen ben ik zeker van plan om ook meer met tekenen te gaan doen. Gelukkig ben ik iemand die zichzelf wel bezig houdt en die weinig externe prikkels nodig heeft. Hopelijk heb ik nog even om al mijn plannen waar te maken.

Dit is mijn nieuwe schrijfproject nadat de redactie van deel 1 klaar zal zijn.

Groeten van Johanna Lime

 

Door familieomstandigheden minder kunnen schrijven

13 november 2020

Planning niet gehaald

Op deze datum zou ik voor NaNoWriMo van november 2020 al minstens 21.671 woorden geschreven moeten hebben. Ik heb er echter nog maar 6.486. De afgelopen tien dagen is er helemaal niets meer bijgekomen. Ik heb de NaNoWriMo voor 2020 eigenlijk al opgegeven, want die 50.000 woorden voor mijn volgende manuscript kan ik vast niet meer halen. Er is nog zoveel te doen, ik heb nauwelijks tijd over om te schrijven aan mijn nieuwe verhaal. Bovendien wil ik het beetje tijd dat ik overhoud gebruiken voor de redactie van deel 1 van Interplanetair, dat over een paar maanden uitgebracht wordt bij Zilverbron. Dus weinig kans van slagen voor de NaNoWriMo van dit jaar.

Wat is er gebeurd?

Precies op 1 november werden mijn broer en ik gewaarschuwd dat het erg slecht ging met mijn vader. Hij mankeerde al van alles en de mantelzorg werd steeds zwaarder, maar de afgelopen tijd kwamen er wel heel veel ernstige klachten bij. Mijn vader was 94, hij was bijna doof, bijna blind, liep met een rollator, viel soms plotseling om en had de laatste tijd ernstige bloedarmoede en veel te weinig zuurstof in zijn bloed. We hadden pas nog een CIZ indicatie aangevraagd en hij zou eigenlijk nodig naar een verpleeghuis moeten, voor intensieve zorg. Dat kon niet vanwege de lange wachtlijsten die daar waren. Ik vond zoiets ook nogal een risico in deze coronatijd, want ik hoorde dat patiënten uit ziekenhuizen naar verpleeghuizen werden overgeplaatst. Wat als hij er ook nog eens corona bij kreeg?

Gelukkig bleek hij dat niet te hebben en was de thuiszorg zo geweldig goed geregeld dat de verzorgenden die al jaren bij hem thuis kwamen hem ook heel intensief thuis konden verplegen. Mijn broer en ik zijn ontzettend dankbaar voor al hun hulp.

Ik had op 31 oktober al een stukje geschreven dat ik op 1 november voor NaNoWriMo heb gebruikt en op 1 november, voordat we opgeroepen werden, had ik ook nog flink doorgeschreven zodat ik die score op 2 november plaatsen kon. Maar tijdens het waken bij mijn vader lukte het niet meer zo vlot. Ik schreef in zijn huis nog wel iets met pen en papier, maar kwam lang niet aan de 1667 woorden per dag. Mijn hoofd stond er niet naar en ik had natuurlijk wel wat anders te doen dan schrijven voor een wedstrijd.

Op donderdag 5 november is mijn vader rustig ingeslapen. Mijn broer en ik waren blij dat wij hem in zijn laatste dagen nog hebben kunnen spreken, dat we hem konden helpen en dat hij niet alleen was.

De begrafenis vond op 10 november plaats en nu zijn mijn broer en ik bezig met alle rompslomp die bij een overlijden van een ouder hoort. Ik ben blij dat ik er deze keer niet alleen voor sta. Mijn broer woont gelukkig weer in Nederland, hij is een grote steun. We kunnen het samen doen.

Wat kan ik nog wel doen in november en wat doe ik erna?

We moeten even flink aanpakken voordat alles rustiger zal worden. Voor mij is het een heel dubbel gevoel om mijn vader kwijt te raken. Aan de ene kant ben ik blij dat er na 18 jaar mantelzorg voor Dinie’s moeder, voor mijn eigen moeder en voor mijn vader een einde is gekomen. Ik ben zoveel geliefde familieleden verloren de afgelopen jaren, dat ik bijna ben vergeten hoe het is om te leven zonder gedachten aan de dood. Ik ben bijna vergeten hoe het is om geen zorgen te hebben om familieleden die ik helpen moet. Vanmorgen hoefde ik niet vroeg uit bed om naar mijn vaders huis te gaan om allerlei klusjes voor hem te doen. Aan de andere kant realiseer ik me nu ook dat ik nu geen ouders meer heb en dat ik tot de volgende groep begin te horen die aan de beurt is om naar het hiernamaals te vertrekken, hoewel ik toch heel goed weet dat een hoge leeftijd hoegenaamd niets zegt over wie er aan de beurt zal zijn.

Ik krijg nu wel meer vrijheid om mijn eigen gang te gaan, zonder dat ik bang hoef te zijn om plotseling weggeroepen te worden, als enige contactpersoon van een ouder.

Ik moet opnieuw bepalen wat ik met de rest van mijn leven wil doen. Zal ik wel op de plek blijf zitten waar ik nu ben, of ga ik ergens anders heen? Waar vind ik weer verbinding? Ik moet ook opnieuw overdenken wat ik met schrijven en tekenen wil gaan doen en hoe ik mijn tijd daarvoor in ga plannen. Voorlopig heb ik een contract bij Zilverbron voor de nieuwe trilogie Interplanetair, maar andere verhalen spoken ook al lang weer door mijn hoofd. En nu ik schrijver ben, wil ik wel doorgaan met dat werk. Misschien wordt het net iets anders in de toekomst, misschien ga ik het nog eens combineren met tekenen, wat ik al jaren wil.

Het redactiewerk gaat door

Wat het schrijven betreft, ben ik erg blij dat Natascha in deze benarde tijd gewoon is doorgegaan met de redactie van mijn volgende boek. Telkens stuurt ze een of twee hoofdstukken naar mij op. We zijn vandaag al aangekomen bij hoofdstuk 20 van de 25, dus we hebben al 80% van de eerste redactieronde gedaan.

Dat redactiewerk was trouwens wel even flink slikken, want bij dit nieuwe manuscript, voor het eerste deel van een hele nieuwe trilogie, blijkt dat ik heel wat dingen heb opgeschreven die niet bepaald handig waren. Soms zag ik bij het openen van het bestand alleen maar geschrapte stukken tekst, rode of blauwe vlakken op de pagina’s. Ik moest mezelf wel even moed inspreken om die aan te pakken of gewoon te schrappen. Gelukkig bleek dat het vooral informatie was die later in het verhaal organisch terugkwam. Het was gewoon mijn ‘lerares’ die bang was dat de lezer te weinig informatie kreeg als er een heel nieuw verhaal begon. Wat ben ik blij met mijn redactrice die er open in gaat en zulke dingen eruit kan filteren.

En nu we al een poosje bezig zijn, zie ik het verhaal opknappen. Het wordt weer een boek om trots op te zijn. In de tweede redactieronde ga ik wel even goed kijken of er echt geen foreshadowing teveel geschrapt is, maar ik heb het gevoel dat het wel mee zal vallen.

En dan ben ik dus eigenlijk ook wel blij dat ik met deel 2 van Interplanetair nog maar tot en met hoofdstuk 7 van versie 1 gekomen ben, want ik leer hier ook weer veel van. Deel 2 bevat ook informatie die geschrapt kan worden. Toch ga ik eerst verder om het hele verhaal op te schrijven, straks in december en januari, als ik er weer tijd voor krijg. Met wat ik nu leer uit de redactie van deel 1, ga ik daarna nog een paar versies schrijven. Gelukkig heb ik nog wel even tijd voordat het in 2021 opgestuurd moet worden naar de uitgever. Er komen nog CampNaNoWriMo’s aan voor die tijd. Het komt wel goed. Ik ga me bezinnen op mijn toekomst. Het wordt beter, daar geloof ik in, want het blijkt in deze tijd vooral ook dat de meeste mensen deugen. Je zou het niet zeggen als je het nieuws steeds volgt, maar het nieuws werkt net als boeken, de conflicten krijgen de aandacht. Zonder conflict is het niet spannend. Als je die spanning niet wilt ervaren, zoek dan het midden op en blijf dicht bij jezelf. Ik word rustig als ik teken en schrijf. In het midden van de storm is het windstil, daar kun je jezelf zijn.

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 18 – Johanna Lime over schrijven

15 oktober 2020

Het achttiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over wereldbouw, sfeerbeelden, stemmingen en emoties.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Wereldbouw

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, kom je er niet onderuit om een verbeeldingswereld te bouwen, een goed uitgedachte setting waarin de verhalen zich afspelen. Bij een fantasywereld hoort traditioneel al gauw een middeleeuwse setting. Bij sciencefiction gaat het eerder om technieken van de toekomst.

Ik ben misschien wel een rebel, omdat ik voor mijn verbeeldingswereld van beide gebruik gemaakt heb. Sommige critici hoor ik al ‘foei, foei!’ roepen, maar ik heb het toch gedaan. Ik vond die middeleeuwse settings waarover ik vroeger las namelijk tamelijk deprimerend voor de ontwikkeling van verhalen die de moderne man of vrouw uit onze tijd zou lezen. Tegenwoordig merk ik dat steeds meer schrijvers in staat zijn om er dan toch een hedendaags verhaal van te maken en bijvoorbeeld een vrouw als hoofdpersoon te nemen. In moderne boeken valt het met de ontwikkeling van de personages nog wel mee.

Maar zoals gezegd, ik heb een combinatie gemaakt. Ik zocht een ruimer perspectief. Mede daarom heb ik voor de wereld van Eibor Risoklany twee grote koninkrijken verzonnen die elk bestaan uit vijf planeten. Het ene koninkrijk. Laskoro, is in de Plejaden gelegen, in het sterrenbeeld Taurus. Het andere, Berinyi, zit in de Rosettenevel van Monoceros. Daar kwam natuurlijk ook mijn interesse in sterrenbeelden bij om de hoek kijken. Ik heb ervoor gekozen om fantasy-elementen zoals magie te combineren met technieken van de ruimtevaart. De families die in deze koninkrijken wonen, komen oorspronkelijk van de Aarde. Daarom hebben de goden, de Avatars van de godenplaneet Eibor Risoklany, de draken de opdracht gegeven om werelden te scheppen die nog wel veel op onze Aarde lijken. Mijn boeken komen dus vaak bekend over bij lezers, want het referentiekader hebben ze alvast. Toch zijn er best ook veel verschillen met onze Aarde.

Om de oorspronkelijke aardbewoners, die crashten op Eibor Risoklany, te laten overleven, moesten de goden hen genetisch manipuleren. Dat is een thema wat in mijn boeken nogal eens naar voren komt. Bepaalde HSP families kregen een magie-gen. Er ontstonden zeven magische dynastieën. Alleen hadden de mensen iets negatiefs meegebracht van de Aarde, namelijk hun machtshonger. De godenplaneet werd opgeblazen door magie. Wat er daarna is gebeurd, is te lezen als kortverhaal in het e-book ‘De wording van Chyndyro’.

Daarvandaan is de wereld verder uitgebreid. Door alle machtshonger waaruit oorlogen ontstonden, kwam de vloek. De magie werd lange tijd vergeten, mensen hadden wel iets ander te doen, ze moesten zien te overleven. Er ontstond een disharmonie in de bevolking, de ontwikkelingen verliepen anders dan in een wereld met alleen magie. Technieken werden uitgevonden en zo ontstonden koninkrijken met magie en ruimtevaart. In iedere koninkrijk is er een ander politiek systeem. Het vervoer over de planeten gaat overal net weer wat anders, maar wel met gebruikmaking van de energie uit ritovysche kristallen. Afijn, je kunt het allemaal lezen in mijn boeken.

Als een van de moderatoren van de Facebookgroep ‘Zilverboekenclub’, ben ik degene die achter de vragen over wereldbouw zit die elke maand beantwoord worden door schrijvers van Zilverspoor en Zilverbron. Ik stelde ze de volgende vragen, die uit een uitgebreide vragenlijst over wereldbouw gekomen zijn. Uit deze vragen mochten ze er een paar kiezen om te beantwoorden voor hun boeken:

  1. Bestaat je wereld uit een planetenstelsel, een aantal landen, een bepaald land, een streek, een stad of nog iets anders? Hoe ziet het er daar uit? Kun je iets vertellen over landschappen / gebieden die anders zijn dan bij ons / hoe speciale gebouwen eruit zien?
  2. Als er magie is. Hoe wordt de wereld dan beïnvloed door de aanwezigheid van magie?
  3. Zijn er ook niet-menselijke rassen, verzonnen dieren (draken, eenhoorns) en hoe hebben die de wereld beïnvloed? Zijn er speciale gebieden waar zij voorkomen?
  4. Zijn er speciale planten of kruiden in jouw wereld en hoe heten die? Zijn er speciale voorwerpen? Wat is hun functie in het verhaal? Wat doen ze?
  5. Hoe is het bestuur van de wereld geregeld? Is er een koningshuis, hoe zit de regering in elkaar, wie hebben de macht in handen? Is er een hiërarchie en wie komen er dan slecht vanaf?
  6. In welke tijd leven de wezens in deze wereld ongeveer? Passen ze in een verleden, een heden of een toekomst wanneer je het met onze wereld vergelijkt? Of is er eigenlijk moeilijk een vergelijking te maken?
  7. Wat zijn de snelste manieren om te reizen? Zijn er goede wegen? Wat wordt er gebruikt voor het transport?
  8. Wat wordt er normaal gegeten in jouw wereld? Zijn er ook feestelijke gerechten of speciale lekkernijen? Zijn er gerechten die betoverd kunnen zijn? Heb je misschien een recept voor een gerecht?
  9. Wat is de staat van de verschillende kunstuitingen (dans, muziek, theater, enz.) in deze samenleving? Worden artiesten vereerd of gewantrouwd?
  10. Welke gebeurtenissen gebruiken mensen voor de jaartelling? Hoe weten de mensen hoe laat het is? Zijn er klokken, horloges, zonnewijzers, enz. of moeten de mensen naar de klokken luisteren van het kasteel, de kerk, of kijken ze naar de stand van de zon?
  11. Wat voor kleding dragen de mensen? Hoe duur is kleding? Kunnen de materialen ter plaatse geproduceerd worden of moet alles of een deel ervan geïmporteerd worden? Zijn er beperkende wetten die bepalen wie welke kleding mag dragen? Wat zijn de straffen? Wie bepaalt wanneer het nodig is om de wetten te veranderen? Hoe vaak worden ze aangepast?
  12. Hoe groot is de rol van de verschillende religies en filosofieën in het openbare leven en in het privé leven? Worden filosofen en theologen beschouwd als academici of staan ze te debatteren op de markt zoals bij Socrates? Hoeveel invloed hebben hun theorieën op de manier waarop mensen zich werkelijk gedragen?
  13. Zijn er verschillende talen voor de verschillende rassen (dwergen, elven, enz.) of is de taal meer gebaseerd op geografische invloeden dan op ras of soort? Is ere en special taal die je moet leren om met draken te kunnen praten of met andere magische dieren?
  14. Heb je een kaart van je wereld gemaakt en mogen we die plaatsen?
  15. Bij welk boek of bij welke boeken hoort deze wereld?

In het menu ‘Trilogie De vergeten vloek’ op mijn website  https://boekenvanjohannalime.com staan een paar blogs waar ik zelf op deze vragen inga voor mijn boeken.

Sfeerbeelden

Voor de setting van een verhaal kun je behalve voor een uitgebreide wereldbouw ook gebruik maken van sfeerbeelden. Op Berinyi overheersen de kleuren rood en paars bijvoorbeeld vanwege de rode ster Bara. Op Laskoro is het licht van de ster Atlas juist nogal scherp en wit. De kleuren in de natuur lijken daar meer op die van de Aarde, wanneer de zon fel schijnt.

Op Laskoro komen velden met zonnebloemen voor die ze op Berinyi niet hebben. Er zijn ook sinaasappels, die later van Chyndyro naar Berinyi worden meegenomen. Eerder kenden de Berinezen deze vruchten nog niet. Op Berinyi heb je grote olifanten die de Laskorianen niet kennen.

Op Laskoro zijn er hogesnelheidswegen waar auto’s door de weg voortgetrokken worden. Groepjes auto’s zitten vast met energielinten en gaan zo snel dat ze in een dag de halve planeet over kunnen komen. Op Berinyi heb je een trein die op een monorail over ritovysche energie zweeft en ook heel hoge snelheden maakt. Maar wil je naar de Vuurberg, dan zul je te paard de berg op moeten klimmen.

Op Laskoro heb je enorme bruggen, zoals de Grote Driesprongbrug, terwijl je op Berinyi veerponten hebt die over de zeeën tussen de districten de passagiers overzetten die uit de trein gekomen zijn. Met deze elementen worden de sfeerbeelden van mijn verbeeldingswereld bijvoorbeeld gevormd.

Stemmingen

Bij stemmingen kun je denken aan een griezelige sfeer. Wanneer in mijn boek ‘Schimmenschuw’ de hoofdpersoon Kamilia in een donkere grot zit opgesloten bij de schim van de rode draak die vroeger hele legers met zijn adem heeft verbrand, is dat best een griezelige situatie.

Het wordt juist vrolijk als opa Nikos, de vuurmagiër, een grapje vertelt over een ijsbloem die van een bergrichel wordt gehaald en dan gesmolten is bij terugkomst in het dal.

Spannend is het juist weer als Kamilia, vanwege een tijdslot op de deur van de toren, binnen tien minuten weg moet zijn bij de geest van de blauwe draak. In die tijd moet het haar lukken om een artefact mee te nemen, omdat ze anders niet naar huis kan.

Je kunt dus een grote wereldbouw hebben, maar de details van de wereld en de stemmingen van de personages zijn voor je verhaal net zo belangrijk.

Emoties

Door emoties mee te nemen in je verhalen, maak je het voor de lezer mogelijk om zich in te leven in de personages. Daarom is ‘show don’t tell’ zo belangrijk voor verhalen. Vooral tegenwoordig waar we zoveel films kunnen kijken en alles voor ons zien zoals de regisseur dat heeft gemaakt. Alleen bij boeken maak je er eigen beelden bij, die zijn dus authentieker, eigener dan bij een film en meestal zijn boeken ook veel uitgebreider.

Bij ‘Lord of the rings’ kijk ik liever naar de films. Dat heeft te maken met dat er sinds Tolkien dit schreef best veel veranderd is aan de schrijfstijl van boeken. Ik heb vaak geprobeerd om de ‘Lord of the rings’ boeken te lezen, maar kom er moeilijk doorheen. Dat komt denk ik door het vele ‘tell’ en de bladzijden vol met informatie. Toch las ik als tiener ook wel boeken met veel ‘tell’. Maar nu geef ik toch de voorkeur aan ‘show don’t tell’ en emotionele gebondenheid met personages. Niet dat ik mezelf zo’n ster acht om dit ook even gemakkelijk te kunnen schrijven, want daar moet ik als schrijver nog wel meer in groeien, denk ik zo. Ik val regelmatig weer in de valkuilen die elke schrijver tegenkomt, merkte ik pas nog toen de redactie van mijn nieuwe boek begon. Maar ik doe mijn best om het beter te krijgen.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 11 – Johanna Lime over schrijven

20 augustus 2020

Het elfde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over de spanningsboog, een achtbaan.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

De spanningsboog

De schematische afbeelding van een achtbaan wordt vaak gebruikt om de spanningsboog van een verhaal weer te geven. Je kunt dit gebruiken om te plotten of als een begin om een meer diepgaande uitwerking van het verhaal te plannen. In ieder geval mag je je ervan bewust zijn dat veel verhalen op deze manier verlopen.

Ik heb de termen voor mezelf wat aangepast in het schema hieronder, dat ik heb gevonden in de door NaNoWriMo verstrekte voorbereidingsdocumenten, die bedoeld zijn om schrijvers ertoe aan te zetten te beginnen met een maand lang schrijven.

Dit schema heeft zes onderdelen. Mijn uitgewerkte planning, die ik voor romans gebruik, heeft er nog veel meer. Daarover schrijf ik later in Limeschrift.

Situatie

Dit is de situatie aan het begin van het verhaal. In deze situatie komt het hoofdpersonage in beeld. De hoofdpersoon met verlangens en angsten. Hier krijgt de lezer een idee waarom dat wat er met het hoofdpersonage gebeurt er echt toe doet, waarom dat zo belangrijk is. Wat wil de hoofdpersoon het allerliefst en welke angsten en valse overtuigingen weerhouden hem of haar ervan om te krijgen wat hij of zij verlangt? Welke interne conflicten hebben de hoofdpersonen van het verhaal? De lezer krijgt hints over de spannende en enge dingen die kunnen gaan gebeuren.

Beginincident

Het beginincident brengt de hoofdpersoon buiten haar of zijn comfortzone. Hier begint het avontuur, of ze nu klaar zijn of niet. Het kan een behoorlijk opwindend moment zijn voor het hoofdpersonage, maar echt episch hoeft ook weer niet. Er komt een conflict naar boven waar de protagonist mee te maken krijgt. Zodra het gebeurt, is er geen weg meer terug.

Oplopende conflicten

De oplopende conflicten, ook wel stijgende actie genoemd, is het langste deel van een roman. Dit gedeelte bestaat uit vele evenementen, die elk het meest opwindende deel van het verhaal opbouwen: de climax. Het is waar de personages zich ontwikkelen, waar hun relaties zich verdiepen en waar alles naar boven komt wat er met hen gebeurt vóór die grote finish. Dit is de grootste helling in de achtbaan – hoe hoger men komt, hoe spannender het wordt. Hierin zit het onder ogen zien van de consequenties van het beginincident, de beslissingen die de protagonist maakt, de actie die de hoofdrolspelers ondernemen, de tegenwerking door de antagonist, de verandering van plannen, verschillende keerpunten, grotere tegenstand, rampen en donkere momenten voor de protagonist en een moment van bewustwording.

Climax

De climax of het hoogtepunt is het punt waarop de protagonist de valse overtuigingen ontdekt en transformeert, zijn of haar blinde vlek inziet, de aller-moeilijkste uitdaging aangaat en de angsten overwint. Het is het moment waarop het karakter wordt getest. Nadat de interne strijd gewonnen is, moet nu de externe strijd gewonnen worden. Het is het moment helemaal bovenaan de achtbaan, vlak voor de snelle afdaling. Dit moment duurt niet lang en de climax in een roman ook niet. Soms kan het zelfs toe met een alinea.

Afname spanning

De afname van spanning of vallende actie is wat er daarna gebeurt. Het is het snelle deel van een roman. Je dendert over het spoor van de achtbaan naar beneden met je handen in de lucht! Wordt de tegenstander verslagen? Komen de dromen van de hoofdrolspeler eindelijk uit? Dit betekent niet dat het precies zo gaat als de protagonist gehoopt had. Maar er is wel iets in de hoofdpersoon veranderd, als gevolg van wat er in het verhaal gebeurd is.

Oplossing

De oplossing is hoe de dingen uiteindelijk uitkomen op het einde van het verhaal. Het is ook een plaats waar je ziet hoe het personage en zijn of haar leven is veranderd. Alle avonturen veranderen uiteindelijk iets aan de manier waarop het hoofdpersonage de wereld en hun plaats daarin ziet. In de laatste scènes worden die veranderingen gemarkeerd.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

 

Ik ben begonnen met Interplanetair 2

17 augustus 2020

Versie 1 van Interplanetair – 2 – Geestenpoort – begonnen met schrijven.

De pauze

Soms heb je even een week of meer nodig om tot rust te komen en nieuwe ideeën te kans te geven zich te manifesteren. Ik heb dan ook na de beslissing om te stoppen met CampNaNoWriMo een soort vakantie gehouden in eigen huis. Ik kwam niet verder met mijn schrijfwerk en ben gaan bloggen, tekenen en gamen. Intussen werkte mijn onderbewuste op de achtergrond aan het verhaal.

Het plot voor het volgende manuscript

Het heeft even wat hoofdbrekens gekost, maar ik ben er toch weer uitgekomen. Ik heb nu dan toch eindelijk ook een uitgewerkt verhaalschema voor mijn volgende manuscript. Het zevende alweer! Deel 2 van trilogie Interplanetair, dat gepland staat bij Zilverbron voor januari 2022.

Dat ik het plot helemaal in een schema had uitgewerkt en dat de belangrijke keerpunten van het verhaal waren aangetekend, betekende echter nog lang niet dat ik van start kon gaan. Dat gebeurde pas na een paar aanpassingen aan hoofdstuk 1 en 2, waar ik de hoofdpersonages een nieuw doel moest geven.

Dezelfde hoofdpersonen als bij boek 1

Wat heb ik namelijk gedaan? Ik ben van mijn oude plan afgeweken en heb de beoogde hoofdpersonen bijpersonen laten worden. Verder heb dezelfde hoofdpersonen als van deel 1 ook weer voor deel 2 hoofdpersonen laten zijn. Zij moesten echter wel nieuwe angsten, misvattingen en verlangens krijgen, zodat ze zich in dit nieuwe boek verder konden gaan ontwikkelen. En bij dat alles moesten ze de bijpersonen met zich meenemen door het verhaal. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar het begint steeds vastere vormen aan te nemen.

Gelukkig kon ik goede adviezen krijgen door een paar You Tube filmpjes te bekijken van Abbie Emmons. Wat een geweldige serie heeft zij! Onder andere over iets dat in het Engels ‘The hook’ heet. Het is wat lezers in het verhaal trekt, waardoor ze willen verder gaan met lezen. Ik heb er even over gedaan, maar met een beetje nadenkwerk en een paar veranderingen van mijn eerste opzet, is het me gelukt om hoofdstuk 1 en 2 te schrijven. Ruim 7.500 woorden staan er nu. Tussendoor heb ik het begin van dit manuscript al wel een stuk of vier keer geredigeerd. Het begin is altijd lastig en heel belangrijk. Maar nu ben ik tevreden. Bovendien weet ik hoe ik hoofdstuk 3 aan ga pakken. Het hoofdstuk waarin voor het eerst het conflict goed naar voren komt.

En nu doorpakken!

Ik kijk al met plezier vooruit naar wat er komen gaat in dit verhaal. Onder andere een inbreng van onze fan, Rinske, van Schimmenschuw op Keltfest. Een vraag van haar wordt in dit nieuwe deel beantwoord. Vermoedelijk wel met een andere uitkomst dan zij misschien had verwacht.

Vandaag ben ik bijna de hele dag aan het schrijven geweest. Ik moest hoofdstuk 2 af krijgen. Dat was belangrijk, want ik ben nu weer in de routine aanbeland. Elke dag iets schrijven, steeds een half hoofdstuk erbij. Volhouden maar!

Wachten op de redactie van deel 1

In ieder geval probeer ik dit totdat de redactie van Interplanetair – 1 – Ruimtestad begint.

Dat manuscript ligt bij de uitgever en het boek staat in de planning voor 2021. Als de redactie begint, krijgt dat natuurlijk voorrang.

Groeten van Johanna Lime.

De routine vasthouden

07 mei 2020

Hoe houd ik die routine vast?

Het positieve van meedoen aan CampNaNoWriMo of NaNoWriMo is altijd weer dat ik routine opbouw. Omdat ik elke dag het aantal woorden dat ik heb geschreven in kan vullen op hun website, komt er een grafiek tevoorschijn. Daar zie ik dat het woordenaantal gestaag oploopt. En dat motiveert om vol te houden. Ik merk dan dat ik niet zo snel geneigd ben om me af te laten leiden of om een dag helemaal niet te schrijven. Eerst moeten die woorden erbij staan, daarna kan ik weer wat anders doen.

Wat zou het fijn zijn om die routine, en daarmee dus ook de discipline van het elke dag een aantal uren schrijven, voortdurend vast te houden.

Waarom zit ik altijd zo aan te hikken tegen iets nieuws beginnen of doorgaan met een project waaraan ik al eerder bezig was?

Verhalen voor HSF

Vorige week schreef ik dat ik was begonnen aan een sciencefiction verhaal voor HSF. Ik twijfelde eraan of dat me wel zou lukken. Een kortverhaal van 3000 woorden, daar zag ik tegenop. Mijn korte verhalen zijn tegenwoordig meestal twee keer zo lang als dat.

Toch is het me gelukt. Niet alleen dat eerste verhaal, maar ook een tweede, heb ik inmiddels ingestuurd naar de redactie. Een nieuw verhaal, dat tamelijk actueel is in deze tijd. En een herschreven verhaal dat oorspronkelijk twee keer zo lang was, maar dat door het heel anders te herschrijven en door er veel uit te schrappen, uiteindelijk net iets groter dan 3000 woorden werd. Of ze in het HSF magazine worden opgenomen, hoor ik in juni.

Ergens ben ik nu toch wel trots dat dit me gelukt is. Ik heb doorgezet.

Dit citaat vond ik in het Engels op Pinterest.

SCHRIJF tot het zo normaal wordt als ADEMHALEN.

SCHRIJF totdat niet schrijven je BENAUWD maakt.

Als ik weer eens in een impasse dreig te raken, denk ik hier aan.

Wat zou het geweldig fijn zijn als ik dit bereiken kon!

Eerlijk gezegd ben ik al een eindje op weg, want ik heb een Schrijfroutinetacker gemaakt, waarin ik voor elke dag de uren bijhoud die ik schrijf.

Hij staat in een Excelblad met de bedoeling om hem elke dag in te vullen, net als het bestand waarin ik mijn voortgang bijhoud van het aantal hoofdstukken dat ik heb geschreven. Het is net zoiets als de score bijhouden van NaNoWriMo, een middel om de routine vast te houden.

 

Verder schrijven aan mijn nieuwe trilogie Interplanetair.

Na het schrijven en herschrijven van korte verhalen in april en begin mei van 2020, wil ik nu weer verder gaan met mijn grote project, het manuscript voor mijn volgende boek. Ik ben net iets over de helft van het plot gekomen. Het spannendste gedeelte komt er nog aan.

Toch zit ik er weer tegenaan te hikken. Gisteren heb ik alweer niets geschreven, maar ik wil de draad van het verhaal weer oppakken.

Dus, hup: verder schrijven! Houd die routine vast!

Ik heb me namelijk voorgenomen om mei en juni van 2020 te gebruiken om versie 2 van dit manuscript af te maken. Dan heb ik tijdens CampNaNoWriMo van juli 2020 tijd voor versie 3 en dan kan het op tijd naar de uitgever.

Ik wil in november de NaNoWriMo weer gebruiken voor de eerste versie van deel 2 van Interplanetair. Dat is mijn plan. Ik moet gewoon volhouden!

Als ik er weer eenmaal in zit, is het vast weer zo leuk om te doen, dat ik mijn koffie koud laat worden en de tijd vergeet. Dan is schrijven net ademhalen. Dan voel ik dat ik leef!

 

Groeten van Johanna Lime

 

Niet perfect is ook goed

30 april 2020

Niet perfect is ook goed

Achteraf gezien heb ik de maand april 2020 goed besteed. Misschien ging het schrijven niet helemaal perfect, maar dat hoefde wat mij betreft ook niet. Het was mijn doel om drie nieuwe, korte verhalen te schrijven voor de themawedstrijd Waterloper 2020. Dat is mij gelukt!

Ik heb werkelijk geen idee wat de jury van deze drie verhalen vinden zal. Natuurlijk niet, dat krijg ik pas te weten tijdens of na de prijsuitreiking. Ik heb voor mezelf besloten dat ik het helemaal goed ga vinden, zelfs wanneer de verhalen onder aan de ranglijst komen te staan. Ik ga me er niet langer om verbijten als ik de tweede ronde niet eens haal. Zelfs niet als mijn verhalen gediskwalificeerd worden. Het is goed. Perfectionisme kan soms ook te ver gaan.

Ik hoop natuurlijk wel op meer, maar weet ook dat ik de dingen vaak anders bekijk dan een jury of een lezer. Ik pas moeilijk in een hokje, daar heb ik mijn hele leven al moeite mee.

Zelf ben in tevreden met wat ik in april geschreven heb. Ik vind de drie verhalen goed geworden. Het was in het begin een beetje zwoegen. Maar het schrijven met een summier verhaalschema lukte wonderbaarlijk goed. Het was een leerzaam proces waar ik plezier in kreeg. Het was leuk om de verhalen dag na dag te zien groeien. Om alinea’s die de ene dag geschreven waren, beter te zien worden omdat ik ze de dag erna eerst weer ging redigeren. Na dat redigeren schreef ik weer verder. Het stuk dat ik die dag nieuw geschreven had, redigeerde ik de volgende dag weer, enzovoorts. De woordkeus werd beter, zinnen liepen anders, fouten werden er al schrijvende uitgehaald. Het verhaal paste bij mijn logica.

In tegenstelling tot mijn boeken, had ik van tevoren geen plot bedacht. Ik schreef deze korte verhalen spontaan, als een pantser. Broek op de stoel en schrijven! Maar al gauw vulde ik toch wel een summiere planning in. Een schema dat tijdens het proces intuïtief weer alle kanten op vloog, omdat er nieuwe inspiratie kwam. Wat een nachtje slapen met je geest doet, is echt te gek voor woorden! Verhalen worden geboren in het onderbewuste van een mens, dat heb ik inmiddels wel geleerd. Daar zit alles opgeslagen wat je ooit zintuiglijk ervaren hebt, wat je ooit bedacht hebt, wat je ooit gelezen of gezien hebt. Daar komen de associaties tot stand die een verhaal doen opwaaien. Daar begint de brainstorm. Zelfs, of misschien juist wel, met idioot lastige thema’s als van een schrijfwedstrijd die Waterloper heet.

Ik ga ze in mei opsturen en dan zie ik wel wat ervan komt. Wat ik nu al weet, is dat deze verhalen het ooit waard worden om gepubliceerd te zijn. (Het liefst na herschrijven aan de hand van een deugdelijk juryrapport, natuurlijk, als de wedstrijd weer voorbij is).

De CampNaNoWriMo van april heb ik gewonnen. Het wordt natuurlijk enorm spannend als mijn verhalen straks zijn opgestuurd en door een jury beoordeeld worden. Maar perfect hoeft niet, ik hoef die wedstrijd niet te winnen. Zo krampachtig als ik er vorige jaren in stond, daar doe ik niet meer aan. Ik heb er meer vertrouwen in. Dat ik een goede schrijver ben, hebben vijf gepubliceerde boeken me nu inmiddels wel geleerd. Dat heeft de redactie van manuscripten die steeds beter waren me intussen wel geleerd. Ik hoef met niet te bewijzen met korte verhalen. Daar ben ik gewoon minder sterk in dan in dikke boeken schrijven. Mijn prijs heb ik al gewonnen. Ik heb genoten van het schrijfproces, dat gaf me plezier. Er staan weer echte gekke dingen in deze drie verhalen, dingen die alleen Johanna Lime bedenken kan. Ik ben er nu al trots op. Kom maar op met die wedstrijd. Ik heb er zin in om mijn collega-schrijvers te ontmoeten. Om te horen hoe het hen vergaan is. Nu nog hopen dat het aan het einde van dit jaar wel weer mogelijk zal zijn.

Onverwachte herschreven inzendingen

Wat ik ook heel fijn vond, was herschrijven voor Edge Zero. Twee verhalen die vorig jaar meegedaan hadden aan Waterloper 2019 onder handen nemen. Sommige adviezen uit de juryrapporten ter harte nemen, omdat ze me mogelijkheden boden om de verhalen te verbeteren. Andere opmerkingen naast me neer leggen omdat ik me niet laat vertellen wat ik schrijven moet. Ook in dat soort beslissingen ben ik sterker geworden. Ik volg mijn eigen inzichten, al neem ik goede raad graag aan. Wat er met de verhalen gaat gebeuren die naar Edge Zero zijn gestuurd weet ik natuurlijk ook nog niet. Maar daarvoor geldt hetzelfde. Het is goed. Ik weet dat ze beter zijn geworden in de herschrijfronde. Ze kunnen de kritiek weerstaan.

Wat ik heel leuk vond is het herschrijven van ‘Hoe een oger uit Geoglurk de aardmannen hielp’. Dat was een verhaal uit 2015, wat in 2019 was herschreven en nu dus weer herschreven is. Het is een verhaal voor tieners, dat erg humoristisch werd gevonden en daarom heb ik het als e-book op Smashwords gepubliceerd. Ook daarbij heb ik elementen uit het juryrapport ter harte genomen, waardoor er iets meer spanning ingekomen is. Ik hoop dat veel lezers vanaf 10 jaar het met plezier zullen lezen. (Kijk in Publicaties NL voor de link).

Op het eind van de CampNaNoWriMo ben ik begonnen aan een sciencefiction verhaal voor HSF. Of dat me gaat lukken? Ik weet het niet. Ik ben bang dat ik me laat intimideren door de eisen. Science fiction (harde waarschijnlijk) in minder dan 3000 woorden. Kan ik dat wel?

Ik twijfel er nog over, hoewel ik inmiddels wel een geniale titel heb bedacht. In mei nog maar eens verder sleutelen aan dit verhaal.

En dan weer gauw verder aan mijn manuscript voor mijn zesde boek, het eerste deel van de Interplanetair trilogie bij Zilverbron.

Groeten van Johanna Lime

Winnaar van CampNaNoWriMo april 2020

23 april 2020

Mijn CampNaNoWriMo doel is behaald

Ik heb volgehouden en daar ben ik blij om. De laatste week ging het ineens een stuk soepeler met het schrijven, ik had er veel zin in en kreeg veel meer plezier in de verhalen. Ze werden goed, ik was er dik tevreden mee.

Mijn doel om drie nieuwe korte verhalen voor de Waterloper Verhalenwedstrijd te schrijven, is gehaald. Ik had 25.000 woorden als streefgetal op de website van CampNaNoWriMo gezet, maar ik schreef meer. Op 22 april werd ik WINNAAR met 33.972 woorden.

In een week een verdubbeling van het aantal geschreven woorden.

Van 16 april tot 22 april kwam er een verdubbeling van het aantal woorden.

Het is me gelukt om bij de thema’s van de Waterloper Verhalenwedstrijd drie nieuwe verhalen te verzinnen. Nadat ik eenmaal op gang was, paste alles ineens perfect. Ik redigeerde elke dag een stukje dat ik de vorige dag geschreven had en ging daarna verder om er een nieuw stuk bij schrijven. Zo werd het verhaal steeds verbeterd tijdens het schrijfproces. Op het laatst heb ik het nog eens helemaal doorgenomen en er nog wat foutjes uit kunnen halen. Ze zijn nu helemaal naar mijn zin en staan klaar voor de wedstrijd die in mei begint.

Bovendien heb ik ook nog twee verhalen herschreven, die vorig jaar aan Waterloper meegedaan hebben. Ik heb de juryrapporten erbij gepakt en deze twee verhalen aan de hand van de commentaren van de juryleden verbeterd. Aan het ene verhaal moest wat meer veranderen dan aan het tweede. Maar ook dat lukte goed. Daarna heb ik ze nog eens helemaal doorgenomen en in orde gemaakt, zodat ze opgestuurd konden worden naar Edge Zero. Ik was bijna vergeten dat die mogelijkheid er ook nog was, om verhalen die aan wedstrijden van een vorig jaar hadden meegedaan in te sturen naar Edge Zero van dit jaar. Gelukkig werd ik erop gewezen in een bericht op Facebook.

Eerder deed ik ook al eens mee aan Edge Zero, maar de laatste jaren had ik daar geen geschikte verhalen voor. Nu dus wel, omdat ik in 2019 meegedaan had aan Waterloper. Dus nu doe ik in 2020 ineens aan twee wedstrijden mee.

De verhalen die naar Edge Zero konden, zijn vandaag opgestuurd. En nu maar afwachten wat ze ervan vinden.

Boeken voor bloggers en recensenten

Afwachten wat ze ervan vinden, dat moet ik ook doen voor mijn boeken. Gisteren stuurde ik de recensie-exemplaren naar de bloggers en recensenten op, die ik had gevraagd of ze de boeken wilden lezen en er een recensie over wilden schrijven. Het waren er best veel, maar dat is ook wel goed, want dan kan ik de recensies op mijn boekensite plaatsen, wanneer ze komen.

Schamel verbond, het derde deel van trilogie De Vergeten vloek, had ik al ontvangen en op 22 april kwamen ook de boeken van De twaalfde Saturnusmaan binnen. Exemplaren die via mij (gesigneerd) gekocht kunnen worden.

Er komt een spannende tijd aan. Ik hoop dat veel lezers gaan genieten van mijn boeken.

Mijn nieuwe boeken zijn vanaf vandaag ook te vinden op Goodreads en Hebban. Ik houd me aanbevolen voor jullie leeservaringen of recensies.

Kijk voor meer informatie of een voorproefje van de boeken op mijn website waar de boeken staan, hier.

Groeten,

Johanna Lime

Te veel afleiding in de virtuele tent

17 april 2020

CampNaNoWriMo april 2020, week 3

Ik zit alweer in week 3 van CampNaNoWriMo en het voelt een beetje onwezenlijk aan dat het alweer half april is geweest. Zoals jullie vast wel van mij weten, gebruik ik de maanden voor CampNaNoWriMo (april en juli) en NaNoWriMo (november) graag om kilometers te maken met mijn schrijfwerk. Niet dat ik in de maanden tussendoor niets schrijf, maar in deze maanden heb ik een virtuele stok achter de deur. Ik maak er meestal goed de tijd voor vrij om me te concentreren op het schrijven en stel niet-urgente afspraken veelal uit.

Ik ben er trots op dat ik nu eindelijk het complete overzicht heb, waarop te zien is hoeveel woorden ik al heb geschreven tijdens dit Online Schrijfevenement, waaraan de hele wereld mee kan doen. Bij maar één project heb ik het doel niet gehaald, doordat er andere dingen tussen kwamen zodat ik het niet af kon krijgen. Totaal staan er nu al 801.087 woorden van mij geregistreerd, voor langere en kortere versies van verhalen. Het is niet allemaal in de geest van het traditionele NaNoWriMo, niet alles is een eerste draft. Ik heb de schrijftijd ook als een rebel gebruikt, voor het herschrijven van bepaalde versies van mijn manuscripten. Of voor het herschrijven van korte verhalen, nadat het jurycommentaar binnen was. Toch ben ik echt supertrots dat ik dit al zes jaar volgehouden heb. Ik ben ook gemotiveerd om vast te blijven houden, want voor de toekomst staan er weer nieuwe verhalen op mijn wenslijst, om te schrijven en daarna te publiceren.

Ik heb mijn bezigheden binnenshuis gevonden, om zo maar te spreken. Schrijven houdt mij vanzelf al veel binnen en dat vind ik helemaal niet erg. Het geeft dat ik lekker bezig kan zijn met fantasy en alles daaromheen. Het is het soort werk dat ik mijn hele leven al had willen doen en stond heel lang nummer één op mijn bucketlist, al snel gevolgd door tekenen, schilderen of de tegenwoordige beeldbewerking op de computer. En als u graag mijn verhalen leest, doe ik het ook niet alleen maar voor mezelf. Dat maakt me blij.

Het anderhalve meter afstand jaar 2020

Dit jaar loopt het allemaal wat anders. Ik heb veel moeite om mijn aandacht bij het schrijven te houden en er komt van alles tussendoor. Behalve dat ik me veel laat afleiden door sociale media, is het gewoon een rare tijd. Iedereen is bezig met de gevolgen van het coronavirus. Met het nieuws over al die zieke mensen en al die doden. Met de vraag hoe we de ziekte in kunnen perken en hoe we zelf zo weinig mogelijk risico lopen om het ook te krijgen of anderen met het covid-19 virus te besmetten. Dat speelt steeds door mijn hoofd. Ik kijk veel meer naar het nieuws dan anders, want ik wil op de hoogte zijn.

Door wat er om mij heen gebeurt, had ik bijvoorbeeld geen goede voorbereiding uitgeschreven voor het nieuwe project: Minstens drie korte verhalen schrijven in een maand, onder andere voor de Waterloper Verhalenwedstrijd van mei 2020. Ik begon als een pantser, dat betekent: broek in de stoel en schrijven voor de vuist weg. Vanuit je pants, dus. (Die Amerikanen toch, hoe verzinnen ze zo’n term?)

Verder vertoon ik uitstelgedrag, een soort positieve faalangst waarbij ik de spanning hoog op laat lopen en dan alles er in een keer uit probeer te krijgen. Laat in de avond dus meestal pas.

Al twee keer had ik in april 0 woorden gescoord.

Nu heb ik wel voor ieder nieuw verhaal een kort schema ingevuld voor wat er moet gebeuren, maar als ik dan ga schrijven schiet het lichte plot alle kanten uit. Tijdens het schrijven ontstaan ideeën die beter zijn dan wat ik had bedacht en hups daar gaat ‘hij dan. Ik vraag me nu al af wat de jury hiervan gaat vinden en eerlijk gezegd heb ik met het idee rondgelopen om de korte verhalen maar op te geven. Maar ja, ik ben er toch weer aan begonnen. Want die Waterloper wedstrijd is natuurlijk wel weer een kans voor een schrijver uit mijn genre. En het is heel gezellig om gelijkgestemde mensen te ontmoeten, al vraag ik me nu af of dat tegen die tijd wel mag.

Maar het is niet alleen dat waardoor het dit jaar anders gaat dan gewoonlijk. Het is ook de themawedstrijd, waar ik moeite mee heb. Vorig jaar had ik dat ook al. Maanden heb ik erover gedaan om iets te bedenken dat bij het thema passen zou. Het herschreven verhaal dat ik ervoor had aangepast werd erom gediskwalificeerd, wat wel logisch was want ik had het thema er niet echt goed in verwerkt. Dus zoiets mocht nu niet weer gebeuren. Ik heb dus verhalen verzonnen die bij de thema’s passen. Maar lastig is dat wel.

Goed, dan zit ik nog in een periode dat er twee boeken van mij op de markt verschijnen. Van de twaalfde Saturnusmaan kwam de proefdruk naar mij toe op 10 april. Dat moest ik dus grondig controleren en dat was maar goed ook, want ik heb er nog een paar fouten uit kunnen halen, samen met uitgeverij aquaZZ. De definitieve druk wordt echt grandioos leuk! Alleen, het kostte aandacht en tijd en die kon ik niet in mijn schrijfwerk stoppen, op de camping.

Van Zilverbron kwam er ook nieuws. De cover van het boek verscheen in de sociale media, verder ook een speciale aanbieding voor de hele trilogie van De vergeten vloek. Dus was het tijd om deze website te voorzien van de nieuwe informatie en ook mijn Boekenwebsite moest worden aangepast. Flapteksten en informatie van de nieuwe boeken, leesfragmenten, links naar onlinewinkels en ga zo maar door. Dat kostte dus wel weer twee lange middagen werk.

Gisteren kwamen er drie contracten binnen voor de volgende trilogie bij Zilverbron, Interplanetair. Dat werd dus lezen en scannen en op de post doen na ondertekenen. Filmpje voor Facebook (ik weet eindelijk hoe ik dat moet doen op mijn smartphone) en al gauw was het weer tijd voor het journaal. Nou, dat werd dus alweer pas schrijven na half negen.

Vandaag kwamen al vroeg de boeken binnen van Schamel verbond. Geweldig fijn en echt fantastisch dat ik ze nu fysiek in handen kan houden. De hele trilogie compleet. Wat zou Dinie er blij mee zijn geweest, wat ben ik er trots op dat we dit toch maar mooi afgekregen hebben samen. Ik heb weer een filmpje gemaakt, want ja, nu de smaak te pakken natuurlijk!

Het volgende is dat De twaalfde Saturnusmaan geleverd wordt, volgende week woensdag of in die buurt verwacht ik. En dan de pakketpost regelen, want ik heb fijne recensenten/bloggers bereid gevonden om de boeken te lezen en daarbij een recensie te schrijven.

Ik wil helemaal niet klagen, want dit zijn leuke dingen! Alleen de concentratie lukt dit jaar iets minder goed. Het kamperen in een virtuele tent is in een tijd van binnen blijven ook wel een beetje weird.

Nog even volhouden

Aan de grafiek te zien valt het nog wel mee. Ik had gisteren, 16 april, 16.248 woorden geschreven en de verhalen voor de wedstrijd komen er wel. Gelukkig heb ik mijn doel op 25.000 woorden staan en niet op 50.000, anders had ik dat toch wel tussentijds aan moeten passen. Dat kan bij CampNaNoWriMo ook wel. Maar ik zie er nu de noodzaak nog niet van in. Ik heb nog ruim 12 dagen te gaan voordat het afgelopen is. Het gaat me nog wel lukken.

En dan nog even heel kritisch lezen voordat het naar Waterloper kan. Spannend weer.

 

Trilogie De vergeten vloek

Hij is nu compleet, dus wil je wat te lezen hebben tijdens de lock-down? Koop hem dan! Het kan gesigneerd (via een chat of reactie op dit blog bij mij), of  hier.

Of kijk eerst voor meer informatie op mijn Boeken website, de link staat rechts bovenaan tussen de andere links.

Groeten,

Johanna Lime

CampNaNoWriMo april 2020 al 12 dagen bezig

12 april 2019

CampNaNoWriMo tijdens de lockdown voor covid-19

Vandaag kwam ik erachter dat ik nog geen blog geschreven had voor CampNaNoWriMo van april 2020. Maar ik had vast al eerder ergens op deze blogsite aangekondigd dat ik weer korte verhalen wilde gaan schrijven. Ik probeer dat, vanaf de start van Waterloper vorig jaar, elk jaar te doen in de maanden april en mei. Eind mei is namelijk de deadline voor die wedstrijd. Dus dan komt het goed uit dat CampNaNoWriMo in april gehouden wordt. Ik heb een project aangemaakt en doe weer mee. Ik zit in een virtuele tent op een camping om te schrijven. Gewoon in huis achter mijn laptop, betekent dat, dus ik houd me aan de regels om het coronavirus te beperken en hoop met jullie mee dat het niet heel erg lang gaat duren. Het schrijven voor CampNaNoWriMo is voor mij een soort routine geworden, al viel het op sommige dagen nog lang niet mee.

Ik was heel druk met de redactie en allerlei andere zaken voor de twee boeken van Johanna Lime die in april/mei op de markt verschijnen. Het laatste deel uit de De vergeten vloek trilogie, deel 3 Schamel verbond, komt 22 april uit bij Zilverbron. Er komt een mooie sterrenkaart in, een opdracht voor in het boek, een nawoord en de cover met de flaptekst moest natuurlijk nagekeken worden. Bovendien had ik veel te doen om, samen met Angélique Kersten van uitgeverij aquaZZ, de opmaak voor De twaalfde Saturnusmaan klaar te krijgen voor de drukkerij. Inmiddels heb ik de proefversie van dat laatste boek binnen en ben ik het aan het doorlezen om het nog eens heel goed te controleren. Maar als het goed is komt dat boek dus binnenkort ook uit. Daarnaast probeer ik om elke dag ongeveer 850 woorden te schrijven aan korte verhalen voor de wedstrijd Waterloper en misschien ook nog aan andere korte verhalen. Het is een hele klus, maar daar ben ik eigenlijk wel blij mee. Het schrijven leidt me namelijk af van alle nare berichten op het en in sociale media die steeds verschijnen over het coronavirus. Ik volg het nieuws nu meer dan ooit, want ik wil op de hoogte blijven, maar angstig maakt het wel. Dus dan kan ik maar beter iets te doen hebben dat me een beetje afleiding bezorgt.

Het is me gelukt om in twaalf dagen 11.417 woorden te schrijven. Er zaten twee dagen bij waarop het niet gelukt is, toen had ik 0 woorden per dag. Ik ben pas nog druk bezig geweest om mijn websites bij te werken voor de nieuwe boeken die binnenkort verschijnen. Hebben jullie de berichten van 9 en 11 april al ontdekt? Maar behalve dat ik tussendoor andere dingen te doen had, ging het korte verhalen schrijven redelijk goed. Ik heb expres het doel voor deze CampNaNoWriMo niet al te hoog gesteld. Het staat op 25.000 woorden voor 30 april. Ik hoop het te kunnen halen. Voorbereidingen heb ik voor de verhalen niet kunnen doen. Ik had alleen een paar ideeën van een brainstorm opgeschreven, die al lang weer van tafel geveegd zijn. Nu werk ik met een globaal schema en tijdens het schrijven verandert er steeds meer aan het plot. Het valt me erg mee dat ik op deze manier ook kan schrijven, als een pantser, dus met je broek op de stoel gaan zitten en gewoon schrijven wat er in je opkomt. Altijd dacht ik dat ik een planner was, maar blijkbaar kan ik het allebei.

Ik hoop dat mijn inzendingen voor Waterloper dit jaar beter zijn dan die van vorig jaar. Misschien haal ik dan een hogere notering, dat zou niet gek zijn.

Intussen heb ik al weer veel plannen voor de trilogie Interplanetair, voor nog meer nieuwe korte verhalen en voor het herschrijven van de verhalen die nog in mijn computer bewaard zijn. Ik benijd de mensen niet die zichzelf niet kunnen vermaken met een leuke hobby. Gelukkig heb ik dat altijd al goed gekund. Ik ben bezig met dit schrijven en met beeldbewerking, ik lees en schrijf recensies en verder speel ik Elvenar en kijk ik soms een filmpje. Mijn dagen kom ik wel door. Ik telefoneer zelf nog meer dan voor de pandemie, al vind ik het wel eenzaam. Maar dat verschilt niet zoveel van wat tegenwoordig normaal is in mijn situatie.

Ik heb dus een soort van schrijfvakantie in mijn eigen huis.

Het is niet veel anders dan in de vorige jaren.

Ik maak me alleen wel zorgen om de gezondheid van mensen in het algemeen, en over onze toekomst. Het voordeel daarvan, voor een genreschrijver, is dan weer, dat zulke tijden een bron van inspiratie oplevert.

Groeten van Johanna Lime.