Bij lange na geen winnaar van NaNoWriMo 2020

28 november 2020

Schrijven ging niet, de redactie wel

Op deze datum had ik voor NaNoWriMo van november 2020 al winnaar kunnen zijn, maar het is me dit jaar niet gelukt. Ik heb slechts 10.682 woorden gehaald en voor de rest van de maand november geef ik er de brui aan. Vanaf 1 december ga ik zelf wel een dagelijkse wordcount proberen te halen, dan maar zonder website waar je alles bij kunt houden. Gewoon, in mijn schrijfroutinetacker in Excel.

Vanwege het overlijden van mijn vader had ik deze maand wel iets anders aan mijn hoofd dan de NaNoWriMo wedstrijd. Na de begrafenis moest ik samen met mijn broer, schoonzus en neef mijn vaders flat leegmaken. Gisteren kon ik de sleutel van de huurwoning overdragen aan de verhuurder en daarmee kwam er definitief een einde aan alle bezoekjes aan de flat waar mijn vader de laatste dertien jaren heeft gewoond. Na alle mantelzorg voor mijn ouders is het toch wel een vreemd idee dat ik daar nu niets meer te zoeken heb. Er is een tijdperk afgesloten. Ik ben helemaal vrij en los van de verplichtingen die ik als dochter had. Alle administratieve zaken moeten nog wel verder worden afgehandeld en dat kan best nog even duren, maar daarna zal ik toch echt moeten gaan bepalen hoe ik verder wil. Het besef dat ik helemaal alleen ben, zonder ouders en zonder Dinie, daalt wat dieper in. Gelukkig is mijn broer weer terug en ik verheug me op nieuwe logeerpartijen.

Redactie van Interplanetair deel 1 Ruimtestad.

Op 13 november schreef ik dat het redactiewerk voor mijn volgende boek wel door is gegaan. En het lijkt er veel op dat mijn redactrice, Natascha van Limpt, in de afgelopen week nog wat sneller doorgewerkt heeft met soms wel meer dan drie hoofdstukken per dag. We zijn nu bezig met de eindredactie, met redactieronde 2. Gisteren was hoofdstuk 20 van de 25 aan de beurt, dus dat is alweer 80%, net als vorige week, maar nu dan wel van de tweede redactieronde.

Ook bij de eindredactie is het soms weer slikken als ik zie wat er allemaal nog beter kan, maar als ik dat dan heb aangepast en het verhaal teruglees, merk ik dat het zoveel spannender geworden is, veel leuker voor de lezer, veel beter voor het boek. Het blijft een heel vreemd fenomeen dat je als schrijver gewoon blind bent voor die zaken die een redactrice eruit kan filteren. Petje af voor Natascha!

Nog een week doorwerken, vermoed ik. Dan kan het verhaal al naar de woordredactie.

Terwijl ik aan de redactie bezig was, realiseerde ik me dat ik nog helemaal niemand heb gevraagd voor een blogtour. Daar mag ik dus weleens over na gaan denken. Dus als je zelf een blogger bent en je hebt er zin in om mijn nieuwste boek straks te recenseren, mag je gerust contact opnemen. (via een chat op mijn Facebookpagina bijvoorbeeld).

Ik bedacht ook dat ik weleens voor een mooie foto op de kaft kon gaan zorgen. Dus ik heb de stoute schoenen aangetrokken en iemand benaderd voor een fotoshoot. Deze keer zal ik er alleen op staan en de selfies die ik heb gemaakt zijn echt niet mooi genoeg.

Wat ik hoop, is dat de uitgeverij mijn voorstel voor de cover volgt, want die stad wordt in het boek beschreven en als ze voor een ander plaatje gaan, past mijn tekst er niet meer bij. Ik maak me daar best zorgen over. Verder heb ik het concept voor de flaptekst al doorgelezen en daar moet ook nog wel wat aan veranderen. Best nog veel te doen dus voordat het boek uit kan komen.

Bovendien vraag ik me af of ik nog een kaart zal tekenen als promotiemateriaal. Wat zal ik weer bestellen aan boekenleggers en dergelijke, als het boek uitkomt? Het gaat toch eigenlijk best snel. Voor mijn gevoel zijn Schamel verbond en De twaalfde Saturnusmaan er nog maar pas. Maar dat komt ook wel door dit vreemde jaar zonder beurzen, vanwege covid-19.

Afijn, ik heb nog even. Wel ben ik van plan om weer een december winactie te gaan doen op mijn boekenwebsite. Ik doe trouwens ook al mee aan de December Feestmaand van de Zilverboekenclub, daar is elke dag van december 2020 een boek van Zilverspoor/Zilverbron te winnen. Dus als je dat nog niet wist, kijk dan eens op die pagina op Facebook.

Terug naar het plotten en dan weer schrijven aan deel 2

Zodra de redactierondes klaar zijn moet ik terug naar de tekentafel. Er zijn wijzigingen in het verhaal waardoor de aansluiting naar boek 2 net wat anders moet. Bovendien kreeg ik vannacht een idee over de Interplanetaire samenwerking die anders gaat verlopen. Daardoor moet ik het plot van deel 2 aan gaan passen. Daarna heb ik dan een ander plan voor deel 3. En zo blijft alles wat er rondom het verhaal gebeurt steeds maar in beweging. De actie van de redactie roept een reactie voor het schrijven in de wereld. Niets staat stil, overal is energie.

Ik heb besloten om dus toch aan een versie 2 te beginnen die weer heel anders uit zal pakken dan versie 1, na wat ik uit de redactierondes heb geleerd. Ik ben van plan om in december 2020 te beginnen met schrijven aan Geestenpoort en kan in 2021 verder werken. Ik wil van deel 2 ook minstens vier versies te schrijven voordat ik het opstuur naar de uitgeverij. Behalve dat ik de nieuwe trilogie af wil krijgen ben ik zeker van plan om ook meer met tekenen te gaan doen. Gelukkig ben ik iemand die zichzelf wel bezig houdt en die weinig externe prikkels nodig heeft. Hopelijk heb ik nog even om al mijn plannen waar te maken.

Dit is mijn nieuwe schrijfproject nadat de redactie van deel 1 klaar zal zijn.

Groeten van Johanna Lime

 

Door familieomstandigheden minder kunnen schrijven

13 november 2020

Planning niet gehaald

Op deze datum zou ik voor NaNoWriMo van november 2020 al minstens 21.671 woorden geschreven moeten hebben. Ik heb er echter nog maar 6.486. De afgelopen tien dagen is er helemaal niets meer bijgekomen. Ik heb de NaNoWriMo voor 2020 eigenlijk al opgegeven, want die 50.000 woorden voor mijn volgende manuscript kan ik vast niet meer halen. Er is nog zoveel te doen, ik heb nauwelijks tijd over om te schrijven aan mijn nieuwe verhaal. Bovendien wil ik het beetje tijd dat ik overhoud gebruiken voor de redactie van deel 1 van Interplanetair, dat over een paar maanden uitgebracht wordt bij Zilverbron. Dus weinig kans van slagen voor de NaNoWriMo van dit jaar.

Wat is er gebeurd?

Precies op 1 november werden mijn broer en ik gewaarschuwd dat het erg slecht ging met mijn vader. Hij mankeerde al van alles en de mantelzorg werd steeds zwaarder, maar de afgelopen tijd kwamen er wel heel veel ernstige klachten bij. Mijn vader was 94, hij was bijna doof, bijna blind, liep met een rollator, viel soms plotseling om en had de laatste tijd ernstige bloedarmoede en veel te weinig zuurstof in zijn bloed. We hadden pas nog een CIZ indicatie aangevraagd en hij zou eigenlijk nodig naar een verpleeghuis moeten, voor intensieve zorg. Dat kon niet vanwege de lange wachtlijsten die daar waren. Ik vond zoiets ook nogal een risico in deze coronatijd, want ik hoorde dat patiënten uit ziekenhuizen naar verpleeghuizen werden overgeplaatst. Wat als hij er ook nog eens corona bij kreeg?

Gelukkig bleek hij dat niet te hebben en was de thuiszorg zo geweldig goed geregeld dat de verzorgenden die al jaren bij hem thuis kwamen hem ook heel intensief thuis konden verplegen. Mijn broer en ik zijn ontzettend dankbaar voor al hun hulp.

Ik had op 31 oktober al een stukje geschreven dat ik op 1 november voor NaNoWriMo heb gebruikt en op 1 november, voordat we opgeroepen werden, had ik ook nog flink doorgeschreven zodat ik die score op 2 november plaatsen kon. Maar tijdens het waken bij mijn vader lukte het niet meer zo vlot. Ik schreef in zijn huis nog wel iets met pen en papier, maar kwam lang niet aan de 1667 woorden per dag. Mijn hoofd stond er niet naar en ik had natuurlijk wel wat anders te doen dan schrijven voor een wedstrijd.

Op donderdag 5 november is mijn vader rustig ingeslapen. Mijn broer en ik waren blij dat wij hem in zijn laatste dagen nog hebben kunnen spreken, dat we hem konden helpen en dat hij niet alleen was.

De begrafenis vond op 10 november plaats en nu zijn mijn broer en ik bezig met alle rompslomp die bij een overlijden van een ouder hoort. Ik ben blij dat ik er deze keer niet alleen voor sta. Mijn broer woont gelukkig weer in Nederland, hij is een grote steun. We kunnen het samen doen.

Wat kan ik nog wel doen in november en wat doe ik erna?

We moeten even flink aanpakken voordat alles rustiger zal worden. Voor mij is het een heel dubbel gevoel om mijn vader kwijt te raken. Aan de ene kant ben ik blij dat er na 18 jaar mantelzorg voor Dinie’s moeder, voor mijn eigen moeder en voor mijn vader een einde is gekomen. Ik ben zoveel geliefde familieleden verloren de afgelopen jaren, dat ik bijna ben vergeten hoe het is om te leven zonder gedachten aan de dood. Ik ben bijna vergeten hoe het is om geen zorgen te hebben om familieleden die ik helpen moet. Vanmorgen hoefde ik niet vroeg uit bed om naar mijn vaders huis te gaan om allerlei klusjes voor hem te doen. Aan de andere kant realiseer ik me nu ook dat ik nu geen ouders meer heb en dat ik tot de volgende groep begin te horen die aan de beurt is om naar het hiernamaals te vertrekken, hoewel ik toch heel goed weet dat een hoge leeftijd hoegenaamd niets zegt over wie er aan de beurt zal zijn.

Ik krijg nu wel meer vrijheid om mijn eigen gang te gaan, zonder dat ik bang hoef te zijn om plotseling weggeroepen te worden, als enige contactpersoon van een ouder.

Ik moet opnieuw bepalen wat ik met de rest van mijn leven wil doen. Zal ik wel op de plek blijf zitten waar ik nu ben, of ga ik ergens anders heen? Waar vind ik weer verbinding? Ik moet ook opnieuw overdenken wat ik met schrijven en tekenen wil gaan doen en hoe ik mijn tijd daarvoor in ga plannen. Voorlopig heb ik een contract bij Zilverbron voor de nieuwe trilogie Interplanetair, maar andere verhalen spoken ook al lang weer door mijn hoofd. En nu ik schrijver ben, wil ik wel doorgaan met dat werk. Misschien wordt het net iets anders in de toekomst, misschien ga ik het nog eens combineren met tekenen, wat ik al jaren wil.

Het redactiewerk gaat door

Wat het schrijven betreft, ben ik erg blij dat Natascha in deze benarde tijd gewoon is doorgegaan met de redactie van mijn volgende boek. Telkens stuurt ze een of twee hoofdstukken naar mij op. We zijn vandaag al aangekomen bij hoofdstuk 20 van de 25, dus we hebben al 80% van de eerste redactieronde gedaan.

Dat redactiewerk was trouwens wel even flink slikken, want bij dit nieuwe manuscript, voor het eerste deel van een hele nieuwe trilogie, blijkt dat ik heel wat dingen heb opgeschreven die niet bepaald handig waren. Soms zag ik bij het openen van het bestand alleen maar geschrapte stukken tekst, rode of blauwe vlakken op de pagina’s. Ik moest mezelf wel even moed inspreken om die aan te pakken of gewoon te schrappen. Gelukkig bleek dat het vooral informatie was die later in het verhaal organisch terugkwam. Het was gewoon mijn ‘lerares’ die bang was dat de lezer te weinig informatie kreeg als er een heel nieuw verhaal begon. Wat ben ik blij met mijn redactrice die er open in gaat en zulke dingen eruit kan filteren.

En nu we al een poosje bezig zijn, zie ik het verhaal opknappen. Het wordt weer een boek om trots op te zijn. In de tweede redactieronde ga ik wel even goed kijken of er echt geen foreshadowing teveel geschrapt is, maar ik heb het gevoel dat het wel mee zal vallen.

En dan ben ik dus eigenlijk ook wel blij dat ik met deel 2 van Interplanetair nog maar tot en met hoofdstuk 7 van versie 1 gekomen ben, want ik leer hier ook weer veel van. Deel 2 bevat ook informatie die geschrapt kan worden. Toch ga ik eerst verder om het hele verhaal op te schrijven, straks in december en januari, als ik er weer tijd voor krijg. Met wat ik nu leer uit de redactie van deel 1, ga ik daarna nog een paar versies schrijven. Gelukkig heb ik nog wel even tijd voordat het in 2021 opgestuurd moet worden naar de uitgever. Er komen nog CampNaNoWriMo’s aan voor die tijd. Het komt wel goed. Ik ga me bezinnen op mijn toekomst. Het wordt beter, daar geloof ik in, want het blijkt in deze tijd vooral ook dat de meeste mensen deugen. Je zou het niet zeggen als je het nieuws steeds volgt, maar het nieuws werkt net als boeken, de conflicten krijgen de aandacht. Zonder conflict is het niet spannend. Als je die spanning niet wilt ervaren, zoek dan het midden op en blijf dicht bij jezelf. Ik word rustig als ik teken en schrijf. In het midden van de storm is het windstil, daar kun je jezelf zijn.

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 20 – Johanna Lime over schrijven

29 oktober 2020

Het twintigste en tevens laatste blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over het fantastische genre.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Het fantastische genre

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, is het nodig dat je weet welke onderverdeling in subgenres er vaak wordt gemaakt voor deze verhalen. Ik ga ze niet allemaal behandelen, maar neem er een paar voor dit blog onder de loep.

Fantasy

Fantasy wordt vaak onderverdeeld in high fantasy en low fantasy. Wat is het verschil?

High fantasy, dat ook wel epische fantasy wordt genoemd, is veruit de meest bekende vorm van fantasy. Het klassieke voorbeeld voor high fantasy is Lord of the Rings van J. R. R. Tolkien. Hij bedacht een eigen wereld, met eigen regels, talen, landen, mensen, elven, hobbits en trollen. Daarnaast stond zijn wereld bol van de magie.

Frodo gaat op reis door deze bedachte andere wereld, met als doel het kwaad af te wenden, zodat de wereld weer zo goed kan worden als in de tijd voordat het kwaad er kwam.

De strijd tussen goed en kwaad is één van de van de meest belangrijke kenmerken van epische fantasy. Deze verhalen bevatten meestal dezelfde ingrediënten: een held, een wijze man of raadgever en een duistere macht. Onze werkelijkheid wordt vervangen door een verbeeldingswereld (Midden Aarde van Tolkien), of je komt de verhaalwereld binnen door een poort (zoals in de verhalen over Narnia), of de verhaalwereld is een wereld binnen onze wereld (zoals bij Harry Potter).

High fantasy is dus een mix van een aantal belangrijke ingrediënten waarmee schrijvers eindeloos kunnen variëren. Daarom zijn er zoveel uiteenlopende verhalen in dit genre.

Low fantasy is het tegenovergestelde van high fantasy. Waar het in high fantasy om complexe, ingewikkelde en niet bestaande werelden draait, doet het dat bij low fantasy juist niet. Low fantasy speelt zich af in onze bekende wereld. Het kan magisch realistisch zijn of overlappingen hebben met urban fantasy. Vaak speelt het verhaal zich af in een ons bekende stad. Het zien van geesten of het achterna gezeten worden door monsters kan in deze verhalen verwerkt zijn. Maar ook hier zijn er weer uiteenlopende verhaalmogelijkheden.

Fantasy heeft vele subgenres die allemaal net iets anders toevoegen aan de diversiteit van dit genre. Magie speelt bij fantasy vaak een grote rol.

Science fiction

Science fiction is iets wat er eigenlijk (nog) niet is. Het gaat over dingen die in de toekomst wellicht tot de mogelijkheden kan behoren. Net als bij fantasy heb je voor science fiction de zogenaamde ‘willing suspension of disbelieve’ nodig. De lezer moet bereid zijn om alles wat hij of zij weet en alles wat wel of niet kan even aan de kant te zetten. Hij of zij moet geloven dat wat er in het verhaal gebeurt mogelijk is in dit verhaal.

Het grote verschil tussen science fiction en fantasy is dat de realiteit in science fiction vaak wetenschappelijk onderbouwd is. Er worden mogelijkheden gegeven voor een alternatieve manier van leven. Dat heb je bijvoorbeeld in boeken waarin tijdreizen plaatsvinden.

Net als fantasy is de term science fiction niet rechtlijnig. Je kunt het opdelen in verschillende subgenres waaronder bijvoorbeeld ‘harde science fiction’, ‘sociale science fiction’, ‘apocalyptische science fiction’ en zo meer. Science fiction speelt zich af in de toekomst, in de ruimte, op een andere planeet, er komen aliens in voor, er wordt technologie gebruikt die bekende wetten van de natuur overschrijft, er worden nieuwe technologieën toegepast zoals sneller reizen dan het licht en robots.

Je kunt dus stellen dat science fiction veel technischer is dan fantasy. Hoewel je er niet minder fantasie voor nodig hebt om het te lezen.

Science fantasy is een subgenre van zowel fantasy als science fiction. Naast vele typische sciencefictionaspecten bevatten deze verhalen veelal fantasyachtige magie (zoals speciale aangeboren krachten) en zijn bepaalde aspecten van de fictieve wereld meer verbonden met fantasy dan met sciencefiction.

Horror is het genre van de enge verhalen die inspelen op angsten. In dit soort verhalen wordt het paranormale en de angst voor het onbekende veel gebruikt. De dood, het hiernamaals en de hel. Duivels en demonen komen in veel horrorverhalen voor, soms in de gedaanten van heksen, vampiers, weerwolven en geesten.

Dit genre stamt uit de achttiende eeuw en de gotische horrortraditie ging in de negentiende eeuw verder. Klassiekers als Dracula en het monster van Frankenstein vallen oorspronkelijk onder horror. Tegenwoordig worden veelal de boeken van Stephen King hiermee in verband gebracht. Bij sommige lezers is er een behoefte naar enge verhalen. Voor hen is niets zo leuk als een verhaal wat je uit moet lezen omdat je anders niet kunt slapen.

Ook in deze behoefte voorziet de fantastiek.

 

Vandaag tot zover. Dit was mijn laatste blog van Limeschrift over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 19 – Johanna Lime over schrijven

22 oktober 2020

Het negentiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over wereldbouw, wat, waar wanneer, hoe, en de wereld van het boek.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Wereldbouw

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, kom je er niet onderuit om een verbeeldingswereld te bouwen, een goed uitgedachte setting waarin de verhalen zich afspelen. ‘Hé, dat schreef je de vorige keer ook al!’

‘Sorry, ik ben een beetje gefixeerd op wereldbouw. Daar hangt ook wel veel van af, want een lezer zal gedurende het hele verhaal bereid moeten zijn om mee te reizen door jouw verzonnen wereld. Die moet geloofwaardig overkomen.’

Wat, waar, wanneer en hoe (van de wereldbouw).

In Limeschrift 1 schreef ik over de vijf W’s het volgende:

De vijf W’s

Wie, wat, waar, wanneer, waarom. Deze vijf woorden vormen samen de zogenaamde topische vragen. Deze vragen zijn in de Griekse oudheid geformuleerd om inzicht te krijgen in bestaande teksten.

Als schrijver kun je deze vragen heel goed gebruiken voordat je start met schrijven. De antwoorden op deze vragen vormen de pijlers van je verhaal.

Wat, waar, wanneer en hoe zijn bovendien belangrijke vragen om te stellen wanneer je een wereldbouw bedenkt.

Wat gebeurt er precies in je verhaal en wat hebben de personages daarvoor nodig?

Schrijf je over iemand die op een schip over de zee reist? Of over een ruimteschip dat met zijn bemanning door het heelal trekt? Dan heb je heel andere informatie nodig dan wanneer je over een groep reizigers schrijft die door landstreken met bijvoorbeeld dichte bossen trekt.

Is het een fantasyverhaal met magie of schrijf je over robots?

Waar speelt het verhaal zich af?

Dit maakt een groot verschil bij wat er kan gebeuren. Heb je bijvoorbeeld een uitgebreide wereld met verschillende landschappen nodig, omdat er veel gereisd wordt? Dan zul je steden, dorpen, rivieren, bergen, bossen en allerlei andere elementen nodig hebben voor je verhaal. Hoe wordt er gereisd, met welk vervoermiddel? Wat zijn de regels die daarbij gelden? Welke afstand kun je afleggen op een dag? Hoe verloopt de tijd in jouw wereld? Welke regels bestaan er in de landen waar je door komt? Hoe is de bevolking samengesteld? Welke fantasyfiguren gebruik je? Wie hebben de macht in handen en hoe leven degenen die van de machthebbers afhankelijk zijn? Welke conflicten zijn er? Hoe is de positie van de hoofdpersoon daarin? Al dat soort vragen zijn belangrijk voor je verhaal.

Je kunt jouw wereld misschien het beste schetsmatig uittekenen of een kaart maken voor je boek, dan heb je daar steun aan tijdens het schrijven.

Als een verhaal zich voornamelijk afspeelt in een gebouw of in een paar straten van een stad, dan is een kaart misschien niet nodig. Maar maak je gebruik van portalen naar andere werelden, dan wil je misschien weten waar die staan en wat erachter ligt. Het kan ook bij kleine ruimtes handig zijn om schetsen te maken. Dus: Wat gebeurt er precies en waar, en wat heb je daarvoor nodig? Hoe zie je het voor je?

Wanneer speelt het verhaal zich af?

Schrijf je over een historische periode, dan zul je over die bepaalde tijd uit de geschiedenis informatie willen zoeken. Je kunt bijvoorbeeld naar een museum gaan, een boek over de betreffende periode lezen of andere informatiebronnen raadplegen. Je wilt het verhaal geloofwaardig over laten komen. Als het zich op een bestaande plaats afspeelt, kun je het beste ter plekke de omgeving onderzoeken, anders bestaat de kans dat je over iets schrijft dat niet meer klopt. Zelfs bij fantasy moeten de details kloppen, als je iets gebruikt dat uit de echte wereld komt. Je wilt je lezer niet verliezen, omdat hij op die plek bekend is en merkt dat het niet overeen komt met hoe het er werkelijk uitziet (of hoe het er vroeger was).

Als je over de toekomst schrijft, zul je die ook vorm moeten geven. Consequent zijn is belangrijk.

Hoe gebruik je wereldbouw?

De wereldbouw is belangrijk voor de setting van je verhaal. Je kunt het zo uitgebreid maken als je wilt. Er zijn heel uitgebreide vragenlijsten voor. Maar op een gegeven moment is het toch wel handig om te gaan schrijven. Als je alles over je wereld tot in de puntjes uit wil werken, kom je misschien niet meer aan schrijven toe. Dat zou zonde zijn. Bedenk je bij elke scène wie het personage is, wat er gebeurt, waar het precies gebeurt, wanneer iets plaatsvindt en waarom het uitmaakt voor je hoofdpersoon. Dan moet het lukken om een goed verhaal te maken.

De wereld van je boek is belangrijk in het genre fantasy, sciencefiction en horror. Kijk maar naar de voorbeelden die er zijn, zoek verschillende bestaande kaarten op van bijvoorbeeld Lord of the Rings, Narnia, Harry Potter, en dergelijke werelden. Zelfs bij Dune en Star Wars heb je een visuele voorstelling van de wereld, door de verschillende planeten die er zijn. Je kunt daar je inspiratie vandaan halen, net als van kaarten uit boeken die al uitgegeven zijn.

Aan de zijkant van mijn blogpagina heb ik vier kaarten van mijn werelden geplaatst, wil je die groter zien? Kijk danLime hier en klik erop om ze op volledig scherm te zien.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 18 – Johanna Lime over schrijven

15 oktober 2020

Het achttiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over wereldbouw, sfeerbeelden, stemmingen en emoties.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Wereldbouw

Wanneer je fantasy- en sciencefictionromans schrijft, kom je er niet onderuit om een verbeeldingswereld te bouwen, een goed uitgedachte setting waarin de verhalen zich afspelen. Bij een fantasywereld hoort traditioneel al gauw een middeleeuwse setting. Bij sciencefiction gaat het eerder om technieken van de toekomst.

Ik ben misschien wel een rebel, omdat ik voor mijn verbeeldingswereld van beide gebruik gemaakt heb. Sommige critici hoor ik al ‘foei, foei!’ roepen, maar ik heb het toch gedaan. Ik vond die middeleeuwse settings waarover ik vroeger las namelijk tamelijk deprimerend voor de ontwikkeling van verhalen die de moderne man of vrouw uit onze tijd zou lezen. Tegenwoordig merk ik dat steeds meer schrijvers in staat zijn om er dan toch een hedendaags verhaal van te maken en bijvoorbeeld een vrouw als hoofdpersoon te nemen. In moderne boeken valt het met de ontwikkeling van de personages nog wel mee.

Maar zoals gezegd, ik heb een combinatie gemaakt. Ik zocht een ruimer perspectief. Mede daarom heb ik voor de wereld van Eibor Risoklany twee grote koninkrijken verzonnen die elk bestaan uit vijf planeten. Het ene koninkrijk. Laskoro, is in de Plejaden gelegen, in het sterrenbeeld Taurus. Het andere, Berinyi, zit in de Rosettenevel van Monoceros. Daar kwam natuurlijk ook mijn interesse in sterrenbeelden bij om de hoek kijken. Ik heb ervoor gekozen om fantasy-elementen zoals magie te combineren met technieken van de ruimtevaart. De families die in deze koninkrijken wonen, komen oorspronkelijk van de Aarde. Daarom hebben de goden, de Avatars van de godenplaneet Eibor Risoklany, de draken de opdracht gegeven om werelden te scheppen die nog wel veel op onze Aarde lijken. Mijn boeken komen dus vaak bekend over bij lezers, want het referentiekader hebben ze alvast. Toch zijn er best ook veel verschillen met onze Aarde.

Om de oorspronkelijke aardbewoners, die crashten op Eibor Risoklany, te laten overleven, moesten de goden hen genetisch manipuleren. Dat is een thema wat in mijn boeken nogal eens naar voren komt. Bepaalde HSP families kregen een magie-gen. Er ontstonden zeven magische dynastieën. Alleen hadden de mensen iets negatiefs meegebracht van de Aarde, namelijk hun machtshonger. De godenplaneet werd opgeblazen door magie. Wat er daarna is gebeurd, is te lezen als kortverhaal in het e-book ‘De wording van Chyndyro’.

Daarvandaan is de wereld verder uitgebreid. Door alle machtshonger waaruit oorlogen ontstonden, kwam de vloek. De magie werd lange tijd vergeten, mensen hadden wel iets ander te doen, ze moesten zien te overleven. Er ontstond een disharmonie in de bevolking, de ontwikkelingen verliepen anders dan in een wereld met alleen magie. Technieken werden uitgevonden en zo ontstonden koninkrijken met magie en ruimtevaart. In iedere koninkrijk is er een ander politiek systeem. Het vervoer over de planeten gaat overal net weer wat anders, maar wel met gebruikmaking van de energie uit ritovysche kristallen. Afijn, je kunt het allemaal lezen in mijn boeken.

Als een van de moderatoren van de Facebookgroep ‘Zilverboekenclub’, ben ik degene die achter de vragen over wereldbouw zit die elke maand beantwoord worden door schrijvers van Zilverspoor en Zilverbron. Ik stelde ze de volgende vragen, die uit een uitgebreide vragenlijst over wereldbouw gekomen zijn. Uit deze vragen mochten ze er een paar kiezen om te beantwoorden voor hun boeken:

  1. Bestaat je wereld uit een planetenstelsel, een aantal landen, een bepaald land, een streek, een stad of nog iets anders? Hoe ziet het er daar uit? Kun je iets vertellen over landschappen / gebieden die anders zijn dan bij ons / hoe speciale gebouwen eruit zien?
  2. Als er magie is. Hoe wordt de wereld dan beïnvloed door de aanwezigheid van magie?
  3. Zijn er ook niet-menselijke rassen, verzonnen dieren (draken, eenhoorns) en hoe hebben die de wereld beïnvloed? Zijn er speciale gebieden waar zij voorkomen?
  4. Zijn er speciale planten of kruiden in jouw wereld en hoe heten die? Zijn er speciale voorwerpen? Wat is hun functie in het verhaal? Wat doen ze?
  5. Hoe is het bestuur van de wereld geregeld? Is er een koningshuis, hoe zit de regering in elkaar, wie hebben de macht in handen? Is er een hiërarchie en wie komen er dan slecht vanaf?
  6. In welke tijd leven de wezens in deze wereld ongeveer? Passen ze in een verleden, een heden of een toekomst wanneer je het met onze wereld vergelijkt? Of is er eigenlijk moeilijk een vergelijking te maken?
  7. Wat zijn de snelste manieren om te reizen? Zijn er goede wegen? Wat wordt er gebruikt voor het transport?
  8. Wat wordt er normaal gegeten in jouw wereld? Zijn er ook feestelijke gerechten of speciale lekkernijen? Zijn er gerechten die betoverd kunnen zijn? Heb je misschien een recept voor een gerecht?
  9. Wat is de staat van de verschillende kunstuitingen (dans, muziek, theater, enz.) in deze samenleving? Worden artiesten vereerd of gewantrouwd?
  10. Welke gebeurtenissen gebruiken mensen voor de jaartelling? Hoe weten de mensen hoe laat het is? Zijn er klokken, horloges, zonnewijzers, enz. of moeten de mensen naar de klokken luisteren van het kasteel, de kerk, of kijken ze naar de stand van de zon?
  11. Wat voor kleding dragen de mensen? Hoe duur is kleding? Kunnen de materialen ter plaatse geproduceerd worden of moet alles of een deel ervan geïmporteerd worden? Zijn er beperkende wetten die bepalen wie welke kleding mag dragen? Wat zijn de straffen? Wie bepaalt wanneer het nodig is om de wetten te veranderen? Hoe vaak worden ze aangepast?
  12. Hoe groot is de rol van de verschillende religies en filosofieën in het openbare leven en in het privé leven? Worden filosofen en theologen beschouwd als academici of staan ze te debatteren op de markt zoals bij Socrates? Hoeveel invloed hebben hun theorieën op de manier waarop mensen zich werkelijk gedragen?
  13. Zijn er verschillende talen voor de verschillende rassen (dwergen, elven, enz.) of is de taal meer gebaseerd op geografische invloeden dan op ras of soort? Is ere en special taal die je moet leren om met draken te kunnen praten of met andere magische dieren?
  14. Heb je een kaart van je wereld gemaakt en mogen we die plaatsen?
  15. Bij welk boek of bij welke boeken hoort deze wereld?

In het menu ‘Trilogie De vergeten vloek’ op mijn website  https://boekenvanjohannalime.com staan een paar blogs waar ik zelf op deze vragen inga voor mijn boeken.

Sfeerbeelden

Voor de setting van een verhaal kun je behalve voor een uitgebreide wereldbouw ook gebruik maken van sfeerbeelden. Op Berinyi overheersen de kleuren rood en paars bijvoorbeeld vanwege de rode ster Bara. Op Laskoro is het licht van de ster Atlas juist nogal scherp en wit. De kleuren in de natuur lijken daar meer op die van de Aarde, wanneer de zon fel schijnt.

Op Laskoro komen velden met zonnebloemen voor die ze op Berinyi niet hebben. Er zijn ook sinaasappels, die later van Chyndyro naar Berinyi worden meegenomen. Eerder kenden de Berinezen deze vruchten nog niet. Op Berinyi heb je grote olifanten die de Laskorianen niet kennen.

Op Laskoro zijn er hogesnelheidswegen waar auto’s door de weg voortgetrokken worden. Groepjes auto’s zitten vast met energielinten en gaan zo snel dat ze in een dag de halve planeet over kunnen komen. Op Berinyi heb je een trein die op een monorail over ritovysche energie zweeft en ook heel hoge snelheden maakt. Maar wil je naar de Vuurberg, dan zul je te paard de berg op moeten klimmen.

Op Laskoro heb je enorme bruggen, zoals de Grote Driesprongbrug, terwijl je op Berinyi veerponten hebt die over de zeeën tussen de districten de passagiers overzetten die uit de trein gekomen zijn. Met deze elementen worden de sfeerbeelden van mijn verbeeldingswereld bijvoorbeeld gevormd.

Stemmingen

Bij stemmingen kun je denken aan een griezelige sfeer. Wanneer in mijn boek ‘Schimmenschuw’ de hoofdpersoon Kamilia in een donkere grot zit opgesloten bij de schim van de rode draak die vroeger hele legers met zijn adem heeft verbrand, is dat best een griezelige situatie.

Het wordt juist vrolijk als opa Nikos, de vuurmagiër, een grapje vertelt over een ijsbloem die van een bergrichel wordt gehaald en dan gesmolten is bij terugkomst in het dal.

Spannend is het juist weer als Kamilia, vanwege een tijdslot op de deur van de toren, binnen tien minuten weg moet zijn bij de geest van de blauwe draak. In die tijd moet het haar lukken om een artefact mee te nemen, omdat ze anders niet naar huis kan.

Je kunt dus een grote wereldbouw hebben, maar de details van de wereld en de stemmingen van de personages zijn voor je verhaal net zo belangrijk.

Emoties

Door emoties mee te nemen in je verhalen, maak je het voor de lezer mogelijk om zich in te leven in de personages. Daarom is ‘show don’t tell’ zo belangrijk voor verhalen. Vooral tegenwoordig waar we zoveel films kunnen kijken en alles voor ons zien zoals de regisseur dat heeft gemaakt. Alleen bij boeken maak je er eigen beelden bij, die zijn dus authentieker, eigener dan bij een film en meestal zijn boeken ook veel uitgebreider.

Bij ‘Lord of the rings’ kijk ik liever naar de films. Dat heeft te maken met dat er sinds Tolkien dit schreef best veel veranderd is aan de schrijfstijl van boeken. Ik heb vaak geprobeerd om de ‘Lord of the rings’ boeken te lezen, maar kom er moeilijk doorheen. Dat komt denk ik door het vele ‘tell’ en de bladzijden vol met informatie. Toch las ik als tiener ook wel boeken met veel ‘tell’. Maar nu geef ik toch de voorkeur aan ‘show don’t tell’ en emotionele gebondenheid met personages. Niet dat ik mezelf zo’n ster acht om dit ook even gemakkelijk te kunnen schrijven, want daar moet ik als schrijver nog wel meer in groeien, denk ik zo. Ik val regelmatig weer in de valkuilen die elke schrijver tegenkomt, merkte ik pas nog toen de redactie van mijn nieuwe boek begon. Maar ik doe mijn best om het beter te krijgen.

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 17 – Johanna Lime over schrijven

01 oktober 2020

Het zeventiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over thema’s, genre, fantasy-elementen.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

(Gebruikte bron: ‘Hoe schrijf je fantasy en sciencefiction?’ van Martijn Lindeboom en Debbie van der Zande – Atlas Contact)

Thema’s

Deze keer ga ik in op het genre van de fantastiek en op thema’s en fantastische elementen.

Citaat: Het thema geeft aan waarover het verhaal gaat. Een thema geeft richting aan de plot, het conflict en de interactie tussen personages en de wereld.

Voor Schimmenschuw is ‘anders zijn’ een thema. Kamilia kan geesten zien en horen, ze heeft een speciaal talent dat anderen niet hebben. Daarom wordt ze op school gepest. Het is bovendien een ‘coming-of-age’ verhaal, want door de tijdreis die ze maakt leert ze zichzelf ontdekken. Ze groeit op naar volwassenheid. Bij iedere opdracht die ze krijgt, komt ze een stapje verder. Een ander thema is dat ‘doden niet echt dood zijn, maar als geesten verder leven.’

In trilogie De vergeten vloek is het onderliggende thema ‘de vloek van de Avatars’. Deze goden hebben de vloek uitgesproken over de Magii, die hun magische gaven van Hen hebben gekregen. De Magii misbruikten die gave om alleenheerser van Chyndyro te willen zijn. Iets dat al duidelijk wordt in ons debuut: Schimmenschuw. Daar zijn bepaalde families op oorlog uit. De Avatars hebben daarom de dynamiekmagiërs en de elementenmagiërs uit elkaar gehaald. Ze zijn (in het verleden, een paar jaar na de tijdreis van Kamilia) verbannen naar twee verschillende koninkrijken in de ruimte. Koninkrijken van elk vijf planeten: Laskoro en Berinyi. Bovendien hebben de goden ervoor gezorgd dat het heel moeilijk wordt voor de magiërs om weer alleenheerser te kunnen worden. Daarvoor is de leiding van hun dynastie overgegaan op het andere geslacht. Waar er op Chyndyro, in het verhaal van Schimmenschuw, patriarchen de macht hadden, is dit op hun dochters overgegaan. Waar eerder de matriarchen de macht hadden, kregen hun zonen die nu. Er is een disharmonie in de bevolkingen van Laskoro en Berinyi, het aantal mannen en vrouwen loopt sterk uit elkaar bij dit specifieke mensenras. Bovendien zijn de koninkrijken in veel opzichten elkaars spiegelbeeld. Het kan alleen nog maar goed komen als Laskoro en Berinyi echt goed gaan samenwerken. Samenwerking is wat de Avatars vanaf het begin al wilden, maar om allerlei redenen is het mis gelopen. Niet alleen bij de mensen trouwens, ook bij de goden en bij de draken die de werelden geschapen hebben.

Je kunt dus in mijn boeken ontdekken dat ‘samenwerking’ een belangrijk thema is. Bij ‘leiding geven’ komt bovendien een grote ‘verantwoordelijkheid’ om de hoek kijken. En het thema ‘jaloezie’ speelt ook een belangrijke rol in de figuur van de antagonist die toch weer voor een oorlog zorgt. Daarnaast is ‘ethiek’ belangrijk bij het gebruik van ‘magie’, maar ook bij bijvoorbeeld bij de ‘genetische manipulatie.’

Ik word me er steeds beter bewust van dat ik een nogal ingewikkelde wereld heb verzonnen met veel belangrijke thema’s, symboliek, magie en techniek. Voor lezers die uit zijn op een lekker relaxt verhaal is het daardoor misschien een (te) grote uitdaging geworden. Toch zou ik het niet anders willen. Dit is het verhaal waarmee Dinie en ik jarenlang mee rondliepen en eindelijk komt het naar buiten. Ik moet het zo vertellen. De thema’s zijn mijn motivatie om verhalen te vertellen op de manier zoals ik dat doe.

Gelukkig zijn er ook lezers die vinden dat het getuigt van lef om fantasy en sciencefiction samen te gebruiken, met religieuze elementen en maatschappijkritiek. Dat merkte ik laatst bijvoorbeeld in de Scifi&Fantasy genreclub op Hebban, waar ze Sluimerend vuur in een Meeleesgroepje gelezen hebben. Zo’n reactie stimuleert enorm, al heb ik intussen de kritiekpunten uit andere recensies van lezers ook overwogen en probeer ik die voor de volgende trilogie ‘Interplanetair’ mee te nemen. Of me dat gaat lukken in een steeds groter wordend universum? Ik hoop het. Het hangt er misschien ook wel vanaf of de thema’s die ik wil verwerken goed tot hun recht zullen komen.

Genre

In de fantastiek zijn er vier hoofdgenres te onderkennen, waarbij direct aangetekend moet worden dat je binnen die vier hoofdgenres een grote variatie aan subgenres kunt onderscheiden. Ik richt mij hier op de vier hoofdstromingen.

Fantasy – vaak spelend in een alternatieve wereld, waar magie of fantastische wezens een belangrijk ingrediënt vormen.

Sciencefiction – doorgaans spelend in een toekomstige wereld, waar technologie – verzonnen of gebruik makend van een bestaande ontwikkeling die naar de toekomst doorgetrokken wordt – een belangrijke rol speelt.

Horror – verhalen met een bovennatuurlijk element, die de lezer ongemakkelijk of angstig proberen te maken.

Magisch realisme – verhalen waarin de werkelijkheid verbonden wordt met een andere of hogere werkelijkheid, waardoor hallucinerende beelden of droomeffecten ontstaan.

Fantasy-elementen

Laat ik het houden bij mijn boeken. Fantasy-elementen die je kunt vinden in boeken van Johanna Lime, omvatten het volgende:

Draken die door de ruimte kunnen vliegen en planeten hebben geschapen, vervolgens zijn twee van hen in de godenstand verheven.

Goden die zich in zowel menselijke als dierlijke vorm kunnen manifesteren en als godsbeelden in tempels te vinden zijn, Zij worden ook de Avatars genoemd. Elk van de zeven magische dynastieën heeft een mannelijke en een vrouwelijke god. De goden van de koninkrijken kwamen er later bij.

Magii, dat zijn de Magia en de Magus, de vrouwelijke magiër en de mannelijke magiër uit de zeven belangrijke families van magie, die bestaat uit: vuur, aarde, lucht en water, maar ook lichaam, ziel en geestmagie.

Taikeiyi – een mensenras zoals wij, maar genetisch gemanipuleerd door de goden zodat zij magie in hun genen hebben zitten.

Taicapry – een groot mensenras met hoorns en bokkenpoten, hoeven en klauwen – geschapen door de Zwarte Draak, de godin die zij Sana noemen, de schepper van de planeten van Berinyi.

Shoikeiyi – kleine mensen die gemaakt zijn door magiërs van de familie Baksy, om hen in mijnen te laten werken waar ze schatten aan edelstenen uit moesten hakken voor een magiër die rijk wilde worden en zijn vader van zijn troon wilde stoten. Shoikeiyi hebben vleermuisoren en kattenogen en maken gebruik van echolocatie.

Shoiaviony – kleine vliegende mensen zoals feeën, met vlindervleugels. Zij strooien een bedwelmend poeder rond als ze boos worden. Ze zijn door genetische proeven in een laboratorium gemaakt door twee broers van de familie Lyoncourt die bliksembommen wilden ontwikkelen om daarmee de oorlog te winnen.

Ritovysche energie – Magische energie, een soort elektriciteit, maar veel sterker en gevaarlijker die opgesloten zit in ritovysche kristallen in hooggebergten. Is zo sterk dat ruimteschepen erop kunnen vliegen.

Animalii – Magische beesten die geschapen zijn door de Zwarte Draak, ten tijde van de schepping van de planeten van het koninkrijk Laskoro. Er zijn negen soorten van en ze zijn heel gevaarlijk voor mensen. Ze komen in de vrije natuur voor, maar hoe meer van deze beesten opgenomen worden in het bloed van de priesters van Mage, hoe minder er in de vrije natuur rondlopen. Mage heeft het geheim van de Animalii van Chimaera, de Zwarte Draak, losgekregen en sindsdien hebben zijn Wan (priesters) magische beesten in hun bloed. Zij zijn te zien als levende tatoeages op hun lichaam.

Ik ben vast nog wel iets vergeten, maar dit zijn de belangrijkste fantasy-elementen in mijn verhalen. Behalve die zijn er ook sciencefictionelementen zoals Hoge Snelheidswegen, cybernetica, ruimteschepen en Hoge Snelheidstreinen. En dan heb ik nog niet eens over lumaud-communicatie.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 16 – Johanna Lime over schrijven

23 september 2020

Het zestiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over het doel, waarom schrijf ik mijn verhaal en voor wie.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Het doel

Wat is het doel van mijn schrijfwerk? Waarom wil ik dit zo graag? Waar ben ik aan begonnen en waarom blijf ik ermee doorgaan? Dat vraag ik mezelf vaak vertwijfeld af, vooral wanneer ik weer eens een negatieve reactie van iemand te verwerken heb gekregen. “Waar haal je de fantasie vandaan?” en “Wat levert het op?” Achter die vragen vermoed ik een waardeoordeel en de overtuiging dat diegene vindt dat ik mijn tijd verpest met zinloze en waardeloze zaken. Het liefst zou die persoon mij weer in het keurslijf stoppen waar ik na veel studie, inzicht en wilskracht eindelijk uitgekropen ben. Jammer, maar na ons besluit om ons geheime leven, bestaande uit onze zelfbedachte verbeeldingswereld en de dagboeken die we stiekem over personages schreven, hebben Dinie en ik besloten om met onze verhalen naar buiten te komen. Ook al omdat degenen in de familie die er wel van zouden hebben genoten ons ontvallen waren en wij al zagen aankomen dat als ons dat overkwam, niemand zich ons herinneren zou. Daarom wilden we onze verhalen in boeken verwerken die echt uitgegeven zouden worden. Voor mensen zoals wij, voor liefhebbers van fantasie, sprookjes, sciencefictionverhalen en andere avonturen. Om iets in de wereld achter te laten waar wij gepassioneerd over waren. Wat ons aan het hart ging.

Mijn doel bij het schrijven is daarom, om me met het soort werk bezig te houden wat ik mij altijd heb gewenst. Van kind af aan wilde ik al kunstenares of schrijfster worden, raakte ik gefascineerd door verbeeldingswerelden, een kuiken in een eendennest dat moet leren zwemmen, een tovenaarsleerling en een draak die met schoensmeer ingesmeerd wordt, de sprookjes die mijn tante op 45 toeren plaatjes voor ons draaide, onze reisjes naar de Efteling met de fakir en de waterlelies, fantastische verhalen, avonturen, romans en sciencefictionboeken uit de bibliotheek. Fantastische films en sciencefictionseries op tv of in de bioscoop, RPG en simulatiespellen op de computer. In die wereld voel ik me thuis en geniet ik van de prikkelende inspiratie die geen andere wereld mij ooit gegeven heeft. Ik voel er een vrijheid en verbondenheid die ik nergens anders vind. Ik kan mijn creativiteit en eigen gedachten erin kwijt. Daarom schrijf ik in het fantasy en sciencefictiongenre. Mijn doel is net als bij andere schrijvers, om lezers met mijn verhalen te raken, zoals ik zelf door dit genre ben geraakt.

Waarom schrijf ik mijn verhaal

Om deze vraag te beantwoorden, gebruik ik een tekst uit een freewriting-schrift van 2016. Daarin staat: ‘Schrijven geeft mij rust in mijn hoofd en is de manier voor mij om dingen aan andere mensen kenbaar te maken. Ik ben namelijk geen gemakkelijke prater. In schrijven of tekenen kan ik mijn creativiteit kwijt. Ik vlucht uit de wereld die de werkelijkheid wordt genoemd, al is die ook maar een illusie. Ik verdwijn in mijn eigen fantasiewereld, een wereld die ik zelf gebouwd heb en waar ik mijn eigen baas kan zijn. Ik word onzichtbaar voor de mensen om me heen en verplaats me in personen die allemaal een deel uitmaken van mijn meest intieme zielenroerselen. De personages uit mijn verhalen komen in mezelf tot leven. Ik kan alles aan. Ik mag mezelf zijn als ik schrijf. Wat zeg ik? Ik mag veel meer zijn dan mezelf. Ik mag boven mezelf uitstijgen. Er kunnen zoveel dingen wel in mijn verbeeldingswereld die in de gewone wereld niet kunnen. Schrijven geeft mij rust, het geeft de ruimte voor het wezen dat ik werkelijk ben.’

‘Ik ben niet een of andere vervelende grote reus omdat ik het langste meisje uit de klas was, ik ben geen alien die uit een andere wereld komt en niets van deze wereld en jullie, andere mensen, begrijpt. Ik hoef niet als eenling aan de kant gezet te worden. Ik ben ook een mens en ik hoor erbij. Ik ben een vrouw. Eng hè? Maar wat veel enger is ben jij, die alles wat vreemd is discrimineert en kleineert en alleen maar accepteert als het dienstbaar, slaafs al jouw bevelen opvolgt, om jouw zelf te verhogen. Maar ik ben niets minder, hoor. Ik mag er net zo goed zijn als jij.

Ik elk geval op een plek waar jij mij nooit te pakken krijgt. Ja, je hebt gelijk, het is een vlucht, een vlucht uit jouw enge werkelijkheid. Want in mijn eigen verbeeldingswereld ben ik vrij.’

Voor wie

Als je dit bovenstaande leest, is het antwoord op de vraag voor wie ik schrijf in eerste instantie: voor mij zelf. Natuurlijk is dat niet de enige waarheid. Iedereen die mijn verhalen lezen wil is meer dan welkom. Mijn uitgegeven werken zijn voor iedereen die ze wil lezen en ik krijg graag feedback. Voor degenen die mij verder willen helpen met raad en positieve, opbouwende kritiek heb ik de grootste waardering. Ik zal hun aanbevelingen koesteren. Samenwerken is namelijk het grootse thema uit mijn verhalen, maar daarover later meer.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Limeschrift 15 – Johanna Lime over schrijven

17 september 2020

Het vijftiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over erg planmatig en methodisch plotten; 3 aktes, 9 blokken en 27 hoofdstukken.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Planmatig en methodisch

Zoals u inmiddels hebt gezien in Limeschrift, bestaan er twee uitersten bij het plotten van verhalen. Het ene uiterste wordt gevormd door organisch schrijven, dat is beginnen zonder iets te plotten. Gaan zitten en intuïtief schrijven. Het ander uiterste wordt gevormd door planmatig en methodisch alle details van een verhaal eerst plotten. Daarbij wordt eerst alles tot in de puntjes onderzocht en ingedeeld en pas als alle delen van het verhaal in schema staan, begin je te schrijven. Zelf zit ik hier ergens tussenin.

In deze aflevering volgt alleen nog een schema voor een plotmethode met 3 aktes, 9 blokken en 27 hoofdstukken. Dit is de laatste plotmethode die ik in het document met de voorbereidingen op NaNoWriMo vond. Het meest gedetailleerde plotschema. Ik heb deze manier geprobeerd, maar voor mij werkt hij niet. Ik vind dat er te weinig ruimte is om ermee te schuiven. Alle hoofdstukken staan te vast. Dat wil niet zeggen dat iemand anders hier misschien juist behoefte aan heeft. Of dat het voor een ander genre misschien juist hard nodig is om alles van tevoren helemaal uitgezocht te hebben. Bijvoorbeeld als historische feiten moeten kloppen en een verhaal heel realistisch moet zijn. Maar ik schrijf fantasy, ik heb toch veel behoefte aan flexibiliteit. Ineens kan er bij mij intuïtief een beter idee naar boven komen en dan wil ik de mogelijkheid hebben om dat idee direct  in het verhaal te verwerken.

Voor de volledigheid plaats ik in ieder geval hier ook dit schema, waarin alles in 27 hoofdstukken is ingedeeld.

GEEF ME ALLE PLANNEN!

AKTE 1
————————–
01. Introductie
02. Beginincident
03. Ruzie /conflict
————————–
04. Reactie
05. Actie
06. Consequenties
————————–
07. Druk / spanning
08. Plotwending
09. Doordrukken
————————–

AKTE 2
————————–
10. Nieuwe wereld
11. Plezier en spel
12. Oud en nieuw naast elkaar
————————–
13. Opbouw
14. Middelpunt
15. Omkering
————————–
16. Gevolgen
17. Beproevingen
18. Toewijding
————————–

AKTE 3
————————–
19. Kalmte voor de storm
20. Plot keerpunt
21. Donkerste moment
————————–
22. Kracht vanbinnen
23. Actie / Verzamelen
24. Convergeren
————————–
25. Strijd
26. Climax
27. Oplossing / Einde
————————–

Omdat dit schema alleen bestaat uit woorden, zonder dat wordt uitgelegd wat die precies inhouden, vind ik dit zelf een wat onduidelijk schema om in te vullen. Hoewel je natuurlijk met de reis van de held voor ogen wel enigszins een idee krijgt van wat het zou kunnen zijn. Maar misschien denk jij daar anders over. Ik wens je veel succes met het idelen van je verhaalidee!

P.S. Nadat ik het bovenstaande had geschreven, vond ik deze video, waarin deze manier wordt uitgelegd (Engels) https://www.youtube.com/watch?v=fe3eodLF_Uo

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime

Nieuwsflits van Johanna Lime voor september 2020

10 september 2020

Het is alweer september, wat vliegt de tijd

Hebben jullie dat nou ook dit jaar, dat er steeds meer beroemdheden uit bandjes, tv-series of films, ziek worden, sterven en van het toneel verdwijnen? Zo jammer dat al die mensen waar je goede herinneringen aan hebt er niet langer meer zullen zijn. Naar mijn idee zijn het er dit jaar wel erg veel, of misschien heeft het ermee te maken dat ik zelf ook ouder word? Dus daarom ook deze vraag: Heb je de winactie voor mijn 64e verjaardag al gezien?

Ik dacht zo, met dat herfstige weer dat eraan komt, is het wel lekker als je op de bank een boek kunt lezen, dus besloot ik om drie boeken te trakteren voor mijn verjaardag. Hoe dat werkt, lees je hier.

Wachtende op de redactie van mijn volgende boek

Mijn manuscript voor Interplanetair, deel 1, Ruimtestad, dat ik volgens de planning in september in zou sturen naar uitgeverij Zilverbron, ligt daar nu al een poosje, aangezien ik het in juli opgestuurd heb. De redactie laat nog even op zich wachten, dus schrijf ik verder aan andere projecten.

Het begin van Interplanetair, deel 2, Geestenpoort

Na juli, toen ik aan CampNaNoWriMo meedeed, had ik even een pauze genomen. Maar in augustus ben ik weer flink aan het schrijven gegaan aan het volgden manuscript. Inmiddels staat ongeveer 20% van dit verhaal op mijn harde schijf, ik heb hoofdstuk 5 pas afgerond. Ik heb ook veel zin om er verder mee te gaan, maar wacht er nog even mee. Ik kom met dit verhaal nu op het punt dat er nieuwe personages bij komen, zodat de hoofdpersonen op avontuur kunnen gaan op een andere planeet. Een stuk waar ik genoeg creativiteit in kwijt kan en dus lekker los kan gaan.

Het plot was uitgewerkt maar al schrijvende verandert er toch steeds weer wat aan de scènes. Maar ach, zo gaat dat vaak bij mij. Niets staat helemaal spijkervast.

Ik heb op de website van NaNoWriMo alvast een nieuw project aangemaakt, zodat het schrijven van dit manuscript in november versneld door kan gaan.

De Harland Awards schrijfwedstrijd

Het zat me niet lekker dat ik gestopt was met het schrijven van het korte verhaal voor de Harland Awards in juli 2020. Dus besloot ik om het in september eerst toch weer op te pakken. Gisteren heb ik verhaal 1 ingestuurd. Ik doe dus weer eens een keer mee aan de Harland Awards en zal wel zien wat ervan komt. Niet geschoten is immers altijd mis.

Voor verhaal 2 moet ik nog iets nieuws verzinnen. Er is nog wel even tijd, want de deadline is op 4 oktober. Dus misschien lukt het me om ook nog een tweede kortverhaal te schrijven en in te sturen. Best handig hoe ze dat nu doen op Hebban.

Daarna kan ik gaan verzinnen wat ik ga doen voor een andere wedstrijd, een verzoek van Dutch Venture Publishing. Het gaat om een SF YA novelle. Eens kijken of dat wat wordt.

En natuurlijk kan ik altijd besluiten om ‘gewoon’ weer door te schrijven aan mijn grotere manuscripten, de nieuwe trilogie bij Zilverbron.

Waterloper ronde 2 gestart

Ik zag een bericht van Waterloper, waar juryronde 2 van start gegaan is. Lekker spannend maken ze het weer. Ik heb er drie verhalen heen gestuurd en denk dat ze wel iets beter zijn dan vorig jaar. Maar ja, je weet het nooit. Spannend hoor, hoe dat af zal lopen.

Smashwords plannen

Zo zachtjes aan begint het ook weer te kriebelen om op Smashwords weer iets nieuws te zetten. De serie Limeschrift als die klaar is, als een non-fictie e-book over schrijven. De humayesse, het verhaal dat in het HSF magazine verscheen, na verloop van tijd. De twee verhalen die Edge Zero niet geplaatst heeft, maar die ik zelf wel uit kan geven. Je merkt het al: plannen genoeg!

Een leuke verrassing op Hebban

Misschien heb je het al gelezen op mijn website Boeken van Johanna Lime. Op Hebban is er in de Scifi & Fantasy genreclub een meeleesclub die Sluimerend vuur aan het lezen is, in september 2020. Spannend wat ze van mijn boek zullen vinden.  Lees er hier over in mijn blog.

Zoals je ziet, hoef ik me echt niet te vervelen, al zit ik thuis. Ik kan me prima alleen vermaken, gelukkig. Die coronatijd is echt niet zo heel veel anders voor mij. Behalve schrijven heb ik ook nog mijn beeldbewerking in Paint Shop Pro en mijn rubrieken in de Zilverboekenclub. Het lijkt af en toe net of ik een baan heb aan huis. Ha, ha, dat zou wel fantastisch zijn, als je als Nederlandse Scifi & fantasyschrijver er een echte baan aan hebben kon, waar je ook nog geld verdiende. Dream on, wiseguy!

Groeten van Johanna Lime.

Limeschrift 14 – Johanna Lime over schrijven

10 september 2020

Het veertiende blog voor ‘Limeschrift’, in een serie van twintig blogs over schrijven.

Deze keer over werken met scènes, 3 aktes, 15 onderdelen.

Vandaag gaat het over het onderwerp van dit plaatje.

Werken met scènes, 3 aktes en 15 onderdelen

Deze manier van plotten ben ik sinds oktober 2019 nog steeds aan het onderzoeken. Ik vond hem in een document met voorbereidingen op de NaNoWriMo, waarin verschillende plotmethodes na elkaar worden uitgelegd en je de mogelijkheid krijgt om ze uit te proberen, voordat de National Novel Writing Month begin ieder jaar in november.

Ik heb zelf besloten dat ik mij voor mijn romans voorlopig houd aan het schema dat ik Limeschrift 13 heb behandeld. Dat werkt voor mij tot nu toe het beste. Voor korte verhalen gebruik ik tegenwoordig steeds vaker het schema zoals ik dat heb uitgelegd in Limeschrift 8 (Asterix en Obelix verhaalanalyse).

Maar ik ben wel benieuwd naar deze manier, die ook wel ‘Save The Cat!’ heet. De laatste maanden volg ik bovendien af en toe een YouTube filmpje uit een afspeellijst van Abbie Emmons, waarin ze stapsgewijs een verhaalstructuur in 3 Aktes behandelt, die hier erg veel overeenkomsten mee heeft. Ik ga hier zeker ideeën uit gebruiken en misschien neem ik deze methode bij latere boeken nog weleens over. Het is een van de manieren voor schrijvers die graag eerst een houvast willen hebben voordat ze beginnen te schrijven aan hun roman.

 

Hier de informatie uit het NaNoWriMo document (vertaald en door mij aangepast)

‘The Save the Cat! Beat Sheet’ is oorspronkelijk ontwikkeld door Blake Snyder. Hij is gemaakt om scenarioschrijvers te helpen bij het plotten van films, maar werkt net zo goed met grafische romans en geschreven romans. Deze methode splitst de Drie-Aktes structuur (begin – midden – einde) op in kleinere delen of scènes. Elk deel duwt je verhaal op zijn eigen manier vooruit. De onderdelen worden met percentages aangegeven, die je als een soort gids kunt gebruiken, maar de exacte lengte van je verhaal hoeft hier niet precies bij aan te sluiten. Dat is natuurlijk je eigen keus.

Het idee van dit schema is dat je voor elk gedeelte je ideeën opschrijft en later uitwerkt. Een paar voorbeelden uit mijn boeken: “Jima kruipt weg voor de paparazzi en zit vast in de hoek naast de trap, als hij ziet dat de Moraneslang de cameraman aanvalt,” of: “Tante Helena snijdt zich in haar hand en offert bloed aan Chimaera – dan overhandigt ze het mesje aan Sylviana.”

AKTE 1

  1. Begin (0-1%) – Laat zien waar de hoofdpersoon is en hoe de wereld er daar uitziet. Hoe is het leven voordat het avontuur begint?
  2. Inleiding tot het interne conflict van de protagonist (1-10%) – Blijf die gewone wereld tonen. Ontdek het leven van de hoofdpersoon, inclusief de interne gebreken en externe uitdagingen die hij moet overwinnen om aan het einde van het verhaal ten goede te veranderen. Introduceer ook belangrijke ondersteunende personages.
  3. De protagonist wordt buiten zijn comfortzone geduwd – Neem ergens een scène op waarin een personage iets zegt dat aangeeft wat de grote levensles van de hoofdrolspeler zal zijn – hoe hij moet veranderen en groeien voor het einde van het verhaal. De hoofdpersoon zal de les echter pas later begrijpen.
  4. Katalysator (10%) – Dit is wanneer het leven van de hoofdpersoon voor altijd verandert. Er is geen weg terug meer. Wat is het incident dat de hoofdpersoon uit zijn comfortzone duwt?
  5. Intern conflict (11-20%) – De hoofdpersoon verzet zich tegen het pad dat voor hem ligt – vraagt zich af wat er nodig is, of dit wel moet of dat er nog een andere uitweg is. Wat zijn de mogelijke gevolgen van de actie die genomen moet worden?

AKTE 2

  1. De keuze is gemaakt (20%) – De hoofdpersoon beantwoordt de oproep. Er is een keuze gemaakt om het avontuur / de transformatie / de reis / de nieuwe dingen te beginnen.
  2. De beloften die ingelost gaan worden / Nu wordt het leuk (21-50%) – Dit is wanneer de lezer denkt: “Ah, nu gaan we naar het verhaal dat in de flaptekst is beloofd.” Dit is een van de langste delen van het boek. De hoofdpersoon went aan de nieuwe omgeving – houdt ervan, haat het, maakt fouten of doet het goede, ontmoet nieuwe mensen en dergelijke.
  3. B-verhaal – Nieuwe personages worden geïntroduceerd die uiteindelijk de hoofdpersoon zullen helpen zijn levensles te leren. Vrienden? Mentoren? Liefdes? Uitdagers? Wie zijn zij? Hoe zullen ze helpen?
  4. Midden (50%) – Dit moment is wanneer alles ‘geweldig’ lijkt of alles ‘verschrikkelijk’ lijkt, afhankelijk van je verhaal. Het gedeelte ‘Nu wordt het leuk’ heeft geleid tot een valse overwinning voor de hoofdpersoon (hij denkt dat hij het tot nu toe geweldig heeft gedaan) of een valse nederlaag (hij heeft het tot nu toe moeilijk gehad). Wat gebeurt er op dit moment, halverwege tussen begin en einde? De hoofdrolspeler verlegt zijn doel, aan de hand van de ervaringen die hij heeft opgedaan tot nu toe.
  5. De antagonist komt dichterbij (51-75%) – Maak het hoofdpersonage klaar voor een hobbelige rit. Als het midden een valse overwinning was, beginnen de dingen nu mis te gaan voor de hoofdpersoon. Als het midden een valse nederlaag was, lijken de dingen iets beter te worden, maar de slechteriken komen dichterbij en hebben iets te zeggen. Opmerking: Een antagonist kan een fysieke vijand zijn, maar het kan ook een emotionele vijand zijn, zoals twijfel, jaloezie of angst. De nieuw gebouwde wereld van de hoofdpersoon begint hier uit elkaar te vallen. (Dit is ook een van de langere delen in een roman).
  6. Alles is verloren (75%) – Oh, nee. Dit is het deel waarin er iets gebeurt, waardoor je personage helemaal aan de grond komt te zitten. Er lijkt geen uitweg mogelijk. Misschien sterft er iemand of iets (letterlijk of figuurlijk).
  7. Complete duisternis (76-80%) – De hoofdpersoon heeft nu tijd om te reageren op zijn ‘Alles is verloren’ -moment, om te rouwen om wat hij is verloren, om de hopeloosheid te voelen. Dit is niet mooi. Hij is slechter af dan aan het begin van de roman. Laat zien hoe donker alles is geworden voor hem.

AKTE 3

  1. Het Aha-moment (80%) – Het ‘aha!’ -moment; ‘Til jezelf op en probeer het opnieuw’. Laat de hoofdpersoon zien wat hij moet doen om zijn problemen, zowel extern als intern, aan te pakken. Welke verandering is er nodig?
  2. Finale (81-99%) – De hoofdpersoon doet wat besloten is in het Aha-moment en (vanwege al het leren / groeien en de steun of het inzicht uit het B-verhaal), zijn plan werkt! De antagonist wordt verslagen, de wereld is ten goede veranderd. Welke gevechten worden er geleverd? Hoe zal de hoofdpersoon triomferen (of niet)? Dit is ook een langer verhaaldeel, dus je hebt als schrijver de ruimte om dingen dramatisch en intens te maken.
  3. Einde (99-100%) – Dit is de tegenstelling met het Begin. Het laat aan de lezer zien hoe de protagonist en zijn wereld zijn veranderd op het einde van het verhaal.

Dit is het door mij in het Nederlands vertaalde stukje over ‘Red De Kat!’, dus eigenlijk weer een andere indeling die je voor het verhaal van de held gebruiken kunt. Het is misschien wel een idee om dit erbij te nemen als ik weer eens een film bekijk, gewoon om te zien of de scènes volgens dit principe uitgewerkt zijn.

Voor schrijvers geldt volgens mij, dat het gewoon van je eigen voorkeuren afhangt welk plotschema het beste bij je past. Als je er al een nodig hebt, natuurlijk, want sommige schrijvers gebruiken nooit een schema, of dragen alles altijd in hun hoofd mee.

Het schema dat Abbie Emmons gebruikt, is net weer een beetje anders, al heeft het toch ook wel veel overeenkomsten met het bovenstaande. Als je haar You Tube filmpjes ook graag wilt zien, volg dan deze link.

Ik bekijk meestal een van haar filmpjes als het even niet zo goed lukt met mijn verhaal. Als ik dan gehoord en gezien heb wat zij erover te zeggen heeft, helpt dat me weer op weg.

 

Vandaag tot zover. Volgende keer een nieuwe blog over schrijven.

Het is leuk om reacties op dit blog te krijgen, dus als je tot zover gekomen bent, laat dan weten wat je hiervan vond. Dat kan ook goed in de opmerkingen op Facebook.

Alvast bedankt daarvoor,

Groeten van Johanna Lime