Een interview met Johanna Lime door Bookstamel

27 september 2019

Melanie, de boekenblogger van Bookstamel heeft mij geïnterviewd!

Lees het originele bericht hier.

Op Facebook plaatste Melanie vandaag het interview. Ze schreef er dit boven: Ik had een zeer openhartig interview met Marjo Heijkoop die samen met Dinie het gezicht achter Johanna Lime is. Helaas is Dinie overleden en moet Marjo alleen door. We hebben het o.a. over hoe het is om nu alleen verder te moeten schrijven, maar ook over hoe het was om samen een boek te schrijven.

Super bedankt voor je openhartigheid Marjo Heijkoop. Ik heb je vragen met heel veel bewondering gelezen.

Ik plaats het interview ook hieronder op mijn website.

Hallo lieve lezers van Bookstamel,

Vandaag is het weer tijd voor een nieuw interview. Deze keer met niemand minder dan Johanna Lime. Een fantasy auteur. Houden jullie eigenlijk van het fantasy genre? Volgens mij is het namelijk echt een genre waar je van houdt of juist helemaal niet. Ik vind het zelf heerlijk om me helemaal te verliezen in een andere wereld en wezens te ontdekken die normaal helemaal niet zouden kunnen bestaan. Maar goed, tijd om naar het interview te gaan. Zitten jullie er klaar voor? Daar gaan we dan.

Hoe zijn jullie ooit bij het fantasy genre terecht gekomen?

Als kind hielden wel al veel van sprookjes en ik herinner me goed het boekje over Arretje Noff die een draak verslaat (mijn eerste boekje over een draak).
We gingen met een tante naar de Efteling toen het sprookje van de Indische Waterlelies er pas was. Dat vonden we prachtig, net als het sprookjesbos.
Verder speelden Dinie en ik samen allerlei rollenspellen uit als we bij elkaar kwamen.
Dinie ontdekte science fiction het eerst, ze las boeken uit de bieb. Ik volgde haar voorbeeld en ging ook op zoek. Ik vond de boeken van Clifford D. Simak, A.E. van Vogt en Zelazny mooi. Veel keus was er in die tijd nog niet en alles was vertaald.
Dinie en ik verzonnen een eigen fantasywereld met verschillende personages. We hadden al gauw een heel planetenstelsel bedacht.
Natuurlijk vonden we ook tv series als The Thunderbirds, Star Trek, Blakes 7 en films als Star Wars geweldig.
En we speelden RPG spellen op de computer.
Fantasy en science fiction vonden we fascinerend, spannend, anders dan normaal.

 

Waar haalde je de inspiratie voor de vergeten vloek vandaan?

De zeven soorten magie die we in onze boeken gebruiken komen bij RPG spellen vandaan. We hebben ze aangepast en er een magisch systeem voor onze boeken van gemaakt.
De Avatars zijn ontstaan doordat we gingen filosoferen over religie en verre reizen maakten. We bezochten boeddhistische en hindoetempels in Azië. We lazen veel over andere goden en godinnen en gebruikten die voor in onze dagboeken. Later werden het onze eigen verzonnen Avatars.
We studeerden astrologie en lazen over paranormale zaken. De magiërs die wij in onze boeken hebben, komen oorspronkelijk van de aarde. Maar omdat wij vaak als buitenstaanders werden gezien, verzonnen we een verhaal waarbij mensen die konden voorvoelen wat voor rampen er zouden komen, verbannen werden met een ruimteschip. Ze crashten op de godenplaneet Eibor Risoklany, waar de Avatars leefden, samen met de draken. Daar kregen de mensen hun magie van de goden. Maar ze hadden helaas een al te menselijke eigenschap, namelijk machtshonger. Daardoor ontstonden er steeds gevechten tussen de verschillende magische families. Toen de goden dat beu werden, spraken ze de vloek uit.
In Schimmenschuw leven de zeven magische dynastieën nog bij elkaar op een planeet, maar in de De Vergeten Vloek trilogie zijn ze door de vloek uit elkaar gehaald. Er is een disharmonie in de bevolking ontstaan en de magie in het koninkrijk Laskoro is bijna vergeten. Op Berinyi waar de elementenmagiërs heen verbannen zijn, is het er nog wel, maar daar is weer een probleem met zonen van de hogepriesteressen die vroeg sterven.
Afijn, het is een verhaal dat in de loop van de tijd steeds verder is uitgegroeid totdat het een hele wereldbouw omsloeg. En die breidt zich net als ons helaal steeds een stukje verder uit, want door erover te gaan schrijven kwamen er gaandeweg weer nieuwe ideeën bij. De personages waar we onze dagboeken van hebben geschreven zijn eigenlijk de vrienden die we in het gewone leven nooit gekregen hebben.

 

Hoe is het om samen een boek te schrijven?

Dat is heel fijn want je kunt je gedachten met elkaar bespreken en Dinie en ik vulden elkaar perfect aan. Dinie wist veel over allerlei onderwerpen en was geïnteresseerd in astronomie. Ik ben weer meer geïnteresseerd in de beweegredenen van mensen en de psychologie achter de dingen. Als we samen gingen brainstormen kwamen er altijd leuke nieuwe ideeën die we gebruiken konden. Ik schreef meestal en als er een hoofdstuk af was, las Dinie het hardop voor en keken we of alles klopte. Soms kwam er wat bij, soms vonden we iets toch niet zo passen en werd het weer geschrapt. Dinie deed de research als ik aan het schrijven was en ik maakte de planning. Dinie was meer van het overzicht en ik van de details.

 

Vind je het niet ontzettend moeilijk dat je nu alleen moet gaan schrijven?

Het is echt heel jammer dat Dinie er nu niet meer is. Nu moet ik alles alleen doen en soms kost het me even om weer genoeg moed te verzamelen om verder te gaan. Soms ben ik ook te kritisch en wil ik een eerste versie al perfect hebben. Ik moet mezelf inprenten dat ik creatief mag zijn en dat de fouten later worden rechtgezet, bij het herschrijven. Als ik echt in een ‘flow’ zit, waarin de ideeën stromen en het verhaal achter elkaar op het scherm verschijnt, vergeet ik alles om me heen. Dan geniet ik echt. Mijn koffie wordt dan koud en ik vergeet dat het tijd is om eten te gaan koken. Ik kan me geen leven voorstellen zonder schrijven of tekenen. Dat hoort gewoon bij mij.

 

Je boeken worden uitgegeven bij Zilverspoor hoe ben je bij deze uitgeverij terecht gekomen?

We zijn bij Zilverbron terecht gekomen nadat we in 2012 meegedaan hadden aan de manuscriptenwedstrijd van Luitingh Fantasy en Magic Tales. We hadden deel 1 van de trilogie geschreven en zochten een uitgever. Maar voor de wedstrijd moesten we een op zichzelf staand verhaal schrijven. Dat werd Schimmenschuw. En dat is maar goed ook, want als we het manuscript voor deel 1 van de trilogie toen hadden opgestuurd naar uitgevers, was het niets geworden.
Schimmenschuw hebben we op Keltfest gepitcht bij Cocky van Dijk en na het nog een aantal keren herschreven en verbeterd te hebben is het manuscript door Jos Weijmer geaccepteerd en konden we het bij Zilverbron uitbrengen. Wat waren we trots!
En nadat Schimmenschuw uitgekomen was, hebben we met Cocky op het muurtje bij het kasteel van Elfia Arcen vergaderd en kregen we de contracten voor drie boeken van trilogie De Vergeten Vloek. Deel 1 en 2 zijn al uit, deel 3 komt in april 2020. Geweldig fijn!

Heb je naast Dinie ook al eens samengewerkt met andere auteurs?

Nee, Dinie en ik voelden elkaar geweldig goed aan, soms zeiden we op precies hetzelfde moment hetzelfde. Ik heb tijdens mijn studies wel met anderen samengewerkt en dat ging vaak goed. Dus misschien is het een idee om ooit nog met een collega-auteur samen een boek te schrijven. Het lijkt me wel leuk om te doen.

 

Met welke auteur zou je graag eens samen willen werken?

Met Gaby Raaijmakers of Silvia Rietdijk lijkt me dat wel leuk. Met hen heb ik soms fijne gesprekken op de beurzen en ik vind hun boeken ook geweldig fijn om te lezen. In de Zilverfamilie zitten trouwens nog wel meer leuke collega’s met wie ik weleens samen wat zou willen schrijven. Op de Facebookpagina Zilverboekenclub werk ik ook al samen aan de posts daar, met Kim ten Tusscher, Sebastiaan Koen en Natascha van Limpt. Dat gaat ook prima.

 

Welke boeken lees je zelf graag?

Tegenwoordig zijn dat de boeken van Nederlandse en Belgische auteurs in het fantasy en science fictiongenre. Ik heb sinds 2012 steeds boeken gekocht bij Zilverbron en Zilverspoor en heb al heel wat gelezen van mijn collega’s. Echt geweldig om werk in oorspronkelijk Nederlands te lezen. Ik heb ook boeken gelezen van Adrian Stone en van andere collega-auteurs. Schrijvers die ik echt geweldig vind, zijn Mark Doornbos, Robert Bijman, Kim ten Tusscher, Cocky van Dijk, Kelly van der Laan, Peter van Roermund, Anaïd Haen en Django Mathijsen, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik geniet echt van deze boeken.

 

Wie was je grote voorbeeld toen je jonger was?

Ik heb Een zomerzotheid van Cissy van Marxveld zo ongeveer stuk gelezen, maar dat was in een tijd dat ik op iedereen verliefd was. De boeken van Star Wars vond ik wel wat. Verder las ik vroeger bijna geen leesboeken maar meer semi-wetenschappelijke studieboeken. Ik volgde een serie met Joseph Campbell op Teleac, over mythe en bewustzijn, die vond ik echt helemaal te gek. Nu ben ik weer terug bij mijn voorkeur uit mijn tienerjaren en lees ik fantasy en science fictionboeken, maar dan van Nederlandstalige auteurs.

 

Welke boodschap zou jij de lezers van je boeken graag willen meegeven?

Laat je niet gek maken door wat anderen over je denken. Het is niet verkeerd om dingen aan te voelen en te dromen over andere werelden. Jij verdient net als iedereen een plek in de wereld. Je mag er zijn. En als je even wilt ontspannen, dan mag dat. Pak en boek en verruim je horizon.

 

Hoe lang doe je ongeveer over het schrijven van een boek?

Als ik me echt druk maak en het plot is al goed doorgedacht en in een schema terecht gekomen, kan de eerste versie er in drie tot zes manden staan. Maar dan komt het schaafwerk en volgen er nog een paar herschrijfronden. Als het manuscript is opgestuurd volgen er meerdere redactierondes, dus in totaal duurt het ongeveer anderhalf jaar voordat een boek uitgegeven is. Het ligt er ook aan met hoeveel projecten ik bezig ben, soms komen er korte verhalen tussendoor.

 

Wie heeft de covers van de vergeten vloek gemaakt?

Welke covers er op de boeken komen, wordt bepaald door de uitgeverij die ze opzoekt op Shutterstock. Daar staan mooie afbeeldingen van allerlei kunstenaars. Ik ben heel blij met de draken en heb die wel gevraagd. De Gouden Draak is de god van Laskoro, de Zwarte Draak (die op de kaft rood werd omdat het anders te knallerig werd voor een kaft als de Rosettenevel op de achtergrond had gemoeten) is de god van Berinyi. In boek 3 komen ze samen en hopelijk komen er dan twee draken op de kaft.

 

Voor de lezers die de boeken van Johanna Lime nog niet kennen wat kunnen ze verwachten van de boeken?

Ze kunnen verwachten boeken te lezen over een wereld die zich uitstrekt van het sterrenbeeld Taurus (Stier), door Orion en zo naar Monoceros( De Eenhoorn waarin de Rosettenevel zich bevindt). De verhalen gaan over mensen zoals jij en ik die in een koninkrijk leven met magie, tempels met goden, verschillende rassen, ruimtevaart en techniek, problemen met de samenstelling van de bevolking, politieke tegenstellingen enzovoorts. Het gaat over van alles wat er mis kan gaan, van jaloerse zussen tot een oorlog met een vreemd volk dat je energie wil stelen en onzichtbare ruimteschepen toe. De hoofdpersonen moeten oplossingen bedenken en beslissingen nemen die consequenties hebben voor het hele volk. Het is een fantasywereld maar hij lijkt veel op onze wereld. Ze zijn een stukje verder met sommige zaken, met andere misschien weer niet. Lees het als een avontuur.

 

Waar zou je nog graag eens een boek over schrijven?

Ik wil het boek waaraan ik bij een cursus over autobiografisch schrijven begonnen was verder af zien te krijgen, maar ik moet er nog eens heel goed over nadenken welke belangrijke thema’s ik daarin kwijt wil. Het gaat over twee eigenwijze vrouwen die als studiemateriaal dienen voor twee aliens die komen kijken hoe de mensen zich sinds de piramides van Egypte hebben ontwikkeld.

Verder wil ik het beginverhaal op aarde over de paranormaal begaafde mensen schrijven die vanwege hun profetische boodschappen worden verbannen en op een andere planeet crashen met hun ruimteschip.

 

Daar komen ze dan: de keuzevragen.

Welk antwoord kies jij en waarom?

 

Fantasy of werkelijkheid?

Fantasy, want daar heb ik vrije keuzes.

Alleen of Samen?

Op het moment alleen, misschien ooit weer eens samen.

Bestseller of Een boek geschreven uit je hart?

Een boek geschreven uit mijn hart met fijne mensen die het willen lezen.

Fietsen of Wandelen?

Fietsen met de wind langs je oren onder een typisch Hollandse wolkenlucht.

Recensie van je lezers of Recensie van een belangrijke pief?

Ik heb het niet zo op piefen, dus kies ik voor lezers met een eerlijke feedback, want daar kom ik als schrijver mee verder.

Avondeten of Ontbijten?

Avondeten, omdat het warm is, aangenaam ruikt en heerlijk smaakt.

Zoet of Hartig?

Het probleem is dat ik van allebei houd.

Lezen of Schrijven?

Dat gaat hand in hand, om te kunnen schrijven moet je ook veel lezen.

 

Bedankt voor het leuke interview! Ik heb er enorm van genoten.

Liefs, Melanie

En jij bedankt voor het interview, Melanie!

Groetjes van Johanna Lime

Recensie voor Sluimerend vuur bij Bookstamel

20 september 2019

Er kwam een mooie recensie voor Sluimerend vuur bij Bookstamel.

Lees hem hier

Of bij recensies deel 1 op de website van De vergeten vloek.

Ik ben er heel blij mee en kan me voorstellen dat het begin wat traag verloopt, want het is nogal een wereld die neergezet moest worden. Gelukkig gaat het na het eerste keerpunt wat sneller, dat zul je volgens mij vaker meemaken in boeken met de indeling die ik gebruik. Ik plot volgens het schema van Terry Brooks. In het begin worden de personages aan de lezer voorgesteld en komt de wereld in zicht. In de eerste helft van het boek overkomt de personages van alles waar ze zich niet bewust van zijn en waar ze dus nog weinig invloed op hebben. Pas na het midden leren ze ervan en nemen ze hun lot zo langzamerhand in eigen hand. Aan het einde zit de climax, dan wordt het erop of eronder. Misschien kan ik er nog eens wat meer over vertellen in een blog.

Melanie schrijft dat ze een Reading Challenge heeft van 100 boeken per jaar. Ze heeft al 71 boeken gelezen tot nu toe. Nou, petje af hoor.

Ik heb zelf voor 2019 als doel 25 staan en ik vraag me af of ik het ga halen. Ik ben nu bezig aan boek 18, dus hierna moet ik er nog 7. En het is al eind september….

Dat wordt doorlezen.

Een aantal science fiction verhalen die ik goed vind.

Geplaatst 20 mei 2018

Vaak verbaas ik me over meningen die op het internet en sociale media gegeven worden over boeken en verhalen van schrijvers uit ons genre. Hoe komen mensen tot conclusies, waarvoor moeten er steeds weer etiketten worden geplakt en hoe kan het dat deze personen precies menen te weten wat er vanbinnen bij de auteurs en bij andere lezers speelt? Ik (Marjo Heijkoop) moet eerlijk bekennen: dat begrijp ik niet.

Waarvoor zou je je landgenoten af willen zeiken en gaan generaliseren over de slechte kwaliteit van Nederlandstalige korte verhalen en boeken uit het fantastische genre en moet je altijd de buitenlandse fictie boven alles stellen? Ik heb die ervaring niet, dat wat van ver komt altijd beter is. Ook bij vertaalde boeken zijn er enorme verschillen in onderwerpen die mij grijpen of schrijfstijlen die mij meeslepen of niet. Ik lees boeken van haver tot gort, van kaft tot kaft. Ik proef alle woorden en zinnen en die moeten duidelijk zijn, want anders raak ik in verwarring. Bij de door anderen aangeprezen vertaalde werken zitten er aardig wat die mij totaal niet kunnen boeien. Bij de boeken van Nederlandse en Belgische collega-schrijvers zitten er ook een paar, maar de meeste ervan doen niks onder voor verhalen van buitenlanders.

Alles is afhankelijk van iemands referentiekader, heb ik vroeger van mijn leraar kunstgeschiedenis en tekenen geleerd. Het totaal aan ervaringen uit iemands leven bepaalt waar de voorkeuren liggen. De denkstijl die jij hanteert bij jouw voorstellings- en denkvermogen is bepalend voor wat jij uit de veelheid van gegevens die op je afkomen filtert, voor waar jij de nadruk op legt. Die maken uit hoe iemand tekent en schildert, welke onderwerpen hij gebruikt, welk materiaal de voorkeur heeft en met welke compositie alles vormgegeven wordt. Die maken uit hoe iemand schrijft of leest.

Ik heb zelf tijdens mijn studie NLP ontdekt dat ik van negen verschillende organiserende denkstijlen nog het meest val onder de stijl van de begripsdenker. Dit houdt in dat ik bij het lezen van verhalen verstandelijk bezig ben. Ik denk over verhalen na. Iets moet voor mij logisch in elkaar zitten, ik moet het kunnen begrijpen. Ik zoek een samenhang van elementen en vind het geweldig fijn om patronen en structuren te ontdekken. Daarom haak ik bij vage verhalen vaak af en ook bij concepten die voor mij niet concreet genoeg zijn, die niet te vatten zijn, zoals luchtkastelen op een veld. Ik zie die kastelen niet staan, probeer die niet aan mij te verkopen, want ik koop geen dingen die niet echt zouden kunnen bestaan.

Wanneer ik creatief bezig ben, schilder ik met woorden, heb ik schema’s nodig voor houvast waarmee ik verder alle kanten op kan gaan die het verhaal wil gaan, als het maar past bij de wereld waarin het plaatsvindt, bij de structuren die daar zijn, als het maar mogelijk zou kunnen zijn. Ik ben gek op woordspelingen en nieuwe begrippen die in een verbeeldingswereld worden geïntroduceerd, zolang het logisch blijft heb je mijn aandacht.

Ik vind mijzelf een kritische lezer, omdat ik niet alles zomaar slik, maar het etiketten plakken en het op een hoop gooien van hele bevolkingsgroepen moet eens afgelopen zijn. Richt je op de rijkdom van de cultuur, er zitten prachtige pareltjes tussen. Vind die dan ook en stop met mopperen. Ieder heeft zijn eigen voorkeur en zijn eigen smaak. Vertel erover waarom je iets mooi vindt, daar hebben we meer aan dan aan klagen.

Het is even geleden dat ik iets schreef over de boeken die ik las. Dat komt doordat ik een paar boeken heb gelezen die niet bepaald mijn voorkeur hadden en waar ik weinig over kan vertellen. Gelukkig las ik pasgeleden wel weer een boek dat ik geweldig goed vond, maar daar schrijf ik nu ook nog niet over. Ik wil het deze keer hebben over een aantal korte verhalen uit verzamelbundels. Over de verhalen die mij aanspreken.

Ik las Terraanse Vertellingen

Dit is een bundel met korte verhalen, de eerste bundel van SF-Terra, genaamd Terraanse vertellingen. Hij is uitgebracht in 2009 en beoogt de verhalen te brengen van de beste auteurs van de afgelopen jaren. (Bedoelen ze daarmee vanaf 1971 toen SF Terra zich intensief bezig hield met promotie van SF in het Nederlands taalgebied, zoals dat in het voorwoord staat? Dat denk ik wel, maar echt duidelijk is het niet.) Wanneer ik dan naar de lijst van titels kijk met de namen van de auteurs erachter, valt me direct op dat er twaalf mannennamen in staan en slechts een vrouwennaam. Daarbij trek ik direct mijn wenkbrauwen hoog op. ‘Hmm? Niet bepaald evenwichtig, want mij maak je niet wijs dat er minder vrouwen zijn dan mannen die sf schrijven, of dat ze niet in dit soort bundels thuis zouden horen. Of was dat in die tijd wel zo en is dat de laatste jaren veranderd?’

Afijn, ik heb de verhalen gelezen en geprobeerd me in te leven. Konden ze mijn interesse wekken? Deden ze me iets? Wekten ze mijn verwondering op? Gaven ze me een goed beeld van een alternatieve toekomst of wereld? Bij de meeste ervan lukte dat slechts gedeeltelijk.

Ik vind dat de verhalen best goede concepten hebben, maar ben van mening dat ze er niet echt uitspringen als geweldige sf verhalen. Sommige ervan werden aan het eind wat afgekapt en zouden wat mij betreft beter uitgewerkt mogen worden. In andere werden er nogal karikaturale personages neergezet, was er gebruik gemaakt van quasi super interessante begrippen die veelvuldig te veel bijvoeglijke naamwoorden behoefden en waren de zinnen slordig uit de redactie gekomen, waardoor ik die drie keer moest lezen om de juiste zinsbouw te pakken te krijgen. Dat samen met een bladspiegel die vol staat met een klein lettertype en een grote hoeveelheid tekst, maakte het lezen voor mij niet al te prettig. Zeker van een verhaal dat geschreven is door Paul Harland en Tais Teng, had ik meer verwacht, hoewel ik de plot met de matrix en het einde waar het plot naar toe werkt wel goed bedacht vond.

Het verhaal dat er voor mij echt uitsprong en dat me kon boeien, was ‘Jimmy is dood’ van Dirk Bontes. Bij dit verhaal ging mijn hart sneller kloppen, zag ik de wereld helemaal voor me en kon ik me helemaal voorstellen met welke problemen deze verbeeldingswereld te kampen had. Ik vond dit een goed uitgedacht concept dat ook op begrijpelijke wijze beschreven werd en dat mij als lezer in de ban hield. Dit verhaal is naar mijn mening de nummer 1 als ik er drie verhalen uit zou moeten kiezen die ik het beste vond.

In dat geval vind ik dat ‘Sluit me alsjeblieft eens op in je geheugen, alsjeblieft?’ van Bavo Dhooghe in mijn ranglijst op de tweede plaats moet komen. Dit vanwege de uitwerking van het ‘kopen’ van steeds andere persoonlijkheden, waarbij met de ‘verkoper’ zelf iets geks aan de hand is waardoor niemand hem zich herinnert. Voor mij wat minder helder dan ‘Jimmy is dood’ maar ook een goed verhaal.

En dan wordt ‘Verschoten herfst’ van Rianne Lampers, een bizar verhaal over een vrouw die met haar hond een herfstbos in loopt en daar in een nachtmerrieachtige wereld terechtkomt, mijn nummer 3 van de ranglijst. Omdat het vanuit een heel herkenbare situatie leidt naar grote verwondering of zelfs angst.

Iedere lezer heeft een eigen smaak en mening, dit is slechts de mijne. Ik kan deze bundel dus aanraden aan iedere lezer die van sf verhalen houdt of die eens wat anders wil proberen.

 

De bundel die ik nu nog aan het lezen ben, is de Wonderwaan uitgave van Edge Zero met zoals zij dat noemen:‘De beste Nederlandse genreverhalen uit 2016.’

Of het ook echt de beste verhalen zijn voor mij, is gezien bovenstaande dus nog maar de vraag. Wat anderen goed vinden hoef ik niet te onderschrijven.

Ik ben bij bladzijde 103 aangekomen van de 175 pagina’s op A4 formaat met dubbele kolommen. Er staat ook in de bundel veel tekst op een pagina, wat het lezen lastig maakt.

De verhalen die er voor mij tot nu toe uitspringen zijn:

  1. Hoop – geschreven door Peter Kaptein. Ik vind dat hij een wereldbouw heeft die volgens mij geweldig goed doordacht is, met concepten die in de toekomst zeker zouden kunnen gebeuren. Met problemen die echt de hele wereld aan het schudden brengen. Hij schrijft met een taalgebruik en woorden die mij als lezer meetrekken in een verbeeldingswereld waar alles vreemd is, maar waar ik heel gemakkelijk in mee ga. Ik werd nieuwsgierig en wilde meer te weten komen en ik las in rap tempo door. Ik moest verder lezen. Op het eind was er in eerste instantie een desillusie maar die was van mijn kant onterecht, want het verhaal is rond. Het einde sluit geweldig goed aan bij het begin, de vorm doet denken aan een spiraal. Voor het hoofdpersonage hoop ik dat die spiraal omhoog zal leiden en dat ze uit de problemen komt, op den duur. Dat ze ontdekt of haar wereld echt in de gaten gehouden wordt door mensen van Aarde en wat hun beweegredenen daarvoor zijn. Ik heb contact opgenomen met Peter en hij heeft me verteld dat hij meer verhalen schrijft in deze verbeeldingswereld. Ik hoop dat hij ze uit gaat werken, want dan zijn we een paar goede sf verhalen of zelfs een mooi boek rijker in Nederland. Zet ‘m op, Peter!

 

  1. Een schuur vol vermogen – Anaïd Haen. Dit verhaal lijkt op sf maar gaat over problemen waar ondernemers tegenaan lopen wanneer ze proberen te voldoen aan de regels van bijvoorbeeld de belastingdienst. Dat weet ik omdat ik Anaïd daar weleens over heb gesproken. Dus misschien ben ik bevooroordeeld geweest bij het lezen van dit verhaal, al kende ik het niet. De manier waarop dit probleem in een verhaal is uitgewerkt is naar mijn mening een geweldige vondst. Een schuur vol met afgedankte robots die nu eindelijk goed onderhouden worden omdat het de hobby is van iemand die zich over hen ontfermt. En dan komt er een ambtenaar die hen aanslaat om belasting te betalen omdat ze arbeidspotentieel hebben staan, dat niet gebruikt wordt. Er wordt dus waarde toegekend aan robots die niet meer kunnen werken. En dan moet er zelfs nog gekeken worden naar alle mogelijke vormen van samenwerkende soorten robots omdat die nog meer potentieel hebben. De familie ziet zich al failliet gaan. En de oplossing zoals die in dit verhaal gegeven wordt is echt fantastisch goed gevonden. Alles in dit verhaal klopt en zit solide aan elkaar vast. Er is geen speld tussen te krijgen.

De verhalen van Django Mathijsen en Anaïd Haen die verder in deze bundel staan, vond ik ook heel goed, maar ‘Een schuur vol vermogen’ bleef bij mij het beste hangen.

  1. Algorhytm ’n’ Blues – Jack Schlimazlnik. Dit verhaal gaat over het geheugen van mensen, over de werking van het brein en over relaties met familieleden. ‘Het is niet natuurlijk dat alles wordt onthouden,’ ‘Door het verleden langzaam te laten vergaan, kunnen we ons losmaken van de last van vroeger,’ staat bijvoorbeeld in de tekst. De hoofdpersoon denkt dat hij familie heeft maar doordat hij van alles vergeet en de bewijzen ervan, zoals foto’s en geluidbestanden langzaam verloren gaan, is niets zeker meer. Alles wordt vervormd. Een heel goed uitgewerkt concept met een titel die perfect past.

 

Ik ga weer verder lezen en hoop nog meer moois te vinden in deze Edge Zero bundel.

Groeten van Johanna Lime

De Leesuitdaging van Hebban – Februari/Maart 2017

De Leesuitdaging van Hebban – Februari/Maart 2017

Geplaatst 9 maart 29017

Het is alweer maart 2017. Voor de leesuitdaging van Hebban heb ik nu in totaal vijf boeken gelezen van de 25 te lezen boeken voor dit jaar. Aan boek zes ben ik begonnen.

De eerste drie boeken stonden in het blog van januari.

Nummer vier en vijf komen nu aan de beurt, op 9 maart.

4 – De kronieken van magie – Boek 1 – De Heer van het Woud – Ian Laverman – Uitgeverij Zilverbron – Fantasy.

5 – De kronieken van Ulriach, de Waanzinnige – Deel 1 – Aïn, De dood van de halfling – Atalanta Nehmoura – Uitgeverij Books of Fantasy – Fantasy.

Zoals u ziet allebei boeken uit een serie kronieken.

Boek 4 – De kronieken van magie – Boek 1 – De Heer van het Woud – Ian Laverman

3 sterren recensie.

Dit boek is het eerste deel van een trilogie. In dit boek is de hoofdpersoon Delia, een jonge vrouw die een bijzonder soort magie bezit. Ze is samen met haar vriendin Lilith op weg voor een opdracht in een afgelegen dorp. Lilith kan pijlen oproepen en helpt Delia bij haar opdracht. Er gaan ook paladijnen mee en de verhouding tussen paladijnen en magiërs blijkt te wringen vanwege gebeurtenissen uit de honderd jarige oorlog.

Delia krijgt op de plaats waar ze haar opdracht moet vervullen een visioen. Ze ziet de godenwereld met een bron van magie die is verwoest. De god vraagt aan Delia om de bron te redden. Maar doordat ze zich verdedigen moet tegen een vreselijke vijand wordt haar eerste opdracht een ramp en wordt ze als gevangene van de paladijnen naar haar stad teruggebracht.

Daar besluit de raad van magiërs dat Delia en Lilith onschuldig zijn en onder invloed stonden van de vijandelijke magie. Delia moet op reis om de bron van magie te redden. Ze moet dus naar de godenwereld. Maar daarvoor is een groep krachtige magiërs nodig en ook gaan er toch weer paladijnen mee. Er wordt heel wat gereisd en gevochten in dit boek.

Het aantal magiërs en paladijnen dat meegaat op reis is niet alleen heel veel, waardoor het me af en toe duizelde tijdens het lezen. De magie die gebruikt wordt is zonder meer nogal ongewoon te noemen, wat het allemaal niet echt duidelijk maakt wat er onderweg nu precies gebeurt. Daarvoor zijn de omschrijvingen weer te vaag, ik kon het moeilijk visualiseren. De verhoudingen tussen de magiërs zelf is soms ook verre van vriendschappelijk. Door alle elementen die de schrijver in dit ene boek wilde stoppen leest het minder vlot.

Uiteindelijk vindt de groep de magiër Dillon die hen de weg naar de godenwereld moet wijzen. Maar Dillon kiest een weg die de hele groep in groot gevaar brengt. Delia vraagt zich dan ook terecht af of Dillon hen bij de godenwereld zal kunnen brengen of dat de stad die ze bezoeken met alle gevaren daarvan het einde van hun queeste zal zijn.

Ik vind het jammer dat er weinig ingegaan wordt op de karakters van de personages, het blijft allemaal wat oppervlakkig en afstandelijk. Er wordt meerdere malen verwezen naar de honderdjarige oorlog en naar een generatie magiërs die ongewone macht bezat en daar wilde ik wel meer over te weten komen, want dat maakte mij nu juist heel nieuwsgierig. Ook over de originele soorten magie die gebruikt worden door de groep wil ik graag meer te weten komen. Hoe werkt die precies? Het blijkt wel enigszins uit de gevechten maar toch had ik te weinig informatie. Ik hoop daarom dat dit in deel 2 en 3 van de trilogie duidelijk zal worden en dat ik meer te weten kom over hoe Delia en Lilith zich als personages voelen, wat hun achtergronden nu echt zijn en hoe ze zich gaan ontwikkelen.

Het einde van dit boek is heel spannend en er gebeuren erg aangrijpende dingen. Daar kon ik wel met de personages meeleven. Hopelijk houdt de schrijver dit in de vervolgen vol.

Boek 5 – De kronieken van Ulriach, de Waanzinnige – Deel 1 – Aïn, De dood van de halfling – Atalanta Nehmoura

4 sterren recensie.

Arktran is de kroonprins van Silkon. Op een dag wordt zijn land aangevallen en de koning, zijn vader, wordt vermoord. Arktran vlucht voor de vijand die het op hem voorzien heeft. Hij gaat op weg om de geheimzinnige tovenaar Elassar te vinden die hem kan vertellen hoe hij bij zijn moeder komen moet. Maar voordat de prins bij de tovenaar is, wordt hij aangevallen door wraaklustige elfen. Zij ontdekken dat Arktran niemand minder is dan hun neef, Aïn, de halfling. Zijn moeder is de elfenkoningin uit hun familie. Elassar raadpleegt het geheimzinnige boek van Ulriach de Waanzinnige dat vragen oproept over wie Aïn nu werkelijk is. Aïn moet verder, hij is de halfling uit het gedicht van de Zeven en daarom is zijn toekomst al voorspeld. Aïn krijgt te maken met elfen, tovenaars en vliegt zelfs op een draak om een kristal te zoeken.

Dit boek bevat een episch fantasyverhaal en dit is nog maar het begin, want na dit boek komen er nog meer. Zal het Aïn gaan lukken om de wereld te bevrijden van de duistere tovenaar die hem naar het leven staat?

Kronieken van magie en voorspellingen

Beide bovenstaande boeken gaan over barre tochten die de personages af moeten leggen om iets te leren en te kunnen groeien als persoon.

In de Heer van het Woud moet een groep paladijnen en magiërs naar de godenwereld trekken en daarvoor moeten ze eerst een magiër vinden die de weg erheen weet. De groep personages die met de hoofdpersoon meereist, is min of meer willekeurig samengesteld. Vanwege hun bijzondere magie. Dat betekent dan ook dat ze niet allemaal even goed met elkaar kunnen opschieten. Er wringt het een en ander, wat het verhaal interessant maakt en direct ook de aandacht van de oplettende lezer vraagt. Doordat het wringt tussen de personages, komen ze ook op plaatsen die gevaarlijk zijn en wordt er in dit boek veel gevochten.

In Aïn, de dood van de halfling, is het de prins die moet vluchten voor het kwaad. Hij zoekt hulp in de bossen, bij een vriend van zijn vader. Hij trekt met de zonen van die vriend verder naar het noorden. Onderweg komen ze bandieten tegen en dreigt er weer gevaar. Maar er is hulp van bondgenoten. Aïn trekt alleen nog verder naar het noorden en moet naar de toren waar de magiër Elassar woont. Maar voordat hij daar aankomt, lijkt het erop dat hij de halfling uit de titel van het boek is, die zal sterven. Het verhaal gaat echter verder. Aïn is de neef van de elfen die op wraaktocht zijn. Ze brengen hem bij zijn moeder. Maar wanneer hij de krijgskunst van de elfen leren moet, gaat hij met hen mee en krijgt een opleiding in de elfenmanier van vechten. Niet zonder dat er hindernissen moeten worden overwonnen.

Het boek van Ulriach de Waanzinnige die de toekomst heeft voorspeld, speelt een grote rol. Het is de rode draad in de queeste die Aïn moet gaan.

Beiden boeken vragen van de lezer van fantasyverhalen dat zij zich inleeft in de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. Bij Aïn zit er een kaart in het boek van de landen waaruit de verbeeldingswereld bestaat. Soms helpt het om er een blik op te werpen tijdens het lezen.

Ik heb over deze twee boeken voor mijn gevoel langer moeten doen om ze uit te krijgen, omdat ik zo iemand ben die moet begrijpen waar het over gaat.

Atalanta Nehmoura heeft in haar boek gekozen voor de alwetende verteller als perspectief, toch kon ik vaak met Aïn meeliften en zag ik het vanuit zijn beleving. Maar ook alle andere personen om hem heen kregen een stem.

In de Heer van het Woud stond boven elk hoofdstuk vanuit welk gezichtspunt het verhaal geschreven was, dat gaf houvast, maar toch voelde ik er weinig bij. De actie leek belangrijker dan de gevoelens van de personages. Iets van de achtergrond werd wel gegeven, maar als echte begripsdenker zou ik meer willen weten over de wereld van De kronieken van magie. Misschien dat ik dat nog te lezen krijg in de delen 2 en 3 die ik ook heb aangeschaft. Dat hoop ik maar.

De uitdaging aangaan om Nederlandstalige fantastiek te lezen

Het boek dat ik nu aan het lezen ben, Fyrrlannor van Femke Dekker, gaat weer over magie, maar het is heel anders geschreven dan beiden boeken die hierboven staan. Het laat weer een totaal andere insteek van een schrijfster zien en dat is heel interessant.

Ik doe dit nu sinds ik in 2012 begon. Het lezen van Nederlandstalige fantasy, science fiction en horror. Ik vind dat er heel veel mooie verhalen zijn geschreven door onze auteurs. Wat mij betreft doen we echt niet veel onder voor vertaald werk uit het buitenland. We hoeven echt geen minderwaardigheidscomplex te hebben omdat we in een klein kikkerlandje leven dat niks te zeggen zou hebben in de grote wereld, zoals sommigen die graag boeken uit dit genre lezen nog steeds schijnen te denken. Ik vraag me af of zij wel voldoende vergelijkingsmateriaal hebben. Maar goed, ieder zijn smaak. Ik blijf voorlopig nieuwsgierig naar nog veel meer verhalen uit het genre en gelukkig komen er steeds meer van eigen bodem bij.

Ik ben dan ook erg benieuwd naar wat anderen straks over onze trilogie zullen schrijven in recensies, nadat deel 1 daarvan in april uit zal komen. Of ze onze boeken wel willen lezen of dat ze liever toch weer grijpen naar boeken van bekende schrijvers. Spannend.

Johanna Lime

 

Jaar van het boek 2016 – de Reading Challenge van Hebban – 6

Geplaatst 22 juli 2016

Lezer 5

In de leesuitdaging van 2016, het jaar van het boek, staat de teller bij Hebban voor mij op dit moment op vierentwintig gelezen boeken, van de dertig die ik wil lezen dit jaar. Dat is al 80%. In feite heb ik echter al vijfentwintig boeken gelezen. Een van de boeken was niet te vinden op Hebban, maar wel op Goodreads. Een ander boek stond wel op Hebban en nog niet op Goodreads. Van de boeken die ik lees, schrijf ik sinds een jaar of twee, drie, altijd een recensie op Goodreads en op Hebban. Dat ging voor twee boeken dus nu niet op, maar ik zal beide boeken hier vermelden.

Op het moment ben ik bezig nog steeds bezig met een studieboek, noem het maar “een vrije keuze”: “Aspergirls” van Rudy Simone. Dit boek gaat langzaam en het duurt wel even voordat ik het echt doorgenomen heb en er een uittreksel van heb gemaakt.

De boeken die ik sinds de vorige keer gelezen heb:

Boek 21 was het studieboek: “Het geheim van de schrijver” van Renate Dorrestein. Het stond bij mij in de categorie: “Een non-fictie boek”. Ik heb het vier sterren gegeven.

In “Het geheim van de schrijver” behandelt Renate Dorrestein onderwerpen, aspecten en elementen van het schrijven die zij van belang vindt. Ze geeft haar eigen mening. Het boek is in drie gedeelten opgebouwd, namelijk Geloof, Hoop en Liefde. Geloof is het inleidende gedeelte waarin de schrijfster vragen probeert te beantwoorden over betekenis, nut en functie van de literatuur en het vertelt over hoe zij hier tegenover staat en wat ze zelf heeft meegemaakt. Hoop is het tweede gedeelte en direct ook het meest omvangrijke gedeelte waarin de ambachtelijke kant van het schrijven wordt behandeld. Hier staan de knelpunten waar beginnende schrijvers mee te maken krijgen en er worden veel technische adviezen uit de doeken gedaan over hoe men zou moeten schrijven en over hoe men dat niet zou moeten doen. Dit deel is voor (beginnende) schrijvers heel interessant en geeft hen ook goede adviezen. Het derde deel Liefde gaat in op vragen die lezers vaak aan schrijvers stellen, over inspiratie en hoe een verhaal tot stand komt en wat de schrijver daar voor antwoorden op heeft.

Het boek is gericht op literatuur die wordt uitgegeven op de traditionele manier door conventionele uitgeverijen. Daardoor zijn bepaalde gedeelten voor mij minder interessant gebleken en blijf ik toch nog met een aantal vragen zitten. Maar doordat ik er de tijd voor heb genomen om het boek uiteindelijk toch uit te lezen en er een uittreksel van te maken, heeft de tijd die vragen inmiddels ingehaald, want onze fantasyroman ligt in de winkels. Toch is dat de reden waarvoor ik vier sterren geef en geen vijf.

Boek 22 stond in de Hebban categorie: “Een boek dat je absoluut niet wilt lezen” en was: “Zucht” van Rik Raven. Het was geen selffulfilling prophecy, ik heb er echt mijn best op gedaan om van dit boek de positieve punten te vinden, maar het is slechts deels gelukt. Ik heb het 2 sterren gegeven omdat ik er niet van heb genoten, het onderwerp is te gruwelijk, te onduidelijk en dan zit er ook nog een storende fout in. Zucht is een verhaal over een vloek die in de 17e eeuw is uitgesproken door een heks met groene ogen in Schotland en geen wonder ook als je ziet wat MacDowell met vrouwen doet. Als geest leeft hij voort in het lichaam van zijn “zoon” Jack de Pater. Richard en zijn vrouw Jan krijgen hiermee te maken nadat er iets met Jan is gebeurd tijdens haar zwangerschap. Hun driejarige dochter heeft ineens blauwe ogen in plaats van bruine. Jack zegt hier iets aan te kunnen doen, maar dat valt te betwijfelen.

Lees mijn recensie op Hebban voor meer commentaar.

 

Boeken

Boek 23 was het eerste deel van de trilogie de Onzichtbare Maalstroom en had als titel “Lege Steden”, geschreven door Jasper Polane. Hij stond bij de categorie: “Een boek van een selfpubber”. Jasper heeft een eigen uitgeverij: Quasis, de uitgeverij die ook de Splinters uitbrengt.

In dit boek ben je als lezer om de beurt in een van de twee parallelle werelden, de Alpha wereld en de Alix wereld en dan in parallelle steden met de naam Otrostaadt. Het wordt in het boek aangegeven waar je bent, doordat er gebruik gemaakt is van verschillende lettertypes of diktes van letters, wat wel ondersteunend werkt. Het idee van dit boek over parallelle werelden vind ik knap gevonden en ik heb er bewondering voor dat de schrijver hierop verder gaat. Het is eens iets anders, een origineel concept, waarvan ik hoop dat de betekenis van of de inhoud van de onzichtbare maalstroom in de volgende delen nog beter naar voren komt.

De uitleg over de machines waarmee de hoofdpersoon wordt geïnstrueerd begon tijdens het lezen meer op een lezing te lijken en hoewel er op de achterflap staat dat het een verhaal is over sociale onderdrukking, religieuze vervolging, wetenschappelijke ontdekkingen en verschrikkelijke nachtmerries, vond ik het meer een verhaal waarbij de vraag hoe parallelle werelden worden verklaard de belangrijkste was. Er wordt geworsteld met techniek versus magie, het moet spannend worden door schaduwwezens uit een schijnbaar lege stad die naar mijn mening dan weer te weinig duidelijk worden en leven in een andere parallelle wereld. Het verhaal wordt wel even heel spannend en aan het eind komt nog een ander idee naar voren dat kan verduidelijken waardoor de verschillende steden zijn ontstaan, misschien om het lege van de titel Lege Steden te verklaren. Daardoor spatte de zorgvuldig geblazen zeepbel voor mij als lezer jammer genoeg uit elkaar en werd het verhaal toch net te ongeloofwaardig.

Vanwege de ideeën gaf ik dit boek drie sterren, want het was het lezen waard.

Boek 24 “Den” van Ynske van Leewen stond bij mijn in de categorie “Extra”, een categorie die ik er zelf bijgezet heb op mijn lijst omdat de andere categorieën niet pasten of al weg waren. Ik gaf dit boek vier sterren.

In de wereld van Den is magie door de koning verboden, hij heeft zelfs de Reiniging ingezet. Den weet haar magie verborgen te houden, maar voor hoe lang? Als het noodlot toeslaat moet ze vluchten. De dreiging uit het noorden is teruggekeerd. Den voelt het aan, het maakt haar misselijk en het put haar uit. Wat is het geheim dat haar pleegouders altijd voor haar verborgen hielden? Wat moet ze nu doen?

Den gaat op pad naar de DrakenDen, daar denkt ze het geheim van haar afkomst te kunnen ontrafelen. Maar voordat ze daar is, ontmoet ze onderweg Dwerg die er slecht aan toe is. Ze helpt hem en samen trekken ze verder. Maar er komen nog veel meer gevaren op haar pad. Ze wordt gevangen en ontmoet Beer. Den, Beer en Dwerg weten te ontsnappen en gaan om raad vragen, maar dan moet Den toch naar de plaats waar haar echte ouders hebben gewoond. Zal ze de wereld kunnen redden van de enorme dreiging?

Dit vind ik nou een boek dat fijn leest. Gaandeweg worden er meer stukjes van het verhaal ontrafeld. Langzamerhand begint het Den te dagen waarvoor zij bijzonder is en welke zware taak zij heeft. De verhaallijn slingert wat heen en weer tussen verschillende lijnen maar gaat wel richting de climax. De personages raken steeds meer bevriend en je leert ze steeds beter kennen. Leuk is dat het verhaal wat aan dat van Den voorafging steeds stukje bij beetje boven de hoofdstukken wordt verteld. De kaft geeft de sfeer van de wereld goed weer. Het verhaal wordt wat vertellend beëindigd en de mogelijkheid voor een vervolg wordt in de epiloog open gelaten. Ik geef dit boek vier sterren en raad het aan fantasylezers aan.

2016jaarvanhetboek

Boek Extra: Het boek dat ik nog niet op Hebban kon vinden en dus niet meetelt op mijn Hebban Challenge, was: “Veel liefs …” van Marieke Plaisier en Hans Rek.

Ik gaf dit bijzondere boek vier sterren.

Dit is een komisch boek dat helemaal bestaat uit briefjes die van de ene persoon naar de andere worden verstuurd. Hendrikus is onderweg en moet een pakje afleveren. Het is een klus die niemand anders wilde hebben, maar het zou veel geld op moeten leveren. Daar begint het verkeerd te gaan. Het Moordenaarsgilde bemoeit zich ermee. Hendrikus komt in de problemen en Mergilda probeert hem te helpen. Maar zij heeft zelf ook van alles te doen en is ook vaak onderweg. Als Hendrikus eindelijk thuis komt, is Mergilda weg en andersom. Het lijkt of ze nooit meer bij elkaar zullen komen, maar ze houden van elkaar door dik en dun. En dat dik en dun en alles wat er onderweg gebeurt, zijn de problemen waarmee ze te maken krijgen. Het is een komisch boek, maar je moet er goed je aandacht bij houden om te volgen waar ze zijn en wat er nu precies gebeurt. Er komen veel fantasiefiguren op de proppen en ook kabouters spelen een rol. Leuk voor wie van grappige intriges houdt. De vorm met de briefjes is leuk bedacht maar leest soms wat lastig. Ik geef het vier sterren. Een leuk boek voor volwassenen die eens lekker willen lachen

Ik kom er door de Hebban Challenge aan toe om de boeken die mij minder fijn lijken ook eens te lezen en dan door te zetten van begin tot eind. Soms zorgt dat voor de bevestiging dat een verhaal buiten mijn comfortzone ligt en wil ik het daar liever ook houden na het lezen, soms word ik verrast door een origineel idee van de schrijver. Verhalen die over personages gaan die in de loop van het verhaal een ontwikkeling doormaken en er aan het eind van het boek anders uitkomen dan aan het begin, hebben mijn voorkeu, daar geniet ik het meest van. Het liefst ook lees ik over een fantasywereld waar van alles gebeurt dat niet zo gewoon is en mij uit de werkelijkheid van alledag haalt, een wereld waarin ik word meegenomen en waarover ik me kan verwonderen. Een boek is er om van het verhaal te genieten en om iets te leren. Als het een auteur lukt om een visie door te geven die mij aanspreekt, ben ik verrukt.

Tot zover mijn zesde stukje over de Challenge van Hebban in Het jaar van het boek 2016.

Johanna Lime

 

Jaar van het boek 2016 – de Reading Challenge van Hebban – 5

Geplaatst 09 juni 2016

Lezer 4

 

In de leesuitdaging van 2016, het jaar van het boek, staat de teller bij Hebban op dit moment op twintig gelezen boeken, van de dertig die ik moet lezen dit jaar. Dat is al 67%. Ik zal toch zeker mijn aantal later dit jaar moeten verhogen als het zo vlot blijft gaan met de Challenge van Hebban.

Op het moment ben ik bezig nog steeds bezig met een studieboek, noem het maar “een vrije keuze”: “Aspergirls” van Rudy Simone. Van dit studieboek maak ik voor mezelf een uittreksel en het gaat wel even langer duren voordat dat klaar is.

Inmiddels is er een tweede studieboek bijgekomen, waar ik nog steeds aan bezig ben: “Het geheim van de schrijver” van Renate Dorrestein. Dit boek had ik voor driekwart al eerder gedaan, dus ik moet nog ongeveer een kwart afmaken voor het uittreksel.

Boeken

De leesboeken dan nu:

Boek 16 was er een in de Hebban Challenge categorie: “Een boek met een enorm lange titel”. Het is: “Het licht van de stervende maan – Boek 1 – De ontdekking van een koning “, van Eline Gielen. Ik gaf dit boek drie sterren. Het verhaal gaat over Aélanyss en Luzian die uit hun bosgebied komen en op weg gaan naar de andere kant van hun wereld. Daarbij komen ze onderweg mensen tegen, sommige zijn aardig, anderen zitten hen achterna. Er gebeurt heel veel in dit boek. De koning doet een ontdekking en overal in de wereld heeft dit zo zijn consequenties. Jammer van zo’n eerste boek van een trilogie is, dat er veel nodig is om alle pionnen op hun plaats te zetten en omdat dit verhaal erg compact geschreven is en er erg veel personages worden beschreven, is het soms lastig om de wie is wie uit elkaar te houden. Wat er gebeurt in dit boek is voornamelijk de reis naar de overkant om aan meer informatie te komen over de ontdekking. Dan gaat de reis naar het noorden en stopt het verhaal een beetje abrupt. Van het licht van de stervende maan en wat dat nu precies inhoudt is in dit boek een sluier opgelicht, maar de ware impact van de ontdekking van de koning komt naar mijn mening in het tweede deel, dat zal naar verwachting een stuk spannender worden, want daar is iets mysterieus aan de hand.

Boek 17 las ik tussen het lezen van boek 16 door, want dit gebeurt mij nu ik door de Challenge de gewoonte heb ontwikkeld om veel meer te lezen dan in de voorgaande jaren. Bovendien heb ik een abonnement genomen op Splinters en valt er iedere maand een klein boekje met een kortverhaal door de brievenbus ons huis binnen. De categorie die past bij deze kleine “snel-even-in-een-hoekje-zitten-en-fijn-lezen-boekjes” is: “Een boekje dat je in een avond uit hebt”. Deze keer een verhaal van Jasper Polane, ven uitgeverij Quasis, zelf. Hij heeft inmiddels alweer drie boeken uitgebracht van zijn hand: Lege steden, Vorstin van de kou en Wolvinnen van Otrostaadt. De Splinters met de naam “Het oog van de krokodil”, hoort in feite bij deze serie, die gaat over parallelle werelden. In mijn vijf sterren recensie schreef ik: Bij het lezen van dit boek kom je direct midden in de actie terecht en daar kom je niet meer uit totdat je na een paar verrassende wendingen en realisaties van hoe de werelden in elkaar zitten bij het eind gekomen bent. Ik vind het knap geschreven.

Boek 18 dat ik tussendoor las, en waardoor 16 even moest wachten, was: “Magycker deel 1 – De Klauw” van Adrian Stone. Het hoorde in de categorie: “Een boek dat dit jaar is verschenen” en dat ik op de Elfia in Haarzuilens gesigneerd kocht bij de auteur zelf. Ik gaf dit boek vier sterren. Dit eerste boek van de nieuwe trilogie gaat uit van een interessant gegeven van een magiëreiland waar magiërs spreuken leren die men kan kopen, maar die een keer worden gebruikt. Daarna wordt de spreuk uit het geheugen gewist. Als de spreuk nog eens wordt uitgesproken door Auric, het autistische broertje van Marit, moeten de magiërs koste wat kost proberen om dat te stoppen en ontstaat en een spannend verhaal. Ook hier geldt dat de pionnen zijn neergezet voor het tweede deel, dat waarschijnlijk meer van de wereld zal laten zien waardoor het nog interessanter zal worden.

Boek 19 kwam nadat ik 16 dan toch echt uitgelezen had en was weer een Splinter. Deze keer “Kinderen van de ijstijd” van Roderick Leeuwenhart. Categorie: “Een boek dat je in een avond uitleest”. Dit is een verhaal over de tiener Nanoek die met zijn ouders op de Noordpool woont en min of meer opgesloten zit in. Zoals later blijkt een station waar onderzoek wordt gedaan naar hoe dieren zich aanpassen aan de klimaatomstandigheden. Nanoek krijgt contact met een vriendinnetje in Nederland en gaat op onderzoek uit. Ik vond het maar twee sterren waard omdat het weliswaar vlot geschreven is maar ik stond in dubio of dit nu wel echte fantasy was. Daarnaast gebeurt er iets zeer ongeloofwaardigs en uiteindelijk blijkt ook nog dat de hele verhuizing weinig zin had. Ik heb het boek gelezen, maar het heeft mij niet echt geraakt. De indruk die het heeft achtergelaten is die van het ongeloofwaardige voorval op het ijs, dat vind ik jammer.

Boek 20 was een boek in de categorie: “Een boek dat je al heel lang in je bezit hebt, maar nog niet hebt gelezen.” Dat was: “De verhalen” van Robin Hobb. Eerst zijn er verhalen van haar onder het pseudoniem Megan Lindholm, later in het boek komen de verhalen die de auteur schreef onder het pseudoniem Robin Hobb. Zelf geeft ze aan dat ze beter is met romans schrijven, daar kan ik nog niet over oordelen, maar ik vermoed dat ze gelijk heeft. Ik vond sommige van deze verhalen ronduit vervelend langdradig of smerig of er waren veel stereotype situaties in beschreven waardoor ik het niet graag las. Maar toch geeft dit boek wel inzicht in de groei die een schrijver doormaakt, want de verhalen worden naar het einde toe wel spannender en zijn beter geschreven. Daarom heb ik het drie sterren gegeven.

Boek 21 is het boek waar ik nu mee bezig ben, naast de twee studieboeken die bovenaan staan. Dit is ook een boek dat ik al een tijdje in de kast heb. Het staat in de categorie: “Een boek dat je absoluut niet wilt lezen” en is: “Zucht” van Rik Raven. Maar ik ga me door het nadat-ik-het-kocht-aan-begonnen-maar-weer-weggelegd-verhaal heen bijten en moet het tot de laatste letter uitlezen, want misschien dat het me toch nog aangenaam verrast na de teleurstelling van een paar jaar geleden. Inmiddels heb ik meer over schrijven geleerd, en wie weet zie ik nu de positieve punten, of kan ik er nog wat van leren.

jaar-van-het-boek

Ik kom steeds meer tot de conclusie dat elke boek wel iets heeft waar je wat van kunt leren. Ofwel zie ik dingen waar ik bij denk: “Zo moet het dus niet”, ofwel merk ik dat er schrijvers zijn die echt geniale ideeën hadden en waar ik bewondering voor heb. Er zijn ook schrijvers die echt heel goed de actie neerzetten en die geen moment saai zijn, anderen hebben dan veel bladzijden nodig om beweegredenen van personages uit te werken, waarbij ik vaak de gedachte krijg: “Ja? Wanneer gebeurt het nu eens?” Ieder mens is verschillend en ieder boek is verschillend, maar wat wel altijd waar is: Er zijn veel boeken en verhalen geschreven in de fantastiek die echt het lezen waard zijn en waarmee je toch even heerlijk in een verbeeldingswereld mee kunt liften met de schrijver. Bedankt, auteurs! Ga vooral door!

Tot zover mijn vijfde stukje over de Challenge van Hebban in Het jaar van het boek 2016. Ik vind het nog steeds erg leuk dat ik me hiervoor heb ingeschreven en merk dat ik steeds meer ga lezen. Geen verkeerde ontwikkeling, want van lezen leer je heel veel. In ieder verhaal zit informatie verwerkt waar je toch wel even bij stil kunt staan en wat te denken zet. Bovendien is lezen een fijne vorm van ontspanning.

 

Johanna Lime

Jaar van het boek 2016 – de Reading Challenge van Hebban – 4

Geplaatst 27 april 2016

Lezer 3

In de leesuitdaging van 2016, het jaar van het boek, staat de teller bij Hebban op dit moment op vijftien gelezen boeken van de dertig die ik moet lezen dit jaar. Dat is al 50%. Misschien moet ik later mijn aantal maar verhogen voor de Challenge van dit jaar, want het gaat vlot.

Op het moment ben ik bezig nog steeds bezig met een studieboek, noem het maar “een vrije keuze”. Het is “Aspergirls” van Rudy Simone. Het gaat over vrouwen die autistische trekjes hebben en al dan niet zijn gediagnosticeerd als lijdend aan het syndroom van Asperger. Ik gebruik dit boek als onderzoek voor een autobiografisch verhaal, want hoewel ik niet gediagnosticeerd ben als Aspergirl, herken ik er wel een aantal dingen uit die bij een autobiografisch boek zouden passen. Ik volg op het moment een cursus, genaamd: “Van herinnering naar verhaal” bij de schrijfschool van Marjon Sarneel en hoop gaandeweg een goed plot te kunnen bedenken voor een nieuw boek, waarschijnlijk wordt het science fiction.

Boek 13 op mijn lijst was er een in de Hebban Challenge categorie “Een boek geschreven door iemand die jonger is dan dertig” en dat is: “Verslaving” van Patricia Bonilla.

Dit boek begint met een gebeurtenis die een speciale betekenis heeft en door het hele boek komen er steeds kleine stukjes informatie bij over het belang van wat er aan het begin gebeurde. Jesmee is de hoofdpersoon, zij heeft bovennatuurlijke krachten. Ze raakt verslaafd aan het gebruik van die krachten. Ondanks dat ik het een goed verhaal vond, heb ik als lezer mijn vraagtekens gezet bij sommige gegevens die mij konden overtuigen. Ik gaf het daarom in een recensie drie sterren. Het is zeker als dark fantasy een leuk boek voor Young Adults omdat er ook veel scènes in voorkomen over liefde tussen jonge mensen en de twijfels en jaloezie die in dit soort verhalen een rol meespelen.

Boek 14 op mijn lijst van de Hebban Challenge was: “Een boek met een Hebban recensie 1 of 2”, dit was: “Jeremy Jago deel 2, de Kracht van Assingna”, geschreven door Melissa Skaye. Ik heb dit dikke boek met heel veel plezier gelezen en gaf het vijf sterren, want ik vond het erg goed. De kracht van Assingna is het tweede boek van de Jeremy Jago boeken van Melissa Skaye. Deel 1 heb ik alweer een tijd geleden gelezen, dus ik wist nog wel wat de Passage voor een bijzondere magische kracht was. Nu heb ik deel 2 gelezen. Het verhaal gaat verder op het verborgen eiland Magistraal, waar Jeremy nu met zijn vader Jerry woont. Ik moet zeggen dat ik al snel helemaal was ondergedompeld in dit verhaal en dat ik me zelfs nog goed kon herinneren wie alle personages waren. Dit boek staat bol van de actie en het is echt reuze spannend. Ik heb ervan genoten om dit boek te lezen en vindt de schrijfstijl van Melissa echt heel gaaf. Voor de tieners en eigenlijk wel voor iedereen die wat ouder is dan dat, zeg ik: Lezen dat boek. Het is avontuurlijk, spannend, humoristisch, griezelig en je krijgt een band met Jeremy.

Boek 15 was een vierde boekje in de categorie “Een verhaal dat je in een avond uit hebt”, een Splinter van uitgeverij Quasis, met de titel: “Woestijnzand” door Nieske den Heijer. Ik ben over dit boekje niet te spreken en gaf het dan ook maar een ster. Het was een verhaal over een mummie, een soort vloek van de farao vermengd met de doos van Pandorra, waarvan er al zoveel zijn, zonder echte dreiging of spanning. Met een sausje homofilie en een sausje Arabische lente. Nergens wordt dit horrorverhaal zo dat je ervan gaat griezelen. Een gemiste kans.

Boek 16 ben ik nu aan het lezen, dat is in de categorie: “Een boek met een enorm lange titel”, het is: “Het licht van de stervende maan – Boek 1 – De ontdekking van een koning “, van Eline Gielen. Er wordt geen koning in ontdekt, maar de koning doet een ontdekking. Ik ben ongeveer op een kwart van het verhaal en later volgt hierover meer.

Tot zover mijn vierde stukje over de Challenge van Hebban in Het jaar van het boek 2016. Ik vind het nog steeds erg leuk dat ik me hiervoor heb ingeschreven en merk dat ik ieder jaar meer ga lezen. Geen verkeerde ontwikkeling, want van lezen leer je heel veel en bovendien is het vaak ook nog een leuke vorm van ontspanning.

Johanna Lime

Jaar van het boek 2016 – de Reading Challenge van Hebban – 2

Geplaatst 11 februari 2016

Lezer 1

2016 is het jaar van het boek en daarom doe ik mee aan de leesuitdaging van Hebban. Ik heb me voorgenomen om dit jaar 30 boeken te lezen. Er zijn nog niet eens twee maanden om en nu denk ik al: misschien worden het er wel meer.

Het is namelijk zo dat ik de Splinters mee mag tellen, van uitgeverij Quasis. Daarvan komt elke maand een boekje uit met een kort verhaal. Als ik die allemaal lees, heb ik dus al twaalf boeken. Het zijn kleine boekjes die in een avond gelezen kunnen worden. Dan gaat het natuurlijk snel en kan ik het aantal boeken in de loop van het jaar bijstellen.

Het is ook nog eens zo dat mijn uitgeverij, Zilverspoor en Zilverbron, niet stil zit. Iedere maand komen er wel nieuwe Nederlandstalige fantasy, sciencefiction en horror boeken uit of boeken uit een andere categorie bij. Ik heb al een oogje op een paar pas uitgebrachte boeken. Dus als ik die ook wil kopen en lezen dit jaar, dan wordt mijn leeslijst nog een stukje langer.

Bovendien komt Adrian Stone met een heel nieuw boek, en daar heb ik ook veel zin in.

 

Natuurlijk kan ik niet al mijn tijd in lezen steken, ik moet ook schrijven. Dit jaar wil ik EIBOR RISOKLANY de vergeten vloek deel 1 Sluimerend uur, het eerste deel van de trilogie die op Schimmenschuw volgt, geschreven hebben. Het is de bedoeling dat dit boek in 2017 wordt uitgebracht bij Zilverbron. Maar ik heb me ook ingeschreven voor een cursus autobiografische fictie schrijven en ik loop al jaren met plannen rond om mijn levensverhaal, zij het verpakt in wat eigenlijk? Sciencefiction, fantasy, horror? Eh, fictie, op papier uitgegeven te krijgen. Of als dat niet lukt wellicht op bytes, dan wordt het een e-book.

Dat is natuurlijk nog niet alles, want op ons Visionboard staan ook de korte verhalenwedstrijden nog: van de Harland Awards en Fantastels Verhalenwedstrijd. Voor het eerst wil ik meedoen aan Trek Sagae en er zijn vast nog wel andere korte verhalenwedstrijden die in de loop van het jaar nog opduiken, zoals van Schrijf.Land waarvoor we al hebben ingezonden of voor Luitingh-Sijthoff, die ineens naar voren kwam.

 

Maar dit gaat over het lezen van boeken voor de Hebban Challenge.

Ik ga lekker, want ik merk dat de Hebban Challenge mij echt uitdaagt om veel te lezen. En ik vind het heerlijk!

Gisteren stond de teller op zeven gelezen boeken, dat is 23 procent. Hier de titels van de boeken die ik uit heb, met de categorie van de afvinklijst waarin ik ze geplaatst had. De eerste drie stonden al in een eerder bericht, maar die zet ik er voor de volledigheid nog eens bij. Vanaf de volgende keer tel ik alleen nog maar door.

Het eerste boekje viel in de categorie “Een boek dat je in een avond uit hebt”. Het was een kort verhaal, een Splinter van uitgeverij Quasis met de titel Het Rad van Fortuin geschreven door Steph Swainston. Een kennismaking met deze auteur in een kort verhaal.

Het tweede boek dat ik las was uit de categorie “Een vrije keuze”, dit boek lag nog steeds in mijn kast en wilde ik dus nog altijd eens lezen. Het was Sleutels van Chaos van Hati Bell, uitgegeven bij Zilverspoor. Een goed verhaal met een setting in Ierland waarin allerlei fantasywezens voorkomen. Spannend en origineel.

Het derde boek dat ik las is er een uit de categorie “Een verhalenbundel”. Het is een bundel met de titel Nanokanaries en olifantenhersenen van Pen Stewart. Hierin staan diverse verhalen die in een verre toekomst spelen of een bijzondere setting hebben. Distopisch, spannend, intrigerend, soms gruwelijk. Een interessante verzameling verhalen.

Het vierde boek dat ik las, heb ik geplaatst in de categorie “Een magisch boek”. Het was Werelden van ijs en vuur, geschreven door Tais Teng. Toen ik eraan begon, merkte ik dat het zich in ons zonnestelsel afspeelde, eerst op Mercurius, daarna op de maan en op Mars. Het was dus meer een sciencefiction verhaal. Maar ik vond het heel origineel en apart, een heel leuk boek om te lezen en een erg prettige schrijfstijl. Ik ben gewoon nieuwsgierig geworden naar andere boeken van Tais Teng. Hij heeft er al meer dan honderd op zijn naam staan.

Het vijfde boek was weer een Splinter van Quasis en viel als tweede van dit soort in de categorie “Een boek dat je in een avond uit hebt”. Het was Opgejaagd, geschreven door Pen Stewart. Een horror verhaal met vampiers en sucambi. Een waar je zelf nog flink wat fantasie bij moet gebruiken.

Door de Challenge lees ik overdag achter mijn laptop e-books, naast dat ik ’s avonds op bed (vaak tot diep in de nacht tegenwoordig, als het boeken zijn die mij grijpen) papieren boeken lees. Dus ik heb er steeds twee op mijn “Ben ik aan het lezen” lijst staan. Ik houd ze wel uit elkaar, maak je maar geen zorgen.

Het zesde boek was er een die ik op mijn laptop las. Dat was een heel dik boek uit de categorie “Een boek met meer dan 500 bladzijden” – het waren er meer dan zevenhonderd vijftig, dus dat compenseert de boekjes die ik in een avond las wel enigszins, vind ik. Ik las: “Het spel der tronen 1e deel van Het lied van ijs en vuur” van George R.R. Martin. Een goed verhaal, maar duidelijk een eerste deel van een serie. Het voordeel van het lezen van een boek is dat je je eigen verbeelding kunt gebruiken. Ik had misschien niet tegelijkertijd de vier eerste seizoenen van de HBO serie op DVD moeten kijken, want het eerste seizoen op het TV scherm was al eerder afgelopen dan dat ik het boek kon uitlezen. En bij het kijken van de vervolgen was het toch erg lastig om me te realiseren dat dit nog maar deel 1 was van een heel lang verhaal in een zeer uitgebreide wereld. Wat ik mee vond vallen was de schrijfstijl van George R.R. Martin. Uit de verhalen van anderen had ik veel meer infodump verwacht, maar dat viel erg mee doordat hij elk hoofdstuk vanuit een ander personage schreef. Ik kon toch goed met hen meeleven.

Het zevende boek dat ik nu uit heb is er een uit de categorie “Een trilogie” en het is het eerste deel, dus in deze categorie volgen nog twee andere boeken. Ik las deel 1 van “De boeken van de Varulven” geschreven door Roselynd Randolph. Dit deel had de titel “De zilveren wolvin”. Het is een heel bijzonder verhaal over weerwolven en ik vond het zo goed, dat ik dit boek in korte tijd heb uitgelezen. Binnen een paar leesavonden/nachten was ik tot mijn grote verrassing al over de helft. Van een boek dat ruim vierhonderd pagina’s telt, vind ik dat voor mijn doen heel veel. Ik werd door dit verhaal gegrepen en kon het amper wegleggen. Nu ga ik verder aan deel 2 en daaruit heb ik alweer twee uur lang heel intensief gelezen.

Op het moment ben ik bezig aan deel 2 van de trilogie “De boeken van de Varulven”, met de titel “De zilveren poort”, geschreven door Roselynd Randolph, terwijl ik achter de laptop aan het lezen ben in een e-book. Namelijk: “De kleur van Toverij” door Terry Pratchett. Die heb ik in de categorie “Een humoristisch boek” geplaatst. Ik heb de film “The color of Magic” al gezien, misschien is dat een handicap want voor zover ik nu gelezen heb, wordt er veel uitgelegd in dit boek over de schijfwereld, op een manier die ik niet prettig vind lezen. Maar misschien verandert dat als ik verder kom in dit boek.

 

Het positieve van deze Hebban (en Goodreads) Challenge vind ik, dat ik merk dat ik langzamerhand mijn leestechniek aan het bijschaven ben. Ik krijg het idee dat het lezen nu sneller gaat dan bijvoorbeeld vorig jaar of het jaar daarvoor. Ik wordt iets minder gefrustreerd door een paar spellingfouten in boeken (als het er erg veel zijn, vind ik dat wel vervelend) en probeer te achterhalen wat een boek goed maakt en hoe andere schrijvers het hebben gedaan.

En dat vind ik niet zo gek, want daar ben ik nieuwsgierig naar.

Johanna Lime