Limeschrift 19 – Johanna Lime over schrijven

22 oktober 2020

Het negentiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over wereldbouw, wat, waar wanneer, hoe, en de wereld van het boek.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Wereldbouw

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, kom je er niet onderuit om een verbeeldingswereld te bouwen, een goed uitgedachte setting waarin de verhalen zich afspelen. ‘Hé, dat schreef je de vorige keer ook al!’

‘Sorry, ik ben een beetje gefixeerd op wereldbouw. Daar hangt ook wel veel van af, want een lezer zal gedurende het hele verhaal bereid moeten zijn om mee te reizen door jouw verzonnen wereld. Die moet geloofwaardig overkomen.’

Wat, waar, wanneer en hoe (van de wereldbouw).

In Limeschrift 1 schreef ik over de vijf W’s het volgende:

De vijf W’s

Wie, wat, waar, wanneer, waarom. Deze vijf woorden vormen samen de zogenaamde topische vragen. Deze vragen zijn in de Griekse oudheid geformuleerd om inzicht te krijgen in bestaande teksten.

Als schrijver kun je deze vragen heel goed gebruiken voordat je start met schrijven. De antwoorden op deze vragen vormen de pijlers van je verhaal.

Wat, waar, wanneer en hoe zijn bovendien belangrijke vragen om te stellen wanneer je een wereldbouw bedenkt.

Wat gebeurt er precies in je verhaal en wat hebben de personages daarvoor nodig?

Schrijf je over iemand die op een schip over de zee reist? Of over een ruimteschip dat met zijn bemanning door het heelal trekt? Dan heb je heel andere informatie nodig dan wanneer je over een groep reizigers schrijft die door landstreken met bijvoorbeeld dichte bossen trekt.

Is het een fantasyverhaal met magie of schrijf je over robots?

Waar speelt het verhaal zich af?

Dit maakt een groot verschil bij wat er kan gebeuren. Heb je bijvoorbeeld een uitgebreide wereld met verschillende landschappen nodig, omdat er veel gereisd wordt? Dan zul je steden, dorpen, rivieren, bergen, bossen en allerlei andere elementen nodig hebben voor je verhaal. Hoe wordt er gereisd, met welk vervoermiddel? Wat zijn de regels die daarbij gelden? Welke afstand kun je afleggen op een dag? Hoe verloopt de tijd in jouw wereld? Welke regels bestaan er in de landen waar je door komt? Hoe is de bevolking samengesteld? Welke fantasyfiguren gebruik je? Wie hebben de macht in handen en hoe leven degenen die van de machthebbers afhankelijk zijn? Welke conflicten zijn er? Hoe is de positie van de hoofdpersoon daarin? Al dat soort vragen zijn belangrijk voor je verhaal.

Je kunt jouw wereld misschien het beste schetsmatig uittekenen of een kaart maken voor je boek, dan heb je daar steun aan tijdens het schrijven.

Als een verhaal zich voornamelijk afspeelt in een gebouw of in een paar straten van een stad, dan is een kaart misschien niet nodig. Maar maak je gebruik van portalen naar andere werelden, dan wil je misschien weten waar die staan en wat erachter ligt. Het kan ook bij kleine ruimtes handig zijn om schetsen te maken. Dus: Wat gebeurt er precies en waar, en wat heb je daarvoor nodig? Hoe zie je het voor je?

Wanneer speelt het verhaal zich af?

Schrijf je over een historische periode, dan zul je over die bepaalde tijd uit de geschiedenis informatie willen zoeken. Je kunt bijvoorbeeld naar een museum gaan, een boek over de betreffende periode lezen of andere informatiebronnen raadplegen. Je wilt het verhaal geloofwaardig over laten komen. Als het zich op een bestaande plaats afspeelt, kun je het beste ter plekke de omgeving onderzoeken, anders bestaat de kans dat je over iets schrijft dat niet meer klopt. Zelfs bij fantasy moeten de details kloppen, als je iets gebruikt dat uit de echte wereld komt. Je wilt je lezer niet verliezen, omdat hij op die plek bekend is en merkt dat het niet overeen komt met hoe het er werkelijk uitziet (of hoe het er vroeger was).

Als je over de toekomst schrijft, zul je die ook vorm moeten geven. Consequent zijn is belangrijk.

Hoe gebruik je wereldbouw?

De wereldbouw is belangrijk voor de setting van je verhaal. Je kunt het zo uitgebreid maken als je wilt. Er zijn heel uitgebreide vragenlijsten voor. Maar op een gegeven moment is het toch wel handig om te gaan schrijven. Als je alles over je wereld tot in de puntjes uit wil werken, kom je misschien niet meer aan schrijven toe. Dat zou zonde zijn. Bedenk je bij elke scène wie het personage is, wat er gebeurt, waar het precies gebeurt, wanneer iets plaatsvindt en waarom het uitmaakt voor je hoofdpersoon. Dan moet het lukken om een goed verhaal te maken.

De wereld van je boek is belangrijk in het genre fantasy, sciencefiction en horror. Kijk maar naar de voorbeelden die er zijn, zoek verschillende bestaande kaarten op van bijvoorbeeld Lord of the Rings, Narnia, Harry Potter, en dergelijke werelden. Zelfs bij Dune en Star Wars heb je een visuele voorstelling van de wereld, door de verschillende planeten die er zijn. Je kunt daar je inspiratie vandaan halen, net als van kaarten uit boeken die al uitgegeven zijn.

Aan de zijkant van mijn blogpagina heb ik vier kaarten van mijn werelden geplaatst, wil je die groter zien? Kijk danLime hier en klik erop om ze op volledig scherm te zien.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 18 – Johanna Lime over schrijven

15 oktober 2020

Het achttiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over wereldbouw, sfeerbeelden, stemmingen en emoties.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Wereldbouw

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, kom je er niet onderuit om een verbeeldingswereld te bouwen, een goed uitgedachte setting waarin de verhalen zich afspelen. Bij een fantasywereld hoort traditioneel al gauw een middeleeuwse setting. Bij sciencefiction gaat het eerder om technieken van de toekomst.

Ik ben misschien wel een rebel, omdat ik voor mijn verbeeldingswereld van beide gebruik gemaakt heb. Sommige critici hoor ik al ‘foei, foei!’ roepen, maar ik heb het toch gedaan. Ik vond die middeleeuwse settings waarover ik vroeger las namelijk tamelijk deprimerend voor de ontwikkeling van verhalen die de moderne man of vrouw uit onze tijd zou lezen. Tegenwoordig merk ik dat steeds meer schrijvers in staat zijn om er dan toch een hedendaags verhaal van te maken en bijvoorbeeld een vrouw als hoofdpersoon te nemen. In moderne boeken valt het met de ontwikkeling van de personages nog wel mee.

Maar zoals gezegd, ik heb een combinatie gemaakt. Ik zocht een ruimer perspectief. Mede daarom heb ik voor de wereld van Eibor Risoklany twee grote koninkrijken verzonnen die elk bestaan uit vijf planeten. Het ene koninkrijk. Laskoro, is in de Plejaden gelegen, in het sterrenbeeld Taurus. Het andere, Berinyi, zit in de Rosettenevel van Monoceros. Daar kwam natuurlijk ook mijn interesse in sterrenbeelden bij om de hoek kijken. Ik heb ervoor gekozen om fantasy-elementen zoals magie te combineren met technieken van de ruimtevaart. De families die in deze koninkrijken wonen, komen oorspronkelijk van de Aarde. Daarom hebben de goden, de Avatars van de godenplaneet Eibor Risoklany, de draken de opdracht gegeven om werelden te scheppen die nog wel veel op onze Aarde lijken. Mijn boeken komen dus vaak bekend over bij lezers, want het referentiekader hebben ze alvast. Toch zijn er best ook veel verschillen met onze Aarde.

Om de oorspronkelijke aardbewoners, die crashten op Eibor Risoklany, te laten overleven, moesten de goden hen genetisch manipuleren. Dat is een thema wat in mijn boeken nogal eens naar voren komt. Bepaalde HSP families kregen een magie-gen. Er ontstonden zeven magische dynastieën. Alleen hadden de mensen iets negatiefs meegebracht van de Aarde, namelijk hun machtshonger. De godenplaneet werd opgeblazen door magie. Wat er daarna is gebeurd, is te lezen als kortverhaal in het e-book ‘De wording van Chyndyro’.

Daarvandaan is de wereld verder uitgebreid. Door alle machtshonger waaruit oorlogen ontstonden, kwam de vloek. De magie werd lange tijd vergeten, mensen hadden wel iets ander te doen, ze moesten zien te overleven. Er ontstond een disharmonie in de bevolking, de ontwikkelingen verliepen anders dan in een wereld met alleen magie. Technieken werden uitgevonden en zo ontstonden koninkrijken met magie en ruimtevaart. In iedere koninkrijk is er een ander politiek systeem. Het vervoer over de planeten gaat overal net weer wat anders, maar wel met gebruikmaking van de energie uit ritovysche kristallen. Afijn, je kunt het allemaal lezen in mijn boeken.

Als een van de moderatoren van de Facebookgroep ‘Zilverboekenclub’, ben ik degene die achter de vragen over wereldbouw zit die elke maand beantwoord worden door schrijvers van Zilverspoor en Zilverbron. Ik stelde ze de volgende vragen, die uit een uitgebreide vragenlijst over wereldbouw gekomen zijn. Uit deze vragen mochten ze er een paar kiezen om te beantwoorden voor hun boeken:

  1. Bestaat je wereld uit een planetenstelsel, een aantal landen, een bepaald land, een streek, een stad of nog iets anders? Hoe ziet het er daar uit? Kun je iets vertellen over landschappen / gebieden die anders zijn dan bij ons / hoe speciale gebouwen eruit zien?
  2. Als er magie is. Hoe wordt de wereld dan beïnvloed door de aanwezigheid van magie?
  3. Zijn er ook niet-menselijke rassen, verzonnen dieren (draken, eenhoorns) en hoe hebben die de wereld beïnvloed? Zijn er speciale gebieden waar zij voorkomen?
  4. Zijn er speciale planten of kruiden in jouw wereld en hoe heten die? Zijn er speciale voorwerpen? Wat is hun functie in het verhaal? Wat doen ze?
  5. Hoe is het bestuur van de wereld geregeld? Is er een koningshuis, hoe zit de regering in elkaar, wie hebben de macht in handen? Is er een hiërarchie en wie komen er dan slecht vanaf?
  6. In welke tijd leven de wezens in deze wereld ongeveer? Passen ze in een verleden, een heden of een toekomst wanneer je het met onze wereld vergelijkt? Of is er eigenlijk moeilijk een vergelijking te maken?
  7. Wat zijn de snelste manieren om te reizen? Zijn er goede wegen? Wat wordt er gebruikt voor het transport?
  8. Wat wordt er normaal gegeten in jouw wereld? Zijn er ook feestelijke gerechten of speciale lekkernijen? Zijn er gerechten die betoverd kunnen zijn? Heb je misschien een recept voor een gerecht?
  9. Wat is de staat van de verschillende kunstuitingen (dans, muziek, theater, enz.) in deze samenleving? Worden artiesten vereerd of gewantrouwd?
  10. Welke gebeurtenissen gebruiken mensen voor de jaartelling? Hoe weten de mensen hoe laat het is? Zijn er klokken, horloges, zonnewijzers, enz. of moeten de mensen naar de klokken luisteren van het kasteel, de kerk, of kijken ze naar de stand van de zon?
  11. Wat voor kleding dragen de mensen? Hoe duur is kleding? Kunnen de materialen ter plaatse geproduceerd worden of moet alles of een deel ervan geïmporteerd worden? Zijn er beperkende wetten die bepalen wie welke kleding mag dragen? Wat zijn de straffen? Wie bepaalt wanneer het nodig is om de wetten te veranderen? Hoe vaak worden ze aangepast?
  12. Hoe groot is de rol van de verschillende religies en filosofieën in het openbare leven en in het privé leven? Worden filosofen en theologen beschouwd als academici of staan ze te debatteren op de markt zoals bij Socrates? Hoeveel invloed hebben hun theorieën op de manier waarop mensen zich werkelijk gedragen?
  13. Zijn er verschillende talen voor de verschillende rassen (dwergen, elven, enz.) of is de taal meer gebaseerd op geografische invloeden dan op ras of soort? Is ere en special taal die je moet leren om met draken te kunnen praten of met andere magische dieren?
  14. Heb je een kaart van je wereld gemaakt en mogen we die plaatsen?
  15. Bij welk boek of bij welke boeken hoort deze wereld?

In het menu ‘Trilogie De vergeten vloek’ op mijn website  https://boekenvanjohannalime.com staan een paar blogs waar ik zelf op deze vragen inga voor mijn boeken.

Sfeerbeelden

Voor de setting van een verhaal kun je behalve voor een uitgebreide wereldbouw ook gebruik maken van sfeerbeelden. Op Berinyi overheersen de kleuren rood en paars bijvoorbeeld vanwege de rode ster Bara. Op Laskoro is het licht van de ster Atlas juist nogal scherp en wit. De kleuren in de natuur lijken daar meer op die van de Aarde, wanneer de zon fel schijnt.

Op Laskoro komen velden met zonnebloemen voor die ze op Berinyi niet hebben. Er zijn ook sinaasappels, die later van Chyndyro naar Berinyi worden meegenomen. Eerder kenden de Berinezen deze vruchten nog niet. Op Berinyi heb je grote olifanten die de Laskorianen niet kennen.

Op Laskoro zijn er hogesnelheidswegen waar auto’s door de weg voortgetrokken worden. Groepjes auto’s zitten vast met energielinten en gaan zo snel dat ze in een dag de halve planeet over kunnen komen. Op Berinyi heb je een trein die op een monorail over ritovysche energie zweeft en ook heel hoge snelheden maakt. Maar wil je naar de Vuurberg, dan zul je te paard de berg op moeten klimmen.

Op Laskoro heb je enorme bruggen, zoals de Grote Driesprongbrug, terwijl je op Berinyi veerponten hebt die over de zeeën tussen de districten de passagiers overzetten die uit de trein gekomen zijn. Met deze elementen worden de sfeerbeelden van mijn verbeeldingswereld bijvoorbeeld gevormd.

Stemmingen

Bij stemmingen kun je denken aan een griezelige sfeer. Wanneer in mijn boek ‘Schimmenschuw’ de hoofdpersoon Kamilia in een donkere grot zit opgesloten bij de schim van de rode draak die vroeger hele legers met zijn adem heeft verbrand, is dat best een griezelige situatie.

Het wordt juist vrolijk als opa Nikos, de vuurmagiër, een grapje vertelt over een ijsbloem die van een bergrichel wordt gehaald en dan gesmolten is bij terugkomst in het dal.

Spannend is het juist weer als Kamilia, vanwege een tijdslot op de deur van de toren, binnen tien minuten weg moet zijn bij de geest van de blauwe draak. In die tijd moet het haar lukken om een artefact mee te nemen, omdat ze anders niet naar huis kan.

Je kunt dus een grote wereldbouw hebben, maar de details van de wereld en de stemmingen van de personages zijn voor je verhaal net zo belangrijk.

Emoties

Door emoties mee te nemen in je verhalen, maak je het voor de lezer mogelijk om zich in te leven in de personages. Daarom is ‘show don’t tell’ zo belangrijk voor verhalen. Vooral tegenwoordig waar we zoveel films kunnen kijken en alles voor ons zien zoals de regisseur dat heeft gemaakt. Alleen bij boeken maak je er eigen beelden bij, die zijn dus authentieker, eigener dan bij een film en meestal zijn boeken ook veel uitgebreider.

Bij ‘Lord of the rings’ kijk ik liever naar de films. Dat heeft te maken met dat er sinds Tolkien dit schreef best veel veranderd is aan de schrijfstijl van boeken. Ik heb vaak geprobeerd om de ‘Lord of the rings’ boeken te lezen, maar kom er moeilijk doorheen. Dat komt denk ik door het vele ‘tell’ en de bladzijden vol met informatie. Toch las ik als tiener ook wel boeken met veel ‘tell’. Maar nu geef ik toch de voorkeur aan ‘show don’t tell’ en emotionele gebondenheid met personages. Niet dat ik mezelf zo’n ster acht om dit ook even gemakkelijk te kunnen schrijven, want daar moet ik als schrijver nog wel meer in groeien, denk ik zo. Ik val regelmatig weer in de valkuilen die elke schrijver tegenkomt, merkte ik pas nog toen de redactie van mijn nieuwe boek begon. Maar ik doe mijn best om het beter te krijgen.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 17 – Johanna Lime over schrijven

01 oktober 2020

Het zeventiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over thema’s, genre, fantasy-elementen.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

(Gebruikte bron: ‘Hoe schrijf je fantasy en sciencefiction?’ van Martijn Lindeboom en Debbie van der Zande – Atlas Contact)

Thema’s

Deze keer ga ik in op het genre van de fantastiek en op thema’s en fantastische elementen.

Citaat: Het thema geeft aan waarover het verhaal gaat. Een thema geeft richting aan de plot, het conflict en de interactie tussen personages en de wereld.

Voor Schimmenschuw is ‘anders zijn’ een thema. Kamilia kan geesten zien en horen, ze heeft een speciaal talent dat anderen niet hebben. Daarom wordt ze op school gepest. Het is bovendien een ‘coming-of-age’ verhaal, want door de tijdreis die ze maakt leert ze zichzelf ontdekken. Ze groeit op naar volwassenheid. Bij iedere opdracht die ze krijgt, komt ze een stapje verder. Een ander thema is dat ‘doden niet echt dood zijn, maar als geesten verder leven.’

In trilogie De vergeten vloek is het onderliggende thema ‘de vloek van de Avatars’. Deze goden hebben de vloek uitgesproken over de Magii, die hun magische gaven van Hen hebben gekregen. De Magii misbruikten die gave om alleenheerser van Chyndyro te willen zijn. Iets dat al duidelijk wordt in ons debuut: Schimmenschuw. Daar zijn bepaalde families op oorlog uit. De Avatars hebben daarom de dynamiekmagiërs en de elementenmagiërs uit elkaar gehaald. Ze zijn (in het verleden, een paar jaar na de tijdreis van Kamilia) verbannen naar twee verschillende koninkrijken in de ruimte. Koninkrijken van elk vijf planeten: Laskoro en Berinyi. Bovendien hebben de goden ervoor gezorgd dat het heel moeilijk wordt voor de magiërs om weer alleenheerser te kunnen worden. Daarvoor is de leiding van hun dynastie overgegaan op het andere geslacht. Waar er op Chyndyro, in het verhaal van Schimmenschuw, patriarchen de macht hadden, is dit op hun dochters overgegaan. Waar eerder de matriarchen de macht hadden, kregen hun zonen die nu. Er is een disharmonie in de bevolkingen van Laskoro en Berinyi, het aantal mannen en vrouwen loopt sterk uit elkaar bij dit specifieke mensenras. Bovendien zijn de koninkrijken in veel opzichten elkaars spiegelbeeld. Het kan alleen nog maar goed komen als Laskoro en Berinyi echt goed gaan samenwerken. Samenwerking is wat de Avatars vanaf het begin al wilden, maar om allerlei redenen is het mis gelopen. Niet alleen bij de mensen trouwens, ook bij de goden en bij de draken die de werelden geschapen hebben.

Je kunt dus in mijn boeken ontdekken dat ‘samenwerking’ een belangrijk thema is. Bij ‘leiding geven’ komt bovendien een grote ‘verantwoordelijkheid’ om de hoek kijken. En het thema ‘jaloezie’ speelt ook een belangrijke rol in de figuur van de antagonist die toch weer voor een oorlog zorgt. Daarnaast is ‘ethiek’ belangrijk bij het gebruik van ‘magie’, maar ook bij bijvoorbeeld bij de ‘genetische manipulatie.’

Ik word me er steeds beter bewust van dat ik een nogal ingewikkelde wereld heb verzonnen met veel belangrijke thema’s, symboliek, magie en techniek. Voor lezers die uit zijn op een lekker relaxt verhaal is het daardoor misschien een (te) grote uitdaging geworden. Toch zou ik het niet anders willen. Dit is het verhaal waarmee Dinie en ik jarenlang mee rondliepen en eindelijk komt het naar buiten. Ik moet het zo vertellen. De thema’s zijn mijn motivatie om verhalen te vertellen op de manier zoals ik dat doe.

Gelukkig zijn er ook lezers die vinden dat het getuigt van lef om fantasy en sciencefiction samen te gebruiken, met religieuze elementen en maatschappijkritiek. Dat merkte ik laatst bijvoorbeeld in de Scifi&Fantasy genreclub op Hebban, waar ze Sluimerend vuur in een Meeleesgroepje gelezen hebben. Zo’n reactie stimuleert enorm, al heb ik intussen de kritiekpunten uit andere recensies van lezers ook overwogen en probeer ik die voor de volgende trilogie ‘Interplanetair’ mee te nemen. Of me dat gaat lukken in een steeds groter wordend universum? Ik hoop het. Het hangt er misschien ook wel vanaf of de thema’s die ik wil verwerken goed tot hun recht zullen komen.

Genre

In de fantastiek zijn er vier hoofdgenres te onderkennen, waarbij direct aangetekend moet worden dat je binnen die vier hoofdgenres een grote variatie aan subgenres kunt onderscheiden. Ik richt mij hier op de vier hoofdstromingen.

Fantasy – vaak spelend in een alternatieve wereld, waar magie of fantastische wezens een belangrijk ingrediënt vormen.

Sciencefiction – doorgaans spelend in een toekomstige wereld, waar technologie – verzonnen of gebruik makend van een bestaande ontwikkeling die naar de toekomst doorgetrokken wordt – een belangrijke rol speelt.

Horror – verhalen met een bovennatuurlijk element, die de lezer ongemakkelijk of angstig proberen te maken.

Magisch realisme – verhalen waarin de werkelijkheid verbonden wordt met een andere of hogere werkelijkheid, waardoor hallucinerende beelden of droomeffecten ontstaan.

Fantasy-elementen

Laat ik het houden bij mijn boeken. Fantasy-elementen die je kunt vinden in boeken van Johanna Lime, omvatten het volgende:

Draken die door de ruimte kunnen vliegen en planeten hebben geschapen, vervolgens zijn twee van hen in de godenstand verheven.

Goden die zich in zowel menselijke als dierlijke vorm kunnen manifesteren en als godsbeelden in tempels te vinden zijn, Zij worden ook de Avatars genoemd. Elk van de zeven magische dynastieën heeft een mannelijke en een vrouwelijke god. De goden van de koninkrijken kwamen er later bij.

Magii, dat zijn de Magia en de Magus, de vrouwelijke magiër en de mannelijke magiër uit de zeven belangrijke families van magie, die bestaat uit: vuur, aarde, lucht en water, maar ook lichaam, ziel en geestmagie.

Taikeiyi – een mensenras zoals wij, maar genetisch gemanipuleerd door de goden zodat zij magie in hun genen hebben zitten.

Taicapry – een groot mensenras met hoorns en bokkenpoten, hoeven en klauwen – geschapen door de Zwarte Draak, de godin die zij Sana noemen, de schepper van de planeten van Berinyi.

Shoikeiyi – kleine mensen die gemaakt zijn door magiërs van de familie Baksy, om hen in mijnen te laten werken waar ze schatten aan edelstenen uit moesten hakken voor een magiër die rijk wilde worden en zijn vader van zijn troon wilde stoten. Shoikeiyi hebben vleermuisoren en kattenogen en maken gebruik van echolocatie.

Shoiaviony – kleine vliegende mensen zoals feeën, met vlindervleugels. Zij strooien een bedwelmend poeder rond als ze boos worden. Ze zijn door genetische proeven in een laboratorium gemaakt door twee broers van de familie Lyoncourt die bliksembommen wilden ontwikkelen om daarmee de oorlog te winnen.

Ritovysche energie – Magische energie, een soort elektriciteit, maar veel sterker en gevaarlijker die opgesloten zit in ritovysche kristallen in hooggebergten. Is zo sterk dat ruimteschepen erop kunnen vliegen.

Animalii – Magische beesten die geschapen zijn door de Zwarte Draak, ten tijde van de schepping van de planeten van het koninkrijk Laskoro. Er zijn negen soorten van en ze zijn heel gevaarlijk voor mensen. Ze komen in de vrije natuur voor, maar hoe meer van deze beesten opgenomen worden in het bloed van de priesters van Mage, hoe minder er in de vrije natuur rondlopen. Mage heeft het geheim van de Animalii van Chimaera, de Zwarte Draak, losgekregen en sindsdien hebben zijn Wan (priesters) magische beesten in hun bloed. Zij zijn te zien als levende tatoeages op hun lichaam.

Ik ben vast nog wel iets vergeten, maar dit zijn de belangrijkste fantasy-elementen in mijn verhalen. Behalve die zijn er ook sciencefictionelementen zoals Hoge Snelheidswegen, cybernetica, ruimteschepen en Hoge Snelheidstreinen. En dan heb ik nog niet eens over lumaud-communicatie.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 16 – Johanna Lime over schrijven

23 september 2020

Het zestiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over het doel, waarom schrijf ik mijn verhaal en voor wie.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Het doel

Wat is het doel van mijn schrijfwerk? Waarom wil ik dit zo graag? Waar ben ik aan begonnen en waarom blijf ik ermee doorgaan? Dat vraag ik mezelf vaak vertwijfeld af, vooral wanneer ik weer eens een negatieve reactie van iemand te verwerken heb gekregen. “Waar haal je de fantasie vandaan?” en “Wat levert het op?” Achter die vragen vermoed ik een waardeoordeel en de overtuiging dat diegene vindt dat ik mijn tijd verpest met zinloze en waardeloze zaken. Het liefst zou die persoon mij weer in het keurslijf stoppen waar ik na veel studie, inzicht en wilskracht eindelijk uitgekropen ben. Jammer, maar na ons besluit om ons geheime leven, bestaande uit onze zelfbedachte verbeeldingswereld en de dagboeken die we stiekem over personages schreven, hebben Dinie en ik besloten om met onze verhalen naar buiten te komen. Ook al omdat degenen in de familie die er wel van zouden hebben genoten ons ontvallen waren en wij al zagen aankomen dat als ons dat overkwam, niemand zich ons herinneren zou. Daarom wilden we onze verhalen in boeken verwerken die echt uitgegeven zouden worden. Voor mensen zoals wij, voor liefhebbers van fantasie, sprookjes, sciencefictionverhalen en andere avonturen. Om iets in de wereld achter te laten waar wij gepassioneerd over waren. Wat ons aan het hart ging.

Mijn doel bij het schrijven is daarom, om me met het soort werk bezig te houden wat ik mij altijd heb gewenst. Van kind af aan wilde ik al kunstenares of schrijfster worden, raakte ik gefascineerd door verbeeldingswerelden, een kuiken in een eendennest dat moet leren zwemmen, een tovenaarsleerling en een draak die met schoensmeer ingesmeerd wordt, de sprookjes die mijn tante op 45 toeren plaatjes voor ons draaide, onze reisjes naar de Efteling met de fakir en de waterlelies, fantastische verhalen, avonturen, romans en sciencefictionboeken uit de bibliotheek. Fantastische films en sciencefictionseries op tv of in de bioscoop, RPG en simulatiespellen op de computer. In die wereld voel ik me thuis en geniet ik van de prikkelende inspiratie die geen andere wereld mij ooit gegeven heeft. Ik voel er een vrijheid en verbondenheid die ik nergens anders vind. Ik kan mijn creativiteit en eigen gedachten erin kwijt. Daarom schrijf ik in het fantasy en sciencefictiongenre. Mijn doel is net als bij andere schrijvers, om lezers met mijn verhalen te raken, zoals ik zelf door dit genre ben geraakt.

Waarom schrijf ik mijn verhaal

Om deze vraag te beantwoorden, gebruik ik een tekst uit een freewriting-schrift van 2016. Daarin staat: ‘Schrijven geeft mij rust in mijn hoofd en is de manier voor mij om dingen aan andere mensen kenbaar te maken. Ik ben namelijk geen gemakkelijke prater. In schrijven of tekenen kan ik mijn creativiteit kwijt. Ik vlucht uit de wereld die de werkelijkheid wordt genoemd, al is die ook maar een illusie. Ik verdwijn in mijn eigen fantasiewereld, een wereld die ik zelf gebouwd heb en waar ik mijn eigen baas kan zijn. Ik word onzichtbaar voor de mensen om me heen en verplaats me in personen die allemaal een deel uitmaken van mijn meest intieme zielenroerselen. De personages uit mijn verhalen komen in mezelf tot leven. Ik kan alles aan. Ik mag mezelf zijn als ik schrijf. Wat zeg ik? Ik mag veel meer zijn dan mezelf. Ik mag boven mezelf uitstijgen. Er kunnen zoveel dingen wel in mijn verbeeldingswereld die in de gewone wereld niet kunnen. Schrijven geeft mij rust, het geeft de ruimte voor het wezen dat ik werkelijk ben.’

‘Ik ben niet een of andere vervelende grote reus omdat ik het langste meisje uit de klas was, ik ben geen alien die uit een andere wereld komt en niets van deze wereld en jullie, andere mensen, begrijpt. Ik hoef niet als eenling aan de kant gezet te worden. Ik ben ook een mens en ik hoor erbij. Ik ben een vrouw. Eng hè? Maar wat veel enger is ben jij, die alles wat vreemd is discrimineert en kleineert en alleen maar accepteert als het dienstbaar, slaafs al jouw bevelen opvolgt, om jouw zelf te verhogen. Maar ik ben niets minder, hoor. Ik mag er net zo goed zijn als jij.

Ik elk geval op een plek waar jij mij nooit te pakken krijgt. Ja, je hebt gelijk, het is een vlucht, een vlucht uit jouw enge werkelijkheid. Want in mijn eigen verbeeldingswereld ben ik vrij.’

Voor wie

Als je dit bovenstaande leest, is het antwoord op de vraag voor wie ik schrijf in eerste instantie: voor mij zelf. Natuurlijk is dat niet de enige waarheid. Iedereen die mijn verhalen lezen wil is meer dan welkom. Mijn uitgegeven werken zijn voor iedereen die ze wil lezen en ik krijg graag feedback. Voor degenen die mij verder willen helpen met raad en positieve, opbouwende kritiek heb ik de grootste waardering. Ik zal hun aanbevelingen koesteren. Samenwerken is namelijk het grootse thema uit mijn verhalen, maar daarover later meer.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 15 – Johanna Lime over schrijven

17 september 2020

Het vijftiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over erg planmatig en methodisch plotten; 3 aktes, 9 blokken en 27 hoofdstukken.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Planmatig en methodisch

Zoals u inmiddels hebt gezien in Limeschrift, bestaan er twee uitersten bij het plotten van verhalen. Het ene uiterste wordt gevormd door organisch schrijven, dat is beginnen zonder iets te plotten. Gaan zitten en intuïtief schrijven. Het ander uiterste wordt gevormd door planmatig en methodisch alle details van een verhaal eerst plotten. Daarbij wordt eerst alles tot in de puntjes onderzocht en ingedeeld en pas als alle delen van het verhaal in schema staan, begin je te schrijven. Zelf zit ik hier ergens tussenin.

In deze aflevering volgt alleen nog een schema voor een plotmethode met 3 aktes, 9 blokken en 27 hoofdstukken. Dit is de laatste plotmethode die ik in het document met de voorbereidingen op NaNoWriMo vond. Het meest gedetailleerde plotschema. Ik heb deze manier geprobeerd, maar voor mij werkt hij niet. Ik vind dat er te weinig ruimte is om ermee te schuiven. Alle hoofdstukken staan te vast. Dat wil niet zeggen dat iemand anders hier misschien juist behoefte aan heeft. Of dat het voor een ander genre misschien juist hard nodig is om alles van tevoren helemaal uitgezocht te hebben. Bijvoorbeeld als historische feiten moeten kloppen en een verhaal heel realistisch moet zijn. Maar ik schrijf fantasy, ik heb toch veel behoefte aan flexibiliteit. Ineens kan er bij mij intuïtief een beter idee naar boven komen en dan wil ik de mogelijkheid hebben om dat idee direct  in het verhaal te verwerken.

Voor de volledigheid plaats ik in ieder geval hier ook dit schema, waarin alles in 27 hoofdstukken is ingedeeld.

GEEF ME ALLE PLANNEN!

AKTE 1
————————–
01. Introductie
02. Beginincident
03. Ruzie /conflict
————————–
04. Reactie
05. Actie
06. Consequenties
————————–
07. Druk / spanning
08. Plotwending
09. Doordrukken
————————–

AKTE 2
————————–
10. Nieuwe wereld
11. Plezier en spel
12. Oud en nieuw naast elkaar
————————–
13. Opbouw
14. Middelpunt
15. Omkering
————————–
16. Gevolgen
17. Beproevingen
18. Toewijding
————————–

AKTE 3
————————–
19. Kalmte voor de storm
20. Plot keerpunt
21. Donkerste moment
————————–
22. Kracht vanbinnen
23. Actie / Verzamelen
24. Convergeren
————————–
25. Strijd
26. Climax
27. Oplossing / Einde
————————–

Omdat dit schema alleen bestaat uit woorden, zonder dat wordt uitgelegd wat die precies inhouden, vind ik dit zelf een wat onduidelijk schema om in te vullen. Hoewel je natuurlijk met de reis van de held voor ogen wel enigszins een idee krijgt van wat het zou kunnen zijn. Maar misschien denk jij daar anders over. Ik wens je veel succes met het idelen van je verhaalidee!

P.S. Nadat ik het bovenstaande had geschreven, vond ik deze video, waarin deze manier wordt uitgelegd (Engels) https://www.youtube.com/watch?v=fe3eodLF_Uo

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 14 – Johanna Lime over schrijven

10 september 2020

Het veertiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over werken met scènes, 3 aktes, 15 onderdelen.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Werken met scènes, 3 aktes en 15 onderdelen

Deze manier van plotten ben ik sinds oktober 2019 nog steeds aan het onderzoeken. Ik vond hem in een document met voorbereidingen op de NaNoWriMo, waarin verschillende plotmethodes na elkaar worden uitgelegd en je de mogelijkheid krijgt om ze uit te proberen, voordat de National Novel Writing Month begin ieder jaar in november.

Ik heb zelf besloten dat ik mij voor mijn romans voorlopig houd aan het schema dat ik Limeschrift 13 heb behandeld. Dat werkt voor mij tot nu toe het beste. Voor korte verhalen gebruik ik tegenwoordig steeds vaker het schema zoals ik dat heb uitgelegd in Limeschrift 8 (Asterix en Obelix verhaalanalyse).

Maar ik ben wel benieuwd naar deze manier, die ook wel ‘Save The Cat!’ heet. De laatste maanden volg ik bovendien af en toe een YouTube filmpje uit een afspeellijst van Abbie Emmons, waarin ze stapsgewijs een verhaalstructuur in 3 Aktes behandelt, die hier erg veel overeenkomsten mee heeft. Ik ga hier zeker ideeën uit gebruiken en misschien neem ik deze methode bij latere boeken nog weleens over. Het is een van de manieren voor schrijvers die graag eerst een houvast willen hebben voordat ze beginnen te schrijven aan hun roman.

 

Hier de informatie uit het NaNoWriMo document (vertaald en door mij aangepast)

‘The Save the Cat! Beat Sheet’ is oorspronkelijk ontwikkeld door Blake Snyder. Hij is gemaakt om scenarioschrijvers te helpen bij het plotten van films, maar werkt net zo goed met grafische romans en geschreven romans. Deze methode splitst de Drie-Aktes structuur (begin – midden – einde) op in kleinere delen of scènes. Elk deel duwt je verhaal op zijn eigen manier vooruit. De onderdelen worden met percentages aangegeven, die je als een soort gids kunt gebruiken, maar de exacte lengte van je verhaal hoeft hier niet precies bij aan te sluiten. Dat is natuurlijk je eigen keus.

Het idee van dit schema is dat je voor elk gedeelte je ideeën opschrijft en later uitwerkt. Een paar voorbeelden uit mijn boeken: “Jima kruipt weg voor de paparazzi en zit vast in de hoek naast de trap, als hij ziet dat de Moraneslang de cameraman aanvalt,” of: “Tante Helena snijdt zich in haar hand en offert bloed aan Chimaera – dan overhandigt ze het mesje aan Sylviana.”

AKTE 1

  1. Begin (0-1%) – Laat zien waar de hoofdpersoon is en hoe de wereld er daar uitziet. Hoe is het leven voordat het avontuur begint?
  2. Inleiding tot het interne conflict van de protagonist (1-10%) – Blijf die gewone wereld tonen. Ontdek het leven van de hoofdpersoon, inclusief de interne gebreken en externe uitdagingen die hij moet overwinnen om aan het einde van het verhaal ten goede te veranderen. Introduceer ook belangrijke ondersteunende personages.
  3. De protagonist wordt buiten zijn comfortzone geduwd – Neem ergens een scène op waarin een personage iets zegt dat aangeeft wat de grote levensles van de hoofdrolspeler zal zijn – hoe hij moet veranderen en groeien voor het einde van het verhaal. De hoofdpersoon zal de les echter pas later begrijpen.
  4. Katalysator (10%) – Dit is wanneer het leven van de hoofdpersoon voor altijd verandert. Er is geen weg terug meer. Wat is het incident dat de hoofdpersoon uit zijn comfortzone duwt?
  5. Intern conflict (11-20%) – De hoofdpersoon verzet zich tegen het pad dat voor hem ligt – vraagt zich af wat er nodig is, of dit wel moet of dat er nog een andere uitweg is. Wat zijn de mogelijke gevolgen van de actie die genomen moet worden?

AKTE 2

  1. De keuze is gemaakt (20%) – De hoofdpersoon beantwoordt de oproep. Er is een keuze gemaakt om het avontuur / de transformatie / de reis / de nieuwe dingen te beginnen.
  2. De beloften die ingelost gaan worden / Nu wordt het leuk (21-50%) – Dit is wanneer de lezer denkt: “Ah, nu gaan we naar het verhaal dat in de flaptekst is beloofd.” Dit is een van de langste delen van het boek. De hoofdpersoon went aan de nieuwe omgeving – houdt ervan, haat het, maakt fouten of doet het goede, ontmoet nieuwe mensen en dergelijke.
  3. B-verhaal – Nieuwe personages worden geïntroduceerd die uiteindelijk de hoofdpersoon zullen helpen zijn levensles te leren. Vrienden? Mentoren? Liefdes? Uitdagers? Wie zijn zij? Hoe zullen ze helpen?
  4. Midden (50%) – Dit moment is wanneer alles ‘geweldig’ lijkt of alles ‘verschrikkelijk’ lijkt, afhankelijk van je verhaal. Het gedeelte ‘Nu wordt het leuk’ heeft geleid tot een valse overwinning voor de hoofdpersoon (hij denkt dat hij het tot nu toe geweldig heeft gedaan) of een valse nederlaag (hij heeft het tot nu toe moeilijk gehad). Wat gebeurt er op dit moment, halverwege tussen begin en einde? De hoofdrolspeler verlegt zijn doel, aan de hand van de ervaringen die hij heeft opgedaan tot nu toe.
  5. De antagonist komt dichterbij (51-75%) – Maak het hoofdpersonage klaar voor een hobbelige rit. Als het midden een valse overwinning was, beginnen de dingen nu mis te gaan voor de hoofdpersoon. Als het midden een valse nederlaag was, lijken de dingen iets beter te worden, maar de slechteriken komen dichterbij en hebben iets te zeggen. Opmerking: Een antagonist kan een fysieke vijand zijn, maar het kan ook een emotionele vijand zijn, zoals twijfel, jaloezie of angst. De nieuw gebouwde wereld van de hoofdpersoon begint hier uit elkaar te vallen. (Dit is ook een van de langere delen in een roman).
  6. Alles is verloren (75%) – Oh, nee. Dit is het deel waarin er iets gebeurt, waardoor je personage helemaal aan de grond komt te zitten. Er lijkt geen uitweg mogelijk. Misschien sterft er iemand of iets (letterlijk of figuurlijk).
  7. Complete duisternis (76-80%) – De hoofdpersoon heeft nu tijd om te reageren op zijn ‘Alles is verloren’ -moment, om te rouwen om wat hij is verloren, om de hopeloosheid te voelen. Dit is niet mooi. Hij is slechter af dan aan het begin van de roman. Laat zien hoe donker alles is geworden voor hem.

AKTE 3

  1. Het Aha-moment (80%) – Het ‘aha!’ -moment; ‘Til jezelf op en probeer het opnieuw’. Laat de hoofdpersoon zien wat hij moet doen om zijn problemen, zowel extern als intern, aan te pakken. Welke verandering is er nodig?
  2. Finale (81-99%) – De hoofdpersoon doet wat besloten is in het Aha-moment en (vanwege al het leren / groeien en de steun of het inzicht uit het B-verhaal), zijn plan werkt! De antagonist wordt verslagen, de wereld is ten goede veranderd. Welke gevechten worden er geleverd? Hoe zal de hoofdpersoon triomferen (of niet)? Dit is ook een langer verhaaldeel, dus je hebt als schrijver de ruimte om dingen dramatisch en intens te maken.
  3. Einde (99-100%) – Dit is de tegenstelling met het Begin. Het laat aan de lezer zien hoe de protagonist en zijn wereld zijn veranderd op het einde van het verhaal.

Dit is het door mij in het Nederlands vertaalde stukje over ‘Red De Kat!’, dus eigenlijk weer een andere indeling die je voor het verhaal van de held gebruiken kunt. Het is misschien wel een idee om dit erbij te nemen als ik weer eens een film bekijk, gewoon om te zien of de scènes volgens dit principe uitgewerkt zijn.

Voor schrijvers geldt volgens mij, dat het gewoon van je eigen voorkeuren afhangt welk plotschema het beste bij je past. Als je er al een nodig hebt, natuurlijk, want sommige schrijvers gebruiken nooit een schema, of dragen alles altijd in hun hoofd mee.

Het schema dat Abbie Emmons gebruikt, is net weer een beetje anders, al heeft het toch ook wel veel overeenkomsten met het bovenstaande. Als je haar You Tube filmpjes ook graag wilt zien, volg dan deze link.

Ik bekijk meestal een van haar filmpjes als het even niet zo goed lukt met mijn verhaal. Als ik dan gehoord en gezien heb wat zij erover te zeggen heeft, helpt dat me weer op weg.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 13 – Johanna Lime over schrijven

3 september 2020

Het dertiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over de negen stappen plot, deze gebruik ik meestal voor mijn romans.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

 

De 9 stappen plot methode

Alleen een begin, midden en einde is het gewoon niet voor mij. Misschien dat ik daar met een kort verhaal gebruik van maak, maar voordat ik aan een roman begin, wil ik meer houvast hebben. Ik heb een goede kapstok nodig om alle scènes uit mijn brainstorm aan op te hangen. Een 100 punten plan is weer te veel van het goede. Zo heel erg gestructureerd is ook weer niet nodig, het verhaal hoeft nog niet helemaal spijkervast te staan. Tijdens het schrijfproces zelf mag er best nog wat veranderen. Als ik nieuwe ingevingen krijg, wil ik ze kunnen verwerken.

Zo werkt het voor mij, wat niet wil zeggen dat het voor jou ook zo werkt. Er zijn nog veel meer andere plotmethodes die je gebruiken kunt.

Nadat ik een gedeelte doorgenomen had van het boek: “Een bestseller schrijven voor dummies”, van Bart van Lierde, en daarna ook nog ergens een schema van Larry Brooks vond, besloot ik aan het begin van mijn schrijfavontuur dit schema te gaan gebruiken voor mijn romans. Het boek van Bart van Lierde staat nu half bestudeerd in mijn kast, ik ben ermee gestopt om het verder door te nemen. Het is echt een studieboek waarbij ik aantekeningen maak voor mezelf. Het staat in mijn planning om het later weer eens door te nemen, want de inmiddels gemaakte aantekeningen wil ik op een andere manier gaan uitwerken voor mezelf. Soms verandert door de tijd ook het doel voor het bestuderen van informatie.

Vorig jaar vond ik bij de voorbereidingen op de National Novel Writing Month een prachtige opzet voor hoe je voorbereidingen op het schrijven van je verhaal kan aanpakken. Ik gebruikte het direct voor mijn project: het verhaal voor Interplanetair deel 1, Ruimtestad. Dat beviel me goed, al filterde ik er wel de dingen uit die voor mij belangrijk waren. Dat was ook de bedoeling van de NaNoWriMo organisatie.

In die voorbereidingen stond de uitwerking van het 9 stappan plot, dat ik hier nu voor dit blog gebruik. Het komt op hetzelfde neer als het plot dat ik eerder al gebruikte voor de verhaalschema’s voor mijn boeken, die ik altijd in Excel neerzet.

 

Het 9 stappen plot, zoals ik die in de voorbereidingen op NaNoWriMo vond

De 9 stappen plotmethode is een eenvoudige, gedetailleerde en toch toegankelijke manier om je verhaal in te delen, dat hieronder ook aangepast is aan “De reis van de held.”

Bijna alle fantasyverhalen volgen een versie van de reis van de klassieke held: een personage heeft een ervaring, leert iets en krijgt een inzicht waardoor zijn overtuigingen veranderen. Er zijn keerpunten en scènes die in het verhaal worden opgenomen. Als die ontbreken, komen de personages niet op een emotioneel krachtige manier in contact met lezers.

Stap 1. De Beginsituatie (begin met een blinde vlek) – Introduceer het hoofdpersonage in zijn/haar normale leven, met vrienden, familie, werk, school. Wat is zijn/haar blinde vlek? Iets onbewusts dat het hoofdpersonage menselijk maakt en waardoor de lezer zich met hem/haar kan identificeren. Welke angsten zijn er? Wat ontbreekt er in zijn/haar leven? Wat wil hij/zij meer dan wat ook ter wereld? Waar kan de antagonist hem/haar op aanspreken en hem/haar uit evenwicht halen totdat het probleem is opgelost?

Stap 2. Beginincident (oproep tot avontuur) – Er verandert iets in de situatie. Er is iets dat het rustige leventje compleet verstoort. Iets waardoor de hoofdpersoon uit zijn/haar comfortzone getrokken wordt. Wat het ook is, het zet je verhaal in actie. Wat gebeurt er? Hoe reageert je hoofdpersonage? Accepteert hij/zij deze oproep tot avontuur meteen, of probeert hij/zij te ontkennen wat er gebeurt zodat alles weer normaal kan worden?

Stap 3. Eerste plotpunt (er is geen terug mogelijk) – Het hoofdpersonage heeft misschien geprobeerd de oproep te vermijden, maar nu worden de dingen vreemder/intenser en wordt hij/zij gedwongen om een keuze te maken, om iets te doen. Alles verandert, er is nu geen weg meer terug! Hoe escaleert de situatie? Wat dwingt je hoofdpersonage om te kiezen? Wat vinden ze hiervan?

Stap 4. Eerste keerpunt (eerste gevecht) – Het hoofdpersonage heeft zijn/haar nieuwe situatie verkend, mensen ontmoet, nieuwe dingen geleerd. Hij/zij heeft nieuwe gevaren en spanningen ontdekt. De antagonist heeft zich voor het eerst goed laat gelden. De protagonist vecht terug maar wordt verslagen, zijn/haar de blinde vlek zit in de weg. Wat gebeurt er?

Stap 5. Middelpunt (verschuiving van slachtoffer naar initiatiefnemer) – Het hoofdpersonage blijft nieuwe uitdagingen aangaan, maar verdedigt zich. Meestal reageert hij/zij, wacht hij/zij, maakt hij/zij de problemen alleen maar erger. Dan, halverwege de roman, gebeurt er iets dat hun perspectief verschuift en hen aanspoort om actie te ondernemen, te stoppen met terugtrekken en te beginnen met winnen. Wat probeert de protagonist om zich te verdedigen? Wat maakt het alleen maar erger? Welke nieuwe plannen bedenkt hij/zij? Hoe is zijn/haar perspectief veranderd?

Stap 6. Tweede keerpunt (tweede gevecht) – De protagonist heeft de tweede confrontatie met de antagonist (in een of andere vorm). Misschien leiden de gemaakte plannen hiertoe, of misschien was het een aanval waarop hij/zij moest reageren. Hoe dan ook, deze tweede confrontatie leidt er uiteindelijk toe dat dingen veel, veel slechter zijn dan voorheen. Wat gebeurt er? Wat probeert het hoofdpersonage te doen? Hoe worden de dingen erger?

Stap 7. Tweede plotpunt (donkere nacht van de ziel) – Op dit punt is alles waar het hoofdpersonage bang voor was, gebeurd. Hij/zij heeft de strijd verloren (meestal vanwege zijn/haar gebrek aan inzicht in zichzelf) en de gevolgen zijn ernstig. De protagonist voelt zich vreselijk en geeft alle hoop op. Totdat iets hen dwingt om van gedachten te veranderen, om zijn/haar overtuigingen bij te stellen. De protagonist krijgt een openbaring over zichzelf, ziet in wat de blinde vlek was die hem/haar dwarszat en die de antagonist heeft misbruikt. Hij/zij strijdt. Met de nieuwe kennis staat hij/zij weer op. Welke vreselijke dingen zijn er gebeurd? Wat doet het hoofdpersonage? Welke openbaring heeft hij/zij en welke nieuwe plannen maakt hij/zij?

Stap 8. Laatste gevecht (triomf/kennis) – Met de nieuwe kennis, en misschien met de aanmoediging van een goede vriend, vecht het hoofdpersonage met zijn/haar grootste, slechtste vijand (wat dat ook betekent in je verhaal). Dit is dramatisch! Het gaat heen en weer, dingen lijken donker, je hoofdpersonage gaat verliezen, oh nee, toch niet! Dan komt de overwinning. Wat zal dat laatste conflict zijn? Wat wordt het meest opwindende, gespannen, dramatische deel van je verhaal?

Stap 9. Keer terug naar de gewone wereld – De protagonist keert terug naar huis, maar hij/zij is door de gebeurtenissen veranderd. Hij/zij ziet hun oude leven op een nieuwe manier. Hoe is de protagonist precies veranderd? Wat doet hij/zij? Hoe voelt hij/zij zich?

Voor plotters zoals ik, is het beter om dit eerst tot op zekere hoogte helemaal in kaart te brengen voordat je aan je boek begint te schrijven. Met deze 9 stappen structuur plaats je de haken van de kapstok waaraan je het verhaal op kunt hangen.

 

Het verhaalschema van Larry Brooks

In feite is het plotschema van Larry Brooks, dat hierboven op het plaatje staat te vergelijken met het 9 stappen plotschema en de onderdelen van der reis van de held. Hij verdeelt het verhaal in percentages.

Bij 0% is er de opzet van het verhaal, de introductie van de protagonist, de blinde vlek, het conflict, het beginincident, het moment waarop er iets verandert in de situatie.

Bij 25% is er de reactie. De antagonist wordt bekend. Terugvechten helpt niet, de tegenstand wordt groter.

Bij 50% komt er een nieuwe aanval De protagonist wordt krachtiger, moet zelf initiatief nemen en komt in actie. Maar de antagonist slaat nog harder terug en alles lijkt verloren.

Bij 75% is alles wat bedacht kan worden bekend. Hierna komen er geen nieuwe dingen in het verhaal. De protagonist zet alles op alles, komt in actie tegen de antagonist, verslaat innerlijke zwakheden.

Bij 100% is er de climax en de oplossing. Het is erop of eronder. De protagonist wint of gaat ten onder.

 

Soms zijn de belangrijke punten in een verhaal genuanceerd en liggen ze er minder dik bovenop. Bij meerdere hoofdpersonages heeft ieder personage zijn/haar eigen blinde vlek en zijn/haar eigen conflicten om op te lossen. Een antagonist hoeft niet altijd een persoon te zijn, het kan ook iets abstracts zijn, iets maatschappelijks bijvoorbeeld.

Dat ik mijn nieuwe verhaal nu heb geplot, betekent niet dat ik het in een keer helemaal goed op kan schrijven. Ik heb vast nog wel meerdere versies nodig voordat ik er tevreden mee ben. Al schrijvende verandert er bij mij best nog veel aan een verhaallijn, op een meer organische manier. Een schema is alleen prettig voor houvast, het mag je mogelijkheden niet beperken. Daarnaast gebruik ik voor personages en wereldbouw nog allerlei andere lijsten en aantekeningen. Maar hier is dus mijn manier van plotten uit de doeken gedaan. Doe er je voordeel mee en kijk of het voor jou misschien ook iets is. Maar houd wel het plezier in het schrijfproces vast! Misschien doe jij het wel heel anders?

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 12 – Johanna Lime over schrijven

27 augustus 2020

Het twaalfde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over beloven, doorschrijven en inlossen.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Beloven

Wanneer je als schrijver een voorwerp in je verhaal brengt, zoals de obscurijn die Tatjana Baksy in Smeulend venijn (deel 2 van trilogie De vergeten vloek) van de shoikeiyikoning krijgt, dan maak je als schrijver een belofte naar de lezer toe. De belofte dat ergens in het verhaal die edelsteen weer terug zal komen en dan een belangrijke rol gaat spelen.

Dit is het dramatische principe dat in de schrijverswereld bekend staat als ‘Tsjechovs pistool’. Het stelt, dat elk element in een verhaal noodzakelijk moet zijn en dat irrelevante elementen moeten worden verwijderd. Elementen mogen geen “valse beloften” lijken te zijn door nooit in het spel te komen. (Wikipedia)

Wanneer je dus, zoals ik, een hele fantasy-trilogie schrijft, is het belangrijk om al die elementen goed op een rijtje te hebben. Je moet ze dus ook goed onthouden. Wat heb je precies beloofd aan de lezer? Zijn in het derde deel van de trilogie ook werkelijk al die loshangende draadjes vastgeknoopt? Het je alle beloften ingelost? Dat is best een hele kluif wanneer je een trilogie of een hele serie schrijft. Maar ook bij een opzichzelfstaand boek moet alles kloppen, daar verwacht de lezer net zo goed dat je als schrijver de beloftes inlost.

Natuurlijk zijn er bij het schrijven van een trilogie al beloften ingelost in het eerste deel of in het tweede deel. Soms kan dat al op de korte termijn. Maar let op. Er zijn dingen in de voorgaande boeken genoemd die pas in deel 3 uit zullen komen! Want zoals er een spanningsboog is voor iedere deel apart is er een overkoepelende spanningsopbouw voor een serie. Een laatste deel schrijven wordt hierdoor extra moeilijk, want als de serie eenmaal afgerond is, kun je niet meer terug.

Op het moment ben ik aan een nieuwe trilogie bezig, aan ‘Interplanetair’. Ik zit met mijn gedachten in het verhaal van deel 2. Ik ben me er, na de ervaring van vijf romans, nog sterker van bewust geworden, dat ik elementen in mijn verhaal haal die beloftes voor de lezer zijn. Dat ik die later in moet lossen. Ik stel mezelf steeds hogere eisen.

Ik dacht voor deel 2 alles goed geplot te hebben, maar het creatieve proces werkt anders. Al schrijvende komen er elementen in het verhaal tevoorschijn die het interessanter en leuker maken. Beter dan de planning. Maar ook moeilijker, want ik moet bijhouden wat ik beloofd heb en later de beloftes inlossen. Dat is best spannend voor mij, als schrijver. Want zal dat allemaal lukken en komt het op het juiste moment?

Doorschrijven

Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik bij het schrijven van Schamel verbond (deel 3 van trilogie De vergeten vloek) heel lang over het middenstuk van het verhaal gedaan heb. Dat kwam door het overkoepelende verhaal van alle drie de delen, door de vloek van de Avatars, die Zij lang geleden hadden uitgesproken. Daardoor was het abstracte conflict ontstaan, het conflict dat in deze wereld erg belangrijk is. Maar hoe konden de mensen dit conflict nu oplossen, hoe kon het tot een goed einde komen? Zij hadden daar de macht niet voor.

Ik zat in een impasse. Ik had de lezer iets beloofd en hoe moest ik dit nu op een geloofwaardige manier in zien te lossen? Want logica en geloofwaardigheid is vooral bij fantasy en sciencefiction van levensbelang voor een verhaal. Je bent de lezer kwijt, als ze eraan gaan twijfelen of iets eigenlijk wel kan. Uiteindelijk bleek dat ik onderbewust het antwoord al lang bij me droeg. De oplossing lag bij de Avatars, Zij waren het begin van het probleem en alleen Zij konden het beëindigen.

Nadat die realisatie goed binnendrong, kon ik weer doorschrijven.

Het blijkt dat veel schrijvers worstelen met het midden van verhalen, als ik de YouTube filmpjes die ik de laatste tijd bekeken heb, geloven mag. Vaak helpt het dan om toch door te schrijven. Want als je stopt, zit je maar te piekeren en kom je niet verder. Wanneer het eenmaal weer een beetje druppelt, door letters te gaan typen, begint het stroompje weer zachtjesaan op gang te komen. Dan komt de openbaring van lieverlee naar boven in je geest en kun je weer verder. Vertrouw op je talent!

Inlossen

Het inlossen van beloftes kan rechtlijnig gebeuren. Het geweer wordt van de muur gepakt en gebruikt. Iemand pleegt er een moord mee en laat de detective dan maar uitzoeken wie het heeft gedaan.

Het wordt leuker om die dingen net even wat anders aan te pakken. Tatjana Baksy laat in Smeulend venijn (deel 2 van trilogie De vergeten vloek) de edelsteen met de speciale kenmerken zien aan haar vriendin. Maar wat ze niet in de gaten heeft, is dat iemand hun gesprek afluistert. Iemand die de kenmerken van de obscurijn heel interessant vindt en er een andere toepassing voor heeft. Dan gebeuren er weer spannende nieuwe dingen in het verhaal en moet Tatjana haar magie tot het uiterste aanwenden om de shoikeiyi, de kleine mensen die in hun beschermde vallei met miniatuurhuisjes leven, te beschermen. De spanning wordt opgevoerd en de belofte die aan de lezer gedaan is, wordt op een bijzondere manier ingelost.

Als dat je lukt als schrijver, dat je de lezer meer kan geven dan ze misschien in eerste instantie hadden verwacht, mag je heel tevreden zijn.

Een opmerking voor als het moeilijk wordt

Schrijven is een ambacht, de technieken ervoor kun je leren. Verder hangt er heel veel af van je eigen stijl. Maar zoals met iedere nieuwe vaardigheid, moet je bereid blijven om steeds een stapje verder te gaan. Het valt soms niet mee om de kritieken op je werk niet persoonlijk op te vatten en de feedback te gebruiken om erdoor te groeien in je werk. Door ervoor open te staan en er de terechte opmerkingen uit te filteren en daar iets aan te gaan doen. Ik heb dat moeten leren en probeer het standpunt in te nemen dat iedereen een mening hebben mag. Niet alle lezers zullen mijn boeken kunnen waarderen, iedereen staat er weer anders in. Maar ik mag ook zelf bepalen waar ik me iets van aantrek en waarvan niet. Moeilijk blijft het toch wel, want de verhalen die ik schrijf, komen uit mijzelf. Niemand anders kan schrijven zoals ik, dat geldt voor iedere schrijver. Als mens ben je uniek, maar je hebt ook heel veel gemeen met anderen. Wanneer je over je ego heen kunt stappen en waardevolle feedback verwerkt om je vaardigheden te verbeteren, kan je werk alleen maar groeien. Geef de moed niet op. En in het uiterste geval schrijf je gewoon voor jezelf, zoals je je hele leven al deed.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 11 – Johanna Lime over schrijven

20 augustus 2020

Het elfde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over de spanningsboog, een achtbaan.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

De spanningsboog

De schematische afbeelding van een achtbaan wordt vaak gebruikt om de spanningsboog van een verhaal weer te geven. Je kunt dit gebruiken om te plotten of als een begin om een meer diepgaande uitwerking van het verhaal te plannen. In ieder geval mag je je ervan bewust zijn dat veel verhalen op deze manier verlopen.

Ik heb de termen voor mezelf wat aangepast in het schema hieronder, dat ik heb gevonden in de door NaNoWriMo verstrekte voorbereidingsdocumenten, die bedoeld zijn om schrijvers ertoe aan te zetten te beginnen met een maand lang schrijven.

Dit schema heeft zes onderdelen. Mijn uitgewerkte planning, die ik voor romans gebruik, heeft er nog veel meer. Daarover schrijf ik later in Limeschrift.

Situatie

Dit is de situatie aan het begin van het verhaal. In deze situatie komt het hoofdpersonage in beeld. De hoofdpersoon met verlangens en angsten. Hier krijgt de lezer een idee waarom dat wat er met het hoofdpersonage gebeurt er echt toe doet, waarom dat zo belangrijk is. Wat wil de hoofdpersoon het allerliefst en welke angsten en valse overtuigingen weerhouden hem of haar ervan om te krijgen wat hij of zij verlangt? Welke interne conflicten hebben de hoofdpersonen van het verhaal? De lezer krijgt hints over de spannende en enge dingen die kunnen gaan gebeuren.

Beginincident

Het beginincident brengt de hoofdpersoon buiten haar of zijn comfortzone. Hier begint het avontuur, of ze nu klaar zijn of niet. Het kan een behoorlijk opwindend moment zijn voor het hoofdpersonage, maar echt episch hoeft ook weer niet. Er komt een conflict naar boven waar de protagonist mee te maken krijgt. Zodra het gebeurt, is er geen weg meer terug.

Oplopende conflicten

De oplopende conflicten, ook wel stijgende actie genoemd, is het langste deel van een roman. Dit gedeelte bestaat uit vele evenementen, die elk het meest opwindende deel van het verhaal opbouwen: de climax. Het is waar de personages zich ontwikkelen, waar hun relaties zich verdiepen en waar alles naar boven komt wat er met hen gebeurt vóór die grote finish. Dit is de grootste helling in de achtbaan – hoe hoger men komt, hoe spannender het wordt. Hierin zit het onder ogen zien van de consequenties van het beginincident, de beslissingen die de protagonist maakt, de actie die de hoofdrolspelers ondernemen, de tegenwerking door de antagonist, de verandering van plannen, verschillende keerpunten, grotere tegenstand, rampen en donkere momenten voor de protagonist en een moment van bewustwording.

Climax

De climax of het hoogtepunt is het punt waarop de protagonist de valse overtuigingen ontdekt en transformeert, zijn of haar blinde vlek inziet, de aller-moeilijkste uitdaging aangaat en de angsten overwint. Het is het moment waarop het karakter wordt getest. Nadat de interne strijd gewonnen is, moet nu de externe strijd gewonnen worden. Het is het moment helemaal bovenaan de achtbaan, vlak voor de snelle afdaling. Dit moment duurt niet lang en de climax in een roman ook niet. Soms kan het zelfs toe met een alinea.

Afname spanning

De afname van spanning of vallende actie is wat er daarna gebeurt. Het is het snelle deel van een roman. Je dendert over het spoor van de achtbaan naar beneden met je handen in de lucht! Wordt de tegenstander verslagen? Komen de dromen van de hoofdrolspeler eindelijk uit? Dit betekent niet dat het precies zo gaat als de protagonist gehoopt had. Maar er is wel iets in de hoofdpersoon veranderd, als gevolg van wat er in het verhaal gebeurd is.

Oplossing

De oplossing is hoe de dingen uiteindelijk uitkomen op het einde van het verhaal. Het is ook een plaats waar je ziet hoe het personage en zijn of haar leven is veranderd. Alle avonturen veranderen uiteindelijk iets aan de manier waarop het hoofdpersonage de wereld en hun plaats daarin ziet. In de laatste scènes worden die veranderingen gemarkeerd.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

 

Limeschrift 10 – Johanna Lime over schrijven

13 augustus 2020

Het tiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over organisch schrijven en werken op gevoel en intuïtie.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Verschillende soorten schrijvers

Er zijn verschillende soorten schrijvers, die je in grote lijnen in kunt delen in organische schrijvers en planmatige schrijvers. Bovendien heb je schrijvers die heel methodisch werken en schrijvers die helemaal vertrouwen op hun intuïtie.

Een methodische organische schrijver schiet steeds heen en terug tussen schrijven en plannen. Ze beginnen aan de hand van een verhaalidee en verzonnen personages gewoon met schrijven, maar telkens als ze iets geschreven hebben vragen ze zich af of alles klopt. Dan lezen ze terug, plannen en schrijven weer verder. Deze manier van schrijven is een beetje chaotisch, maar hij werkt voor veel schrijvers erg goed.

Een zeldzaam fenomeen is de intuïtieve organische schrijver. Dit is de vorm van schrijven die het meest geromantiseerd is. Men gaat er vaak vanuit dat zulke schrijvers een pak papier of een schriftje bij zich hebben en dan vanuit hun hart het hele boek in een keer uit kunnen schrijven. Dat personages hen vertellen wat ze schrijven moeten. Deze schrijvers weten dus heel intuïtief hoe het hele verhaal geschreven moet worden. Toch zijn er bijna geen mensen die in een keer het verhaal goed op kunnen schrijven, zodat direct alles klopt. Meestal moet er nog wel iets aan verbeteren voordat het uitgegeven kan worden.

Een verhaal ontwikkelt zich namelijk al schrijvende, omdat het creatieve proces een organisch proces is. Te vergelijken met iets dat leeft en groeit. Het is dus niet statisch en onbeweeglijk.

Vaak weten organische schrijvers van tevoren helemaal nog niet waar het verhaal hen heen leidt en hoe het einde van hun boek zal worden of hoeveel hoofdstukken het zal beslaan. Ik neem aan dat ze al brainstormend steeds ideeën krijgen en die in hun verhaal verwerken. Het nadeel hierbij is dat je alles in je hoofd meedraagt en dat er weinig concreet op het papier te vinden is, behalve het uitgeschreven verhaal zelf.

Renate Dorrestein was zo’n organische schrijfster. In haar boek ‘Het geheim van de schrijver,’ vertelt ze dat ze vaak heel veel verschillende versies nodig had om haar verhaalidee helemaal goed uit te werken. Dat nam vaak veel tijd in beslag, wat zij zag als een nadeel van organisch of intuïtief schrijven. Een organisch verhaal ontwikkelt zich en blijft los. Het is in meest extreme zin nog zo flexibel dat het alle kanten op kan buigen.

Schrijvers die planmatig werken, zijn onder te verdelen in methodische planners en intuïtieve planners. Methodische planmatige schrijvers hebben veel voorbereiding nodig. Zij beginnen pas met schrijven wanneer de structuur van een verhaal, de uitwerking van personages en het plotten van de scènes helemaal is uitgeschreven. Intuïtieve planmatige schrijvers maken op hun gevoel een samenvatting van het verhaal en gaan dan schrijven. Daarna verandert er tijdens het schrijven van het verhaal nog van alles, maar aan de samenvatting hebben ze een houvast. Ze weten al hoe het verhaal in grote lijnen in elkaar zit en waar het eindigt.

Mijn schrijfproces

Als ik naar mijn schrijfproces kijk, ben ik voor mijn romans een planmatige schrijver. Ik werk niet zo strikt methodisch dat ik alles heb geplot en dan in een keer alle scènes op kan schrijven zonder dat er tijdens het proces nog van alles verandert. Er zijn toch nog aardig wat momenten waarbij ik mijn intuïtie aan moet spreken. Maar ik gebruik wel graag een samenvatting of uitgewerkte structuur met scènes en lijsten van personages voordat ik begin met schrijven. Meestal heb ik voor een boek toch wel meer versies nodig voordat het verhaal echt goed uitgeschreven staat. Daarbij is er in de loop van jaren wel een ontwikkeling te zien. Ik heb steeds minder versies nodig, naar gelang ik meer ervaring in het schrijven krijg.

Voor de korte verhalen, die ik voor schrijfwedstrijden maakte, had ik in het begin vaak alleen een brainstorm nodig. Daarbij maakte ik dan aantekeningen in een schriftje. Aan steekwoorden had ik meestal genoeg. Het verhaal zat in mijn hoofd en hoefde alleen nog uitgewerkt te worden. Daarna even wegleggen en nog een keer herschrijven, dan was het klaar.

Tegenwoordig gebruik ik naast die brainstorm steeds vaker de verhaalstructuur die uitgewerkt is in Limeschrift 08, zoals bij het verhaal van Asterix en Obelix. Meestal hebben mijn korte verhalen minder stappen nodig dan dat voorbeeld. Bovendien let ik op de verdeling voor een begin, midden en einde.

Werken op gevoel en intuïtie

Omdat je als schrijver uitgaat van thema’s, is het volgens mij altijd wel zo dat gevoel en intuïtie een belangrijke rol speelt bij het schrijven van verhalen. Ongeacht of je een methodische of intuïtieve schrijver bent, of je organisch of planmatig schrijft. De drang om een verhaal te willen schrijven komt voort uit je innerlijk. Je schrijft over dingen die je belangrijk vindt, over ervaringen en gevoelens. Dingen die je raken en die je aan lezers duidelijk wilt maken. Kritiek op iets in de maatschappij of juist iets dat diep in de mens schuilt, je angsten en je dromen. Zelfs de meest planmatige methodische schrijver heeft in zijn verhalen gevoel en intuïtie nodig. Ik denk niet dat er verhalen bestaan die je los kunt zien van de auteur, ook al is het onderwerp nog zo abstract.

De mythe dat personages zelf aangeven wat er over hen in boeken komen moet, lijkt mij te veel op het schrijven van een religieus boek waarbij de schrijver wordt geleid door een hogere macht. Tenzij je de menselijke geest als een hogere macht wilt zien, geloof ik daar niet in. Uit ervaring weet ik echter wel dat de personages uit mijn verhalen vaak tot mij spreken via mijn onderbewuste. Als ik nog wat in bed lig te dommelen, zie ik beelden voor mijn geestesoog en heb ik gesprekken met personages. Gek genoeg vaak in het Engels en in een omgeving uit vreemde droomsituaties. Als ik vast zit in mijn verhaal, gebeurt het best veel dat ik door zo’n droom weer verder kan met schrijven. Vaak krijg ik dan een idee van iets dat ik nog miste, dat aan mijn uitgedachte scènes ontbrak. Soms is het de aanleiding om aan een nieuwe versie van het verhaal te beginnen, omdat de hoofdstukken die ik al geschreven had net iets anders moeten.

Ik denk dat het onderbewuste een erg belangrijke rol speelt in een creatief proces. In je hersenen zit namelijk alles wat je ooit hebt meegemaakt in je leven, alles wat je zintuigen hebben geregistreerd, opgeslagen. Daar is zoveel te vinden dat je verder kan helpen. Als je lief bent voor je geest, helpt hij waar je vastgelopen bent. Zelfs de interne criticus die je soms vreselijk laat twijfelen, heeft het goede met je voor. Hij wil je behoeden voor het maken van fouten of afgaan voor anderen.

Ergens is het jammer dat je als schrijver, naarmate je meer over schrijven leert, de onwetendheid en onschuldige onbevangenheid van toen je net begon te schrijven bent verloren. Door de redactie en de kritieken van lezers, door studies over schrijftechnieken en door waarschuwingen van wat je niet mag doen in fantasyboeken omdat een ander dat al heeft gedaan, word je soms wat angstig om vrij te kunnen schrijven wat je wilt. Goede feedback helpt je verder, als je er open voor blijft staan en zelf uitzoekt of het in jouw situatie werkt. Maar ongegronde kritiek en domme belemmeringen omdat iemand iets verbiedt, zorgen ervoor dat je soms het bijltje erbij neer wilt gooien. Ik hoop dat de twijfels die daardoor ontstaan nog eens uit mijn leven zullen verdwijnen. Dat ik mijn onbevangenheid weer terugkrijg en gewoon mezelf mag en kan zijn.

En ja, je verwachtte het zeker al, vrijheid is een thema dat mij raakt.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime