Limeschrift 08 – Johanna Lime over schrijven

30 juli 2020

Het achtste blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over een schema en een analyse van een stripverhaal.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Als je schrijft is het goed om je aan een verhaalstructuur te houden. Met de verhaalstructuur die ik tijdens de schrijfcursus bij de Online Schrijfschool van Marjon Sarneel https://www.marjonsarneel.nl/ leerde, heb ik het verhaal uit een stripboek over Asterix en Obelix geanalyseerd. De uitwerking daarvan staat hier.

De Odyssee van Asterix – Asterix en Obelix – R. Goscinny en A. Uderzo

1 Stilte, de status quo, rust. (De lezer wordt in de stemming gebracht)

In het Gallische bos loopt een everzwijn zenuwachtig te doen. Zijn hele familie is al aan het spit geregen door Obelix en zij denkt dat zij nu aan de beurt is. Een ander everzwijn weet daar wel raad op. Als Asterix en Obelix komen, rennen de zwijnen naar het Romeinse kamp. Dan gaan Asterix en Obelix zoals gewoonlijk met de Romeinen vechten.

In Rome hoort Caesar dat zijn soldaten nu ook al door everzwijnen worden aangevallen. Hij krijgt het advies om de druïde Nulnulnix naar het Gallische dorp te sturen. Deze spion (een persiflage op James Bond) moet het recept achterhalen van de toverdrank die de Galliërs onoverwinnelijk maakt. Nulnulnix besluit om de alleenheerser van het Romeinse rijk te willen worden zodra hij het recept van de toverdrank bezit.

2 Begin nieuwe situatie (Er verandert iets)

In het Gallische dorpje zitten Asterix en Obelix rustig everzwijn te eten als Panoramix, de druïde, loopt langs. Hij wil niets eten en niets drinken wanneer hem dat aangeboden wordt. De druïde krijgt zelfs een woedeaanval, hij is niet in zijn gewone doen. Asterix moet Panoramix van het stamhoofd in de gaten houden en uitzoeken wat er met hun druïde aan de hand is. Panoramix loopt te ijsberen langs het strand en tuurt over de zee. Als het donker wordt gaat hij naar huis en mompelt: ‘Vreselijk, verschrikkelijk, rampzalig.’ Asterix brengt verslag uit aan het stamhoofd.

3-1 Eerste handeling

De volgende dag roept iemand dat iedereen snel naar het strand moet komen, want de Phoenicische koopman, Epidemaïs, is met zijn schip aangekomen en heeft zijn koopwaar uitgestald. De druïde is ineens heel opgewekt en groet iedereen vriendelijk. Hij deelt complimentjes uit en gaat naar de koopman toe. Maar dan blijkt dat Epidemaïs het door hem bestelde product, aard-olie, vergeten is. De druïde krijgt een zenuwinzinking en wordt naar bed gebracht. Aard-olie uit Mesopotamië wordt gebruikt voor olielampen, het wordt weinig gebruikt want het stinkt, vertelt Epidemaïs. Het stamhoofd maakt zich zorgen, want Panoramix is ziek en zijn toestand verbetert niet. Er is ook geen druppel toverdrank meer om hem aan te laten sterken. Ze hebben een andere druïde nodig om hem te helpen.

4-1 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Asterix en Obelix gaan op zoek naar een andere druïde en toevallig komt Nulnulnix er precies aan, hij zegt dat hij een reizende druïde is. Obelix vraagt of hij een druïde kan helpen die uit zijn doen is door de olie-crisis. Ze gaan in zijn opvouwbare strijdwagen terug naar het dorp maar komen onderweg een Romeinse patrouille tegen. Nulnulnix gebruikt (net als James Bond) allerlei dingen: openklappende messen, een rookgordijn een duik van een klif en dergelijke, om de Romeinen af te schudden. Ze gaan naar Panoramix en Nulnulnix geeft hem drank die van graan wordt gemaakt en uit Caledonia komt (Schotse whisky). Panoramix is direct stomdronken en begint te zingen. Als hij is opgeknapt, vertelt hij dat de aard-olie heel belangrijk is, want zonder dat ingrediënt kan hij geen toverdrank maken. Hij heeft maar één druppel petra-oleum nodig voor zijn toverdrank, maar zonder dat ingrediënt lukt het niet.

5-1 Voorlopige oplossing

Asterix en Obelix gaan mee op het schip van Epidemaïs. Maar die wil wel zijn handelswaren nog verkopen. Asterix belooft hem dat hij de handelswaren onderweg wel zal verkopen. Nulnulnix vraagt Panoramix intussen om het recept van de toverdrank en Panoramix zegt: ‘Als ik de ingrediënten voor de toverdrank niet meer bij elkaar kan krijgen, dan vertel ik het misschien. Maar Asterix en Obelix zullen wel terug komen met de aard-olie.’ Dan gaat Nulnulnix ook mee naar Mesopotamië, om te verhinderen dat Asterix en Obelix aard-olie zullen vinden. Hij stuurt een vlieg weg met de boodschap dat de Romeinen het Phoenicische schip aan moeten vallen. Als Panoramix het laatste flesje toverdrank aan Asterix meegeeft, zegt hij dat ze op moeten passen voor Nulnulnix, want hij vertrouwt die man niet.

6-1 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

Het schip van Epidemaïs gaat op weg maar wordt al snel aangevallen door piraten. Die hebben al vaker met Asterix en Obelix te maken gehad. Het gevecht dat volgt kan de ondergang worden van het piratenschip. De kapitein smeekt om zijn boot te redden, hij moet nog drie termijnen betalen. Asterix gaat akkoord als de piraten alle handelswaar kopen van Epidemaïs. Die moeten ze dan maar zien te verkopen. Als ze net van de piraten hebben gewonnen, komt er een Romeins galeischip aan. Maar dat gaat ten onder doordat Asterix en Obelix de Romeinen verslaan en zo gaat dat steeds als er weer een Romeins schip komt dat hen probeert te enteren. Nulnulnix gelooft zijn ogen niet en wordt bang van de Galliërs.

4-2 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Caesar is woedend en stuurt de hele Romeinse vloot naar Phoenicië. Hij laat alle havens van dat land volledig blokkeren door gevechtsschepen. Nu kan het schip nergens in een haven aanleggen en bovendien is alle proviand aan boord bijna op. Caius Commissarus, de adviseur van Caesar en de opdrachtgever van Nulnulnix, maant Nulnulnix door middel van een boodschap met de vlieg dat hij op moet schieten, anders gooit Caesar hem voor de leeuwen. Nulnulnix stuurt een boodschap terug dat alle olievoorraden in Palestina door de Romeinen vernietigd moeten worden.

5-2 Voorlopige oplossing

De volgende dag worden Asterix en Obelix aan de kust van Judea afgezet met de boot en ze moeten naar Jeruzalem lopen. Ze komen ene Jozef tegen met een ezeltje. Hij brengt hen naar Jeruzalem, maar ze mogen de stad niet in. De Galliërs worden door de Romeinen gezocht. Jozef helpt hen en brengt hen naar een dorpje, Bethlehem, daar slapen ze in een stal.

6-2 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

De volgende morgen gaan ze al heel vroeg naar de muur van Jeruzalem en ze klimmen omhoog met een touw. Nulnulnix moet op de een of andere manier de aandacht van de Romeinse soldaten wekken en laat zich halverwege de klim naar beneden vallen. Hij schreeuwt en doet net of zijn enkel verstuikt is. Obelix, die zich toch al ergert aan de druïde die steeds een vlieg om zijn hoofd heeft, slaat hem neer. Maar de Romeinse soldaten zijn dan al gealarmeerd en komen eraan. Daar weten Obelix en Asterix echter wel raad mee. Ze slaan ze in elkaar. Jozef brengt de twee bij een koopman die vertelt dat er geen druppel olie meer in het land is. De Romeinen hebben alle voorraden verbrand.

4-3 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Asterix en Obelix gaan, in kleding waarin ze niet zo opvallen, met kamelen op reis door de woestijn in de richting van Babylon, waar wel aard-olie moet zijn. Obelix rent de dode zee in, maar kan daar niet zwemmen. Intussen is Nulnulnix bij Poreus Pilarus, maar Asterix en Obelix zijn buiten zijn rechtsgebied en hij kan niets doen. Nulnulnix besluit te wachten totdat de Galliërs weer teruggaan naar hun eigen land. In de woestijn waar Asterix en Obelix doorheen trekken, moeten ze steeds wegduiken voor pijlen van Akkadiërs, Hettieten, Assyriërs die in oorlog zijn met elkaar. Als er ook nog een groep Meden komt die de weg aan hen vraagt, roept Obelix: ‘volg de pijlen maar!’ Dan komen ze tot de ontdekking dat iemand een pijl door hun waterzak heeft geschoten en dat het water op is.

5-3 Voorlopige oplossing

Het hondje Idefix graaft in het zand en vindt een oliebron. Nu hoeven Asterix en Obelix niet meer helemaal naar Babylon. Asterix repareert de waterzak en doet hem vol met aard-olie. Ze gaan zo snel ze kunnen naar de havenplaats Tyr waar Epidemaïs woont.

6-3 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

Nulnulnix is bij Praefectus Classis in Tyr en laat een briefje lezen waarop staat dat het schip van Epidemaïs de grond ingeboord moet worden. Intussen zoeken Asterix en Obelix naar het pakhuis. Ze ondervragen een Romeinse soldaat en vinden Epidemaïs. Die kan hen niet thuis brengen want zijn schip is in rook opgegaan.

7 De hel breekt los (hoogtepunt conflict)

Epidemaïs heeft een ondergrondse opslagplaats om de Romeinse belasting te ontduiken. Daarvandaan komen ze op de kade waar precies het admiraalsschip van de Romeinen ligt. Asterix en Obelix confisqueren het Romeinse schip waar Caius Commisarus en Nulnulnix op zitten te wachten tot zij komen. De twee Romeinen worden in de boeien geslagen, maar de vlieg wordt naar Caesar gestuurd. Caesar laat het dorpje van de Galliërs aanvallen in de veronderstelling dat de Galliërs geen tegenstand meer zullen bieden omdat ze geen toverdrank meer hebben. Onderweg naar huis komen Asterix en Obelix de piraten weer tegen en die worden weer verslagen. Als Nulnulnix aan dek komt, zegt Asterix tegen hem dat ze toch aard-olie meenemen naar huis. Hij laat de zak zien. Nulnulnix wil de aard-olie afpakken maar dan grijpt Obelix in. Ze vallen op de zak en de olie wordt eruit geperst en komt in zee terecht: de eerste olieramp. Nu hebben ze geen aard-olie meer. Asterix en Obelix komen bij hun dorpje aan en ze voelen zich mislukkelingen. Hoe vertellen ze dat ze gefaald hebben?

8 Oplossing conflict (personage moet knieval doen / iets inzien)

Als Asterix en Obelix bij hun dorp aankomen, vechten de Galliërs tegen de Romeinen en winnen als vanouds. Hoe kan dat, zonder toverdrank? Dan blijkt dat Panoramix wat geëxperimenteerd heeft en in plaats van petra-oleum ook wortelsap kan gebruiken als ingrediënt voor de toverdrank. De drank wordt er zelfs nog lekkerder door. Asterix krijgt een zenuwinzinking, maar wordt weer opgepept met toverdrank. Die smaakt echt lekkerder, maar Panoramix belooft hem wel dat hij voortaan eerst zijn ontdekkingen zal doen voordat hij iemand naar het andere eind van de wereld sturen zal. De twee Romeinen: Caius Commisarus en Nulnulnix worden door de Galliërs in een kist gestopt (de opvouwbare strijdwagen van Nulnulnix kan ook een kist worden) en naar Rome vervoeren. Caesar laat hen insmeren met stroop en in de arena komen er hele zwermen vliegen achter hen aan.

9 Rust is terug (cirkel is rond)

In het Gallische dorp is de rust teruggekeerd. Er is zoals in alle stripboeken van Asterix en Obelix een groot feestmaal aan het eind. De bard staat vastgebonden aan een boom zodat hij niet vals kan zingen en de everzwijnen uit het begin kijken van een afstand toe en zeggen: ‘Onze vakantie zit erop.’

4 t/m 6 kan eindeloos herhaald worden bij dit verhaalschema.

Zo zie je dus hoe een verhaal kan worden opgebouwd. Ik heb dit schema al een paar keer gebruikt voor een (kort) verhaal en vind het een fijn schema om te gebruiken.

Aan de stripverhalen van Asterix en Obelix heb ik hele goede herinneringen. Vroeger kwam er meestal net voor de zomervakantie een nieuw stripboek op de markt. Wij kochten dat en gingen met ons gezin naar de camping in Zuid Frankrijk. Op de achterbank van de auto zat ik samen met mijn twee broers. Het stripboek ging van de een naar de ander en steeds zat er wel iemand van ons te gniffelen om de leuke grappen die in de boeken waren verwerkt. Door de leuke kwinkslagen leerde je en passant ook nog iets over bepaalde volkeren en gebeurtenissen uit de geschiedenis. Ik vond het altijd heel knap gedaan door Goscinny en Uderzo. Helaas zijn beide schrijvers inmiddels overleden.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 03 – Johanna Lime over schrijven

25 juni 2020

Het derde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Wat is het verschil tussen een kort verhaal schrijven en een roman schrijven?

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

KORTVERHAAL of ROMAN.

Het verschil tussen een kortverhaal en een roman wordt vooral gekenmerkt door de lengte van het verhaal. Een kortverhaal is zoals de naam aangeeft een korte vorm van schrijven, die meestal over een incident gaat, over een episode of een personage in iemands leven. Een roman is een lange vorm van schrijven. Dit is meestal een verhaal dat veel personages kent en waarin veel gebeurtenissen zijn verwerkt. Naast de verhaallijn van het hoofdpersonage komen er ook vaak verhaallijnen in voor van bijpersonages.

Korte verhalen

Korte verhalen zijn volgens sommigen alle verhalen die korter zijn dan een novelle, ze hebben dan geen ondergrens en de bovengrens is maximaal 20.000 woorden.

Je kunt ook ultrakorte verhalen hebben van 6 of 120 woorden, maar meestal zitten die tussen de 500 en 1.000 woorden. Bij de Fantasy Strijd Brugge was het maximum 1.500 woorden en dat vond ik toen ik pas begon met schrijven bijna niet te doen. Toch is hier het vampierverhaal Pacifistenbloed uit voortgekomen.

Voor een tijdschrift was het maximum pasgeleden 3.000 woorden. Vaak zijn verhalen in verhalenbundels tussen de 5.000 en 8.500 woorden. Traditioneel gezien zijn korte verhalen tussen de 2.000 en 15.000 woorden.

Toen ik begon met meedoen aan verhalenwedstrijden, waren er grenzen van 12.000 of 10.000 woorden aan een kort verhaal. Waterloper heeft tegenwoordig 10.000 woorden als grens en bij de Harland Awards is die alweer naar beneden bijgesteld en is 7.500 woorden nu het maximum. Een verhaal over halfcybernetische mensen, Defragmentatie, dat meedeed aan de Fantastels Verhalenwedstrijd, komt aardig in die richting.

Je moet bij het schrijven van een kort verhaal in een beperkt aantal woorden over één hoofdincident en over een zeer beperkt aantal personages schrijven. Er moet een beginsituatie in zitten, een conflict en een spannende of intrigerende ontwikkeling met liefst ook een verrassend einde. Dat maakt korte verhalen vaak heel lastig om te schrijven.

In het boek ‘Korte verhalen schrijven’ van Ton Rozeman, stelt hij dat een kort verhaal te vergelijken is met een foto. Het verhaal gaat dan over wat er op de foto is waar te nemen, maar kan tevens suggesties opwekken van dingen die zich buiten dit beperkte kader afspelen.

Een kort verhaal is niet onderverdeeld in hoofdstukken en telt een klein aantal pagina’s, dat tussen de 4 en de 40 bladzijden in ligt.

Bij een verhaal dat tussen de 15.000 en 25.000 woorden in zit, spreekt men van een novelle.

Een roman

Wanneer een kort verhaal wordt vergeleken met een foto, kun je een roman vergelijken met een film. In de National Novel Writing Month gaat men uit van het schrijven van 50.000 woorden in een maand, voor de eerste versie van een roman, die in het Engels een ‘novel’ heet. Een jeugdroman kan tussen de 25.000 en 40.000 woorden liggen, een gemiddelde thriller is 70.000 woorden. Een Young Adult is vaak tussen de 50.000 en 80.000 woorden.

Uitgevers gaan idealiter uit van romans van ongeveer 300 pagina’s en dan schrijf je als auteur iets van 80.000 woorden. Dit wordt ingegeven door commerciële motieven en naar mijn idee gelden die speciaal voor Nederland. Want als ik kijk naar Engelstalige of uit het Engels vertaalde fantasyboeken, hebben de schrijvers daarbij toch wel veel meer ruimte gekregen om hun verhalen op te schrijven.

Voor de manuscriptenwedstrijd waar Dinie en ik in 2012 aan meededen was er een maximum van 150.000 woorden. Voor fantasyverhalen is dat volgens mij ook een reëel aantal. Boeken in ons genre zijn toch vaak dikke pillen of meerdere boeken die bij elkaar horen, omdat je er als fantasyschrijver een uitgebreide wereldbouw in kwijt moet kunnen. Kijk je naar Lord of the Rings en Game of Thrones of de laatste delen uit de Harry Potterserie, dan zie je al gauw dat die veel dikker zijn dan het gemiddelde fantasyboek dat door Nederlandse auteurs geschreven wordt. De laatste Harry Potter was meer dan 200.000 woorden, het eerste deel van Game of Thrones was meer dan 800 pagina’s dik. Ik hoop dus niet dat commerciële redenen beperkingen op gaan werpen voor het schrijven van mijn romans. Want zoals Kim ten Tusscher mij eens bij een verhalenwedstrijd, waar zij toen jurylid van was, vertelde: ‘Een verhaal nodig heeft wat het nodig heeft.’ Het bewijs bij haar boeken is, dat het derde deel van ‘De vertellingen van de ondergang’ zo omvangrijk werd, dat het boek gesplitst werd zodat het in twee omslagen verscheen. Dat was beter bij het drukken en handiger vast te houden voor de lezer. Haar geplande vierde deel van deze serie, worden nu twee afzonderlijke delen. Zo wordt er flexibel omgegaan met de vorm en komen de verhalen beter tot hun recht. Want het zou toch jammer zijn dat je als schrijver niet de diepte in kunt gaan met je verhaalwereld, omdat er een beperking zit op het aantal woorden dat in een boek mag passen, vanwege het drukproces en de prijs.

In een artikel van Schrijven online las ik overigens dit: Sommige uitgeverijen geven wel aan dat er een minimumaantal woorden zit aan de manuscripten die zij willen ontvangen. Verder ben je eigenlijk geheel vrij in de lengte van je manuscript, de lengte van je hoofdstukken en het aantal woorden: het is maar net wat jouw verhaal nodig heeft en in welke vorm hij het beste tot zijn recht komt. Mocht je boek uitgegeven worden, dan is er altijd nog een redacteur die kan zeggen dat je moet inkorten of juist nog even door moet schrijven.’

Een roman is verdeeld in verschillende hoofdstukken, soms genummerd en soms niet. Het verhaal beslaat vaak een langere periode in het leven van het hoofdpersonage. Veel andere personages worden ook geassocieerd met de hoofdpersoon. Deze bijpersonen kunnen in een roman gaan en komen. De hoofdpersoon moet vaak meerdere obstakels overwinnen.

Een romanschrijver heeft meestal meerdere jaren nodig om een roman te voltooien. Het verhaal kan uitgebreid zijn en er kunnen zoveel personages in zitten als voor het verhaal nodig is. De schrijver kan zijn creativiteit gebruiken om een goede spanningsboog in het verhaal te verwerken en naar een climax aan het einde van het verhaal toe te bouwen.

Soms wordt een roman ook snel geschreven en hangt het af van de concentratie en de tijd die de schrijver neemt om dagelijks te schrijven. Op dezelfde manier kost het lezen van een roman ook meer tijd in vergelijking met het lezen van een kort verhaal.

Korte verhalen of een roman schrijven.

Een romanschrijver kan ook heel goed een schrijver van korte verhalen zijn. Het voordeel van korte verhalen schrijven is soms dat daarmee geëxperimenteerd kan worden in verschillende genres. Johanna Lime schreef bijvoorbeeld ook dit kinderverhaal:  Een draak met koekjes

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het kan ook zijn dat ik het dan over lezen doe, want daar heb ik ook een serie ideeën voor bedacht. Volg Johanna Lime en je ziet het vanzelf verschijnen.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Mijn passie voor ‘De twaalfde Saturnusmaan’

16 september 2019

Het verhaal dat er moet komen

Dinie heeft mij eens verteld dat ze droomde over een nieuwe maan bij Saturnus.

Ze woonde toen nog in haar vrijgezellenappartement in Krimpen aan den IJssel. In die tijd reed ze met een collega mee naar haar werk Terwijl ze op weg waren naar hun kantoor stond de autoradio aan. De nieuwslezer vertelde dat er een nieuwe maan ontdekt was bij Saturnus, de twaalfde maan die rond die planeet ontdekt werd.

Een droom die uitkomt, kan gewoon geen toeval zijn. Dit betekent iets. En dat is ook de reden waarom ik dit heb meegenomen in de voorbereidingen op dit verhaal.

Saturnus Maan heette het eerst, nu heb ik het ‘De twaalfde Saturnusmaan’ genoemd.

Ik heb nu al in een paar blogs laten zien hoezeer ik twijfelde over dit verhaal. Er waren twaalf hoofdstukken af en ik was daarmee op de helft. Het heeft een hele tijd aan de kant gelegen omdat de trilogie eerst klaar moest zijn. Toen ik het pasgeleden weer oppakte, stond het me tegen om er mee door te gaan. Het eerste hoofdstuk had niet de kwaliteit die ik na veel redactiewerk wilde zien. Ik heb het toch opgepakt omdat ik diep van binnen weet dat dit verhaal er komen moet, omdat ik het al heel lang wilde schrijven. Nadat ik eenmaal bezig was, viel het me alles mee. Sommige zinnen moesten alleen wat anders worden verwoord, de essentie was gewoon goed. Toch was er wel iets anders mee aan de hand. De spanningsboog klopte niet.

Ik ben opnieuw gaan plotten en nu staat er een prima indeling voor vierentwintig hoofdstukken, met een beginsituatie, een blinde vlek, een conflict, vier keerpunten, een climax en een einde.

 

Facebookvrienden

Ik heb de hulp ingeroepen van mijn Facebookvrienden en heb hen mijn twijfels voorgelegd over de uitleg waarvan ik dacht dat die nodig was voor dit verhaal. Het wordt een autobiografische roman waarin ik mijn eigen mening over de ontwikkeling van de mensheid, religie, de positie van de vrouw die al dan niet een aspergersyndroom heeft (in elk geval nogal introvert is) opschrijf op mijn manier.

Om bepaalde dingen duidelijk te maken kom ik er niet onderuit dat ik iets uit ga leggen, bijvoorbeeld dat Saturnus weerstand betekent en dat de Maan over gevoeligheid gaat. Ik probeer de informatie die de lezer nodig heeft natuurlijk zo te doseren dat er steeds maar een beetje van vrij komt tussen de ervaringen van onze vakantiereizen over de wereld en onze ervaringen op het werk door.

Het verhaal gaat over twee vrouwen die het onderwerp van een studie worden en daarvoor steeds worden vervoerd naar een ruimteschip met onderzoeksfaciliteiten dat op de twaalfde maan van Saturnus staat. De aliens onderzoeken de herinneringen van de vrouwen, zonder dat die het door hebben dat dit gebeurt. Uiteindelijk komen de vrouwen erachter en dan is het hek van de dam.

Het is een serieus maar ook komisch verhaal en natuurlijk is het grotendeels fictie met alleen maar een paar autobiografische ervaringen die erdoorheen verweven zijn.

 

Ik kreeg hele fijne reacties en tips van mijn Facebookvrienden, waaronder ook een aantal schrijvers. De belangrijkste die mij echt over de streep getrokken heeft, was: ‘Waarom schrijf je het niet gewoon? Het schrijven doe je tenslotte voor jezelf! En als je het helemaal geschreven hebt, kun je altijd nog kijken wat je er mee doet.’

Een andere was: ‘In een nawoord schrijven hoe je ertoe gekomen bent en uitleggen wat sommige belangrijke elementen zijn. De informatie die er in moet kun je misschien verwerken in de dialogen.’

Nog een andere was: ‘De informatie er nu tussen schrijven en later uitwerken in spannende monologen.’

Er kwamen nog meer hele goede reacties. Wat is het fijn dat mensen zo positief reageren en je willen helpen. Social media is zo gek nog niet, het kan echt een hulpbron zijn. Bedankt allemaal!

Schrijven met passie

Ik ben aan versie 7 begonnen nadat het plot veranderd was. Twaalf hoofdstukken waren min of meer al klaar maar moesten vanwege de nieuwe indeling ergens anders terecht komen. Ze moesten dus weer herschreven worden.

Twaalf andere hoofdstukken waren helemaal nog niet geschreven en moeten dus nog vanaf het begin uitgewerkt worden. Ik heb alleen een idee over welke onderwerpen ze moeten gaan en hoe ze in het totaalplaatje passen.

Ik ben gaan herschrijven en kwam in een ‘flow’ terecht. Zaterdag begon ik aan een heel nieuw hoofdstuk. Sommige dingen zijn autobiografisch maar veel ervan is pure fictie. Er kwam een zwaar conflict in voor dat voor flinke problemen zorgde bij de personages. Ik heb er zondagavond nog laat aan doorgewerkt en ging pas na middernacht naar bed. Vandaag, op maandag, ben ik vijf uur achter elkaar aan het schrijven geweest aan hoofdstuk 10. De hoofdstukken worden niet al te lang, ongeveer de helft van wat ik normaal per hoofdstuk gewend ben. Hoofdstuk 10 gaat over eigen ervaringen met mijn werk, al zijn ze wel een beetje verdraaid naar de kant van fictie. Ik zat echt ‘in the flow’, de tijd ging helemaal aan mij voorbij. Voordat ik het wist moest ik alweer het eten gaan koken.

Ik was in mijn herinnering weer bij de situaties die ik heb beschreven. En het leuke van alles was dat ik in het verhaal dingen verwerk waardoor ik nog zekerder van mijn zaak geworden ben. Wat anderen er ook van zeggen, ik weet dat ik er goed aan heb gedaan om met Dinie samen een huis te kopen. Dat we als twee vrouwen samen 36 jaar bij elkaar gebleven zijn en lief en leed gedeeld hebben. Ook al vonden andere mensen dat maar vreemd, het was de beste keuze.

Vandaag ben ik dus alweer zover dat ik morgen verder kan gaan schrijven aan hoofdstuk 11 van de roman. Dit gaat echt met heel veel passie. De woorden en zinnen komen achter elkaar naar boven. Ik hoef het alleen maar uit te typen en het staat er, precies zoals het moet.

Het leuke van alles is, nu ik eenmaal bezig ben, dat de uitleg heel natuurlijk in het verhaal verweven wordt in monologen en dialogen. Ik hoef me dus geen zorgen meer te maken over te veel infodump. Door de weerstand die telkens overwonnen moet worden door de personages, ontstaan er natuurlijke conflicten en die zijn de motor voor elk verhaal. Het vloeit als een onstuimige waterval. Als ik het al zo ervaar, denk ik dat een lezer er ook wel vlot doorheen zal komen.

 

Vandaag voel ik me helemaal geweldig doordat ik dit van me af heb kunnen schrijven.

Groetjes van Johanna Lime

(Marjo)

Keuzes maken

11 augustus 2019

Op 6 augustus plaatste ik een blog op de website van De vergeten vloek, waarin ik schreef dat het manuscript van deel 3, Schamel verbond, naar uitgeverij Zilverbron is opgestuurd. Vanaf nu kan de redactie beginnen en daarna kan alles worden klaargemaakt zodat het derde deel van de trilogie net als de eerste twee delen gedrukt wordt en als boek wordt uitgegeven.

Ik schreef daar ook dat ik voor de NaNoWriMo van november al een projectidee had, dat ik weer verder zou gaan schrijven aan mijn autobiografische verhaal over twee eigenwijze vrouwen en twee aliens. Het is immers al voor de helft geschreven en hoeft alleen nog afgemaakt te worden.

Ik heb het verhaal weer opgezocht op mijn laptop en ben het van voren af aan gaan lezen. En wat bleek? Het stond me nu helemaal niet meer aan!

Ik wil wel verder gaan met dit autobiografische project, omdat het de maatschappij een spiegel voorhoudt. Maar er is nu zoveel dat mij aan nare voorvallen herinnert die ik samen met Dinie heb meegemaakt, dat ik me er niet goed bij voel.

Als Dinie er nog geweest was, zou ze er grappen over gemaakt hebben. Dan zou ik erom kunnen lachen en alles lekker relativeren. Maar ik zit anders in elkaar dan zij zat. Op het moment zie ik alleen de ellendige dingen erin.

En als mij dat al overkomt als schrijver, kan ik het beter nog wat langer aan de kant leggen en het later op gaan pakken. Misschien moet ik het hele verhaal maar anders op gaan schrijven. Ik heb al een optie bedacht om het vanuit het gezichtspunt van de aliens te gaan herschrijven. Dat geeft mij de mogelijkheid om het van een heel andere kant te bezien. Het zou een ontzettend humoristisch verhaal kunnen worden. Lekker luchtig en niet te zwaar.

Maar hoe ik dat aan moet pakken, daar moet ik dan nog eens heel goed over denken. Want wat gaat er verloren bij een veranderd standpunt en wat komt er juist bij? Blijven de autobiografische elementen die ik aan de kaak wil stellen dan wel overeind staan? Het zou jammer zijn als alles wat ik tijdens de Cursus Schrijf Je Verhaal van Marjon Sarneel geschreven heb in de prullenbak verdwijnt.

Het is natuurlijk wel zo dat ik misschien te kritisch ben. Want ik ken het verhaal al en weet dingen die de lezer nog helemaal niet weet. Dus het zou toch best interessant kunnen zijn. Allemaal overwegingen waarmee ik de afgelopen tijd geworsteld heb. Ik moest keuzes maken. En voorlopig ligt dit verhaal weer aan de kant te wachten.

Maar ik ben niet voor een gat te vangen. Er ligt tenslotte nog een leuke cursus op de plank. Dus ben ik daar maar weer eens in gaan lezen. De cursus van Fantasy Schrijven die ik als verjaardagscadeau gekregen heb van Dinie en waarvan ik alle opdrachten nog moest maken, lonkte weer.

Het is de cursus: Fantasy in vogelvlucht: een reis door de genres, waarvan Tais Teng de docent is. De lessen had ik al eens doorgelezen en ze staan er in de heerlijke sarcastisch-humoristische stijl van Tais. Geweldig om op die manier kennis te maken met alle verschillen in de genres.

Alleen heb ik ook hier lange tijd tegen de uitwerkingen aan zitten hikken, want die begonnen direct al met het vinden van een magische plaats.

In Sliedrecht, Tais? Meen je dat echt? Ik heb me rotgezocht en wel wat verwaarloosde achtertuinen en smalle doorgangetjes gevonden, maar magie krijgt in mijn woonplaats echt geen kans met al die kerken die hier staan. Of het zou juist in zo’n gebouw verstopt moeten zitten, maar daar kom ik al lang niet meer.

Ik heb dus mijn toevlucht genomen tot Pinterest en een heel enge deur gevonden in een donker bos. Direct kwamen er zwarte elfen, dryaden, ogers, demonen, heksen en vechtlustige mensen tevoorschijn. In plaats van bij hoofdstuk 1 een korte beschrijving te maken en de magie van een Hindoegod op te roepen, heb ik nu vaag een fantasywereld bedacht met een donker Woudland. Ik heb het ritueel met de Naga’s wel uitgewerkt maar het omgebouwd voor een demon die ik verzonnen heb via de Fantasy Names Generator. Er zijn inmiddels zes pagina’s van het verhaal geschreven die het begin kunnen worden van een kort fantasyverhaal. Of als het uitgebreider wordt (en daar zijn wel mogelijkheden voor) zelfs het begin van een nieuwe fantasyroman.

En dan heb ik de opdrachten van Les 1 alleen nog maar gemaakt.

Ik ben dus erg benieuwd naar die vogelvlucht door de genres, want bij 16 hoofdstukken zouden dat dus weleens 16 nieuwe verhalen kunnen worden. Fantastisch, Tais! Ik heb er zin in!

Met een schrijftacker, die ik aanhoud om bij te houden hoeveel uren per dag ik schrijf, en met de cursus Fantasy in vogelvlucht, ben ik nu dus bezig om nieuwe schrijfoefeningen te doen. Ik volg de lessen, doe onderzoek naar verschillende onderwerpen, maak lijstjes voor personages en bedenk een wereldbouw. Lekker creatief experimenteren. Korte verhalen schrijven en misschien later van de uitwerkingen nieuwe romans maken.

Een paar verhalen die ik nog wil doen en waar ik de cursus misschien ook goed bij kan gebruiken, zijn die voor de wedstrijd ZONDERLINGEN van Godijn Publishing. Ik hoop twee verhalen af te krijgen voor de deadline.

En voor Marjon Sarneel. Dat verhaal komt er wel, al duurt het misschien wel net zo lang als jij erover deed om Maidentrip te schrijven. Het staat nog steeds op mijn lijst van dingen die ik graag wil doen. Sommige zaken hebben gewoon meer tijd nodig dan verwacht.

 

Als de redactie van De vergeten vloek deel 3, Schamel verbond, van start gaat, krijgt die natuurlijk voorrang.

Voor 2020, als het boek verschenen zal zijn, krijg ik alweer plannen voor een nieuwe trilogie die zich in de verbeeldingswereld van Laskoro en Berinyi af zal spelen. In de toekomst, bij de volgende generatie. Van de meeste personages heb ik nog dagboeken liggen. Toch zal het verhaal van een volgende trilogie veel nieuwe aspecten krijgen. De keuzes die voor De vergeten vloek gemaakt zijn, hebben nu eenmaal bepaalde consequenties voor de toekomst van de verbeeldingswereld. Dat heb je bij een ontwikkeling die door blijft werken als je schrijft. Ik hoop nog veel mooie verhalen en boeken te kunnen maken.

 

Groetjes van Johanna Lime

(Marjo)