Het is 3 maart 2016 en wij staan in de krant!

3 maart 2016

Zodra ik mijn huis binnen stap, zie ik de krant op de mat liggen. Direct gaat mijn blik naar de foto op de voorpagina. Ja, we staan zelfs heel opvallend op de voorpagina! Kijk maar:

Foto Het Kompas voorpagina 3 maart 2016

Het artikel dat Walter Leendertse, de journalist van Het Kompas, schreef naar aanleiding van het interview staat op pagina 7. Het is een mooi artikel geworden. We zijn er trots op!

20160303 Artikel in Het Kompas 1

Voor de duidelijkheid hier de tekst:

Duo schrijft eerste fantasy-roman.

‘Eerste verhalen tot op de grond toe afgebrand’

Door Walter Leendertse
[t] @wleendertse

Foto Het Kompas 3 maart 2016

[SLIEDRECHT] Johanna Lime is het pseudoniem van het schrijversduo Marjo Heijkoop en Dinie Boudestein. Al sinds de middelbare school waren de nichten druk bezig met het bedenken van fantasiepersonen. Alle belevenissen van deze personen schreven ze in dagboekvorm op. Naast het schrijven bleken ze veel méér gemeen te hebben: interesse in de astrologie, astronomie en mythologie. Praktisch elk weekend kwamen ze bij elkaar om verhalen te bedenken en astrologieboeken door te nemen. Uiteindelijk besloten Heijkoop en Boudestein in 1982 samen een huis in Sliedrecht te kopen: het schrijversduo was een feit.

Er werd voor een pseudoniem gekozen, Johanna Lime (De naam van beide moeders is Kalkman. Lime is het Engelse woord voor kalk red.). Volgens Heijkoop staat dat mooier op een boek ,,En het is een internationale naam, mocht ons boek ooit vertaald worden” vult Boudestein aan. De aanleiding voor het schrijven van een boek was eigenlijk het wegvallen van een aantal bekenden. ,,We zagen mensen om ons heen wegvallen en omdat we zelf geen kinderen hebben en niet getrouwd zijn leek dit ons een mooie manier om tóch iets achter te laten en herinnerd te worden” legt Heijkoop uit. Toen het duo met hun ideeën voor een trilogie op zoek ging naar een uitgever stuitten ze op een manuscriptenwedstrijd, maar daarbij was het de bedoeling dat deelnemers één groot afgerond verhaal inleverden. ,,Toen hebben we een bijpersoon uit ons manuscript genomen en daar een verhaal, Schimmenschuw, over bedacht”, aldus Heijkoop.

Het verhaal speelt zich af in de toekomst. Kamilia wordt door avatars meegenomen omdat ze schimmen ziet en hoort en valt door een tijdpoort waardoor ze ineens 3400 jaar terug leeft. Ze krijgt te horen dat ze door zeven landen moet reizen om zeven punten van een ster te verzamelen. Deze zevenster vormt de sleutel van de tijdpoort waardoor ze weer thuis kan komen. Om de punten te verzamelen moet Kamilia verschillende opdrachten uitvoeren.

Het schrijven van een fantasyboek of science fiction roman lijkt makkelijk, omdat je je eigen werelden kunt creëren. Volgens Heijkoop en Boudestein is dat wel één van de voordelen, ,,maar je moet het wel aannemelijk maken” vertelt Boudestein. Het duo heeft daarom grondig onderzoek gedaan om het boek wel enigszins geloofwaardig te maken. ,,Het mooiste is als je een ’Suspension of disbelief’ kunt creëren, wat betekent dat mensen bereid zijn om hun scepsis opzij te zetten en de fantasiewereld als écht te zien” doceert Heijkoop. Deze en nog verschillende andere schrijftechnieken leerde het duo tijdens verschillende cursussen en tijdens het meedoen aan verschillende wedstrijden. ,,Onze eerste verhalen werden tot op de grond toe afgebrand door de jury” vertelt Heijkoop. ,,Maar hier leer je ook weer van en dat heeft uiteindelijk geresulteerd in dit boek.” En dat niet geheel zonder succes: Heijkoop en Boudestein zijn inmiddels druk bezig met het schrijven van een trilogie met de werktitel: De vergeten vloek.

Schimmenschuw is onder andere verkrijgbaar via uitgeverij Zilverbron www.artbooksshop.com. Daarnaast zijn er een groot aantal korte verhalen van Johanna Lime als e-book te koop op www.smashwords.com.

 

Ons eerste echte interview.

25 februari 2016

Dinie en Marjo zijn van die mensen die liever op de achtergrond opereren, eerder introvert dan extravert. Al verschilt dat ook weer per persoon.

O, nee, bij een feestje zie je ons nooit op de dansvloer of druk pratend in een groep. Wij zijn van die muurbloempjes die van een afstand alles eens goed bekijken. Wij maken ons liefst onzichtbaar en doen veel achter de schermen om de zaken voor anderen draaiende te houden, of voor onszelf. Een grote massa mensen is heel eng. We hebben een flinke portie bescheidenheid meegekregen van onze ouders. ‘Doe maar gewoon dan doe je gek genoeg en als anderen praten, houd jij je mond.’ Niet dat we nooit eens gezellig met mensen mee kunnen praten, maar als we dat doen is het vaak wel alleen rond onderwerpen die ons raken en waar we enthousiast voor lopen. Meestal ook alleen met mensen van wie we weten dat ze te vertrouwen zijn.

Dat kan niet altijd zo zijn, natuurlijk. Soms moet je gewoon durven om je open te stellen. Je moet dan wel vertellen over wat je drijft, waar je interesses voor bepaalde zaken vandaan komen, waarvoor je iets gedaan hebt dat de aandacht heeft gekregen van anderen. En eerlijk gezegd was dat een consequentie die we meegenomen hadden toen we besloten om schrijfsters te worden. We wilden andere mensen deelgenoot maken van onze fantasieën. En om andere mensen te bereiken, kan de oester niet altijd gesloten zijn. Hij moet wel opengaan.

Je kunt je dus wel voorstellen dat we het heel spannend vonden toen Cocky van Dijk heel enthousiast door de telefoon riep: ‘Ik heb iets leuks voor jullie!’ Ze vertelde dat er belangstelling was voor Schimmenschuw, er zou een interview komen door een journalist van Het Kompas, een wekelijkse huis-aan-huis krant die in Hardinxveld-Giessendam en in Sliedrecht wordt verspreid. Het duurde een paar dagen, maar toen kregen we een e-mail van Walter Leendertse. We spraken een datum en tijd af, hij zou ons op woensdag komen interviewen.

Het was dus wel spannend, want welke vragen konden we verwachten? We hadden al een paar keer zelf een interview ingevuld, op Goodreads en op Smashwords bijvoorbeeld. Maar een echt persoon in huis, is wel even wat anders. Omdat we toch niet wisten wat hij zou gaan vragen, konden we niets voorbereiden en hebben we het maar gewoon afgewacht. Tenslotte zitten wij er middenin en weten we nu zo langzamerhand wel waar onze ideeën vandaan gekomen zijn en hoe we samen schrijven en hoe ons debuut tot stand kwam. Dus waarom zouden we ons extra druk maken? We konden het van tevoren toch niet regelen, we moesten het maar laten gebeuren.

Interview Fiets

Natuurlijk kregen we er van die beelden bij en die bleken helemaal niet te kloppen. Je kunt wel een verwachtingspatroon vormen in je hoofd, maar het bleek weer al te waar dat ‘de kaart het gebied niet was,’ zoals Marjo dat geleerd heeft met de vooronderstellingen van NLP. We stonden rond de afgesproken tijd uit ons raam naar buiten te kijken, naar een auto die komen zou. Gelukkig waren er twee vrije parkeerplaatsen in de buurt waar de journalist zijn wagen kon parkeren. Hij was niet te vroeg, we liepen zenuwachtig te ijsberen tussen woonkamer en keuken. En ineens zag Dinie hem aankomen: op de fiets! Een gele herenfiets met een bagagedrager aan de voorkant. Wie had dat verwacht? Wat milieubewust! Wat gaaf!

Interview NotitieboekjeWalter kwam binnen en we stelden ons aan hem voor. Hij was een gewone man, niet al te netjes in een strak pak, maar heel gewoon. Gezellig! Hij leek ons erg aardig, vriendelijk ook. We namen plaats in de zithoek en de suiker, roerlepeltjes, koffiemelk en koekjes stonden al op tafel klaar. Je weet immers maar nooit of iemand suiker en melk in zijn koffie wil? Maar nee, hij wilde water. Dus gaven we hem een glas en een flesje water uit de koelkast en namen zelf zwarte koffie. Nu denken jullie zeker dat iemand die komt interviewen het gesprek wel op zal nemen of dat hij een groot schrijfblok bij zich heeft? Nou, dat bleek dus ook niet waar. Walter haalde een piepklein notitieboekje tevoorschijn en daar krabbelde hij kort van alles op! Op het eind waren het wel een flink aantal pagina’s.

Het werd een reuze gezellig gesprek. Wij waren enthousiast en ratelden er flink op los. Achteraf vragen we ons af of hij het allemaal wel bij kon houden. Het gesprek ging alle kanten op, wat vast moeilijk wordt om daar nog een rode draad in te krijgen. Misschien hebben we wel hele gekke dingen verteld en sloeg het echt nergens op. Tjonge, wat een vak moet dat zijn om interviews af te nemen, bijvoorbeeld bij van die grieten die samen zo veel te vertellen hebben over hun fantastydebuut.

Interview FantasyHij zei zelf geen fantasy te lezen en daarom kwamen er onderwerpen ter tafel zoals wereldbouw en hoe moeilijk fantasy is om te schrijven, want je moet de lezer wel meekrijgen in het verhaal. Zodra het ongeloofwaardig wordt, ben je de lezer kwijt. Je schrijft over dingen die uit je verbeelding komen en de zeven magiesoorten houden dan wel verband met je studie astrologie, maar ja, dat zijn weer van die onderwerpen die voor ons een weet zijn en voor anderen een vraag. Dus moet je het uitleggen, maar dan zonder de informatie ergens te dumpen, je moet het laten zien. We hebben ook nog verteld dat we aan korte verhalen wedstrijden meedoen en dat we best veel moesten leren, want de techniek van het schrijven is een hele vaardigheid die je niet zomaar aangewaaid krijgt. Daar moet je wel wat voor doen. Dat we creatief zijn, daar zijn de juryleden van verhalen en onze lezers het wel mee eens. Gelukkig maar, anders zouden we geen fantasyboek hebben geschreven.

Aan het eind werden er nog een heel aantal foto’s gemaakt. We stonden daar met ons boek voor de kast te grimassen, het flitslicht weerkaatste op onze brillen. Hoe moet je kijken naar de camera, welke pose is het best, welke gezichtsuitdrukking zou er op de foto te zien zijn? Het is wel voor in de krant, ja! Iedereen kan het zien, zodra Het Kompas volgende week donderdag door de bus komt. Het is toch wel griezelig!

Na een uur namen we weer afscheid. Walter had zijn hele flesje water keurig leeggedronken, hij vertrok weer op de gele fiets. Naar het treinstation van Baanhoek. Hij zou met de fiets in de trein teruggaan naar Hardinxveld-Giessendam, naar zijn krant. Maar voordat het artikel in Het Kompas verschijnt, krijgen wij het nog te lezen. Alleen maar om te controleren of de feiten wel kloppen, niet om het verhaal. Dat schrijft hij. En nu zijn we heel benieuwd naar wat er over ons in de krant komt te staan, dat begrijp je zeker wel?

Dinie maakte voor het interview een grapje (dat doet ze graag, grapjes maken). Een fatsoenlijk mens komt van zijn leven maar drie keer in de krant: met haar geboorte, haar trouwen en haar overlijden. Nou, dan zijn wij niet zo fatsoenlijk meer, hoewel we nooit in de krant stonden voor een huwelijk want wij hebben een samenlevingsovereenkomst. We hebben geen bruidsjurken aangetrokken, ooit. Toch wonen we al jaren gezellig samen en houdt onze relatie het langer uit dan sommige paren die wel waren getrouwd. Misschien zijn we dan niet zo fatsoenlijk, maar eerlijk gezegd zijn we ook liever een beetje eigenwijs. Een stelletje eigenwijze fantasyschrijfsters. Hopelijk blijkt dat ook uit het artikel in de krant. Afwachten maar, volgende week weten we het. Ieeeeeekkkkks!!!