Limeschrift 09 – Johanna Lime over schrijven

06 augustus 2020

Het negende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over sorteren, organiseren en op volgorde zetten van ideeën.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Vandaag zat ik een beetje verlegen met mezelf te kijken naar het onderwerp voor dit blog. De kopjes met de thema’s waar de twintig opeenvolgende blogs van ‘Limeschrift’ over zouden moeten gaan, had ik begin juli 2020 al bedacht en in mijn bullet journal opgeschreven. Daarna had ik de plaatjes ervoor gemaakt. Het waren goede ideeën en ik zag het helemaal zitten om de serie te maken. Maar vandaag kwam ik tot de ontdekking dat ik over dit onderwerp weinig voorbeeldmateriaal bezat. Waar slaat dit onderwerp op? En hoe kan ik hierover een hele blog schrijven?

Afijn, laat ik maar dicht bij mezelf blijven en vertellen wat het sorteren van ideeën, het organiseren en het op volgorde zetten voor mij betekent in het schrijfproces waar ik op het moment mee bezig ben. Want ik heb deze fase de afgelopen week juist achter de rug.

Ik wil namelijk al een paar dagen beginnen met het schrijven van het tweede deel van Interplanetair en het is erg vervelend maar ik kan me er nog steeds niet echt toe zetten. Hopelijk begint het te stromen als ik het gewoon ga doen. Of misschien moet ik toch eerst nog wat meer details weten over bepaalde personages voordat ik kan beginnen.

Het is in ieder geval zo, dat ik nog een paar maanden heb omdat de redactie van deel 1 nog even op zich zal laten wachten. Het manuscript is opgestuurd naar de uitgever en de redactie wordt verwacht, maar zal waarschijnlijk pas in november of december starten. Dus ik heb besloten om verder te gaan met het volgende deel van mijn nieuwe trilogie.

Omdat ik al goede ideeën heb over waar het tweede boek over gaan moet, heb ik na een paar keer brainstormen, alle ideeën voor dit verhaal in een grote brainstorm tabel ondergebracht. Dat betekent echter niet dat ik alles wat er in dit verhaal gebeurt tot in de puntjes uitgedacht heb. Tijdens het schrijven zullen er vast weer betere verhaalideeën naar boven komen die het verhaal nog mooier zullen maken. Maar in ieder geval heb ik eerst aantekeningen gemaakt en die zijn intussen verwerkt in een tabel. In die tabel staan alle voorlopige scène-ideeën uitgeschreven in zinnen.

Ze staan door elkaar heen in willekeurige volgorde en zijn nog maar een eerste grote brainstorm van wat er in het verhaal gebeurt.

Dat zijn dus de ideeën, die nadat ik ze bedacht heb en heb uitgeschreven in een zin, klaar staan om in een volgorde in het verhaal te worden verwerkt.

Hoe organiseer je die scènes zo dat ze een verhaal gaan vormen?

Daarvoor maak ik een indeling waarbij ik me afvraag welke scènes er aan het begin, in het midden en aan het einde van het verhaal horen. Ik ga ze zo organiseren dat ik de scènes in drie kolommen komen te staan. De eerste kolom vormt dat het begin, de tweede kolom het midden en de derde kolom het einde van het verhaal.

Van de scènes uit de grote brainstorm bleken er een paar herhalingen te zijn. Maar toch heb ik na het organiseren een grove volgorde voor de voortgang van het verhaal in schema kunnen zetten.

Op volgorde van hoofdstuk zetten

Vervolgens heb ik bedacht welke scène-ideeën het beste gebruikt kunnen worden in de hoofdstukken. Er zijn er steeds vijf of meer bij elkaar gezet en de volgorde van de scènes in de hoofdstukken is nu ook uitgewerkt. Daarbij heb ik natuurlijk rekening gehouden met de structuur van het plot en het zo ingedeeld dat er op bepaalde plaatsen in het verhaal keerpunten verwerkt zijn.

Over mijn plotmethode komt later nog een blog in Limeschrift, dus daar ga ik nu niet op in. Tijdens het schrijven zelf gebeurt er, doordat ik me inleef in de personages en alles vanuit hun perspectief vertel, nog van alles wat ik in een eerste opzet nog niet weet. Dat laat ik gewoon gebeuren. Ik kan en wil niet alles van tevoren helemaal in een schema zetten, dat wordt het veel te statisch. Een verhaal leeft, het moet kunnen groeien terwijl je schrijft. En dat gaat vast ook wel gebeuren. Maar voorlopig ben ik al blij dat ik een ‘kapstok’, een houvast voor mezelf heb gecreëerd waaraan ik het verhaal op kan hangen. Versie 1 van het verhaal kan nu geschreven worden. Ik denk dat ik er maar eens gauw aan ga beginnen.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 08 – Johanna Lime over schrijven

30 juli 2020

Het achtste blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over een schema en een analyse van een stripverhaal.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Als je schrijft is het goed om je aan een verhaalstructuur te houden. Met de verhaalstructuur die ik tijdens de schrijfcursus bij de Online Schrijfschool van Marjon Sarneel https://www.marjonsarneel.nl/ leerde, heb ik het verhaal uit een stripboek over Asterix en Obelix geanalyseerd. De uitwerking daarvan staat hier.

De Odyssee van Asterix – Asterix en Obelix – R. Goscinny en A. Uderzo

1 Stilte, de status quo, rust. (De lezer wordt in de stemming gebracht)

In het Gallische bos loopt een everzwijn zenuwachtig te doen. Zijn hele familie is al aan het spit geregen door Obelix en zij denkt dat zij nu aan de beurt is. Een ander everzwijn weet daar wel raad op. Als Asterix en Obelix komen, rennen de zwijnen naar het Romeinse kamp. Dan gaan Asterix en Obelix zoals gewoonlijk met de Romeinen vechten.

In Rome hoort Caesar dat zijn soldaten nu ook al door everzwijnen worden aangevallen. Hij krijgt het advies om de druïde Nulnulnix naar het Gallische dorp te sturen. Deze spion (een persiflage op James Bond) moet het recept achterhalen van de toverdrank die de Galliërs onoverwinnelijk maakt. Nulnulnix besluit om de alleenheerser van het Romeinse rijk te willen worden zodra hij het recept van de toverdrank bezit.

2 Begin nieuwe situatie (Er verandert iets)

In het Gallische dorpje zitten Asterix en Obelix rustig everzwijn te eten als Panoramix, de druïde, loopt langs. Hij wil niets eten en niets drinken wanneer hem dat aangeboden wordt. De druïde krijgt zelfs een woedeaanval, hij is niet in zijn gewone doen. Asterix moet Panoramix van het stamhoofd in de gaten houden en uitzoeken wat er met hun druïde aan de hand is. Panoramix loopt te ijsberen langs het strand en tuurt over de zee. Als het donker wordt gaat hij naar huis en mompelt: ‘Vreselijk, verschrikkelijk, rampzalig.’ Asterix brengt verslag uit aan het stamhoofd.

3-1 Eerste handeling

De volgende dag roept iemand dat iedereen snel naar het strand moet komen, want de Phoenicische koopman, Epidemaïs, is met zijn schip aangekomen en heeft zijn koopwaar uitgestald. De druïde is ineens heel opgewekt en groet iedereen vriendelijk. Hij deelt complimentjes uit en gaat naar de koopman toe. Maar dan blijkt dat Epidemaïs het door hem bestelde product, aard-olie, vergeten is. De druïde krijgt een zenuwinzinking en wordt naar bed gebracht. Aard-olie uit Mesopotamië wordt gebruikt voor olielampen, het wordt weinig gebruikt want het stinkt, vertelt Epidemaïs. Het stamhoofd maakt zich zorgen, want Panoramix is ziek en zijn toestand verbetert niet. Er is ook geen druppel toverdrank meer om hem aan te laten sterken. Ze hebben een andere druïde nodig om hem te helpen.

4-1 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Asterix en Obelix gaan op zoek naar een andere druïde en toevallig komt Nulnulnix er precies aan, hij zegt dat hij een reizende druïde is. Obelix vraagt of hij een druïde kan helpen die uit zijn doen is door de olie-crisis. Ze gaan in zijn opvouwbare strijdwagen terug naar het dorp maar komen onderweg een Romeinse patrouille tegen. Nulnulnix gebruikt (net als James Bond) allerlei dingen: openklappende messen, een rookgordijn een duik van een klif en dergelijke, om de Romeinen af te schudden. Ze gaan naar Panoramix en Nulnulnix geeft hem drank die van graan wordt gemaakt en uit Caledonia komt (Schotse whisky). Panoramix is direct stomdronken en begint te zingen. Als hij is opgeknapt, vertelt hij dat de aard-olie heel belangrijk is, want zonder dat ingrediënt kan hij geen toverdrank maken. Hij heeft maar één druppel petra-oleum nodig voor zijn toverdrank, maar zonder dat ingrediënt lukt het niet.

5-1 Voorlopige oplossing

Asterix en Obelix gaan mee op het schip van Epidemaïs. Maar die wil wel zijn handelswaren nog verkopen. Asterix belooft hem dat hij de handelswaren onderweg wel zal verkopen. Nulnulnix vraagt Panoramix intussen om het recept van de toverdrank en Panoramix zegt: ‘Als ik de ingrediënten voor de toverdrank niet meer bij elkaar kan krijgen, dan vertel ik het misschien. Maar Asterix en Obelix zullen wel terug komen met de aard-olie.’ Dan gaat Nulnulnix ook mee naar Mesopotamië, om te verhinderen dat Asterix en Obelix aard-olie zullen vinden. Hij stuurt een vlieg weg met de boodschap dat de Romeinen het Phoenicische schip aan moeten vallen. Als Panoramix het laatste flesje toverdrank aan Asterix meegeeft, zegt hij dat ze op moeten passen voor Nulnulnix, want hij vertrouwt die man niet.

6-1 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

Het schip van Epidemaïs gaat op weg maar wordt al snel aangevallen door piraten. Die hebben al vaker met Asterix en Obelix te maken gehad. Het gevecht dat volgt kan de ondergang worden van het piratenschip. De kapitein smeekt om zijn boot te redden, hij moet nog drie termijnen betalen. Asterix gaat akkoord als de piraten alle handelswaar kopen van Epidemaïs. Die moeten ze dan maar zien te verkopen. Als ze net van de piraten hebben gewonnen, komt er een Romeins galeischip aan. Maar dat gaat ten onder doordat Asterix en Obelix de Romeinen verslaan en zo gaat dat steeds als er weer een Romeins schip komt dat hen probeert te enteren. Nulnulnix gelooft zijn ogen niet en wordt bang van de Galliërs.

4-2 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Caesar is woedend en stuurt de hele Romeinse vloot naar Phoenicië. Hij laat alle havens van dat land volledig blokkeren door gevechtsschepen. Nu kan het schip nergens in een haven aanleggen en bovendien is alle proviand aan boord bijna op. Caius Commissarus, de adviseur van Caesar en de opdrachtgever van Nulnulnix, maant Nulnulnix door middel van een boodschap met de vlieg dat hij op moet schieten, anders gooit Caesar hem voor de leeuwen. Nulnulnix stuurt een boodschap terug dat alle olievoorraden in Palestina door de Romeinen vernietigd moeten worden.

5-2 Voorlopige oplossing

De volgende dag worden Asterix en Obelix aan de kust van Judea afgezet met de boot en ze moeten naar Jeruzalem lopen. Ze komen ene Jozef tegen met een ezeltje. Hij brengt hen naar Jeruzalem, maar ze mogen de stad niet in. De Galliërs worden door de Romeinen gezocht. Jozef helpt hen en brengt hen naar een dorpje, Bethlehem, daar slapen ze in een stal.

6-2 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

De volgende morgen gaan ze al heel vroeg naar de muur van Jeruzalem en ze klimmen omhoog met een touw. Nulnulnix moet op de een of andere manier de aandacht van de Romeinse soldaten wekken en laat zich halverwege de klim naar beneden vallen. Hij schreeuwt en doet net of zijn enkel verstuikt is. Obelix, die zich toch al ergert aan de druïde die steeds een vlieg om zijn hoofd heeft, slaat hem neer. Maar de Romeinse soldaten zijn dan al gealarmeerd en komen eraan. Daar weten Obelix en Asterix echter wel raad mee. Ze slaan ze in elkaar. Jozef brengt de twee bij een koopman die vertelt dat er geen druppel olie meer in het land is. De Romeinen hebben alle voorraden verbrand.

4-3 Het gaat mis (er ontstaat conflict)

Asterix en Obelix gaan, in kleding waarin ze niet zo opvallen, met kamelen op reis door de woestijn in de richting van Babylon, waar wel aard-olie moet zijn. Obelix rent de dode zee in, maar kan daar niet zwemmen. Intussen is Nulnulnix bij Poreus Pilarus, maar Asterix en Obelix zijn buiten zijn rechtsgebied en hij kan niets doen. Nulnulnix besluit te wachten totdat de Galliërs weer teruggaan naar hun eigen land. In de woestijn waar Asterix en Obelix doorheen trekken, moeten ze steeds wegduiken voor pijlen van Akkadiërs, Hettieten, Assyriërs die in oorlog zijn met elkaar. Als er ook nog een groep Meden komt die de weg aan hen vraagt, roept Obelix: ‘volg de pijlen maar!’ Dan komen ze tot de ontdekking dat iemand een pijl door hun waterzak heeft geschoten en dat het water op is.

5-3 Voorlopige oplossing

Het hondje Idefix graaft in het zand en vindt een oliebron. Nu hoeven Asterix en Obelix niet meer helemaal naar Babylon. Asterix repareert de waterzak en doet hem vol met aard-olie. Ze gaan zo snel ze kunnen naar de havenplaats Tyr waar Epidemaïs woont.

6-3 Het gaat nog erger mis (want hoofdpersoon is ijdel/lui/wil zich bewijzen)

Nulnulnix is bij Praefectus Classis in Tyr en laat een briefje lezen waarop staat dat het schip van Epidemaïs de grond ingeboord moet worden. Intussen zoeken Asterix en Obelix naar het pakhuis. Ze ondervragen een Romeinse soldaat en vinden Epidemaïs. Die kan hen niet thuis brengen want zijn schip is in rook opgegaan.

7 De hel breekt los (hoogtepunt conflict)

Epidemaïs heeft een ondergrondse opslagplaats om de Romeinse belasting te ontduiken. Daarvandaan komen ze op de kade waar precies het admiraalsschip van de Romeinen ligt. Asterix en Obelix confisqueren het Romeinse schip waar Caius Commisarus en Nulnulnix op zitten te wachten tot zij komen. De twee Romeinen worden in de boeien geslagen, maar de vlieg wordt naar Caesar gestuurd. Caesar laat het dorpje van de Galliërs aanvallen in de veronderstelling dat de Galliërs geen tegenstand meer zullen bieden omdat ze geen toverdrank meer hebben. Onderweg naar huis komen Asterix en Obelix de piraten weer tegen en die worden weer verslagen. Als Nulnulnix aan dek komt, zegt Asterix tegen hem dat ze toch aard-olie meenemen naar huis. Hij laat de zak zien. Nulnulnix wil de aard-olie afpakken maar dan grijpt Obelix in. Ze vallen op de zak en de olie wordt eruit geperst en komt in zee terecht: de eerste olieramp. Nu hebben ze geen aard-olie meer. Asterix en Obelix komen bij hun dorpje aan en ze voelen zich mislukkelingen. Hoe vertellen ze dat ze gefaald hebben?

8 Oplossing conflict (personage moet knieval doen / iets inzien)

Als Asterix en Obelix bij hun dorp aankomen, vechten de Galliërs tegen de Romeinen en winnen als vanouds. Hoe kan dat, zonder toverdrank? Dan blijkt dat Panoramix wat geëxperimenteerd heeft en in plaats van petra-oleum ook wortelsap kan gebruiken als ingrediënt voor de toverdrank. De drank wordt er zelfs nog lekkerder door. Asterix krijgt een zenuwinzinking, maar wordt weer opgepept met toverdrank. Die smaakt echt lekkerder, maar Panoramix belooft hem wel dat hij voortaan eerst zijn ontdekkingen zal doen voordat hij iemand naar het andere eind van de wereld sturen zal. De twee Romeinen: Caius Commisarus en Nulnulnix worden door de Galliërs in een kist gestopt (de opvouwbare strijdwagen van Nulnulnix kan ook een kist worden) en naar Rome vervoeren. Caesar laat hen insmeren met stroop en in de arena komen er hele zwermen vliegen achter hen aan.

9 Rust is terug (cirkel is rond)

In het Gallische dorp is de rust teruggekeerd. Er is zoals in alle stripboeken van Asterix en Obelix een groot feestmaal aan het eind. De bard staat vastgebonden aan een boom zodat hij niet vals kan zingen en de everzwijnen uit het begin kijken van een afstand toe en zeggen: ‘Onze vakantie zit erop.’

4 t/m 6 kan eindeloos herhaald worden bij dit verhaalschema.

Zo zie je dus hoe een verhaal kan worden opgebouwd. Ik heb dit schema al een paar keer gebruikt voor een (kort) verhaal en vind het een fijn schema om te gebruiken.

Aan de stripverhalen van Asterix en Obelix heb ik hele goede herinneringen. Vroeger kwam er meestal net voor de zomervakantie een nieuw stripboek op de markt. Wij kochten dat en gingen met ons gezin naar de camping in Zuid Frankrijk. Op de achterbank van de auto zat ik samen met mijn twee broers. Het stripboek ging van de een naar de ander en steeds zat er wel iemand van ons te gniffelen om de leuke grappen die in de boeken waren verwerkt. Door de leuke kwinkslagen leerde je en passant ook nog iets over bepaalde volkeren en gebeurtenissen uit de geschiedenis. Ik vond het altijd heel knap gedaan door Goscinny en Uderzo. Helaas zijn beide schrijvers inmiddels overleden.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 07 – Johanna Lime over schrijven

23 juli 2020

Het zevende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over het uitwerken van het verhaalidee.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

De beste methode om een boek te schrijven is de methode die bij je eigen stijl als schrijver past, het is de manier van schrijven waar jij je het prettigst bij voelt. Al zijn er veel verschillende methodes die beogen je te helpen bij het schrijven, je moet toch voor jezelf ontdekken wat de allerbeste manier is die voor jou werkt.

De sneeuwvlokmethode van Randy Ingermanson

Voor mij werken een paar ideeën uit de sneeuwvlokmethode bijvoorbeeld redelijk goed bij de eerste uitwerking van een verhaalidee. Vooral bij het schrijven van een goede synopsis heeft deze manier mij aardig geholpen. (Voor deze methode heb ik een paar links geplaatst onderaan dit blog.)

Het stappenplan zoals ik dat van deze methode heb gebruikt voor mijn boeken:

In de originele tekst staat aangegeven hoeveel tijd je uit moet trekken voor elke stap. Dat is iets wat ik niet heb gedaan. Bij mij is er geen tijdslimiet. Als het gelukt is, is het goed.

Stap 1. Maak een samenvatting van één zin.

(Voor Schimmenschuw) “Het meisje overwint haar angsten in een tijdreis en wordt een belangrijk medium.”

Randy Ingermanson geeft aan dat je deze zin voortaan kunt gebruiken om je boek te verkopen, voor te stellen, er een uitgever toe aan te zetten je boek uit te willen geven. Het moet dus een pakkende zin zijn. Daarvoor geeft hij de volgende tips:

  1. Korter is beter: Probeer niet meer dan 15 woorden te gebruiken.
  2. Geen namen van hoofdpersonen gebruiken, wel een omschrijving.
  3. Bindt het algemene aan het persoonlijke. Welk personage heeft het meest te verliezen in het verhaal? Vertel nu wat hij of zij wil bereiken.
  4. Kijk naar de reclamezinnen die bestsellers aanprijzen om dit te leren.

Stap 2. Maak van die ene zin een volledige alinea van vijf zinnen, waarin de opzet van het verhaal met de drie grote rampen (keerpunten) en de climax met het eind beschreven worden.

  1. Geef structuur aan je verhaal met drie keerpunten en een slot.
  2. Ieder keerpunt omvat een kwart van het boek, om een goed einde te ontwikkelen gebruik je het laatste kwart.
  3. Als je in een structuur met drie keerpunten gelooft, correspondeert het eerste keerpunt met het einde van het eerste kwart. Het tweede keerpunt zit halverwege het boek. Het derde keerpunt komt op een kwart na het midden en forceert het vierde punt, waarbij de dingen versnellen (climax) en het tot het slot komt.
  4. Het is goed om het eerste keerpunt te laten veroorzaken door externe omstandigheden.
  5. Maar het tweede en derde keerpunt moeten worden veroorzaakt door de hoofdrolspeler die probeert om de zaken te verbeteren of ten goede te keren. De dingen worden steeds maar slechter en slechter.
  6. Je kunt de alinea gebruiken in het stukje waarmee je je boek voorstelt aan de uitgever.
  7. Het is ideaal als je alinea in het begin bestaat uit vijf zinnen.
  8. De eerste zin geeft de achtergrond en de opzet van het verhaal.
  9. Dan drie zinnen voor de keerpunten en dan een zin voor het eind.
  10. Dit zou op het omslag van het boek kunnen komen.
  11. Het bovenstaande geeft in vogelvlucht aan waar je verhaal over gaat.

Stap 3. Nu heb je iets overeenkomstigs nodig voor de verhaallijnen en voor elk van je personages. Personages zijn het belangrijkst in ieder verhaal en de tijd die je investeert om ze vooraf te ontwerpen, zal ruimschoots worden terugverdiend, als je eenmaal met schrijven begint. Schrijf voor elke hoofdpersoon een pagina grote samenvatting waar op staat:

  1. De naam van het personage.
  2. Een samenvatting in één zin van de verhaallijn van deze persoon.
  3. De motivatie van de persoon (wat wil hij/zij als groter doel? / voor de wereld?)
  4. Het doel van de persoon (wat wil hij/zij concreet bereiken?)
  5. Het conflict van de persoon (wat houdt hem/haar tegen om het doel te bereiken?)
  6. Wat is het leerproces (waardoor leert de persoon, hoe zullen de ervaringen hem/haar veranderen?)
  7. Een samenvatting van de verhaallijn van de persoon in één alinea?

Een belangrijk punt: Je zult misschien merken dat je terug wilt gaan naar de samenvatting van één zin of naar de samenvatting van één alinea, om die te verbeteren. Doe het! Dit is goed, het betekent dat je personages je iets leren over je verhaal. Het is altijd goed in het ontwerpproces om eerder geschreven stukjes te reviseren. Iedere verbetering die je nu aanbrengt zorgt ervoor dat je het niet hoeft te doen als je boek al een heel eind op weg is geschreven te worden.

Een ander belangrijk punt: Het hoeft niet perfect te zijn. Het doel van de stappen in het ontwerpproces is je vooruit te laten gaan naar de volgende stap. Blijf in de pas en ga vooruit! Je kunt altijd terugkeren en het herschrijven als je het verhaal beter begrijpt. Dit zul je ook meestal doen.

Stap 4. In dit stadium zou je een goed idee moeten hebben van de grote overzichtsstructuur van het verhaal.

Van hieruit laat je het verhaal verder groeien. Neem de tijd en breid iedere zin van je eerste alinea (vijf zinnen) uit tot een aparte alinea. Alle paragrafen moeten eindigen met een keerpunt, behalve de laatste, die moet vertellen hoe het boek eindigt

  1. Dit geeft veel plezier en aan het eind heb je een skelet van je verhaal van één pagina.
  2. Het geeft niet als je niet een hele pagina vol krijgt, waar het om gaat is, dat er genoeg ideeën komen die je voor je verhaal kunt gebruiken. Je breidt het conflict uit.
  3. Je zou nu een synopsis moeten hebben!

Stap 5. Maak een paginagrote omschrijving van iedere hoofdpersoon. Schrijf een halve pagina voor iedere nevenpersoon.

Deze samenvattingen zouden het verhaal moeten vertellen vanuit het gezichtspunt van elke persoon. Je kunt ook weer teruggaan om vorige stappen te verbeteren. Gebruik de personagesamenvattingen om je voorstel van je boek met intriges aan te vullen of te wijzigen. Uitgevers houden van op personages gebaseerde verhalen.

Als je de links naar de artikelen over de sneeuwvlokmethode volgt, zul je zien dat die nog veel uitgebreider is. Ik heb echter het meest gebruik gemaakt van bovenstaande vijf stappen. Voor personages gebruik ik tegenwoordig meestal vragenlijsten, maar misschien komt dat doordat ik mijn personages al goed ken. Vroeger schreef ik hele dagboeken vanuit die personages. Voor wereldbouw heb ik speciale Excelbladen gemaakt, een ‘Nomenclatuur’ van op alfabet gesorteerde aantekeningen over mijn verbeeldingswereld. Ik kan altijd teruggrijpen op documenten met vragen over belangrijke aspecten van de wereldbouw, ik vul mijn plotschema in op een spreadsheet en heb allerlei informatie over elementen of bijpersonages uit het verhaal apart uitgewerkt in Word. Veel van die verschillende bestanden hangen open als ik schrijf. In het begin heb ik naast de bovenstaande stappen uit de sneeuwvlokmethode ook tips gebruikt uit het boek: ‘Een bestseller schrijven voor dummies’, door Bart van Lierde.

Mijn manier van werken komt dus niet helemaal overeen met deze methode. Ik gebruik de dingen die voor mij goed werken. Voor de rest zoek ik er andere manieren bij. De laatste tijd kijk ik ook naar YouTube filmpjes waarin schrijvers verschillende onderwerpen behandelen die bij het schrijfproces horen. Maar ook daar geldt dat ik alleen de tips gebruik die ik eens wil gaan uitproberen om te zien of het voor mij werkt. Het moet wel iets zijn waar ik iets mee kan voor het genre waarin ik schrijf en bovendien moet het passen bij de Nederlandse situatie.

******************************************************************

Hier heb je een link naar een goede vertaling van zijn artikel bij Fantasy Schrijven. Op de website van Randy Ingermanson zelf staat de methode in het Engels uitgewerkt. Hier is de link: Op zijn website kun je nog veel meer informatie vinden die misschien handig is voor jou.

******************************************************************

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 06 – Johanna Lime over schrijven

16 juli 2020

Het zesde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over verschillende soorten personages.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Een intrigerend plot maakt nog geen goed verhaal. Opwindende plots hebben originele en goed ontwikkelde personages nodig.

Elk verhaal of elke roman draait om een of meerdere personages. Deze zijn in drie categorieën te verdelen: de hoofdrolspeler(s), de ondersteunende personages en de tegenspeler(s).

Protagonist

De protagonist is de hoofdrolspeler, het personage dat het meest verandert in het verhaal. Het is het hoofdpersonage dat iets wil, dat hij of zij nog niet heeft of nog niet bereikt heeft. Het is het personage dat ergens naar verlangt, maar daarvoor haar of zijn huidige situatie achter zich moet laten. Het personage moet actie ondernemen en krijgt tegenslagen te overwinnen. Het heeft alle hulpbronnen nodig voordat het de gewenste situatie bereiken kan. Soms is het zelfs de vraag of hij of zij die überhaupt wel bereiken kan, want sommige verhalen eindigen zelfs met de dood van het hoofdpersonage. Maar meestal komt het hoofdpersonage er in een roman aan het eind beter uit dan in het begin en heeft hij of zij de reis van de held gevolgd.

Of het nu gaat om liefde, wraak, het opkomen voor onrecht, de zoektocht naar een verloren gewaande broer of zus, een strijd voor vrijheid of wat anders, de hoofdpersoon zal iets moeten doen om zijn of haar doel te kunnen bereiken.

In veel fantasyverhalen gaat de protagonist in letterlijke zin op reis om dit doel te bereiken. Dat is misschien de reden waarom veel fantasyromans queestenverhalen zijn, zoals ‘Schimmenschuw’ een ontdekkingsreis is voor het hoofdpersonage, Kamilia Arras, die in het verleden iets ontdekt over zichzelf.

Als schrijver breng je je hoofdpersonage in onvermoede omstandigheden, duw je hem of haar over de rand en komt er iets uit wat het personage nooit had kunnen vermoeden.

Harry Potter die als verschoppeling onder de trap woont bij zijn tante, kon niet vermoeden dat hij een belangrijke persoon zou zijn in de magische wereld, waar hij het opneemt tegen de meest duistere figuur ooit.

Ondersteunende personages

De ondersteunende personages zijn personages die een belangrijke rol spelen bij datgene wat de protagonist bereiken wil. Het kunnen vrienden of familieleden zijn, maar ook het personage waar de hoofdpersoon verliefd op wordt. Ze kunnen het hele verhaal door aanwezig zijn of slechts bij een deel van het verhaal op het toneel verschijnen. Het kan een mentor zijn waar het personage iets van leren kan, of een rebels persoon die net iets meer durft dan het personage zelf. Het kan een trouwe vriend zijn die klaarstaat om te helpen, of een chaotische of grappige persoon die net de gebeurtenissen in een verhaal wat luchtiger maakt.

Ondersteunende personages hebben hun eigen dromen, net zoals de hoofdpersoon haar of zijn dromen heeft. Hun avonturen voegen iets extra’s toe aan de roman. Ze kunnen door hun interactie met het hoofdpersonage bepaalde karaktereigenschappen van de protagonist op een bepaalde manier belichten. Daardoor wordt het voor de lezer mogelijk om de verborgen diepten en geheimen van de protagonist te leren kennen.

Opa Nikos laat Kamilia tijdens haar ontdekkingreis in ‘Schimmenschuw’ zien dat ze heeft geleerd om beter van zich af te bijten en voor zichzelf op te komen. Haar voorouders in het kasteel van Yoku leren haar dat ze niet bang hoeft te zijn van de schim in het moeras.

Ron Wemel en Hermelien Griffel zijn de beste vrienden van Harry Potter, ze laten hem zien hoe fijn het is om bij een familie te horen en hoe belangrijk kennis is.

Antagonist

De antagonist in een roman is de kracht die het de hoofdpersoon moeilijk maakt het doel te bereiken. Het zijn de obstakels op de weg, de angsten die overwonnen moeten worden.

Fysiek

Een fysieke antagonist is een levende, ademende tegenstander die de hoofdpersoon verhindert om het doel te bereiken. Dit betekent echter niet dat alle antagonisten monsters zijn. Het kan simpelweg iemand zijn die door jaloezie of door een misverstand het de protagonist moeilijk maakt. Een antagonist kan een personage zijn dat andere doelen heeft dan de protagonist, doelen die misschien zelfs tegengesteld zijn aan elkaar.

Soms is de antagonist het kwaad, de slechterik of de schurk in een verhaal en is dit personage niet erg genuanceerd. Maar zelfs een slechterik kan menselijke trekjes hebben.

Kamilia Arras wil in ‘Schimmenschuw’ naar huis terug en heeft alle zeven delen van de sleutel van de tijdpoort nodig. Vincento Toliano wil dat Kamilia met hem trouwt en op Chyndyro blijft. Hij verstopt de sleutel, waardoor Kamilia niet kan vertrekken. Maar als Kamilia in het verleden blijft, wat zal er dan met haar gebeuren? Het tijdcontinuüm is verstoord, ze moet wel naar huis!

De strijd tussen de protagonist en de antagonist zorgt voor veel spanning in verhalen. Het werpt het conflict op waar het verhaal om draait.

Harry Potter neemt het op tegen Voldemort die zijn ouders heeft vermoord. Er staat heel veel op het spel. Als hij verliest, overheerst de duisternis en het kwaad in de wereld, dan kan hij zijn pas verworven magische gemeenschap weer verliezen.

Antagonisten kunnen ook hun ondersteunende personages hebben. Zij ondersteunen dan de krachten die tegen de protagonist in gaan.

Abstract

Hoewel de meeste antagonisten levende, ademende wezens zijn, zijn sommige dat niet. Denk bijvoorbeeld aan ziekte, verdriet of de macht van een corrupte regering. Dit soort antagonisten bestaan in abstracte vorm. Als de antagonist van een roman geen levend personage, dier of entiteit is, dan is er een abstracte antagonist.

Denk bijvoorbeeld aan het verhaal van een sporter die gehandicapt raakt en er alles aan doet om toch de Olympische Spelen te kunnen winnen. Daar is de handicap de antagonist.

In trilogie ‘De vergeten vloek’, is de vloek een abstracte antagonist. Hierdoor is de disharmonie in de bevolking ontstaan op Laskoro en Berinyi. Hierdoor zijn de dynamiekmagiërs en de elementenmagiërs uit elkaar gedreven. De vloek is niet iemand waar Jima of Sylviana fysiek mee in gevecht kunnen gaan. Alleen als de Avatars, die achter deze vloek zitten, vergaderen over het nut ervan en of hij nog wel moet blijven bestaan, kan hij overwonnen worden. Door samenwerking, wat ook weer een abstract gegeven is.

******************************************************************

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 05 – Johanna Lime over schrijven

9 juli 2020

Het vijfde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Vandaag gaat het over personage, blinde vlek, perspectief, tijd en conflict.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Personage.

Elk verhaal of elke roman draait om een of meerdere personages. Er zijn hoofdfiguren en bijfiguren. Elke schrijver heeft een voorkeur voor bepaalde soorten personages. Soms hebben ze karaktertrekken van de schrijver zelf. Soms lijken ze op mensen uit zijn of haar omgeving, op mensen die door de schrijver zijn geobserveerd. Want iedereen gebruikt zijn of haar eigen referentiekader, de dingen die hij of zij kent. Je hoort ook vaak dat zoiets het beste is. ‘Blijf dicht bij jezelf,’ wordt er dan gezegd. Toch kun je de personages die je gebruikt het beste wel aanpassen aan het thema van het verhaal dat je wilt vertellen.

Niet elk personage is een kopie van een bestaande persoon, al ga je in eerste instantie misschien uit van voorbeeldfiguren. Misschien neem je een voorbeeld aan mensen die je bewondert en die een rolmodel voor je vormen. Hoe meer het je als schrijver echter lukt om je personage aan te passen aan de thematiek van je verhaal, hoe beter het wordt. Geef het personage bepaalde kenmerken mee die voor het verhaal belangrijk zijn.

Bij fantasyverhalen associeer je veel. ‘Wat als,’ is een bekende vraag. Door materiaal van buitenaf bij het personage te betrekken, kun je ongewone elementen in je verhaal verwerken. Daardoor krijgen je verhalen een mooie wending en passen ze bij het genre.

Blinde vlek.

Wanneer ik een personage heb bedacht, zet ik hem in mijn verbeeldingswereld. Dan bepaal ik de sterke en zwakke kanten van de persoon. Waar is iemand goed in, wat weet hij of zij al van zichzelf en waar is hij of zij zich totaal niet van bewust? Welke eigenschap zien anderen wel in deze persoon, maar ziet hij of zij zelf over het hoofd? Dat is de blinde vlek. De eigenschap die in het verhaal ontwikkeld moet worden, de gave die ontdekt wordt door het personage in de loop van het verhaal. Het is de onbewuste eigenschap die hij of zij nodig heeft om het verhaal tot een goed einde te kunnen brengen.

Ieder mens heeft zulke eigenschappen, waar hij of zij zich niet bewust van is. Slapende talenten die nog ontdekt moeten worden. Die kun je fijn gebruiken om door je personage te laten onderzoeken in je verhaal. Als hij of zij die ten volle gebruikt kan hij of zij de tegenslagen tegemoet zien en komt hij of zij als er als de held van het verhaal uit.

Perspectief.

Om je verhaal te schrijven zijn er verschillende perspectieven mogelijk. Vertel je het vanuit de ik-persoon of vanuit een jij, of een hij of zij? Wordt het verhaal gezien door de ogen van een personage of zijn er meerdere gezichtpunten van meerdere personages? Elke beslissing die je hierin neemt, heeft zijn voordelen en zijn nadelen. Zoek uit wat het beste werkt voor het specifieke verhaal dat je vertellen wilt.

Ik gebruik meestal de derde persoon verleden tijd voor mijn verhalen, maar ik heb ook geëxperimenteerd met een ik-persoon. En in het korte verhaal ‘Idool’ heb ik bewust een deel van het verhaal geschreven vanuit de jij. Meestal kom je dan uit bij een toespraak op een begrafenis, waar je iemand eert die overleden is. Vanuit de tweede persoon is het best lastig schrijven.

Vanuit een ik-persoon schrijven is heel erg associatief, dan maak je alles heel direct mee en zit je helemaal in die ene persoon. Dat heeft voordelen maar er zijn ook beperkingen.

Als je zoals ik wat meer dissociatief bent en dingen graag van een afstandje beziet, kun je beter in de derde persoon schrijven, vanuit de zij of hij.

Als je vanuit een alwetende verteller schrijft, ken je alle personages en hang je er als een soort van helikopter boven. Als je dit niet heel erg goed beheerst, kun je in veel perspectiefouten verstrikt raken.

Tijd.

Vertel je het verhaal in de tegenwoordige tijd, in de verleden tijd of gebruik je de voltooid verleden tijd? De laatste gebruik je bijvoorbeeld bij een flashback in je verhaal.

In ‘De twaalfde Saturnusmaan’ heb ik er bewust voor gekozen om voor de scènes die zich in het hier en nu afspeelden de tegenwoordige tijd te gebruiken. Voor de herinneringen van Dalmar en Maud, die onderzocht worden door de aliens, schreef ik bewust vanuit de verleden tijd. Scènes in de tegenwoordige tijd en in de verleden tijd wisselen zich door het hele boek heen af. Aan de tijd die is gebruikt, kun je als lezer merken of zich iets in het heden of in het verleden afspeelt.

Conflict.

Het conflict is de intrige in je verhaal, de frustratie of de dreiging. Zonder conflict heb je geen verhaal. Met een conflict laat je twee zijden van een probleem zien, twee personages met tegengestelde drijfveren, iets waar spanning tussen bestaat. Een verhaal zonder conflict laat de lezer onverschillig.

Het conflict wordt ook wel de motor van je verhaal genoemd, het is waar het verhaal om draait. De lezer moet iets hebben om naar uit te zien, om te begrijpen. Het personage moet een persoonlijk doel hebben, een doel waarvoor de held zelf de verantwoordelijkheid draagt. Zal hij overwinnen of niet? Die vraag wil de lezer beantwoordt zien.

Bij een hoofdpersonage dat ergens naar streeft, speelt een tegenkracht voor dit streven een rol. Er is een ander personage dat de tegenstrever is, of het is iets in het hoofdpersonage zelf. In elk geval zorgt dat voor de spanning. Er is een conflict en daardoor is er een verhaal.

Als ik een nieuw verhaal verzin, is het voorbereiden van de verbeeldingswereld en de personages een hele klus. Maar het is vooral het bedenken van een goed conflict en de reden waarvoor dit in deze specifieke wereld of tussen deze personages bestaat, waar ik vaak lang over na moet denken. Die voorbereiding is echter nodig, anders komt het verhaal nooit af.

******************************************************************

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 04 – Johanna Lime over schrijven

2 juli 2020

Het vierde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

De kracht van mythologische verbeelding.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

DE REIS VAN DE HELD.

In 1990 was er op de televisie een Teleac-cursus te zien met de titel ‘Mythen & Bewustzijn’, waarin Bill Moyers in acht afleveringen een hoogleraar in de mythologie, Joseph Campbell, interviewde. Ik was gefascineerd, want deze afleveringen gingen over het avontuur van de held (het heldenverhaal), de boodschap van de mythen (veranderende tijden), de eerste verhalenvertellers (primitieve samenlevingen en de moderne wereld), opoffering en gelukzaligheid (dood en wedergeboorte en een plekje om je creativiteit en je gevoelens in kwijt te kunnen), liefde en de godin (romantische liefde en de liefde tot god) en maskers van de eeuwigheid (over god, geloof en eeuwigheid). Deze cursus kwam precies op het juiste moment, omdat ik zoekende was en allerlei onderwerpen rond deze thema’s bestudeerde. Sindsdien zijn de inzichten van Joseph Campbell mij zeer dierbaar. Hij liet mij zien waarom ik zo geïnteresseerd was in grotere verbanden in de wereld, in de verschillende mythologische verhalen met hun vele goden en in andere wereldreligies dan die waar ik mee was opgegroeid, in de betekenis van symbolen en de ontstaansgeschiedenissen van het leven en de verschillende beschavingen op aarde.

Joseph Campbell maakte een studie van alle culturen op aarde en vond veel overeenkomsten, ook bij verschillende continenten die onafhankelijk van elkaar ontwikkeld waren. Hij schreef het boek ‘The Hero with a Thousand Faces’ waarin een bepaalde reeks typische heldendaden onderkend worden, die ten grondslag ligt aan verhalen uit de hele wereld en verschillende perioden uit onze geschiedenis.

De reis van de held is voor veel verhalen uit de wereldliteratuur een archetypisch model. De held of heldin in deze verhalen heeft iets gevonden of gedaan dat buiten het normale bereik van prestatie of ervaring ligt, heeft iets bereikt dat groter dan zichzelf is. Hij heeft zijn eigen beperkingen overwonnen of een eigenschap van zichzelf blootgelegd die hij nog niet kende.

Campbell ontdekte zeventien stappen in zo’n verhaal, maar in het kort komt het erop neer dat de held vanuit zijn veilige thuisomgeving in een allesbeslissende crisis belandt, waar hij uiteindelijk getransformeerd uit komt. Dit is een model dat door verhalenvertellers tot op de dag van vandaag nog steeds wordt gebruikt, al verschilt het aantal stappen veelal per verhaal of auteur.

Als voorbeeld voor de indeling van zo’n verhaal, kun je de volgende twaalf onderdelen onderscheiden, die vaak worden gebruikt:

BEGIN

  1. De situatie thuis

(Je leert de hoofdpersoon kennen, waarmee je je kunt identificeren, in de comfortabele thuissituatie)

  1. De oproep voor avontuur

(De hoofdpersoon heeft een behoefte, wens of gevoel of ondervindt een probleem dat moet worden opgelost)

  1. De weigering om aan de oproep gevolg te geven

(De hoofdpersoon wil eigenlijk niet uit zijn comfortabele omgeving weg)

  1. Het ontmoeten van de mentor

(Er komt een ander in beeld, die ervoor zorgt dat hij toch tot actie overgaat)

  1. De drempel over stappen

(Ze vertrekken en belanden in een onbekende situatie, heel anders dan de thuissituatie)

MIDDEN

  1. Beproevingen, uitdagingen en verleidingen

(Er zijn beproevingen, uitdagingen en verleidingen, de hoofdpersoon leert om te gaan met de nieuwe wereld)

  1. De donkerste diepte

(Het dieptepunt wordt bereikt, er moeten grote problemen worden overwonnen)

  1. De grote slag

(Om iets te kunnen veranderen moet er een grote prijs betaald worden)

  1. Overwinning en beloning

(Het doel wordt bereikt na een belangrijke test)

  1. Transformatie

(De hoofdpersoon is door alle ontwikkelingen veranderd)

EINDE

  1. Het hoofdpersonage komt weer thuis.

(Terug in de bekende omgeving)

  1. De rust keert terug.

(Ze zijn weer thuis, maar door wat ze hebben meegemaakt zijn ze wel veranderd ten opzichte van de beginsituatie).

 

UNIVERSELE THEMA’S

Universele thema’s zijn tijdloos en voegen zich naar de cultuur. Ze leren je iets over je eigen leven. Verhalen waarin universele thema’s voorkomen hebben te maken met verschillende levensfasen die mensen doormaken, met de erkenning van nieuwe rollen, het aannemen van een nieuwe verantwoordelijkheid. Dat mensen van heldenverhalen houden, heeft te maken met het feit dat ieder mensenleven de weg van de held doormaakt. Iedere geboorte is op zich een heldendaad. Komen er koningen en koninginnen in verhalen voor, dan beziet de lezer die niet als persoonlijkheden. De lezer beziet ze in de mythologische rol die ze in een verhaal innemen, als vertegenwoordigers van hun ambt. En zo zijn er meer metaforen en symbolen die in verhalen worden gebruikt. De kunst voor een schrijver is, om nieuwe ontwikkelingen in de wereld om te zetten naar een mythologie die iedereen kan verstaan.

Star Wars (A New Hope) had bijvoorbeeld een geldig mythologisch perspectief. Het toont de staat als een machine en vraagt: ‘Zal de machine de menselijkheid vermalen of deze dienen?’ Menselijkheid komt niet uit een machine, maar uit het hart. Als Luke Skywalker zijn vader ontmaskert, neemt hij hem de rol van de machine af die de vader speelde. De vader stond voor de macht, de rol van de Staat.

Het is de uitdaging voor nieuwe schrijvers om meer verhalen vanuit een mythologisch perspectief te schrijven, waarin de moderne mens zichzelf herkent.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het kan ook zijn dat ik het dan over lezen doe, want daar heb ik ook een serie ideeën voor bedacht. Volg Johanna Lime en je ziet het vanzelf verschijnen.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 03 – Johanna Lime over schrijven

25 juni 2020

Het derde blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Wat is het verschil tussen een kort verhaal schrijven en een roman schrijven?

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

KORTVERHAAL of ROMAN.

Het verschil tussen een kortverhaal en een roman wordt vooral gekenmerkt door de lengte van het verhaal. Een kortverhaal is zoals de naam aangeeft een korte vorm van schrijven, die meestal over een incident gaat, over een episode of een personage in iemands leven. Een roman is een lange vorm van schrijven. Dit is meestal een verhaal dat veel personages kent en waarin veel gebeurtenissen zijn verwerkt. Naast de verhaallijn van het hoofdpersonage komen er ook vaak verhaallijnen in voor van bijpersonages.

Korte verhalen

Korte verhalen zijn volgens sommigen alle verhalen die korter zijn dan een novelle, ze hebben dan geen ondergrens en de bovengrens is maximaal 20.000 woorden.

Je kunt ook ultrakorte verhalen hebben van 6 of 120 woorden, maar meestal zitten die tussen de 500 en 1.000 woorden. Bij de Fantasy Strijd Brugge was het maximum 1.500 woorden en dat vond ik toen ik pas begon met schrijven bijna niet te doen. Toch is hier het vampierverhaal Pacifistenbloed uit voortgekomen.

Voor een tijdschrift was het maximum pasgeleden 3.000 woorden. Vaak zijn verhalen in verhalenbundels tussen de 5.000 en 8.500 woorden. Traditioneel gezien zijn korte verhalen tussen de 2.000 en 15.000 woorden.

Toen ik begon met meedoen aan verhalenwedstrijden, waren er grenzen van 12.000 of 10.000 woorden aan een kort verhaal. Waterloper heeft tegenwoordig 10.000 woorden als grens en bij de Harland Awards is die alweer naar beneden bijgesteld en is 7.500 woorden nu het maximum. Een verhaal over halfcybernetische mensen, Defragmentatie, dat meedeed aan de Fantastels Verhalenwedstrijd, komt aardig in die richting.

Je moet bij het schrijven van een kort verhaal in een beperkt aantal woorden over één hoofdincident en over een zeer beperkt aantal personages schrijven. Er moet een beginsituatie in zitten, een conflict en een spannende of intrigerende ontwikkeling met liefst ook een verrassend einde. Dat maakt korte verhalen vaak heel lastig om te schrijven.

In het boek ‘Korte verhalen schrijven’ van Ton Rozeman, stelt hij dat een kort verhaal te vergelijken is met een foto. Het verhaal gaat dan over wat er op de foto is waar te nemen, maar kan tevens suggesties opwekken van dingen die zich buiten dit beperkte kader afspelen.

Een kort verhaal is niet onderverdeeld in hoofdstukken en telt een klein aantal pagina’s, dat tussen de 4 en de 40 bladzijden in ligt.

Bij een verhaal dat tussen de 15.000 en 25.000 woorden in zit, spreekt men van een novelle.

Een roman

Wanneer een kort verhaal wordt vergeleken met een foto, kun je een roman vergelijken met een film. In de National Novel Writing Month gaat men uit van het schrijven van 50.000 woorden in een maand, voor de eerste versie van een roman, die in het Engels een ‘novel’ heet. Een jeugdroman kan tussen de 25.000 en 40.000 woorden liggen, een gemiddelde thriller is 70.000 woorden. Een Young Adult is vaak tussen de 50.000 en 80.000 woorden.

Uitgevers gaan idealiter uit van romans van ongeveer 300 pagina’s en dan schrijf je als auteur iets van 80.000 woorden. Dit wordt ingegeven door commerciële motieven en naar mijn idee gelden die speciaal voor Nederland. Want als ik kijk naar Engelstalige of uit het Engels vertaalde fantasyboeken, hebben de schrijvers daarbij toch wel veel meer ruimte gekregen om hun verhalen op te schrijven.

Voor de manuscriptenwedstrijd waar Dinie en ik in 2012 aan meededen was er een maximum van 150.000 woorden. Voor fantasyverhalen is dat volgens mij ook een reëel aantal. Boeken in ons genre zijn toch vaak dikke pillen of meerdere boeken die bij elkaar horen, omdat je er als fantasyschrijver een uitgebreide wereldbouw in kwijt moet kunnen. Kijk je naar Lord of the Rings en Game of Thrones of de laatste delen uit de Harry Potterserie, dan zie je al gauw dat die veel dikker zijn dan het gemiddelde fantasyboek dat door Nederlandse auteurs geschreven wordt. De laatste Harry Potter was meer dan 200.000 woorden, het eerste deel van Game of Thrones was meer dan 800 pagina’s dik. Ik hoop dus niet dat commerciële redenen beperkingen op gaan werpen voor het schrijven van mijn romans. Want zoals Kim ten Tusscher mij eens bij een verhalenwedstrijd, waar zij toen jurylid van was, vertelde: ‘Een verhaal nodig heeft wat het nodig heeft.’ Het bewijs bij haar boeken is, dat het derde deel van ‘De vertellingen van de ondergang’ zo omvangrijk werd, dat het boek gesplitst werd zodat het in twee omslagen verscheen. Dat was beter bij het drukken en handiger vast te houden voor de lezer. Haar geplande vierde deel van deze serie, worden nu twee afzonderlijke delen. Zo wordt er flexibel omgegaan met de vorm en komen de verhalen beter tot hun recht. Want het zou toch jammer zijn dat je als schrijver niet de diepte in kunt gaan met je verhaalwereld, omdat er een beperking zit op het aantal woorden dat in een boek mag passen, vanwege het drukproces en de prijs.

In een artikel van Schrijven online las ik overigens dit: Sommige uitgeverijen geven wel aan dat er een minimumaantal woorden zit aan de manuscripten die zij willen ontvangen. Verder ben je eigenlijk geheel vrij in de lengte van je manuscript, de lengte van je hoofdstukken en het aantal woorden: het is maar net wat jouw verhaal nodig heeft en in welke vorm hij het beste tot zijn recht komt. Mocht je boek uitgegeven worden, dan is er altijd nog een redacteur die kan zeggen dat je moet inkorten of juist nog even door moet schrijven.’

Een roman is verdeeld in verschillende hoofdstukken, soms genummerd en soms niet. Het verhaal beslaat vaak een langere periode in het leven van het hoofdpersonage. Veel andere personages worden ook geassocieerd met de hoofdpersoon. Deze bijpersonen kunnen in een roman gaan en komen. De hoofdpersoon moet vaak meerdere obstakels overwinnen.

Een romanschrijver heeft meestal meerdere jaren nodig om een roman te voltooien. Het verhaal kan uitgebreid zijn en er kunnen zoveel personages in zitten als voor het verhaal nodig is. De schrijver kan zijn creativiteit gebruiken om een goede spanningsboog in het verhaal te verwerken en naar een climax aan het einde van het verhaal toe te bouwen.

Soms wordt een roman ook snel geschreven en hangt het af van de concentratie en de tijd die de schrijver neemt om dagelijks te schrijven. Op dezelfde manier kost het lezen van een roman ook meer tijd in vergelijking met het lezen van een kort verhaal.

Korte verhalen of een roman schrijven.

Een romanschrijver kan ook heel goed een schrijver van korte verhalen zijn. Het voordeel van korte verhalen schrijven is soms dat daarmee geëxperimenteerd kan worden in verschillende genres. Johanna Lime schreef bijvoorbeeld ook dit kinderverhaal:  Een draak met koekjes

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het kan ook zijn dat ik het dan over lezen doe, want daar heb ik ook een serie ideeën voor bedacht. Volg Johanna Lime en je ziet het vanzelf verschijnen.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 02 – Johanna Lime over schrijven

18 juni 2020

Het tweede blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Welke drijvende krachten zitten er achter een verhaal?

Maakt het hoofdpersonage het verhaal interessant om te lezen? Zijn het de opeenvolgende gebeurtenissen die de lezer meenemen naar de ontknoping van het verhaal? Of is het een combinatie van beide?

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

PERSONAGEGEDREVEN of PLOTGEDREVEN verhaal.

Om uit te leggen wat personagegedreven en plotgedreven is, maak ik gebruik van informatie die ik op een gastblog van Jack Schlimazlnik vond, die hij ooit maakte voor de Online School van Marjon Sarneel. Helaas is deze schrijver slachtoffer geworden van het coronavirus in 2020. Ik hoop hem nog een beetje eer te kunnen bewijzen met het doen herleven van zijn blog, hoewel ik er natuurlijk grotendeels ook wel mijn eigen inzichten rondom dit onderwerp in heb verwerkt.

Jack schrijft in zijn blog dat er rondom plotgedreven en personagegedreven verhalen veel misverstanden bestaan. De termen plotgedreven en personagegedreven beschrijven wat de belangrijkste aanleiding voor de ontknoping van een verhaal is, wat de kern (het hart) van het verhaal is.

Bij een personagegedreven verhaal gaat het om de ontwikkeling die het (hoofd)personage meemaakt. De hoofdpersoon verwerkt in een dergelijk verhaal bijvoorbeeld het verleden, leert zichzelf accepteren of ontdekt iets van zichzelf waar hij/zij zich daarvoor nog niet bewust van was. De kern van personagegedreven verhalen is, dat de persoon aan het einde van het verhaal ten opzichte van het begin van het verhaal veranderd is. Dit komt bijvoorbeeld vaak voor in een ontwikkelingsroman waarbij een puber zich tot volwassene ontwikkelt. De ontknoping op het einde is het resultaat van die ontwikkeling. Andere plotwendingen die in het verhaal verwerkt zijn, hebben grotendeels te maken met hoe het denken van het personage verandert (of misschien juist niet verandert als thema van het verhaal).

De verhalen van Johanna Lime zijn veelal gebaseerd op een personage dat een ontwikkeling meemaakt. In het begin van het verhaal heeft dit personage nog een blinde vlek, iets van zichzelf waar hij/zij zich totaal niet bewust van is. Anderen in zijn/haar omgeving weten misschien wel dat het er is, maar het personage zelf weet dit (nog) niet.

Kamilia uit Schimmenschuw is in het begin van het boek bijvoorbeeld erg bang voor de schim die boven het moeras zweeft. Ze wordt op school gepest omdat anderen wel zien dat ze anders is, dat ze iets heeft wat zij niet kennen. Kamilia mist zelfvertrouwen en is minder ad rem dan haar vriendin. Door de tijdreis die ze op Chyndyro maakt, komt ze steeds meer te weten over het verleden van haar wereld, over de oorsprong van de magie, maar vooral ook over zichzelf. Aan het einde van het verhaal heeft ze een hele ontwikkeling doorgemaakt en komt ze er sterker uit. Ze is geestelijk gegroeid.

Ik heb als lezer van boeken bij mezelf gemerkt, dat ik personagegedreven verhalen vaak veel interessanter vind dan plotgedreven verhalen. In fantasy en vooral in Young Adult maar ook in science fiction komt dit vaak voor. Personages starten ergens, de wereld om hen heen verandert, ze moeten zich aanpassen, moeilijkheden overwinnen, flexibel zijn, beslissingen nemen, en komen er anders uit dan ze erin gestapt zijn. Ik houd van ontwikkelingen die hoopvol zijn naar de toekomst toe, van krachtige personen die hun lot in eigen hand nemen. Misschien is dat een reden waarom ik van dit genre ben gaan houden en dat deze boeken mijn voorkeur kregen boven detectives, thrillers en liefdesromans. Ik begrijp dan ook totaal niet dat iemand als Jack Schlimazlnik zich altijd zo tegen Young Adult uitsprak. Ik vind ook dat er door anderen niet zo minderwaardig over dit genre gesproken moet worden. Of Young Adult boeken al dan niet met het oog op deze doelgroep zijn geschreven, is voor mij minder relevant. Ik zie het meer als een vorm van marketing waardoor een boek een etiket krijgt en op een bepaalde plank in de boekenwinkel komt te liggen. Ik houd niet zo van dat etiketteren, mijn boeken zijn voor iedereen die ze wil lezen. Young Adult boeken doen naar mijn mening ook helemaal niets onder voor boeken die het etiket voor volwassenen meekrijgen. In boeken voor volwassenen zitten naar mijn mening juist vaak te veel harde martelscènes, seksscènes en geweld waar ik kriegelig van word. Wat dat betreft neig ik meer naar sociaal en intermenselijk dan naar hard en wreed.

Bij een plotgedreven verhaal is de aanleiding voor de ontknoping iets dat buiten het personage staat. Bij de ontknoping in een plotgedreven verhaal is het (hoofd)personage niet dramatisch veranderd ten opzichte van het begin van het verhaal.

Als voorbeeld van plotgedreven kun je bijvoorbeeld de boeken en de films van James Bond zien. Er zijn veel films over dit personage op de markt gekomen. Verschillende auteurs hebben de rol van geheim agent 007 vertolkt, maar aan het eind van de hele serie films blijft James Bond nog steeds dezelfde persoon. Het zijn de dingen die hij meemaakt in het verhaal die hem voortdrijven.

Miss Marple, van Agatha Christie, is ook hier ook een voorbeeld van. Als oude vrouw die zit te breien en intussen mensen observeert, gebruikt ze haar scherpe intellect om moorden op te lossen. Er zitten allerlei wendingen in het plot, de lezer wordt vaak op het verkeerde been gezet, maar uiteindelijk heeft Miss Marple alles uitgedacht en weet ze wie de moordenaar is. Ze is daar beter in dan een rechercheur van de politie die vaak nogal star overkomt. Maar uiteindelijk blijft Miss Marple hetzelfde oude vrouwtje met het scherpe verstand en verandert zij persoonlijk niet. Voorbeelden van plotgedreven verhalen zijn vaak detectives, thrillers, verhalen waarin de wereld gered moet worden van de ondergang, liefdesverhalen met de vraag of het zal lukken om de perfecte partner aan de haak te slaan, en horrorverhalen.

Ik heb de laatste jaren ook wel thrillers en horrorverhalen gelezen, maar zie daar steeds meer tegenop. Mijn smaak neigt toch meer naar verhalen waar een persoonlijke ontwikkeling in zit. Ik vind het prachtig om personages te leren kennen, om beweegredenen voor bepaald gedrag te doorgronden en om gevoelens mee te beleven.

En ja, ik ben echt gek op Miss Marple en heb genoten van James Bond films, kijk weer uit naar de detectivemaand en vind vooral de serie Midsomer Murders leuk. Maar ze zijn vooral voor licht vermaak en even wat ontspanning. Ik kijk ernaar en ga verder met de orde van de dag, ze raken me niet echt heel diep.

Dit in tegenstelling tot films als De herberg van het zesde geluk, Sleepless in Seattle, De Lord of de Rings trilogie, Harry Potter, Star Wars IV en I en Earth Sea. Die raken me veel dieper, vind ik veel mooier om naar te kijken. Daar word ik helemaal in het verhaal getrokken. Het enige nadeel hierbij is dan natuurlijk wel weer, dat ik een heel pak zakdoeken nodig heb en dat mijn ogen zo schraal worden van de tranen.

Voor de toekomst hoop ik nog veel boeken te lezen waarbij ik een zakdoek nodig heb, omdat de emoties van de personages zo geweldig mooi overkomen. Ik elk geval hoop ik op boeken waarin ik mee kan leven met een interessant personage. Dat het soms duistere kantjes heeft, maakt het wel interessanter, maar het hoeft niet per se. Het duister in boeken kan overdreven worden. Te veel vechtscènes achter elkaar vind ik niet spannend meer, vooral niet als de ontwikkeling van de personages uitblijft. Het hoeft niet zo zwart wit te zijn, ook subtielere en vrolijkere boeken kunnen prachtige ontwikkelingen laten zien.

De beste verhalen hebben een combinatie van plotgedreven en personagegedreven in zich. Zoals een plotgedreven verhaal personages kent, kent een personagegedreven verhaal een plot. Hoe een personage zich ontwikkelt, kun je in een plot vastleggen. Bijvoorbeeld welke ontmoetingen, gesprekken en gebeurtenissen van invloed zijn op de ontwikkeling van het vertrekpunt van het personage naar de climax en welke wendingen er tussentijds zijn.

Wanneer je als schrijver weet dat iets eraan komt, kun je er ruim op tijd op anticiperen. Zo voelt het voor de lezer natuurlijker als het eenmaal zover is. Je kunt de dingen in het begin aankondigen en de verwachtingen van de lezer later in het verhaal inlossen. Dat is belangrijk voor een verhaal.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het kan ook zijn dat ik het dan over lezen doe, want daar heb ik ook een serie ideeën voor bedacht.

Volg Johanna Lime en je ziet het vanzelf verschijnen.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 01 – Johanna Lime over schrijven

13 juni 2020

Ik heb besloten te beginnen aan ‘Limeschrift’, een serie van twintig blogs over schrijven. Nu heb ik jullie natuurlijk al eerder op de hoogte gehouden van mijn schrijfwerk, dus waarin verschilt dit van de rest? Nou, hiermee wil ik een breder beeld geven over zaken waar een schrijver zoal mee te maken krijgt. Over welke beslissingen er genomen moeten worden en welke keuzes er zijn. Ik wil bepaalde handreikingen geven die jullie misschien ook handig vinden bij het schrijven van verhalen.

Ik zal proberen om met voorbeelden te komen van mijn eigen werk, maar misschien lukt dat niet altijd. Mijn plan is om theorieën of technieken te behandelen waar schrijvers wat aan kunnen hebben. Maar of jij er daadwerkelijk iets mee kunt, hangt van meer dingen af. Kijk zelf dus maar of je er iets aan hebt of niet. En als je suggesties hebt om deze serie beter te maken of als je verzoeken hebt, zie ik het graag in de reacties of op Facebook. Ik heb nu al twintig plaatjes met onderwerpen gemaakt voor deze blogs, maar er kunnen er later altijd nog meer bij komen als erom gevraagd is.

Ik weet niet of ik echt de kennis bezit om jullie vragen te beantwoorden, maar misschien heb je geluk en weet ik het intussen wel. Tenslotte heb ik al een aantal jaren ervaring opgedaan, of kan ik bepaalde informatie voor je opzoeken.

Vandaag gaat het over de onderwerpen van dit plaatje.

WIE, WAT WAAR, WANNEER, WAAROM en HOE. En het verhaalidee.

Het verhaalidee

Verhaalideeën ontstaan bij mij meestal doordat ik bewust op zoek ga naar opmerkelijk nieuws. Ik kan ook naar encyclopedische informatie over bijvoorbeeld mythologieën en fabeldieren zoeken, in de boeken uit mijn boekenkast. Ik kan soms door sprookjesboeken of andere boeken met ‘praatjes en plaatjes’ bladeren. Het kan ook zijn dat me ineens een woord te binnen schiet waar een verhaal in zit. Vaak komen er ’s nachts beelden naar boven drijven die geschikt zijn voor een verhaal. Als ik geluk heb schrijf ik die ideeën midden in de nacht in een kladschrift en ben ik ze ’s morgens niet vergeten. Er kunnen bepaalde zinnen zijn die mijn aandacht trekken en waar ik over na ga denken. Soms duurt het even voordat een idee zich vormt, bijvoorbeeld als ik mee doe aan een wedstrijd waar de thema’s al van aangegeven zijn. Dan hebben ideeën meer tijd nodig om te rijpen. Maar als ik eenmaal een idee gevonden heb en de ‘Wat als…’ vraag zich aandient, begin ik al gauw associaties op papier te zetten. Daarna schrijf ik aan de hand daarvan mijn verhaalideeën als zinnen en alinea’s op papier, meestal in een schrift of een notitieblok.

Bij de voorbereidingen voor een verhaal voor de National Novel Writing Month, geven ze deze vier manieren aan om ideeën voor een boek te genereren:

  1. Gebruik een samenvatting van een boek, film of verhaal waar je van houdt. Schrijf belangrijke situaties, plotwendigen en omgevingen op. Ga er dan op variëren en zoek andere situaties, wendingen en omgevingen voor jouw verhaal. Verander bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden in de zinnen die je hebt gebruikt. Maar er een nieuw verhaal van.
  2. Verzin een geschiedenis rondom een personage, iemand die je kent, hebt gezien op een foto, in de bus of een vroegere vriend met wie je het contact verloren hebt. Wie is de persoon die je intrigeert? Hoe was hun jeugd? Waar droomden ze van? Wat was hun grootste verlangen? Met welke obstakels werden ze geconfronteerd? Wat was hun grootste triomf? Vind het verhaal rond deze persoon. Welk avontuur maakt hij/zij mee? Waar vinden de veranderingen plaats?
  3. Welke verhalen uit het nieuws zijn je bijgebleven? Voel je vrij om de basis van het nieuwsverhaal te gebruiken voor inspiratie, maar verzin je eigen details. Verander de plaats, de tijd, de specifieke kenmerken van de betrokken personen. Om wat voor mensen gaat het? Hoe zien hun levens eruit? Hoe zijn ze in die situatie terechtgekomen? Wat zullen ze moeten doen om eruit te komen? Wat zou er jaren eerder zijn gebeurd of wat zou er jaren later kunnen gebeuren?
  4. Blader door foto’s (Pinterest of andere websites met afbeeldingen kun je hiervoor gebruiken) of prentenboeken/tijdschriften totdat je een of meer afbeeldingen vindt die je erg aanspreken. Schrijf vragen en ideeën op die hierbij naar boven komen. Baseer daar je verhaal op.

 

De vijf W’s

Wie, wat, waar, wanneer, waarom. Deze vijf woorden vormen samen de zogenaamde topische vragen. Deze vragen zijn in de Griekse oudheid geformuleerd om inzicht te krijgen in bestaande teksten.

Als schrijver kun je deze vragen heel goed gebruiken voordat je start met schrijven. De antwoorden op deze vragen vormen de pijlers van je verhaal.

Schimmenschuw als voorbeeld

WIE – om wie gaat het?

Het hoofdpersonage van Schimmenschuw is Kamilia Arras, een zestienjarige Laskoriaanse die op de hogere school studeert en in haar schoolvakanties weinig te doen heeft. Ze woont bij haar oma naast het moeras, waar ze steeds een geest ziet en hoort. En ze is er bang van.

WAT – wat gebeurt er?

De handeling. Het circus komt en Kamilia gaat in haar vakantie waarzeggen. Maar als ze haar eigen toekomst wil voorspellen, wordt ze door Avatars (goden) door een tijdpoort geworpen. Daardoor komt ze in een ver verleden terecht en is er een hele reis nodig om weer terug te kunnen komen, als dat nog gaat.

WAAR – Waar gebeurt het?

De locatie. Kamilia bevindt zich op zusterplaneet Chyndyro waar zeven magische dynastieën over zeven landen heersen. Ze moet bij iedere machthebber om een deel van de sleutel vragen van de tijdpoort die op Chyndyro staat, waarmee ze misschien naar haar oma terug kan.

WANNEER – Wanneer gebeurt het?

De tijdsbepaling. Het gebeurt als Kamilia net volwassen wordt (op haar zestiende op Laskoro) en tijdens de tijdreis door de landen van Chyndyro is het 3400 jaar eerder in de geschiedenis van haar volk.

WAAROM – Waarom gebeurt het?

De noodzaak. De Avatars hebben Kamilia nodig voor HUN plannen en Kamilia zelf kan er alleen op deze manier achter komen wie ze werkelijk is en welke belangrijke talenten ze bezit. Op het einde van het verhaal is Kamilia niet meer dezelfde persoon als in het begin, ze heeft zichzelf beter leren kennen en een ontwikkeling doorgemaakt.

HOE

Het woord HOE heb ik er bij Limeschrift 01 aan toegevoegd, omdat ik HOE ook belangrijk vind. Hoe vertel je als schrijver zo’n verhaal?

Je kunt je afvragen of je verhaalidee groot genoeg is voor een roman of dat het beter een kortverhaal kan zijn. En je kunt je afvragen welke persoonsvorm je wilt gebruiken, in welke tijd je schrijft, hoe je ervoor zorgt dat het verhaal een goede spanningboog krijgt zodat lezers willen doorlezen, welke verhaalelementen je erin verwerken moet, welke bijpersonages je erin verwerkt, wie de antagonist is en zo zijn er nog veel meer vragen die voor nu te ver gaan. Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het kan ook zijn dat ik het dan over lezen doe, want daar heb ik ook een serie ideeën voor bedacht.

Volg Johanna Lime en je ziet het vanzelf verschijnen.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

 

Groeten van Johanna Lime

Het struikelblok

6 juni 2020

Het struikelblok

Zoals jullie inmiddels waarschijnlijk wel weten, wanneer je mijn blogs volgt, is dat ik mijn romans plot in Excel. Ik ben eerder een planner dat een organische schrijver. Toch betekent dat niet dat ik het verhaal in een keer helemaal goed opschrijf. Het gebeurt telkens weer dat er tijdens het schrijven van alles aan het verhaal verandert. Een schema is nog geen garantie voor een vaste plaats waar scènes precies in zullen vallen. Er schuift van alles heen en weer tijdens het schrijfproces en scènes die begonnen met een vaag idee worden steeds duidelijker en gedetailleerder door de tijd.

Pasgeleden stokte mijn tweede versie van Interplanetair deel 1, het nieuwe verhaal waar ik nu aan bezig ben, in hoofdstuk 17. Ik kwam tot de conclusie dat ik op de verkeerde planeet was geland, bij een volk dat eigenlijk nauwelijks iets met het conflict te maken had. Daarom heb ik dat eruit gehaald en ben ik opnieuw begonnen. Ik heb een versie 3 gemaakt en heb alle hoofdstukken opnieuw doorgenomen vanaf hoofdstuk 1 tot aan hoofdstuk 17. Best handig want het is direct geredigeerd. Pas toen ik dat gedaan had en ik het verhaal zag opknappen, ben ik doorgegaan met de volgende hoofdstukken.

Ik kan het niet, eerst het hele verhaal neerzetten en daarna pas gaan redigeren. Niet als mijn intuïtie of de logica van de gebeurtenissen me vertelt dat ik verkeerd bezig ben. Eerst moeten de ‘fouten’ er uit zijn, voordat ik verder kan komen. Het wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe moet kloppen in het verhaal. Als dat niet goed is, stuit ik tegen een struikelblok aan en kom ik geen steek verder.

Het is nu al voor de tweede keer dat ik dit ervaar. Bij Schamel verbond had ik ook zo’n moment, ongeveer in het midden van het verhaal. Ik zat vast en kon pas weer verder toen ik me realiseerde wat de oplossing van een groot probleem moest zijn. De Avatars! Hoe kon het dat ik die vergeten was? Het hele verhaal draait immers om Hen!

Nu heb ik alweer zo’n struikelblok moeten overwinnen. Nadat hoofdstuk 17 zich op een andere plaats afspeelde, kon ik pas weer verder met de hoofdstukken erna. Vervolgens kwamen er nog twee hoofdstukken die ook weer erg lastig waren. Maar dat kwam doordat het ene hoofdstuk vanuit het eerste personage geschreven was en het volgende vanuit het tweede personage. Die twee hoofdstukken zijn intussen ook wel weer geschreven. Ze zijn echter wel een heel stuk korter geworden dan te doen gebruikelijk. Hoe dat komt? Ik denk doordat het om vechtscènes gaat, met korte zinnen en veel spanning. Ik plaats ze niet in één hoofdstuk, want dat zou verwarrend zijn. Het wie en waar is per hoofdstuk verschillend. Pas nadat ik die twee actievere hoofdstukken ook geschreven had, kwam het oude vertrouwde gevoel weer terug en wist ik hoe ik verder moest. Het ging weer stromen.

Zoals ik in mijn vorige blog schreef, kijk ik tegenwoordig af en toe naar YouTube filmpjes om te zien hoe andere schrijvers het aanpakken. Ik zag en hoorde dat Jerry Jenkins ook vaak tegen een struikelblok aanloopt, ergens midden tussen het begin en het eind van het verhaal. Ik ben dus niet alleen, een schrijver die al meer dan 190 boeken heeft geschreven, kan hier ook nog last mee hebben.

De enige manier om zoiets te overwinnen, is je vasthouden aan de passie voor je project. Bij het struikelblok moet het niet fout gaan, daar mag het schrijfproces niet stoppen. Dit punt moet dramatisch zijn en spannend, de beloftes aan de lezer moeten doorgang vinden en worden ingelost. Nu ik over dit punt heen ben, gaat het schrijven ineens weer een heel stuk gemakkelijker.

Nog vijf hoofdstukken, misschien zes, dan is mijn verhaal geschreven. Ik heb er vertrouwen in dat alles goed komt. Langzaam begint zich alweer een plan te vormen voor deel 2. Ik heb zelfs met Shutterstock afbeeldingen de voorstellen voor de kaften al gemaakt. Een nieuw project voor CampNaNoWriMo van juli 2020 zit in het verschiet.

Een professionele schrijver is een amateur die niet is gestopt.

Nee, er nu mee stoppen? Dat ben ik niet van plan. Ik moet de passie vasthouden en verder gaan met dit verhaal.

Groeten van Johanna Lime