Sluimerend vuur naar de Harland Awards Boekprijs 2017

17 januari 2018

Op de Facebook pagina van de Harland Awards kwam gisteren in een voor ons heuglijk bericht naar voren dat onze uitgever, Zilverspoor, Sluimerend vuur heeft ingezonden voor de derde editie van de Harland Awards Boekprijs. Deze prijs vormt de bekroning voor het beste boek binnen het genre fantasy, sciencefiction, horror en magisch realisme dat uitkwam in 2017.

Er zijn in totaal maar liefst drieënveertig verschillende boeken ingezonden voor de Boekprijs van werken die in 2017 waren uitgebracht. De jury krijgt het druk. Ons genre is langzaamaan aan het groeien en daar zijn wij heel blij mee.

Dat wij er met deel 1 van De vergeten vloek, Sluimerend vuur, tussen staan, is voor ons al reden om te juichen. Zilverspoor heeft vorig jaar veel nieuwe boeken uitgebracht en doet zelfs mee met twaalf titels. We zijn heel benieuwd welke vijf boeken van de 43 inzendingen er vanaf eind februari op de shortlist komen.

Als wij er bij staan, zullen we op 14 april 2018 naar de Tolhuistuin in Amsterdam gaan voor de Dag van het Fantastische Boek 2018, voor een zeer spannende dag waarop de winnaars bekend gemaakt worden.

Meer over de Harland Awards (voor korte verhalen en boeken in ons genre) kunt u vinden op hun website. Website van de Harland Awards

Of hier op hun Facebook pagina: Facebook pagina van de Harland Awards

 

Uitslag van de Harland Awards en de Fantastels Verhalenwedstrijd 2015

Geplaatst 10 april 2016

LOGO_PHP2015_verhalen

April begon als een drukke maand voor wat betreft de schrijfwedstrijden waar wij in 2015 verhalen voor hebben ingezonden. Op 2 april werd het Gala van het fantastische boek voor de Harland Awards gehouden in de hoofdstad van ons land. Er was een middagprogramma met verschillende activiteiten en er was weer een Gala-avond waar de winnaars van de prijzen bekend gemaakt zouden worden.

Nu hadden we vorig jaar al moeite gehad om de auto te kunnen parkeren in ’s Hertogenbosch. Dus wij dachten erover om dit jaar maar met de trein te gaan, wetende dat parkeergarages in Amsterdam vreselijk duur zijn. Vijf jaar geleden betaalden we voor een dagje cursus in Amsterdam alleen al voor het parkeren vierenveertig euro. Dus nu besloten we dat we met de trein zouden gaan.

We kochten de kaartjes voor het avondprogramma en voor het middagprogramma en de OV kaarten werden opgewaardeerd. We stonden op zaterdag klaar om te vertrekken, maar toen kregen we koudwatervrees. Bovendien moeten we in alle eerlijkheid zeggen dat het lopen niet meer zo goed gaat als vroeger. We geven het eerlijk toe: wij zagen het niet langer zitten om een kwartier te moeten lopen naar een station, tweeënhalf uur te reizen met treinen, twintig minuten te moeten lopen naar de Rode Hoed en daar dan verloren tussen de massa door te brengen. Wij zijn niet van die mensen die spontaan op iedereen afstappen om een gesprek aan te gaan, wij staan vaak van een afstandje (als dat er is) toe te kijken. Bovendien was er geen maaltijd georganiseerd dus tussendoor zouden we nog eens op zoek moeten naar een eetgelegenheid in een drukke stad en vervolgens na afloop, laat in de avond in omgekeerde volgorde de reis moeten maken. Het zou ver na middernacht geworden zijn.

Bovendien bleek achteraf dat bekenden nauwelijks met elkaar in contact konden komen vanwege de drukte en zij daarom ook al niet met collega-schrijvers hebben gesproken. De uitslag werd op de website gezet en onze verhalen hadden het alweer niet gehaald door de voorselectie, terwijl wij juist vinden dat we deze keer heel goede verhalen ingestuurd hebben. De reden hiervoor is nog steeds onduidelijk, want de juryrapporten blijven tot nu toe nog uit. Inmiddels zijn we cynisch geworden over deze wedstrijd. Het is heel leuk dat er nu ook een romanwedstrijd bij is gekomen waarbij J. Sharpe, een collega van Zilverspoor, genomineerd was, samen met onze uitgever Jos Weijmer, die er helaas nooit meer bij zal kunnen zijn. Wat dat betreft spijt het ons dat we niet bij het Gala waren. We feliciteren Auke Hulst met het winnen van de romanprijs, met zijn boek “Slaap zacht, Johnny Idaho”. Verder feliciteren we de drie dames die op de hoogste plaatsen kwamen van de korte verhalenwedstrijd, vooral Lisette Jonkman die eerste werd.

Wij stonden op plaats 134 van 200 verhalen, maar wel samen met drieëndertig andere verhalen, ex aequo. Onder ons stond een cluster verhalen van anderen op de laatste plaats, boven ons stond 67% van de andere inzenders.

Of dit nu betekent dat wij zulke slechte schrijvers zijn? Nee, gelukkig putten we moed uit een uitspraak die we hoorden bij het volgen van een nieuwe schrijfcursus: De verhalen die wij schrijven zouden nooit door een ander zo geschreven kunnen worden en dus zijn ze uniek.

We hopen dat we uit het juryrapport kunnen ontdekken wat er beter zou kunnen, waardoor de twee verhalen op een hoger plan gebracht kunnen worden. Maar onze ervaring van vorig jaar met een juryrapport uit de voorselectie, waarin alleen maar in algemene termen zaken werden aangehaald die wij al wisten, doet ons vermoeden dat het dit jaar niet veel beter zal zijn.

Afijn, we zullen het zien als we uiteindelijk het juryrapport ontvangen. Of we dit jaar weer meedoen? We krijgen nu het gevoel dat we maar beter kunnen uitwijken naar andere wedstrijden.

Fantastels

Voor de Fantastels Verhalenwedstrijd op 9 april, de zaterdag erna dus, werd de bijeenkomst gehouden in het Amicitia Partycentrum in Lekkerkerk. Daar konden we in drie kwartier met de auto zijn, parkeren was gratis en na afloop konden we meedoen aan een buffetmaaltijd.

Geen gedoe met lange jurken en make-up, gewoon jezelf zijn en omdat we de juryleden en deelnemers langzamerhand steeds beter leren kennen en het niet te massaal was, konden we ervan genieten.

Hoewel we de verhalen die naar Fantastels waren gestuurd in 2015 minder goed vonden dan de twee die bij de Harland Awards terecht kwamen, bleek dat we hier toch niet helemaal onderaan in de rangorde eindigden. Onze verhalen bereikten de plaatsen 89, 70 en 44 van 107 verhalen. We bleven in de eerste ronde steken, maar dat was wat we al hadden verwacht. Vorig jaar waren we zo druk bezig met onze redactie van “Schimmenschuw” dat we alleen oktober maar hadden om deze drie verhalen af te krijgen. We konden ze ook niet even opzij leggen om ze later weer ter hand te nemen en te verbeteren voordat ze naar de wedstrijd gingen.

Het fijne bij Fantastels is, dat de hele rangorde van eindplaats naar winnaar helemaal wordt besproken. Er is tussendoor leerzaam commentaar van juryleden en de sfeer is ontspannen, hoewel natuurlijk de winnaar het langst in de zenuwen zit. Deze keer heeft Ben Adriaanse gewonnen met zijn verhaal “De aardappelen van Clingemans & Co”. Hij dacht op een gegeven moment dat ze hem vergeten waren, maar hij was nu juist de ster van de dag.

Tussendoor kregen we informatie over verschillende mogelijkheden om onze korte verhalen te kunnen publiceren. Er was een koffiepauze waarin we een babbeltje kon maken met andere schrijvers en met uitgevers, voordat de verhalen van ronde twee en drie werden besproken. Alle juryleden hielden een speech over een van de beste verhalen die in de laatste ronde zaten. Ze vonden dat die twaalf maar er weinig van het winnende verhaal verschilden, er hadden wel twaalf winnaars kunnen zijn.

Na afloop deden wij mee aan het buffet. Dat leverde interessante gesprekken op met bekenden en met de juryleden. We gingen er met een goed gevoel vandaan en zijn door het juryrapport van onze verhalen, dat we direct na afloop uit handen van de organisator ontvingen, gesterkt om met het commentaar dat daarin is verwerkt onze verhalen te gaan verbeteren. Commentaar overigens, dat opbouwend is en ook de goede dingen uit onze verhalen aangeeft. We kunnen zien welke zinnen we zeker moeten laten staan en waar nog dieper op emoties ingegaan kan worden, waar de foutjes zitten die we kunnen verbeteren en waar we nog iets aan het verhaal moeten veranderen of toevoegen. En dat is nou juist het fijne van een verhalenwedstrijd als Fantastels: zij helpen schrijvers om beter te gaan schrijven.

2016 Fantastels 3

Een paar leuke opmerkingen uit het juryrapport:

‘Je laat een spoor van kruimeltjes achter voor de oplettende lezer.’

‘Je alinea-indeling is prima, daarbij gaan veel auteurs de fout in.’

‘Je schrijft beeldend [prachtige spinnenwebben die een zilverkleurige glans vertoonden]’

‘Hou absoluut vast: je geëmancipeerde hoofdpersonage’

‘Je taalvaardigheid en schrijfstijl zijn uitstekend.’

En uit een gesprek met een jurylid:

‘Jullie hebben zo’n breed scala van onderwerpen.’

 

Uiteindelijk zullen we alle vijf de verhalen weer oppakken om ze te herschrijven. Als we er erg tevreden over zijn, komen ze als kortverhaal of misschien zelfs als bundel met een paar korte verhalen op Smashwords uit als e-book. Want onze verhalen zijn het waard om te lezen.

Meedoen aan een wedstrijd is goed. Bij de ene voelen we ons meer op ons gemak dan bij de andere, maar we winnen er altijd bij, want we hebben die verhalen toch maar geschreven, wat we anders misschien niet zouden doen.

Bedankt, organisatoren en juryleden van de fantastische verhalenwedstrijden!

 

Het koude zweet breekt uit, we trillen als rietjes, het wachten duurt lang.

Zweten en rietjes

19 februari 2016

De belangrijkste verhalenwedstrijden uit het fantastische genre (en dan hebben we het hier alleen over de wedstrijden waaraan wij hebben meegedaan in 2015), de Harland Awards en de Fantastels Verhalenwedstrijd, laten na lange tijd wachten eindelijk weer iets van zich horen.

Twee juryleden van de Fantastels Verhalenwedstrijd melden ons via Facebook dat de derde juryronde begint, dat is de eindronde waarin de winnaar eruit moet komen rollen. Cocky van Dijk meldde in een berichtje dat ze na gezellige kerstdagen weer druk bezig was met jureren voor de Harland Awards. Om zo maar een paar juryleden te noemen die ballonnetjes oplaten voor de wachtende auteurs, zodat wij weten dat er druk aan het jureren van onze verhalen gewerkt wordt.

Roselynd Randolph zal de komende weken weinig tijd hebben om eten te koken, zo schrijft ze op het smoelenboek, want ze zit in de derde ronde van het jureerproces in onze verhalen verstrikt. Wij krijgen subiet medelijden met haar, omdat ze nu de afhaalchinees moet aanspreken.

Kelly van de Laan schrijft in een blog op haar website Kristal en explosies: “Het is heel bijzonder om eens aan de andere kant van de tafel te zitten en de binnenkomende verhalen te beoordelen, in plaats van de verhalen te schrijven waarmee je hoopt te winnen.” En zij kan dat weten, want ze heeft al een keer gewonnen. Ze vertelt ook dat ze de rapporten voor de tweede juryronde heeft ingestuurd en uitkijkt uit naar de finaleronde. Daar is ze nu aan bezig.

Cocky van Dijk schrijft dat ze het jureren van de Harland Awards absoluut geen straf vindt. Ze heeft goede vondsten ontdekt en er zijn al vele pareltjes voorbij gekomen. De verhalen waren grappig en soms dramatisch. Er kwam van alles voorbij uit genres en subgenres. Haar persoonlijke favoriet heeft concurrentie gekregen van een ander verhaal.

De juryleden schrijven erover dat ze allemaal een soort beoordelingssysteem hebben met categorieën en een aantal punten dat ze te verdelen hebben. Ze lezen de verhalen en zien de titels, maar weten niet wie ze geschreven hebben. Om daar achter te komen is voor hen even spannend als voor ons, schrijvers. Pas op de dag van de prijsuitreiking zal alles onthuld worden. Voor de Harland Awards weten we de datum al, er staat veel leuks op het programma. Fantastels zal binnenkort ook wel een datum laten weten. Leuk, dan kunnen we ook weer andere schrijvers ontmoeten!

Wij lezen de berichten op Facebook met veel belangstelling, want het gaat tenslotte over de wedstrijden waaraan wij hebben deelgenomen. Maar terwijl we lezen wat er aan informatie loskomt, breekt het zweet ons uit of beginnen we te trillen als rietjes van de spanning.

We steken heel vreemd in elkaar. Nergens in die berichten wordt immers verklapt welk verhaal het aansprekende soort proza bezit dat het jurylid kon charmeren, nergens wordt gerept over de titel van de pareltjes die worden gevonden of in welk specifiek verhaal het hoge humorgehalte zat. Nergens wordt te kennen gegeven bij welke titel het een dramatisch verhaal was. Maar het gekke is: wij denken altijd weer bij die berichten, dat het over onze inzendingen gaat! Idioot natuurlijk, met meer dan honderd of tweehonderd inzendingen per wedstrijd, hebben we maar een schijntje kans dat we in de top tien terecht zullen komen.

De verhalen die wij schrijven halen zelden de tweede ronde, laat staan de derde. Ze komen meestal niet eens door de voorselectie heen. Wij schrijven niet van die verhalen die iedereen doet huiveren van dramatische spanning of die men in het algemeen zo boven de rest uit vindt steken. We kunnen maar beter bescheiden blijven en de realiteit onder ogen zien: we zijn er nog lang niet als schrijvers, anderen hebben al veel meer ervaring. Het zal wel weer een flinke desillusie opleveren, juist omdat wij die gekke verwachtingen maar moeilijk de kop in kunnen drukken. “Het gaat vast over ons verhaal,” zo wakkeren we het vuurtje ook nog aan. “Bij ons zat er flink wat humor in. Het was vast zo’n een pareltje, want het idee was goed, dat waren we het toch met elkaar over eens?”Ja, we staan vierkant achter onze verhalen.

De ervaring van de afgelopen jaren leert, dat we onze verhalen, voorzien van de nodige kritische kanttekeningen, ook wel weer terug zullen krijgen. Met sommige kritiek kunnen we gewoon niks, maar met andere gaan we al snel daarna aan de slag. De verhalen worden nog wel een keer of drie of vier herschreven voordat we vinden dat het echt goed door de beugel kan. En dan zullen we ook wel weer een manier vinden om ze te publiceren. Tenslotte blijkt dat ons “Pacifistenbloed”, een verhaal dat ergens laag op de ranglijst stond bij de Fantasy strijd Brugge, met één mooie zin erin volgens het juryrapport, nu al meer dan 92 keer gedownload is van Smashwords. Vast niet omdat lezers het zo lelijk vinden, maar misschien wel omdat het over een vampier gaat. We beginnen ons al af te vragen waarom lugubere verhalen beter verkopen dan de andere verhalen van ons die veel vrolijker aflopen.

Wie er ook zal winnen bij de wedstrijden, wij wachten in spanning af en zweten nog wel even door. Aan de berichtjes merken we dat de tijd van onthullingen er weer aan zit te komen. Nog een paar weken afwachten en dan zullen we onze collega’s weer ontmoeten, bij een prijsuitreiking. En dan gaat het niet alleen maar over wie er heeft gewonnen. Het fantastische genre begint terrein te winnen. En dat is heel goed nieuws, niet alleen voor schrijvers, maar ook voor lezers, vooral nu in het jaar van het boek. We kijken naar de juryrapporten uit, als we die in handen hebben kunnen we weer verder schaven, sleutelen en vervolmaken. We hebben meegedaan en dat is op zich al een hele prestatie. De toekomst zal het leren of we ooit nog eens een prijs in de wacht kunnen slepen. Maar deze vijf door ons ingestuurde verhalen zijn er al – achter de schermen, anoniem. En straks als nieuwe publicaties. Nee, de titels mogen we niet verklappen!