Verander het plan maar nooit het doel

30 januari 2020

Een zoektocht naar wijze woorden.

Een van de voordelen van internet en sociale media is, dat je soms van die wijsheden tegenkomt die je aan het denken zetten. Zo was ik op Pinterest op zoek naar citaten voor in mijn bullet journal. In 2020 begon ik namelijk aan alweer mijn derde bujo. Ik merkte dat het steeds een beetje op hetzelfde neerkomt. Als de jaaragenda staat, komen de maandagenda’s en de weekagenda’s erin. Een paar bladzijden waar wat afgevinkt kan worden, zoals gelezen boeken en bekeken films. Wat schema’s voor wedstrijden, een tabel voor het bijhouden van mijn blogs, maar dan heb je het bijna wel gehad. Ik wilde er toch af en toe ook wel weer een tekening of een citaat in kwijt. Gewoon als verluchtiging van de pagina’s, omdat het boekje met alleen maar agenda’s erin nooit helemaal vol komt. Ik houd ieder jaar een aantal lege bladzijden over. Ik zocht dus naar citaten en zag dat de meeste die ik op Pinterest ontdekte weer eens in het Engels waren. Dat is leuk voor Engelstaligen, maar ik wil wel Nederlands. Ik zocht verder en vond er ook een paar Nederlandse teksten tussen. Nu heb ik een aantal Engelse en Nederlandse ‘wijsheden’ op mijn harde schijf bewaard. Als ik er zin in krijg, zet ik er af en toe een in mijn bujo. Een tekening of sticker erbij en ik heb weer een bladzijde vol.

Plaatjes voor mijn blogs.

Later zocht ik onderwerpen voor mijn wekelijkse blogs. Daarvoor kon ik ook mooi inspiratie halen uit de opgeslagen plaatjes. Dus heb ik er een aantal uit het Engels vertaald en omdat dat in het Nederlands nou net niet lekker klonk, heb ik ze bewerkt op mijn manier. Ik gaf er een eigen draai aan. En nu heb ik in mijn digitale tekenprogramma zelf afbeeldingen met teksten gemaakt voor dit soort blogs.

Het schrijfproces.

Tijdens het redactiewerk voor De vergeten vloek deel 3 betrapte ik me erop dat ik steeds maar zat te wachten. Op de e-mail met het bestand dat nagekeken moest worden. Sommige dagen kwam er wel een hoofdstuk binnen, maar op andere dagen niet. Ik vond het eigenlijk maar niks dat ik zo aan het uistellen was, want dat redactiewerk was zo gepiept. Dus ik had nog wel een paar uur kunnen schrijven. Ik kreeg weer een enorme behoefte om verder te gaan met mijn volgende boek. Versie 1 was tijdens de NaNoWriMo van november 2019 tot op de helft af gekomen. Ik had het plan gevolgd en zou weer verder kunnen gaan.

Daar begon de twijfel. Zoals altijd gebeurt bij mij, vond mijn onderbewuste dat het niet goed was. Ik droomde er ’s nachts over dat er elementen aan ontbraken die er toch nog in moesten komen. Overdag pakte ik het eerste hoofdstuk op. Ik zat vanwege de redactie in de redigeermodus en het was goed te merken dat dit nog maar een eerste versie was. Dat kon veel beter opgeschreven worden!

Afijn, wat moest ik doen? Het hele plan overboord gooien en opnieuw beginnen?

Ik wist het niet, november was alweer een poosje geleden. Daarom ben ik eerst maar eens die veertien hoofdstukken die er al stonden door gaan lezen. Ik merkte dat alleen aan het begin veel te verbeteren was, de rest viel eigenlijk reuze mee, daar liep het lekker door. Toch gingen mijn logicadeel, mijn creatieve deel en mijn interne criticus ermee vanbinnen aan de haal. Hoe kon ik het verhaal nog beter maken? In een Interplanetaire ruimtestad zouden veel meer verschillende wezens moeten zijn. De hoofdpersoon zou daar toch op zijn minst een beschrijving van moeten geven. Hoe zagen ze eruit. Hoe was het leven in zo’n stad? En als ik het eens van het standpunt van de antagonist bekijken zou, wat dan? Wat zou hij doen om zijn zin te krijgen? Afijn, mijn fantasie ging op de loop en iedereen vanbinnen vond dat ik er hier en daar nog wel wat tussen moest voegen om het verhaal aan geloofwaardigheid te laten winnen. Ik kreeg goede ideeën om het verhaal beter te maken.

Op Facebook kreeg ik eens de raad om eerst het hele verhaal uit te gaan schrijven en daarna pas aan herschrijven te beginnen. Dan kon ik dat waarschijnlijk beter eerst gaan doen. Want, ja, dat was een goed advies. Of niet?

Nou, na veel wikken en wegen ben ik daarvan teruggekomen. Bij de twaalfde Saturnusmaan werkte dat wel goed. Maar bij de verhalen voor Zilverbron ging het niet zo. Vaak begon er een nieuwe versie als de vorige nog niet klaar was.

Daar heb ik nu ook weer voor gekozen. Met de aantekeningen die ik heb gemaakt, tijdens het lezen van versie 1, kan ik versie 2 al tot voorbij het midden herschrijven. Het initiële plan, het uitgewerkte plot, wordt tijdens het herschrijven aangepast. Of ik daarmee een organische schrijven word of een plotschrijver blijf? Ik weet het echt niet. Maar het is wel een beproefde manier voor Johanna Lime.

En als ik dan weer aangekomen zal zijn op het punt waar ik met versie 1 gebleven was, ga ik van daaruit verder. Dan is er al zoveel nieuws bijgekomen dat ik vast en zeker prachtige ideeën heb voor de rest van het verhaal, waarvan het plot trouwens ook al in grote lijnen vaststaat. Ik voel me hier veel beter bij, want dit zie ik helemaal voor me. Echt veel handiger dan verder schrijven aan iets wat ik niet meer helemaal zie zitten.

Dus ik ben ik begonnen met versie 2 van mijn volgende verhaal. Dit is mijn nieuwe plan. Aan het doel verandert niets, dat is nog steeds het schrijven van het eerste deel van Interplanetair. Mijn tweede trilogie bij Zilverbron.

Het is een hele klus om het begin zo te veranderen dat het verhaal beter loopt. Vooral bij het begin van een verhaal, waar je alle pionnen neer moet zetten, is het altijd moeilijk om goed te doseren. Maar ik ben deze week begonnen en vandaag was ik tot het midden van hoofdstuk 3 gekomen. Het herschrijven gaat langzamer dan gedacht, maar alles zit goed in elkaar. Ik hoef niet echt veel te veranderen aan het plot, slechts hier en daar een kleinigheid. Dat maakt een enorm verschil. Over het verhaal zoals het nu vorm krijgt, twijfel ik niet meer. Zo is het echt gegaan. Als zelfs mijn logische deel en mijn innerlijke criticus vinden dat het geloofwaardiger overkomt dan bij versie 1, zit het wel goed. Dan zullen de lezers het daar ook wel mee eens zijn. Ik krijg weer heel veel zin om dit verhaal helemaal neer te zetten zoals ik het voor me zie. Ook van dit gedeelte van mijn verbeeldingswereld wordt steeds meer onthuld. Corona Stella voegt zich bij Laskoro en Berinyi.

NaNoWriMo 2019 week 4 en nu even rust

29 november 2019

Week 4 van NaNoWriMo

Ik schreef het vorige week al, ik heb de National Novel Writing Month van november 2019 weer gewonnen. Doel gehaald. Het verhaal over Daniël & Irene, versie 1 ervan, is voor de helft geschreven. Tot en met 25 november werden het in totaal 52.816 woorden met het afkomen van hoofdstuk 14 van de 27 hoofdstukken die het moeten worden.

Daarna heb ik uitstelgedrag vertoond. Ik was moe van NaNoWriMo en ik heb er geen woord meer bijgeschreven.

Hoe kwam dat? Ik had een depressieve bui. Met mijn gedachten zat ik steeds weer bij vorig jaar toen Dinie zo ziek was dat ze niets meer at. We moesten naar de internist en daarna ging ze door de scan. We kregen te horen dat de kanker door haar hele lichaam was uitgezaaid. Ze at al een hele maand niets meer, dat kon zo niet. Maar er was geen houden aan. Op 23 december stierf ze.

Nu gaan we weer naar de decembermaand toe. Ik voel me erg alleen.

Ik ben op de helft van het verhaal en ontdek dat ik te weinig weet. Wie lopen er allemaal in die ruimtestad, hoe zien ze eruit, wat doen ze, wie, wat, waar, waarom en hoe?

Ik moet eerst weer even aan het brainstormen. De vragenlijsten van de personages die ik erbij gehouden heb zijn al schrijvende alweer aangevuld met namen van volksgenoten en uiterlijke kenmerken zijn beter opgeschreven. Maar daarmee ben ik er nog niet. De wereldbouw vraagt om meer details, om meer beschrijvingen, om sfeer en spanning.

Daar heb ik op het moment geen zin in. Ik mis Dinie om mee te brainstormen. Ik schuif het naar het volgende jaar.

Ik ga in december eerst weer een planning maken voor 2020, zoals ik altijd doe. De korte verhalen van Waterloper moeten herschreven worden, ik moet nog een keer naar Brugge voor De Avonturensteen, De twaalfde Saturnusmaan vraagt om een volgende versie en de trilogie Interplanetair vraagt om veel meer ideeën en een chronologie voor boek 1,2 en 3 zodat ik verder kan. Dus freewriten, brainstormen, plotten en meer.

Voor dat meer heb ik al bedacht dat ik weer eens wil gaan tekenen. Een plattegrond van een ruimtestad maken bijvoorbeeld. De plattegrond die ik heb van Biarrastad moet omgekeerd worden, want tijdens het schrijven zijn oost en west verwisseld. Dan heb ik nog geen plattegrond van Bengalostad en die zou ook wel handig zijn.

Ik wil gaan werken met mijn tekenprogramma’s op de computer en weer nieuwe covers maken. En tussendoor komen er nog bergen praktische dingen op me af, zoals behangen en alle kasten in huis eens op gaan ruimen. Weg doen wat ik nooit meer gebruik.

Met dat laatste was ik pas ook bezig. Dat kan ertoe hebben bijgedragen dat ik me zo rot voelde. Spullen van Dinie opruimen omdat ik er niets aan heb. Overal zitten herinneringen aan. Dat valt dus nog niet mee.

Ik gun mezelf nu dus even een paar dagen rust door 0 woorden te schrijven. In december gaan Natascha en ik verder werken aan de redactie van Schamel verbond. Daar kijk ik nu naar uit. We gaan ons best doen om het verhaal zo mooi mogelijk te krijgen voor het boek dat in april 2020 wordt verwacht.

Het andere schrijfwerk zie ik volgend jaar dan wel weer.

 

Zes jaar op rij – ruim 700.000 woorden, of een miljoen?

In de vorige blog over week 3 van NaNoWriMo had ik een plaatje opgenomen waarop stond dat ik al 631.457 woorden had geschreven vanaf 1 november 2014 tot nu. Daarbij zijn alle NaNoWriMo en CampNaNoWriMo projecten meegeteld. Maar het klopte niet.

De organisatoren kregen het niet voor elkaar om op de nieuwe website de woordenaantallen van CampNaNoWriMo van april 2019 en juli 2019 erin te zetten. Daardoor miste ik dus twee maanden schrijfwerk. Het eigenlijke woordentotaal dat ik gehaald heb in de zes jaar dat ik meedoe is 784.839. Kijk maar op onderstaand plaatje. Ik houd de stand zelf in Excel bij en hier heb ik alles van de afgelopen zes jaar bij elkaar staan.

In die tijd heb ik aan korte verhalen geschreven voor de Paul Harland Prijs, Fantastels, Waterloper, onze e-books op Smashwords en aan de trilogie De vergeten vloek. Ook De twaalfde Saturnusmaan en Interplanetair kwamen aan bod.

Tussen de NaNoWriMo en CampNaNoWriMo maanden door hebben Dinie en ik natuurlijk ook geschreven. Schimmenschuw begon als manuscript al op 1 maart 2012, en daarvoor (vanaf 1 november 2011) waren we ook al bezig aan deel 1 van De vergeten vloek. Dus al met al is de stand misschien wel miljoen woorden?

Mijn leraar tekenen op de Pedagogische Academie, waar ik ook les kreeg voor de LO akte tekenen, zei altijd dat ik een eigen stijl had met mijn schilderijen. Maar om echt een kunstenaar te worden moest ik wel 100 schilderijen maken.

Misschien ben ik dan nu eindelijk zo ver dat ik me na miljoen woorden schrijver kan noemen. In elk geval heb ik in die tijd erg veel geleerd over schrijven en dat houdt ook nooit meer op. Ik begin te merken, aan het redactiewerk en aan het lezen van debuutromans, dat ik geen beginner meer ben. Alleen vraag ik me af waarom het zo moeilijk blijft om bij korte wedstrijdverhalen hoger te scoren. Misschien ben ik gewoon beter in het schrijven van romans? Wat denken jullie?

 

Groeten van Johanna Lime

NaNoWriMo 2019 week 3, Winnaar

23 november 2019

Week 3 van NaNoWriMo

In de derde week van de National Novel Writing Month dacht ik elke dag wel weer lekker door te kunnen schrijven aan mijn verhaal. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk te zijn. Allereerst had ik last van uitstelgedrag en deed ik er van alles omheen, maar schreef ik urenlang niets. Daarnaast kreeg ik nog vier nieuwe hoofdstukken binnen van het redactiewerk voor deel 3 van De vergeten vloek, en die wilde ik eerst af hebben voordat ik aan het verhaal voor NaNoWriMo begon. Gelukkig bleek ook nu weer dat het met de te wijzigen scènes eigenlijk wel meeviel met die redactie. Natuurlijk ben ik ook niet alleen maar hele dagen aan het schrijven en moest er daarnaast van alles in de huishouding gedaan worden. Dan heb ik mijn koolhydraatarme dieet waar ik rekening mee moet houden. En de fysiotherapie met de oefeningen en het fietsen op de hometrainer. Dat is allemaal al drukte genoeg, zou je zeggen.

Toch wilde ik echt meters maken, maar het viel nog lang niet mee. In deze derde week begon ik vaak pas om drie uur ’s middags te schrijven voor de NaNoWriMo. Dan was ik even bezig en merkte tot mijn schrik dat het tijd was om het eten klaar te maken. Meestal at ik dat op bij het kijken naar het nieuws en ‘de wereld draait door.’ Gek, ik keek daar vroeger nooit naar maar de laatste tijd vind ik het wel leuk. Het zal er wel mee te maken hebben dat ik alleen ben nu. Als het journaal van acht uur dan voorbij was, ging ik pas weer verder schrijven. Ik zat helemaal in het verhaal en het werd snel elf uur ’s avonds. Een paar keer in de afgelopen week ben ik pas ver na middernacht naar bed gegaan. Dat moet niet te vaak gebeuren, want dan slaat de vermoeidheid toe.

Het duurde deze week wat langer om aan de woordenaantallen te komen. Ik zat in het middenstuk van het plot. Om het verhaal goed op te schrijven was er meer onderzoek nodig. Sommige scènes vereisten dat ik er nog iets nieuws bij moest verzinnen, want ongemerkt had ik de informatie al eerder gebruikt in het verhaal. Dat bedenken duurt meestal wel even. Gelukkig lukt het me telkens weer om iets te vinden waarmee ik verder kan.

Vanaf dag 1 tot afgelopen donderdag was het me gelukt om, met in week 2 het slim over de dagen verdelen van de woordenaantallen, elke dag precies 1667 woorden of meer toe te voegen. Donderdag lukte dat niet. Ik had er 1319. Geen ramp natuurlijk want er was al een flinke buffer opgebouwd. Op vrijdag rond een uur of 11 ’s avonds is het me gelukt om over de 50.000 woorden heen te gaan. Ik heb de NaNoWriMo van november 2019 weer gewonnen!

 

Zes jaar op rij.

Ik houd van de National Novel Writing Month. Het is voor mij een geweldige manier om aan een flink deel van een boek te werken. In de drie weken van november 2019 ben ik gekomen tot halverwege hoofdstuk 14 voor Interplanetair deel 1, Daniël en Irene. Dit moet uiteindelijk het eerste deel van een nieuwe trilogie worden die na De vergeten vloek gaat komen. Het manuscript is voor de helft af. Dat wil zeggen, versie 1 ervan. Want dit jaar heb ik echt volgens de NaNoWriMo traditie een eerste versie geschreven. Ik ben er nog niet klaar mee, ik moet nog verder totdat ik het hele verhaal voor mezelf heb uitgewerkt. En dan komen er nog een aantal herschrijfrondes. Een boek is nu eenmaal niet zomaar klaar, het schaven en nog beter maken begint later pas.

Op de nieuwe website van NaNoWriMo staat tegenwoordig alles bij elkaar. Niet alleen van de schrijfmaanden van november (NaNoWriMo), maar ook van april en juli (CampNaNoWriMo). Bij CampNaNoWriMo kun je zelf een doel stellen, daar mag je ook 10.000 of 20.000 woorden in een maand schrijven. Het is maar een keer voorgekomen dat ik het woordenaantal niet gehaald heb in zo’n maand. Daardoor heb ik nu in zes jaar tijd 631.457 woorden geschreven. Het zijn woorden die horen bij De vergeten vloek, bij korte verhalen en bij De twaalfde Saturnusmaan. Nu dus ook bij Interplanetair.

Dat er zoveel woorden zijn geschreven door mij, betekent niet dat al die woorden ook in boeken en verhalen staan. Toch is ongeveer de helft ervan wel in boeken en e-books terecht gekomen.

Ik ben soms een traditionele NaNoWriMo deelnemer, dan schrijf ik versie 1 van een verhaal. Maar vaak ook ben ik een rebel. Dat houdt in dat ik dan bezig ben met een herschrijfronde. Het is wel leuk om te zien hoe de titels van de manuscripten door de jaren heen steeds weer veranderd zijn. Ik merk ook dat ik door onder andere hieraan mee te doen een routine in het schrijven heb opgebouwd. Ooit hoop ik die toch ook nog eens voor tekenen te krijgen.

De intrinsieke motivatie voor verhalen schrijven is er, ik heb nog genoeg ideeën die ik ooit ook nog eens wil uitwerken voor een roman. NaNoWriMo maanden helpen me telkens weer om de routine van het elke dag aan een verhaal bezig zijn vast te houden.

 

Winnaar

Alles is relatief. Ik ben een winnaar! Ik heb een pdf bestand gekregen waar ik mijn pseudoniem op in kan vullen en de naam van het manuscript waaraan ik heb gewerkt.

Ik weet ook dat dit een prestatie is waar ik nog weinig mee kan. Ik heb iets op mijn computer staan waar ik lange uren in gestoken heb, maar wat heeft het voor zin?

Het wordt pas echt leuk als de verhalen die ik schrijf als een boek of een e-book gepubliceerd worden.

Korte verhalen schrijf ik meestal om ze aan een schrijfwedstrijd mee te laten doen. Als ik ze daarna voorzien van een juryrapport terug krijg, ga ik ze herschrijven en helemaal ideaal laat ik ze door een gedegen redactie gaan. Dat ik het kostenplaatje daarvan nooit meer terugverdien, interesseert me de laatste tijd minder dan vroeger, al blijft het krom dat je als fantasy/scifi-schrijver nauwelijks betaald krijgt voor al je werk. Ik vind het leuk om voor zo’n verhaal een leuke kaft te tekenen, het van een lay-out te voorzien en het op Smashwords uit te kunnen geven als e-book. Het alternatief is dat het op de computerschijf blijft staan en daar nooit meer af komt. Aan gratis weggeven doe ik niet meer, dat geeft een verkeerd signaal af. In sommige maanden verdien ik zelfs een paar centen aan mijn gepubliceerde e-books, als iemand een verhaal bij Smashwords of via Kobo of Bol heeft gekocht. Dan kan ik wel een gat in de lucht springen, zo blij ben ik dan. Gelukkig hoef ik van het geld niet te leven. Wat dat betreft is het eerder een hobby, want het kost me meer dan het oplevert.

Het wordt nog veel mooier als mijn langere verhalen echte paperbacks worden met een prachtige kaft, een foto en een flaptekst. Ik ben dan ook blij met uitgeverij Zilverbron. Daar kan ik ook echt andere schrijvers ontmoeten en daar voel ik me gewaardeerd. Bovendien ben ik nu op Facebook al ongeveer een jaar bezig als een van de beheerders van de Zilverboekenclub, waar ik samen met de auteurs hun personages en werelden uit de boeken voorstel aan de lezers. Zilverauteurs zijn auteurs die boeken hebben uitgegeven bij Zilverspoor of Zilverbron. De Zilverboekenclub gaat over hun boeken. U kunt er bijvoorbeeld ook recensies plaatsen bij de foto’s van de boeken, op Facebook dus.

Op het moment kan ik helaas niet zo gemakkelijk meedoen bij het verkopen van de boeken op de verschillende festivals zoals Comic Con, Elfia, Castlefest, Keltfest en dergelijke. Ik houd het staan geen weekend vol met mijn versleten heup en knie. Maar in april hoop ik toch wel op de Elfia in Haarzuilens te staan. Het afvallen lukt met het dieet dat ik van de diëtiste kreeg goed, al is er nog een lange weg te gaan voordat ik weer zo slank zal zijn als eigenlijk het beste voor me is. De oefeningen van de fysiotherapeut helpen ook, al heb ik sommige dagen best veel pijn. Ik hoop zonder operatie zover op te knappen dat ik weer helemaal fit word.

Op de Elfia van Haarzuilens in april 2020 kunt u dan de hele trilogie van De vergeten vloek kopen. Het schrijven en herschrijven daarvan besloeg een paar jaar van de NaNoWriMo, maar de boeken in handen hebben en ze echt kunnen lezen geeft me pas het gevoel een winnaar te zijn.

En de mooiste prijs om te winnen is als lezers laten blijken dat ze mijn boeken gelezen hebben en dat ze ervan genoten hebben. Want daar doe ik alles voor.

 

Groeten van Johanna Lime